29-10-16

Johannes Cassianus : Kom en leer van Mij (Mt 11,29)

H. Johannes Cassianus (rond 360-435), stichter van een monasterium te Marseille
Conferenties, nr 15, 6-7

 

 

Cassianus.jpg

Johannes Cassianus

"Kom en leer van Mij" (Mt 11,29)

De groten in het geloof oefenden op geen enkele wijze de macht uit, die ze hadden om wonderen te doen. Ze bekenden dat het geen persoonlijke verdienste was, maar dat de barmhartigheid van de Heer alles had gedaan. Als men hun wonderen bewonderde, dan wimpelden ze de menselijke eer weg met de woorden die ze aan de apostelen ontleenden: "Waarom bent u zo verbaasd en waarom staart u ons aan alsof het aan onze eigen kracht of vroomheid te danken is dat deze man weer kan lopen?" (Hand 3,12). Niemand moest naar hun gevoel geëerd worden om de gaven en de wonderen van God..

Maar het gebeurt soms dat mensen die naar het kwaad neigen en laakbaar zijn op het gebied van het geloof, demonen uitdrijven en wonderen in de naam van de Heer doen. Daarover klaagden de apostelen een keer: "Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten, omdat hij U niet samen met ons volgt." Jezus zei toen tegen hen: "Verhinder het niet! Want wie niet tegen jullie is, is voor jullie." Maar aan het einde der tijden zullen die mensen zeggen: "Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?" En dan zal Ik hun rechtuit zeggen: "Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, jullie hebben het kwaad gedaan!" (Mt 7,22v).

Zij die Hij Zelf beloond heeft met de glorie van tekenen en de wonderen, geeft de Heer de waarschuwing om zichzelf daardoor niet te verheffen: "Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is" (Lc 10,20). De auteur van deze tekenen en wonderen roept zijn leerlingen op om zijn leer te ontvangen: "Kom en leer van Mij" – niet om de demonen door de hemelse krachten te verdrijven, noch om melaatsen te genezen, noch om licht te geven aan de blinden, noch om doden op te wekken, maar zegt Hij: "Leer dit van Mij: dat Ik zachtaardig en nederig van hart ben" (Mt 11, 28-29).

bron : www.dagelijksevangelie.org

De commentaren zijn gesloten.