10-02-16

Cyrillus van Alexandrië : "Maar midden tussen hen door ging Hij zijns weegs"


H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop en kerkleraar
Over de profeet Jesaja , 5, 5; PG 70, 1352

 

 

cyrillus van Alexandriê..213.jpg

 

"Maar midden tussen hen door ging Hij zijns weegs"

Christus wilde de hele wereld met Zich meenemen en alle aardbewoners naar God de Vader brengen... De mensen die uit het heidendom komen en die verrijkt zijn met het geloof in Christus, hebben bij de goddelijke schat van de verkondiging, die de redding brengt, veel baat gehad. Daardoor zijn ze deelnemers aan het Koninkrijk van God geworden en medegezellen van de heiligen, en erfgenamen van onuitsprekelijke werkelijkheden (Ef 2,19.3,6)... Christus belooft de genezing en vergeving van zonden aan hen die het hart gebroken hebben, en Hij geeft blinden weer zicht. Waarom zouden zij, die de ware God nog niet herkennen, niet blind zijn? Is hun hart niet verstoken van het goddelijke en geestelijke licht? De Vader zendt hun het licht van de ware kennis van God. Door het geloof geroepen hebben ze Hem gekend; meer nog, ze zijn door Hem gekend. Terwijl ze nog kinderen van nacht en duisternis waren, zijn ze kinderen van het licht geworden (Ef 5,8), want de dag heeft hen verlicht, de Zon der Gerechtigheid is voor hen opgegaan (Ml 3,20), en de morgenster is aan hen in al zijn schittering verschenen (Ap 22,16).

Alles wat wij zojuist gezegd hebben, kan ook toegepast worden op de Israëlieten. Ook zij hadden immers een gebroken hart, ze waren arm en in zekere zin gevangenen, en vervuld met duisternis... Maar Christus is gekomen om eerst aan de Israëlieten vóór de anderen, het doel van zijn komst te laten weten, en om tegelijk een genadejaar (Lc 4,19) en de dag van het oordeel aan te kondigen.

Het genadejaar is dat jaar waarin Christus voor ons gekruisigd werd. Want toen zijn we aangenaam geworden voor God de Vader. En wij dragen vrucht door Christus, zoals Hij het zelf heeft onderricht: “Waarachtig, Ik verzeker jullie: als een graankorrel niet in de akkergrond sterft, blijft hij onvruchtbaar. Maar hij moet sterven, alleen dan brengt hij rijke vruchten voort” (Jn 12,24). Hij zei ook: “Ikzelf moet van de aarde omhoog geheven worden en zo haal Ik allen naar Mij toe” (Jn 12,32). In werkelijkheid nam Hij het leven op de derde dag weer op zich, na de macht van de dood vertrapt te hebben. Toen zei Hij tegen de leerlingen: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga, en maak alle volkeren tot leerling; doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest” (Mt 28,18-19).

bron : www.dagelijksevangelie.org

De commentaren zijn gesloten.