19-10-15

De woestijnvaders en de stilte

 

DE WOESTIJNVADERS EN DE STILTE

woestijn.jpg

 

Er worden sterke verhalen verteld over het zwijgen van de woestijnvaders in Egypte. Van abba Pambon horen we dat hij soms wel drie maanden nadenkt over een vraag, voordat hij antwoord durft te geven. Eerder is hij er niet zeker van dat hij de vraag goed begrepen heeft1. Van abba Agathon vertelt men dat hij drie jaar lang met een kiezelsteen in de mond heeft rondgelopen, om zich te oefenen in de kunst van het zwijgen. En van abba Theon zeggen ze dat hij het heeft opgebracht om maar liefst dertig jaar te zwijgen. In de woestijn kan de stilte lang duren, in sommige gevallen wel drie maanden, drie jaar of zelfs drie keer tien jaar.


Stilte en innerlijke rust
De woestijnvaders brengen een groot deel van de dag en van hun leven in stilte door. Zonder stilte kunnen de idealen van het leven in de woestijn niet worden gerealiseerd. Vaak wonen ze op enige afstand van elkaar, zodat ze elkaars stilte niet hoeven te verstoren. Er zijn impliciete afspraken in welke situatie men elkaar wel en niet aanspreekt, de stilte is een belangrijk element in de omgang met elkaar. In sommige gemeenschappen wordt ook samen in stilte gegeten. De stilte wordt op tal van manieren nadrukkelijk vormgegeven en tevens opgelegd aan nieuwkomers. In een van de eerste regels voor monniken staat: 'door de stilte is men in staat zijn oude gewoonten af te leren en in de stilte heeft men de tijd om nieuwe aan te leren.' 6 De stilte wordt intens geoefend en soms ook, zoals blijkt uit het soort anekdotes dat we hebben gezien, extreem ver doorgevoerd. De stilte is echter geen doel op zich: ze wordt gezien als een voorwaarde voor religieuze groei. Zo zegt abba Poimen: 'als je de stilte beoefent, vind je rust waar je ook maar woont.' Het zwijgen (siôpè) staat in dienst van een ander ideaal, de inkeer, rust en innerlijke vrede (hèsychia).

Drie geboden
Uit de bekeringsgeschiedenis van een andere abba blijkt eveneens de nauwe samenhang van siôpè en hèsychia, van stilte en zoeken naar innerlijke rust. Abba Arsenios is een hoge beambte aan het hof van keizer Theodosios die worstelt met een vraag over verlossing en dan een stem hoort: 'Arsenios, ontvlucht de mensen en je zult gered worden.' Hij trekt zich terug in een leven van afzondering en blijft bezig met het thema verlossing, in gedachten en in gebed. Op een gegeven moment hoort hij opnieuw een stem: 'Arsenios, ontvlucht de wereld, wees stil en beoefen de hèsychia. Dit zijn de drie beginselen van een leven zonder zonde.' De drie geboden die Arsenios ontvangt, zijn als het ware een verantwoording van het leven in de woestijn. Ze vormen een motto dat ook in de westerse monastieke geschiedenis nog vaak zal worden aangehaald in zijn Latijnse variant: fuge, tace et quiesce. Bijna niemand onder de woestijnvaders is op zo'n consequente manier deze weg gegaan als Arsenios, de teksten die getuigen van zijn leven zijn stuk voor stuk verrassend en indrukwekkend. Het zwijgen en het verlangen naar stilte klinkt er op krachtige wijze in door. Enkele van deze teksten worden hierbij in vertaling gegeven, ze geven een goed beeld van de stilte als basis van het bestaan in de woestijn.

Vluchten naar de woestijn
We moeten ons niet een te idyllische voorstelling maken van deze stilte en rust van de woestijnvaders. Het landschap van de woestijn is weliswaar indrukwekkend in kleur en vorm, in
eenvoud en uitgestrektheid. Het straalt inderdaad een reusachtige stilte (silentium ingens) en een grootse rust (magna quies) uit, zoals een bezoeker van de woestijnvaders constateert9. Maar de woestijn is tevens ruig en vol gevaren, het leven is er buitengewoon hard en moeilijk. De bestaansvoorwaarden zijn er minimaal, zonder strenge discipline kan men er niet overleven. De woestijn is werkelijk de rand van het bestaan, een uiterste plaats waar men alleen heengaat als men de wereld ver achter zich wil laten. Het is bijvoorbeeld een plaats waar rovers en misdadigers zich schuilhouden die de sterke arm van het gezag moeten ontvluchten. Het is ook een plaats waar grote groepen armen een veilig heenkomen zoeken, die de steeds hogere belastingen van het late Romeinse Rijk niet meer kunnen opbrengen of die willen ontkomen aan de bijna geen enkele familie ontziende dienstplicht. 
De woestijn is de plaats waar de beschaafde wereld ophoudt en de wetten van de keizer niet gehandhaafd kunnen worden. Het is daarom ook de plaats waar de christenen in de tijd van de grote vervolgingen en martelingen van de derde eeuw naar toe vluchten en trachten te overleven. Als het christendom eenmaal erkend is en het maatschappelijk geaccepteerd is om tot het christelijk geloof over te gaan, wordt de woestijn een plaats voor mensen voor wie dat veilige geloof niet genoeg biedt. Duizenden fervente gelovigen, die op zoek zijn naar een intense godsontmoeting en een radicaal christelijk leven en dit in de samenleving niet kunnen realiseren, trekken er naar toe. Deze mensen, ook wel 'anachoreten' genoemd (ana chorein – zich terugtrekken) kunnen we beschouwen als de eerste monniken en monialen; hun leven is in een aantal geschriften verrassend goed gedocumenteerd. We spreken van 'woestijnvaders', maar er zijn al spoedig ook enkele beroemde amma's (moeders) en vrouwengemeenschappen bij.

Leven in verlatenheid
Men kan in de woestenij en verlatenheid in totale afzondering leven, eventueel in de eenzaamheid omgeven door wilde dieren zoals de traditie wil van bijvoorbeeld abba Antonios, een van de pioniers van het leven in de woestijn. Op jonge leeftijd hoort hij het evangelie lezen van de rijke jongeling: 'als je streeft naar volmaaktheid, verkoop dan alles wat je bezit en geef het aan de armen; kom dan en volg mij' (Mt. 19:21). Hij wordt zo gegrepen door deze boodschap dat hij daad bij het woord voegt en voor een ascetisch leven kiest. Aanvankelijk leeft hij als kluizenaar in de buurt van zijn dorp, maar zijn hang naar eenzaamheid is zo groot dat hij steeds verder de woestijn in trekt, ook om zich te beschermen tegen de tallozen die hem opzoeken en een woord of een wonder van hem verlangen. Abba Antonios, die zelf nauwelijks kan lezen en schrijven en uitsluitend Koptisch spreekt, is een scherp en begenadigd spreker die velen weet te inspireren. De levensbeschrijving van Antonios van de hand van een van zijn vrienden en leerlingen, de bisschop Athanasios, is een van de eerste en nog altijd een van de boeiendste en overtuigendste documenten over het leven in de woestijn. Als een van de eersten heeft abba Antonios het ideaal van het leven in de woestijn geformuleerd en een levensvorm ontworpen voor mensen die net als hij als heremiet (herèmia- woestijn, wildernis, verlatenheid) willen leven.

Leven in gemeenschap
Niet allen kiezen op dezelfde extreme wijze als abba Antonios voor het leven in eenzaamheid. Al spoedig ontstaan in de woestijn namelijk gemeenschappen van mensen die, geschaard rond een oude en ervaren abba, gezamenlijk de christelijke idealen proberen te verwezenlijken. Zo verdelen ze het werk: sommigen kappen of bewerken het riet, anderen vlechten matten en manden en een van hen krijgt de functie van econoom die in de stad alle producten verkoopt en zorg draagt voor een goed beheer van de inkomsten. Ook kunnen ze gezamenlijk een stuk van de woestijn ontginnen en een eenvoudige vorm van landbouw bedrijven. Vrijwel zeker beoefenen ze samen de barmhartigheid en geven geld of levensmiddelen aan de armen om hen heen of in de stad. Afen toe komen ze ook samen voor een liturgische viering, bijvoorbeeld op zaterdagavond en zondag; tijdens die samenkomsten worden ook de verschillende aspecten van het gemeenschappelijk leven besproken. De eerste die zo'n gemeenschap van broeders leidt, is abba Pachomios; van hem is een regel bewaard met de richtlijnen voor een leven in de woestijn; ook van zijn opvolgers zijn regelteksten overgeleverd. Het gemeenschappelijk leven wordt gereguleerd en aangeduid met de term 'cenobitisme' (koinos bios – gemeenschappelijk leven). Het cenobitisme wordt feitelijk de norm van het leven in de woestijn; het wordt in ieder geval beschouwd als een onmisbare ervaring voordat men eventueel op latere leeftijd gaat leven als heremiet. De gemeenschappen in de woestijn worden talrijk en zijn ook vaak zeer groot: enkele honderden of zelfs duizenden broeders zijn geen uitzondering. Zo ontstaat er een zekere variëteit in levensvormen en in spiritualiteit: er zijn plaatsen dichtbij de bewoonde wereld of dichtbij de Nijl, en zeer afgelegen plaatsen. Er zijn plaatsen waar broeders in de open lucht of in grotten wonen, plaatsen waar ze allemaal een eigen klein huisje hebben en ook plaatsen waar ze op één groot ommuurd terrein samenwonen. Het werk dat ze verrichten verschilt van eenvoudig handwerk als het vlechten van manden tot bijvoorbeeld het kopiëren van handschriften. Sommige gemeenschappen cultiveren de eenvoud en bestaan vooral uit analfabeten, andere trekken geleerde broeders aan die een Griekse of Romeinse opvoeding hebben gehad, veel hebben gereisd en in de woestijn een groot deel van hun tijd aan studie besteden. Uit de bronnen krijgen we niet de indruk dat er taalproblemen waren: blijkbaar waren er in de woestijn altijd wel broeders die konden tolken en vertalen.

Monastiek toerisme
Er is een tamelijk druk verkeer in de woestijn, sommige woestijnvaders krijgen veel bezoek en dragen in de gesprekken met hun gasten, religieuzen of leken, iets van hun religieuze inzichten over. Van verschillende christelijke schrijvers is bekend dat ze een reis in de woestijn hebben ondernomen, zoals een beetje in de mode was onder ondernemende christenen: Basilios, Evagrios, Hieronymus, Rufinus, Palladius en Johannes Cassianus zijn wellicht de bekendste onder hen. In hun brieven en reisverslagen schetsen ze een gedetailleerd beeld van het leven in de woestijn en eigenlijk kan men stellen dat het voor het eerst is in de geschiedenis van het christendom dat we zo goed geïnformeerd worden over de invulling en vormgeving van het leven van de gelovigen: hun motivatie en bekering, bezieling en spirituele groei. Mede om die reden is de studie van de spiritualiteit van de woestijnvaders zo fascinerend en ook voor de huidige tijd nog belangwekkend.

Beschermende stilte
Tegen de achtergrond van het 'drukke verkeer' in de woestijn krijgen de anekdotes over de stilte een andere lading. Wellicht is de stilte minder extreem geweest dan men op grond van sommige verhalen zou denken. De vaders en broeders moeten immers dikwijls met elkaar gesproken hebben over zaken die het gezamenlijke leven betreffen. En zoals abba Poimen zegt: 'men kan van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat een heleboel dingen zeggen zonder de stilte te verbreken'. De stilte die de woestijnvaders in acht nemen, is vooral een stilte met betrekking tot belangrijke en kwetsbare onderwerpen. Als woestijnvaders over God of over hun geloofsleven komen te spreken, worden alle woorden gewogen en wordt in de diepte een stilte gerespecteerd. Een vader zwijgt als hij nader treedt tot het mysterie van Gods aanwezigheid. Hierover wordt slechts mondjesmaat gesproken, getuige de vele aforismes en kernachtige uitspraken uit de woestijn. In de stilte winnen de woorden aan kracht, het worden 'woorden als zwaarden'. We kunnen de stilte waarmee vaders en broeders zich omgeven, dan ook zien als een vorm van bescherming: bescherming van het kwetsbare leven in de aanwezigheid van God, bescherming van hun innerlijke rust (hèsychia) en bescherming van zichzelf. Er worden in de literatuur nogal wat voorbeelden gegeven van gasten die ongemakkelijk worden van de stilte die door hun gastheer in acht wordt genomen: opdringerige gasten worden soms behoorlijk onvriendelijk behandeld. Bisschop Theofilos uit Alexandrië brengt bijvoorbeeld een bezoek aan abba Pambon en wordt zwijgend ontvangen. Als de broeders bij hem aandringen om toch een woord tot deze voorname gast te spreken, antwoordt abba Pambon: 'als hij niet gesticht wordt door mijn stilte, zal hij ook niet gesticht worden door mijn woorden.' Van dezelfde abba wordt gezegd dat hij nooit spijt heeft gehad van een enkel woord, zo voorzichtig heeft hij altijd zijn woorden gewogen.

Behoedzame stilte
Het bewustzijn om met woorden kwaad aan te richten, leeft sterk in de woestijn. Broeders vermijden het om zich in een situatie te laten brengen waarin ze een uitspraak moeten doen over
een medebroeder of een oordeel moeten uitspreken. Ook ten opzichte van een medebroeder die zondigt verkiezen ze het meestal om te zwijgen en in stilte te bidden, boven het uitspreken van een vermaning. De stilte kan op een wonderbaarlijke manier effectiever zijn dan menig woord. Woorden kunnen goed doen, maar dragen het risico met zich mee om kwaad te doen. Het is onmogelijk om alle gevaren van woorden te voorzien, tegelijk met het goede komt dikwijls en onverhoeds ook het kwade in woorden naar buiten. De stilte daarentegen is goed in zichzelf en de kans om met stilte kwaad uit te richten, is kleiner. Een extra reden waarom broeders in hun woorden zeer op hun hoede zijn, is omdat de duivel zich dikwijls bedient van slinkse taal en listige redeneringen: en de aanwezigheid van duivels en demonen is in de woestijn uiterst tastbaar en bedreigend. Tegenover de duivel kan men naar een weerwoord zoeken, maar zelden wint men een confrontatie met de duivel op grond van argumenten. Beter kan men daarom de bedreigingen en verlokkingen in stilte ondergaan.
Zeer indringend wordt in de woestijn gewaarschuwd tegen misbruik van woorden en loslippigheid. Een bekend beeld vergelijkt de loslippige broeder met een huis waarvan de deur openstaat, zodat iedereen kan binnenlopen om te stelen wat van waarde is. Ook wordt wel verwezen naar een badhuis waarvan de deur openstaat: 'zoals door openstaande deuren van het badhuis snel de warmte naar buiten stroomt, zo stroomt ook de warmte van de ziel met de woorden weg, op het moment dat er te veel gezegd wordt, zelfs als er mooie dingen gezegd worden. De gepaste stilte is daarom een goede zaak, ze is niets minder dan de moeder van de verstandigste gedachten.

Tegencultuur van de stilte
Ookal wordt dit zelden expliciet genoemd, de keus van de woestijnvaders voor de stilte is bijbels gegrond. Ze wordt geïnspireerd door de stilte van Christus: lange tijd heeft Christus een bijna verborgen leven geleid, en na zijn publieke optreden kiest hij ervoor om het lijden zwijgend te ondergaan. Ook de stilte van Maria strekt tot voorbeeld: Maria komt in de evangelies maar zelden tot spreken, tekenend is haar houding dat ze 'woorden in haar hart bewaart'. In de wijsheidsboeken komt de stilte als thema regelmatig terug, stilte wordt voor wijs gehouden en overmatig spreken onverstandig gevonden. De psalmist bezingt herhaaldelijk de stilte en profeten als Elia, Jesaja en Habakuk getuigen van sterke ervaringen in de stilte.
Wordt de oproep tot stilte dus gedragen door een bijbelse traditie, ze is tegelijk polemisch in een cultuur waarin de retorica domineert, zoals de Griekse cultuur, en het geleerd debat door iedereen met enige opvoeding wordt bemind. De ontvangst die een woestijnvader twee Griekse filosofen bereidt, getuigt van deze confrontatie: 'Er kwamen eens twee filosofen op bezoek bij een grijsaard en ze vroegen hem om een stichtend woord. Maar de grijsaard bleef zwijgen. Na enige tijd namen de filosofen opnieuw het woord: 'antwoord je ons niets, abba?' Toen sprak de grijsaard: 'Ik weet dat jullie filosofen zijn, maar ik constateer tevens dat jullie geen echte filosofen zijn. Wanneer leren jullie spreken, jullie die nog niet weten wat spreken is? Jullie filosofie moet zijn om altijd aan de dood te denken en stilte en ingetogen rust te onderhouden.'' In de woestijn heerst een soort tegencultuur van de stilte, die op profetische wijze in gesprek gaat met de eigentijdse cultuur. Het ideaal van de stilte (siopè) en het het ideaal van de innerlijke rust (hèsychia) zijn essentiële trekken van deze tegencultuur.

Stilte in Gods nabijheid
Hoe kan dan, tenslotte, dat mysterieuze begrip hèsychia van de woestijnvaders worden omschreven? Zo eenvoudig als het is om siôpè in het Nederlands te vertalen met stil zijn, niets zeggen, zwijgen, zo moeilijk is het om een precieze en beknopte vertaling te vinden van hèsychia, een van de sleutelbegrippen van de spiritualiteit van de woestijnvaders. Men moet eigenlijk een aantal werkwoorden aanhalen en een proces beschrijven dat achter dit begrip schuilgaat: zich terugtrekken, de eenzaamheid zoeken, ruimte maken, de stilte beoefenen, zich inkeren, zich leeg maken, rust en vrede vinden. Uiterlijke rust is nodig om tot innerlijke rust te komen. Hèsychia is een vaardigheid, oefening en houding, ja zelfs een lichaamshouding (het woord lijkt verwant te zijn met hèsthai, zitten). Hoe hèsychia kan worden beoefend en vormgegeven, wordt in tal van uitspraken van woestijnvaders uitgelegd en toegelicht. Hèsychia is een centraal element in hun levenswijze, om niet te zeggen dat hèsychia zelf hun levenswijze is. Hèsychia is de zoektocht naar werkelijke rust en vrede, het is in de woestijn de weg die tot God voert. Hèsychia is een bewustzijn van Gods nabijheid, een bewustzijn dat stilte afdwingt. Zonder stilte kan men niet gaan op de weg die tot God voert, kan men niet in Gods nabijheid treden. De stilte van de woestijnvaders, die uit prachtige verhalen nog tot ons spreekt, is ook vandaag de dag nog een bijzonder getuigenis van die nabijheid van God.

(Bron: Charles van Leeuwen)

14:09 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.