30-04-16

Pasen

 

Aan allen een zalig Paasfeest

Christus is Verrezen, Hij is waarlijk Verrezen !

 

 

 

Lezingen van de Goddelijke Liturgie van Pasen

 verrijzenis7.jpg

Handelingen 1,1-8:

Jezus' laatste opdracht en hemelvaart [1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: 'Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.' [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: 'Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?' [7] Maar Hij zei tegen hen: 'Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.'

Evangelie :

Johannes, 1,1-17 Hoofdstuk 1

[1] In* het begin was het woord*, en het woord was bij God, en het woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles* is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, [4] had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. [6] Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. [7] Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. [8] Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. [9] Het* ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld* moest komen. [10] Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. [11] In zijn eigen* huis is Hij gekomen, en zijn eigen* mensen hebben Hem niet opgenomen. [12] Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven* in zijn naam. [13] Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. [14] Ja, het woord* is vlees geworden! Hij* is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren* Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid. [15] Van Hem legt Johannes getuigenis af en zijn verklaring luidt: 'Hem bedoelde ik toen ik zei: "Hij die na mij komt, is mijn meerdere, want vóór mij was Hij er al." ' [16] Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. [17] wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.

 

Geen hopeloos einde.....jpg

myrhhbearers.jpg

 

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar

2e Homilie voor de Heilige Nacht; PLS 2, 549-552 ; Sermon Morin Guelferbytanus 5

De nacht die ons bevrijdt van de slaap van de dood

Laten wij waken, geliefden, want de herdenking aan Christus' graflegging heeft geduurd tot deze nacht, om nog in deze nacht zelf tot de bekroning van de verrijzenis te komen naar het lichaam, dat toen, hangend aan het kruishout, werd bespot, maar dat nu in de hemel en op aarde wordt aanbeden. Die nacht behoort, zoals bekend, bij de volgende dag, de zondag, die wij beschouwen als de dag van de Heer. Hij moest vanzelfsprekend 's nachts verrijzen, omdat Hij door zijn verrijzenis onze duisternis heeft verlicht... Zoals ons geloof, gesterkt door de verrijzenis van Christus, alle slaap verjaagt, evenals de nacht, verlicht door ons waken vervult zich met helderheid. Ze laat ons hopen, met de Kerk verspreid over de hele aarde, om niet meer door de nacht verrast te worden (Mc 13,33).

Bij veel volken waar dit feest, overal zo plechtig, verzamelt in de naam van Christus, is de zon ondergegaan - maar de dag is niet gevallen; de helderheid van de hemel heeft plaats gemaakt voor de helderheid van de aarde... Degene die ons zijn Naam heeft gegeven (Ps 29,2) heeft ook deze nacht verlicht. Degene tegen wie we zeggen "U verlicht mijn duisternis" (Ps 19,29) verspreidt zijn helderheid in onze harten. Zoals de verblinde ogen deze stralende toortsen schouwen, zo liet onze verlichte geest ons zien hoe lichtend de nacht is - deze heilige nacht waarin de Heer in zijn eigen vlees is begonnen aan het leven dat geen slaap en geen dood kent!

bron : dagelijksevangelie.org

 

 

 

 

 

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.