10-06-16

1e oecumenisch concilie

7e zondag na Pasen - :

GEDACHTENIS VAN HET 1eOECUMENISCH CONCILIE EN DE 318 GODDRAGENDE VADERS DIE ERAAN DEEL HADDEN.

 

oecumenisch concilie 1.jpg

1e Oecumenisch concilie

 

Lezingen :

Handelingen 20,16-18, 28-36

[16] Want Paulus had besloten Efeze voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen. Hij had haast omdat hij zo mogelijk met Pinksteren in Jeruzalem wilde zijn.      [17] Van Milete uit stuurde hij een bode naar Efeze om de oudsten van de gemeente bijeen te roepen. [18] Toen die bij hem gekomen waren, zei* hij tegen hen: 'U weet hoe ik mij heb gedragen vanaf de eerste dag dat ik in Asia kwam, de hele tijd dat ik bij u was

28] Zorg goed voor uzelf en voor heel de kudde waarover de heilige Geest u als leiders heeft aangesteld om de kerk* van God te weiden, die Hij door het bloed van zijn eigen Zoon heeft verworven. [29] Ik weet dat na mijn vertrek gevaarlijke wolven bij u zullen binnendringen die de kudde niet sparen; [30] zelfs mensen uit uw eigen kring zullen de waarheid gaan verdraaien om de leerlingen achter zich aan te krijgen. [31] Wees daarom op uw hoede en houd in gedachten dat ik drie jaar lang dag en nacht onophoudelijk iedereen onder tranen gewaarschuwd heb. [32] En nu draag ik u op aan God en aan het woord van zijn genade, dat bij machte is om op te bouwen en het erfdeel te geven, met alle geheiligden. [33] Zilver of goud of kleding heb ik van niemand verlangd; [34] u weet zelf dat deze handen in mijn eigen behoeften en die van mijn metgezellen hebben voorzien. [35] In alles heb ik u laten zien dat men zo, door hard te werken, de zwakken moet helpen, gedachtig de woorden van de Heer Jezus, die zelf* heeft gezegd: "Het is zaliger te geven dan te ontvangen." ' [36] Na deze woorden knielde hij met hen allen neer en sprak een gebed.

EVANGELIE :

Johannes 17,1-13

Afscheidsgebed van Jezus [1] Na deze toespraak sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en bad: 'Vader, het uur is gekomen! Verheerlijk* uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijkt. [2] Laat Hem, krachtens de macht die U Hem gegeven hebt over alle mensen, eeuwig leven schenken aan al degenen die U aan Hem hebt toevertrouwd. [3] Eeuwig leven! Dat betekent dat ze U, de enige waarachtige God, leren kennen*, en ook degene die U gezonden hebt: Jezus Christus. [4] Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat U Mij te doen hebt gegeven. [5] Verheerlijk Mij nu, Vader, aan uw zijde, en bekleed Mij met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat*de wereld bestond.      [6] Ik* heb uw naam geopenbaard aan de mensen* uit de wereld, die U Mij had toevertrouwd. Ze waren van U, en U hebt hen aan Mij toevertrouwd. Ze hebben uw woord ter harte genomen. [7] Nu erkennen ze dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U komt. [8] Want de woorden die U Mij gegeven had, heb Ik aan hen doorgegeven, en zij hebben die aangenomen: ze hebben naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan; ze hebben geloofd dat U Mij hebt gezonden. [9] Voor hen bid Ik. Niet* voor de wereld, maar voor hen die U Mij hebt toevertrouwd bid Ik, omdat ze de uwen zijn - [10] al het mijne is trouwens het uwe en al het uwe is het mijne - en omdat in* hen mijn heerlijkheid zichtbaar is geworden. [11] Ik ben al niet meer in de wereld, maar zij, zij blijven in de wereld achter, terwijl Ik naar U toe kom. Heilige Vader, bewaar* hen in uw naam, die U Mij hebt toevertrouwd, opdat ze één mogen zijn zoals Wij. [12] Zolang Ik bij hen was, was het mijn taak hen te bewaren in uw naam, die naam die U Mij hebt toevertrouwd; Ik heb over hen gewaakt, en geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling zou gaan. [13] Nu kom Ik naar U toe, maar terwijl Ik nog in de wereld ben, zeg Ik dit alles opdat ze volkomen vervuld mogen zijn van mijn vreugde.

 

cherubijnen7.jpg

 

 Eerste Concilie van Nicea

Het Concilie van Nicea van 325 was het eerste oecumenische concilie. Voor het eerst kwamen bisschoppen uit het oostelijk deel en het westelijk deel van het Romeinse Rijk samen om zich te buigen over dringende zaken. Dit Concilie was allereerst bedoeld om een definitief oordeel uit te spreken over het arianisme.

Verdeeldheid in het Rijk

Keizer Constantijn de Grote, vanaf het jaar 324 alleenheerser over het Oosten en het Westen van het Romeinse Rijk, vreesde dat het imperium inwendig zou worden verscheurd door de ariaanse kwestie. Een aantal invloedrijke bisschoppen waren aanhanger van de leer van de Alexandrijnse priester Arius. Die ontkende dat Christus, de Logos, God was. Volgens Arius was de Logos uit de Vader geboren en dus was zijn goddelijkheid ondergeschikt aan die van de Schepper. Met andere woorden, de Zoon was een schepsel, dat niet in alle eeuwigheid had bestaan.

Constantijn alleenheerser

De christologie van Arius werd in Alexandrië als een gevaarlijke dwaling beschouwd, wat leidde tot zijn veroordeling. Arius nam zijn toevlucht tot bisschop Eusebius van Nicomedia, die goede banden had met keizer Constantijn, die toen nog heerser van het Westen was. Eusebius organiseerde in 320 een synode, waarin hij pleitte voor de rehabilitatie van Arius. Bisschop Alexander van Alexandrië weigerde dat en zocht steun bij tal van oostelijke bisschoppen die hun hoop op de augustus van het Westen hadden gevestigd. Toen Constantijn in 324 Licinius, de augustus van het Oosten, had verslagen, schrok hij van het kerkelijke conflict dat hij in het Oosten aantrof. Hij stuurde zijn gezant bisschop Ossius van Cordoba naar Alexandrië met als opdracht een einde te maken aan de twist.

Oecumenisch

Toen de oproep tot eenheid niets uithaalde, nam Constantijn het besluit de kwestie voor te leggen aan de gezamenlijke vergadering van alle bisschoppen van de 'oecumene', dat wil zeggen die van het Westen en het Oosten. De keizer had als augustus van het Westen al eerder een synode bijeengeroepen: het Concilie van Arles van 314, waar de donatisten van Carthago werden veroordeeld. Dit keer ging het echter om het de eenheid binnen heel het Rijk. Als alleenheerser was hij nu bij machte een oecumenisch concilie bijeen te roepen.

Nicea

Als locatie voor het concilie koos Constantijn het keizerlijk zomerpaleis in de stad Nicea in Bythinië (Grieks: Νικαια Βιθυνιας, Nikaia Bithynias; Latijn: Nicaea), het huidige Iznik in Turkije. Nicea, genoemd naar de overwinningsgodin Nikè, lag vlakbij Nicomedia (het huidige Izmit), de oostelijke hofstad. Volgens bisschop en geschiedschrijver Eusebius van Caesarea stelde de keizer postkoetsen ter beschikking om de bisschoppen vanuit uit alle gewesten van het rijk snel naar Nicea te vervoeren.

Concilievaders

Het concilie werd op 19 juni 325 geopend in aanwezigheid van de keizer. Er waren ongeveer 300 bisschoppen komen opdagen. Een aantal van hen had nog geleden onder de christenvervolgingen van keizer Diocletianus. Officieel was er sprake van 318 deelnemers, maar dat zou een symbolisch getal zijn, verwijzend naar het aantal strijdvaardige dienaren van Abraham (Gen. 14,14). De voornaamste anti-arianen waren: Alexander van Alexandrië, die zijn diaken Athanasius had meegenomen, Eustathius van Antiochië en Marcellus van Ancyra. De pro-Ariusfactie was ver in de minderheid. Invloedrijk was een middenpartij, die zich tot doel had gesteld een compromis te sluiten. Deze factie werd aangevoerd door Arius' protector, Eusebius van Nicomedia, die inmiddels Constantijns hofbisschop was geworden, en Eusebius van Caesarea. Uit het Westen waren er slechts vijf bisschoppen, onder wie Ossius van Cordoba. De bisschop van Rome, paus Sylvester I was er zelf niet, maar liet zich vertegenwoordigen door de priesters Vitus en Vincentius. Volgens een legende zou Nicolaas van Myra ook aan het concilie hebben deelgenomen.

Vader en Zoon

Het theologische debat ging over de verhouding van de Zoon tot de Vader. Allen waren het erover eens dat de Zoon geboren was uit de Vader. De arianen echter meenden dat de Zoon dan niet gelijk kon zijn aan de Vader. Toen de discussie daarover zich ontvouwde en steeds feller werd, stelde Eusebius van Nicomedia voor een formule te aanvaarden uit een door hem gebruikte geloofsbelijdenis, waarin de Heer Jezus Christus werd beleden als "God uit God, Licht uit Licht, Leven uit Leven, enige Zoon, geboren vóór alle schepselen, verwekt door de Vader vóór alle tijden, door wie alles geschapen is". Niemand had daar bezwaar tegen. Volgens Athanasius was het Ossius van Cordoba die toen voorstelde om het Alexandrijnse begrip ομοουσιος (homo-ousios) te gebruiken. Het betekent 'van hetzelfde wezen'. Men ging akkoord en men aanvaardde de formule ομοουσιον τωι Πατρι (homo-ousion tooi Patri), dat 'wezensgelijk aan de Vader' betekent. De Latijnse vaders vertaalde ουσιος echter niet met essentia, maar met substantia. De Latijnse formulering luidt dan ook: unius substantiae cum Patre. In 381 op het Concilie van Constantinopel (381) zou dit worden gewijzigd in consubstantialem Patri.

Geloofsbelijdenis

Het uiteindelijke resultaat was de Geloofsbelijdenis van Nicea. Onmiddellijk werd daar deze tekst aan toegevoegd: “Wie echter beweren: 'Er was eens een tijd dat Hij [de Zoon] niet bestond' en 'Voordat Hij geboren werd, bestond Hij niet' en 'Hij is uit het niets geworden' of wie zeggen: 'God is van een andere substantie of wezen' of 'Hij is geschapen of veranderlijk', hen vervloekt de katholieke Kerk (hos anathematizat catholica Ecclesia).” Daarmee waren Arius en de aanhangers van zijn leer officieel veroordeeld.

Paasdatum

Het Concilie hield zich na de afhandeling van de ariaanse kwestie ook nog bezig met de Paasdatum. Constantijn wenste voor heel zijn Rijk één Paasfeest, overal op dezelfde dag gevierd. Voordien vierde een aantal kerken de Verrijzenis op dezelfde dag als het Joodse Pesach: de 14e Nissan. De meerderheid wilde deze traditie opheffen, zodat Pasen altijd op een zondag viel. Besloten werd om de berekening van de kerken van Rome en Alexandrië te volgen.

Schisma van Meletius

Verder werd de kwestie rond het schisma van Meletius afgehandeld. Deze Egyptische bisschop was in conflict geraakt met bisschoppen die naar zijn smaak onterecht lapsi weer in de kerk hadden opgenomen. Meletius en zijn volgelingen stichtte een eigen kerk. Het Concilie wilde het schisma opheffen. De concilievaders besloten dat hij zijn bisschoppelijke waardigheid kon behouden. Degenen die door hem waren gewijd, moesten zich echter opnieuw laten wijden. De meletianen konden daar niet mee leven en besloten zich aan te sluiten bij de arianen.

Canons

Er werden ook zaken behandeld die de kerkelijke hiërarchie en de discipline betroffen, zoals bisschopswijdingen, de periode van het catechumenaat, de autonomie van de kerkprovincies, het priestercelibaat, de voorrechten van de kerken van Alexandrië, Antiochië en Rome, de erepositie van de kerk van Jeruzalem Deze werden samengevat in twintig canons. De eerste canon, heel opmerkelijk, betrof het verbod op zelfcastratie.

Ambtsjubileum keizer

De sluiting van het Concilie viel samen met het twintigjarig regeringsjubileum van Constantijn. De keizer vierde dit tezamen met de concilievaders tijdens een feestmaal. Bij het afscheid ontvingen ze van hem allerlei geschenken. Nogmaals vermaande hij de bisschoppen om de eenheid te bewaren. Na het Concilie werd de invloed van het arianisme echter steeds groter. Tijdens het Eerste Oecumenische van Constantinopel van 381 zou deze ketterij opnieuw worden veroordeeld.

 

De commentaren zijn gesloten.