07-11-15

23e zondag na Pinksteren opwekking van Jaïrus dochtertje

23e zondag na Pinksteren

"Opwekking van Jaïrus'dochtertje

 

 

Jairus 10.jpg

Eerste lezing :

Efesieërs 2,4-10

   [4] Door zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid, [5] ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven gewekt. Aan zijn genade dankt u uw redding. [6] Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse* regionen, in Christus Jezus, [7] om in de toekomstige eeuwen* de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.
     [8] Inderdaad,* aan die genade dankt u uw redding door het geloof; en dat dankt u niet aan uzelf. Gods gave is het;[9] u dankt het niet aan uw prestaties, opdat niemand trots zou zijn. [10] Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede werken te doen die God voor ons heeft bereid, opdat wij daarin zouden leven.


EVANGELIE :

Lucas 8,41-56 :

Daar kwam een man naar voren, een zekere Jaïrus, hoofd van de synagoge. Hij wierp zich aan zijn voeten en smeekte Hem mee te gaan naar zijn huis, 
omdat zijn enig kind, een dochter van een jaar of twaalf, op sterven lag. 
Op weg daar naartoe raakte Jezus bekneld in de mensenmassa. Een vrouw die al twaalf jaar aan vloeiingen leed en haar hele inkomen aan dokters had besteed zonder bij iemand genezing te vinden, kwam van achteren naar Hem toe en raakte de zoom van zijn kleren aan. Onmiddellijk hielden haar vloeiingen op. Jezus vroeg: ‘Wie heeft Me aangeraakt?’ Iedereen ontkende het en Petrus zei: ‘Meester, al die mensen staan te duwen en te dringen om U heen.’ Maar Jezus zei: ‘Iemand heeft Me aangeraakt, want Ik heb kracht van Mij voelen uitstromen.’ Omdat de vrouw besefte dat het niet verborgen kon blijven, kwam ze bevend naar Jezus toe, wierp zich neer voor zijn voeten, en vertelde waar het hele volk bij stond waarom ze Hem had aangeraakt en hoe ze onmiddellijk genezen was. Jezus zei tot haar: ‘Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding; ga in vrede.’
Hij was nog niet uitgesproken of de voorzitter van de synagoge kreeg van thuis het bericht: ‘Uw dochter is gestorven; val de meester niet langer lastig.’ Jezus hoorde dat en zei tegen Hem: ‘Wees niet bang; heb maar vertrouwen, dan zal ze gered worden.’ Bij het huis gekomen liet Hij alleen Petrus, Johannes en Jakobus mee naar binnen gaan, en de vader en de moeder van het meisje. Iedereen was in tranen en rouwde om haar, maar Jezus zei: ‘Huil niet; ze is niet gestorven, ze slaapt.’ Ze lachten Hem uit, omdat ze ervan overtuigd waren dat ze gestorven was. Hij pakte haar echter bij de hand en riep: ‘Meisje, sta op.’ Het leven keerde in haar terug, ze stond onmiddellijk op, en Jezus liet haar te eten geven. Haar ouders stonden versteld, maar Hij verbood hun met iemand te praten over wat er was gebeurd

De commentaren zijn gesloten.