21-11-15

Basilius van Caesarea : Dit is het ....eerste gebod. Het tweede is daarmee gelijkwaardig

H. Basilius (ca 330-379), monnik en bisschop van Caesarea in Cappadocië, kerkleraar
Grote Monastieke Regels § 3 (vert. Sionline)

 

Basilios de Grote5.jpg

 

   "Dit is het ... eerste gebod. Het           tweede is daarmee gelijkwaar­dig"

 

      Wij hebben het voorschrift ontvangen om onze naaste lief te hebben als onszelf. Maar heeft God ons niet ook een natuurlijk vermogen gegeven om dit te doen?... Niets behoort zo wezenlijk tot onze natuur als het feit, dat wij sociale wezens zijn, dat wij elkaar nodig hebben en dat wij onze soortgenoten beminnen. De Heer zelf heeft in ons de kiem van deze eigenschappen gelegd en vraagt nu ook consequent de vruchten ervan, want Hij zegt: "Een nieuw gebod geef Ik u: Bemin elkander " [Joh 13,34].


      Toen Hij onze ziel wilde opwekken tot het vervullen van dit gebod, vroeg Hij, als herkenningsteken van zijn leerlingen, geen tekenen of wonderen (ook al had Hij hun de macht gegeven om uit de kracht van de Heilige Geest wonderen te doen), maar wat zegt Hij? "Hieraan zullen allen erkennen, dat jullie mijn leerlingen zijn, wanneer jullie elkander liefhebben" [Joh13,35]. En deze twee geboden verbindt Hij zo nauw met elkaar, dat Hij de weldaad aan de naaste bewezen op Zichzelf betrekt. "Want Ik was hongerig," zegt Hij", en u hebt Mij te eten gegeven, enzovoort." En Hij voegt eraan toe: "Wat u voor één van mijn geringste broeders hebt gedaan, dat hebt u voor Mij gedaan" [Mt 25,35.40].


      Daarom is het ook mogelijk het tweede gebod te onderhouden, doordat men het eerste onderhoudt, en door middel van het tweede gebod weer terug te keren tot het eerste. Degene, die de Heer bemint, bemint derhalve ook zijn naaste. "Zo iemand Mij liefheeft," zegt de Heer, "zal hij mijn woord onderhouden," [Joh 14,23] en even verder: "Dit is mijn gebod: Heb elkander lief zoals Ik u heb bemind" [Joh 15,12]. En men kan dit omkeren en zeggen: Wie zijn naaste bemint, die vervult ook de liefde die hij tegenover God verplicht is, want God aanvaardt deze weldaad alsof het aan Hemzelf bewezen was.

De commentaren zijn gesloten.