24-09-16

14e zondag na Pinksteren : roeping van de eerste leerlingen

14e zondag na pinksteren

"Roeping van de eerste leerlingen"

 

roeping eerste leerlingen.jpg

LEZINGEN

2 kor.1,21-2,4

[21] En God zelf heeft ons samen met u in Christus* bevestigd en ons gezalfd*. [22] Hij heeft op ons zijn zegel* gedrukt en ons de Geest als onderpand* gegeven.

[23] Ik roep God aan als mijn getuige*, ik zweer bij mijn leven: alleen om u te sparen ben ik nog niet naar Korinte gekomen. [24] Niet dat wij heer en meester zijn van uw geloof; wij willen alleen bijdragen tot uw vreugde. Want in het geloof staat u stevig genoeg.

Hoofdstuk 2

[1] Want dit had ik mij vast voorgenomen: mijn eerstvolgend bezoek* aan u mocht onder geen beding weer een bezoek in droefheid zijn. [2] Want als ik u verdriet doe, wie moet mij dan opbeuren? Wie anders dan de mensen die ik bedroefd heb? [3] En daarom juist heb ik een brief* geschreven, om bij mijn komst geen droefheid te hoeven ondervinden van hen die mij juist moesten verblijden. Want ik ben zeker van u allen en ik ben ervan overtuigd dat mijn vreugde ook de vreugde van u allen is. [4] Toen ik schreef, was het dan ook met een bedrukt en beklemd gemoed en onder veel tranen. Ik wilde u niet verdrietig maken, maar u een blijk geven van de innige liefde die ik u toedraag.

 

Evangelie :

Lucas 5,1-11

 

Hoofdstuk 5

Roeping van enkele vissers

[1] Toen Hij aan het meer van Gennesaret stond en de mensenmenigte zich om Hem verdrong om het woord van God te horen, [2] zag Hij twee boten bij het meer liggen. De vissers waren van boord gegaan en spoelden de netten. [3] Hij stapte in een van die boten, die van Simon, en vroeg hem een eindje van het land af te varen. Hij ging zitten en vanuit de boot gaf Hij de mensen onderricht. [4] Toen Hij uitgesproken was zei Hij tegen Simon: ‘Vaar nu het meer op naar diep water. Daar moeten jullie je netten uitwerpen.’ [5] ‘Meester,’ antwoordde Simon, ‘de hele nacht hebben we ons al afgetobd zonder iets te vangen. Maar als U het zegt zal ik de netten uitwerpen.’ [6] Dat deden ze en ze vingen zo’n massa vis dat hun netten ervan scheurden. [7] Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Die kwamen, en beide boten vulden ze tot zinkens toe. [8] Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op z’n knieën voor Jezus en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, ik ben een zondig mens.’ [9] Want schrik had hem, en allen die bij hem waren, bevangen, vanwege de vissen die ze samen gevangen hadden. [10] Zo verging het ook Jakobus en Johannes, zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Maar Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang. Voortaan zul je mensen* vangen.’ [11] Ze brachten de boten aan land, lieten* alles achter en volgden Hem.

 

De commentaren zijn gesloten.