24-08-16

Augustinus (354-430)

HEILIGENLEVEN

AUGUSTINUS (354-430

 

Augustinus werd geboren in Thagaste (Noord Afrika), als zoon van waarschijnlijk Berberse ouders. Hij krijgt een Romeinse opvoeding en wordt leraar. Na zijn bekering tot het christendom wordt hij uiteindelijk bisschop van Hippo, waar hij overlijdt op 75-jarige leeftijd. Hij heeft veel preken en boeken geschreven, maar zijn auto-biografie Belijdenissen is wel de bekendste.

Bekering:
Tijdens een geestelijke crisis in 386, op 32-jarige leeftijd, ging hij languit liggen onder een vijgenboom in de tuin van zijn woning in Milaan. Hij praatte wanhopig tegen God:
"... wel niet met deze woorden, met wel in deze geest: 'En gij, Heer, hoe lang nog? Hoe lang nog, Heer, zult gij steeds maar vertoornd zijn? Wees onze oude ongerechtigheden niet indachtig!' Want door die oude ongerechtigheden - dat merkte ik - werd ik vastgehouden. En ik stiet maar klaaglijke woorden uit: 'Hoe lang nog, hoe lang nog, dat "morgen" en weer "morgen"? Waarom niet meteen? Waarom niet op dit moment een eind aan mijn verfoeilijkheid? Dat zei ik maar en ik schreide maar in bittere vermorzeling van mijn hart.
En ineens, daar hoor ik een stem uit een naburig huis, een stem die zingende zei en steeds weer herhaalde, een stem als van een jongetje of van een meisje, ik weet het niet: "'Tolle, lege! Tolle lege!' ('Neem en lees!') En meteen veranderde mijn gezicht en begon ik ingespannen na te denken of kinderen bij een of ander spelletje iets van dien aard zingen; het wilde me niet te binnen schieten dat ik het ooit ergens had gehoord. Toen bedwong ik de heftige stroom van mijn tranen en stond op: de enige verklaring die ik kon geven was deze, dat ik van Godswege bevel kreeg om het boek te openen en de eerste passage waar mijn oog op viel te lezen." (Belijdenissen, 8, XII, 29)

 

augustinus546.jpg

Snel ging Augustinus terug naar de plek waar hij een Bijbelboek had neergelegd,

"toen ik was opgestaan en weggegaan. Ik pakte het, deed het open en las zwijgend de passage waar mijn ogen het eerst op vielen: 'Niet in brasserij en dronkenschap, niet in slaapkamers en oneerbaarheden, niet in twist en na-ijver, maar trekt de Heer Jezus Christus aan en vertroetelt niet het vlees in begeerlijkheid.' Verder lezen wilde ik niet en het was ook niet nodig. Want meteen, bij het eind van deze zin, stroomde er als een licht zekerheid in mijn hart binnen en vluchtte al de duisternis van mijn weifelen en twijfelen heen."

'Groot bent U, Heer,
U komt alle lof toe!
Groot is uw kracht,
uw inzicht is niet te meten.
Nu wil een mens U prijzen,
een deeltje van uw schepping,
ja, een mens die zijn sterfelijkheid
met zich meedraagt,
het bewijs van zijn zonde,
het bewijs dat U zich tegen de hoogmoedigen keert.
Toch wil hij U prijzen,
deze mens, dit deeltje van uw schepping,
en U zet hem aan daar vreugde in te vinden.
Want zo hebt U ons geschapen, gericht op U,
en ons hart kent geen rust tot het rust vindt in U.'
(Belijdenissen 1,1)
Augustinus wordt vaak afgebeeld met het brandende hart.
Het is bij hem een symbool van de liefde voor God en voor de mensen.

augustinus258.jpg

 

'U had mijn hart doorboord met de pijlen van uw liefde
en de woorden waarmee u mijn binnenste had doorstoken
droeg ik met mij mee.'
(Belijdenissen 9,3)
Zo was het met mij gesteld. Ik vond het beter om me over te geven aan uw
liefde dan te blijven leven volgens mijn eigen begeerte. En toch: het eerste
leek me beter en overwon mij, en het tweede leek me prettig en bond mij.
Als u tegen mij zei: "Ontwaak, slaper, sta op uit de doden en Christus zal
over u stralen" (Ef. 5,14), dan wist ik geen antwoord meer, want dát woord
was waar. Maar mijn antwoord was traag en slaperig: "Zo meteen. Nog
even, nog heel even!" Maar aan dat 'even' kwam geen eind, het werd lang.'

(Belijdenissen 8,5)
'Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden!
Dat zeggen de mensen tenminste.
Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed.
Wij zijn de tijden.
Zoals wij zijn, zijn de tijden….
Waarom teleurgesteld zijn, waarom mopperen op God?
De wereld is slecht, jazeker, slecht. ...
Wat is er dan zo slecht aan de wereld?
Want de hemel, de aarde en het water zijn niet slecht,
en alles wat daarin is, vissen, vogels en bomen ook niet.
Al die dingen zijn goed.
Nee, het zijn de slechte mensen die de wereld slecht maken!'
(Preek 80,8)
'Wees dus gewaarschuwd:
alleen op grond van de liefde
zijn de daden van de mensen te onderscheiden.
Er gebeuren veel dingen die ogenschijnlijk goed lijken
maar niet voortkomen uit de wortel van de liefde.
Ook dorens bloeien.
Sommige dingen lijken hard of onvriendelijk,
maar zij gebeuren om op te voeden en zijn door de liefde ingegeven.
Voor eens en altijd wordt je een kort bevel gegeven:
bemin en doe dan wat je wilt. Zwijg je, zwijg dan uit liefde.
Spreek je, spreek dan uit liefde. Wijs je iemand op fouten, doe het uit liefde.
Ontzie je iemand, doe het uit liefde.
Alleen vanuit de liefde wordt alles waardevol en zinvol.
Draag daarom de bron van de liefde in je hart,
want uit de liefde kan niets anders dan goeds voortkomen.'
(Preken over de eerste brief van Johannes 7,8)
Heer onze God, onder de schutse
van uw vleugels hopen wij.
escherm ons en draag ons.
U zult ons van kleins af aan dragen;
totdat onze haren vergrijsd zijn
zult U ons dragen.
Want als U onze kracht zijt,
dan zijn wij sterk,
terwijl onze sterkte enkel zwakheid is.
Bij U leeft al wat goed is voor ons,
voor altijd.
(Belijdenissen 4,16)
Pas laat ben ik van u gaan houden, schoonheid oud en toch zo nieuw! Pas laat ben ik van u gaan houden. Ja, u was binnen in mij en ik buiten en daar zocht ik u.. U was bij mij, maar ik was niet bij u. Geroepen hebt u en geschreeuwd, door mijn doofheid bent u heengebroken. Gestraald hebt u, geschitterd en mijn blindheid verjaagd. Heerlijk was uw geur, ik heb hem ingeademd en ik snak naar u. Ik heb u geproefd en nu honger en dorst ik naar u. U hebt mij aangeraakt en ik kwam in vuur en vlam te staan voor uw vrede.

Augustinus doop.jpg

 

De commentaren zijn gesloten.