28-12-16

Fulgentius van Roespé

Heiligenleven


De heilige Fulgentius van Roespé

FulgentiusRuspe.jpg

Heilige Fulgentius van Roespé


De heilige Fulgentius, bisschop van Roespé (Noord-Afrika) werd geboren in 467 in Thelepte, waar hij ook stadsbestuurder werd. Maar reeds spoedig gaf hij deze post op om monnik te worden. Toen hij 40 jaar oud was werd hij tot bisschop gekozen, maar samen met vele andere orthodoxe bisschoppen werd hij door de ariaanse vandalen verbannen naar het woeste Sardinië, waar hij vele jaren moest blijven. Hij was een belangrijke schrijver over de orthodoxe leer. Steeds verlangde hij ernaar om zich in een klooster terug te trekken, maar zijn gelovigen hingen zozeer aan hem, dat hij hen niet inde steek wilden laten. Zo stierf hij in 533 in het ambt, 66 jaar oud.


uit : heiligenlevens voor elke dag. uitg. Orthodox klooster. Den Haag

25-12-16

Kerstmis

FEEST VAN DE GEBOORTE VAN ONZE HEER EN GOD EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

 

 

geboorte van Christus 1.jpg

 

Lezingen

Galaten 4, 4-7

 

Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen die onder de wet stonden vrij te kopen, opdat wij de rang van zonen zouden krijgen. En dit is het bewijs dat u zonen bent: God heeft de geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader! U bent dus geen slaaf meer, maar zoon; en als u zoon bent, dan ook erfgenaam, door toedoen van God.

 

Evangelie : Matth.2,1-12 :

 

Van Betlehem naar Nazaret Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, ten tijde van koning Herodes, kwamen er uit het Oosten magiërs in Jeruzalem aan. Ze vroegen: 'Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Want wij hebben zijn ster zien opkomen en wij zijn gekomen om Hem te huldigen.' Toen koning Herodes hiervan hoorde, schrok hij, en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen en wilde van hen weten waar de Messias* geboren zou worden. Ze zeiden hem: 'In Betlehem in Judea. Want zo staat het geschreven bij de profeet: Betlehem, land van Juda, u bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leider voortkomen, die herder zal zijn van mijn volk Israël.' Toen riep Herodes de magiërs in stilte bij zich en vroeg nauwkeurig naar de tijd waarop de ster verschenen was. Hij stuurde hen naar Betlehem met de woorden: 'Ga een nauwkeurig onderzoek instellen naar het kind. Wanneer u het gevonden hebt, laat het mij dan weten; dan kan ook ik het gaan huldigen.' Toen ze de koning aan hoord hadden, gingen ze weg. Opeens ging de ster die ze hadden zien opkomen voor hen uit, tot ze bleef staan boven de plaats waar het kind was. Toen ze de ster zagen, werden ze met buitengewoon grote vreugde vervuld. Ze gingen het huis binnen en zagen het kind met zijn moeder Maria. Ze vielen op hun knieën en huldigden het. Ze haalden hun schatten tevoorschijn en gaven Hem goud, wierook en mirre als geschenk. En omdat ze in een droom gewaarschuwd waren om niet naar Herodes terug te keren, namen ze de wijk en gingen ze langs een andere weg naar hun land terug.

 

Kerstmis : Homilieën :

 

 

Genealogie van Jezus Christus : zo begint het Evangelie. Maar wat betekent deze lange lijst van hebreeuwse namen ? Voor de Joden is het de noodzaak om de afkomst van de Messias van Koning David te onderlijnen. Een andere betekenis : in deze lijst staan moordenaars, echtbrekers, bloedschenners. Indien Jezus wordt geboren in mijn ziel, dan wordt Hij geboren ondanks en doorheen de opeenstapeling van mijn zonden. Jezus doordringt, vindt zijn weg doorheen mijn fouten, Hij overstijgt ze de één na de ander. Dit is zijn genealogie in mij. In deze doordringing schittert zijn barmhartigheid, zijn minzaamheid, ook zijn kracht. Maria, die het kind draagt in haar schoot, en Jozef laten zich inschrijven in Bethlehem. Het is niet te Rome, noch te Athene, noch te Jerusalem dat Jezus wilde geboren worden. Zo ook is voor ons het mysterie van de Geboorte slechts toegankelijk in het arme dorpje van Judea. Opgaan naar Bethlehem, burger worden van Bethlehem, de nederige geest van Bethlehem verwerven, niet bezitten.
De engelen zeggen niet eenvoudigweg dat de Redder is geboren. Zij zeggen : "Een Redder is U geboren", Jezus wordt geboren voor elke herder. Zijn geboorte blijft voor elk van ons een zeer persoonlijke gebeurtenis; Jezus is een gave aan elke mens.
Er is geen plaats in de herberg, noch voor Maria die Jezus draagt, noch voor Jozef. Er is geen plaats in de herberg van de wereld voor de leerling van Jezus. Indien ik er in slaag om mij een plaats te bereiden, welke moeilijke gelegenheid! Wat is er gemeenschappelijk tussen de herberg en de kribbe ?

 

(Un moine de l'Eglise d'Orient "Jesus"

 

Nu blijft er ons alleen te weten hoe wij Christus kunnen laten komen in ons huis. Wij weten dat hij niet neerziet op een schamel huisje. Hij gaat zelfs bij de tollenaars wanneer zij Hem aanroepen met oprechte gevoelens. Meer nog, Hij komt aan de deur en klopt, zoals hij het zegt in de Apocalyps. Voor ons is Hij gekomen in een maagdelijke schoot en gevormd uit het bloed van de Maagd, Hij is op een wonderbare wijze geboren. Voor ons ziet Hij niet neer op een kribbe in een dierenstal waar hij wilde rusten in doeken gewikkeld. Hij zal ook onze armoedige hut niet verafschuwen indien wij hem met nederigheid bidden, want hij is barmhartig en hij houdt van de mensen, Hij verhoort de nederige smeekbeden. Hij verlaagt zichzelf tot aan onze nederigheid, laten wij ons voor zijn voeten werpen en hiermee de wijsheid van de wijzen navolgend. Laten wij neervallen aan de voeten van hem die niet meer in doeken gewikkeld is, maar die neerzit op de troon van glorie, met de vader en de Heilige Geest. In plaats van goud, wierook en myrrhe, laten wij hem ons nederig gebed toevertrouwen. En daar Hij zijn rust vindt in de christelijke naastenliefde, laten wij ons omgeven door naastenliefde, laten wij ons voorbereiden. Als wij onze hongerige broeder zien, laten wij hem te eten geven; als w<e hen zien die dorst hebben, laten wij hen te drinken geven; indien iemand naakt is, laten wij hem kleden; indien iemand reiziger is zonder dak boven het hoofd, laten wij hem opnemen in ons huis en geven wij hem hospitaliteit; indien iemand ziek is, laten wij hem bezoeken, troosten en hem dienen ; laten wij liefde betonen tegenover de gevangenen en dienen wij hen volgens onze middelen. In één woord, laten wij onze broeders liefhebben als onszelf.
(Tikhon ZADONSKY "Ascètes russes")

2e homelie over Kerstmis

Wat hebben wij te zeggen, Hoe moeten wij het zeggen ? Zo een wonder wekt verbazing in mij. De Oude van Dagen is een klein kind geworden. Diegene die troont op de verheven troon van de hemel is geboren in een kribbe. De ontastbare, de eenvoudige, de niet samengestelde, de on-lichamelijke is aangeraakt door mensenhanden. Diegene die de banden van de zonde heeft losgemaakt is met doeken omwikkeld, omdat Hij het zelf wilde. Hij heeft besloten om de slaafsheid te veranderen in eer, om de schande met glorie te omkleden, en om te tonen dat de grenzen van de vernedering deze zijn van kracht. Ziedaar waarom Hij mijn lichaam op zich heeft genomen : opdat ik het Woord waardig moge zijn. Hij neemt mijn vlees en geeft zijn Geest, Hij geeft en neemt, Hij bereid mij een levensschat voor. Hij heeft mijn vlees aangenomen om mij te heiligen; Hij geeft zijn Geest om mij te redden. Vandaag is de oude band losgemaakt, de Duivel in verwarring gebracht, de demonen zijn op de vlucht geslagen, de dood vernietigd, het paradijs heropend, de vervloeking opgeheven, de zonde verworpen, de dwaling verworpen, en de waarheid komt terug. Het woord van godsvrucht is overal verspreid, het doorkruist de ganse wereld. De wijze van leven in de hemel is gepland op aarde, de Engelen zijn in communicatie met de mensen, de mensen praten ermee zonder enige vrees. Waarom : God is op aarde gekomen, de mens is binnengeleid in de hemel : dat is de grote verandering....
Wat valt er nog te zeggen ? hoe moet men spreken ? Ik zie een timmerman, een kribbe, een kind, doeken, een Maagd die berooid een kind baart. Alles is arm, alles ademt de armoede. Maar zie toch de rijkdom in deze armoede ! Terwijl hij rijk was heeft Hij zich voor ons arm gemaakt...O armoede, bron van onze rijkdom !
(Heilige Johannes Chrysostomos)

Over het leven in Christus.
Indien ik goed kon zijn, dan zou ik in mijn binnenste een plaats bereiden voor de Zoon van God, en de heer Jezus zou in mijn ziel een aangename woonplaats bereiden. Hij zou het versieren, hij zou er muren bouwen die tegen alle aanvallen bestand zijn en hoge torens, om in mij , indien ik het zou verdienen, een waardig verblijf voor hem en zijn Vader. Hij zou aldus mijn ziel verfraaien om ze bekwaam te maken voor zijn wijsheid, zijn wetenschap, voor gans zijn heiligheid, zodanig dat hij er met Hem God de Vader zou doen binnentreden en er een woonplaats zou vinden, dat hij zelfs het voedsel zou nemen die hij zou hebben bereid. Om zijn genaden te ontvangen laten wij in onszelf een zuiver hart voorbereiden, opdat de Heer Jezus het waardig zou vinden om er zijn intrek te nemen.
(Origines (Alexandrië 185 - Césarée 253 env)

 

DE FEESTICOON VAN KERSTMIS

 

geboorte van Jezus2.jpg

Geboorte Jezus 2 groot !!.jpg

De icoon, die de geboorte van Christus voorstelt, roept heel wat vragen op:
* Wat wordt hier afgebeeld, en waar is dat op gebaseerd?
* Welke sfeer ademt deze Kersticoon?
* Waarom ligt het Christuskind in een grot?
* Wat betekenen die os en dat paard?
* Wie is die merkwaardige gestalte daar tegenover Jozef?
* Waarom ligt Maria met haar rug naar het kind toe?
* wat betekenen die twee vrouwen, die het kind in het bad
gaan doen?

In de kunst van het westen worden de voorstellingen van de geboorte van Christus doorgaans gekenmerkt door expressie van menselijke gevoelens: Maria is daar een liefdevolle, zorgzame moeder. De magiërs adoreren het kind. En de omgeving is die van een armoedige stal in winterse koude: het kind wordt nu en dan verwarmd door de adem van de dieren.
Op de Kersticonen is dit allemaal anders. De nadruk valt op de incarnatie (God is als mens verschenen): op het goddelijk licht dat in deze duistere wereld binnendringt in de gestalte van het goddelijke kind.
De magiërs zijn vorstelijk geklede heersers, mogelijk die uit psalm 72 (v. 10). Met de herders hebben zij gemeen, dat ze 'en profil' worden afgebeeld: omdat ze het licht nog niet hebben "gezien".
De grot verwijst naar deze wereld, een ruimte vol duisternis; en het kind is niet ècht een kind, maar een volwassene - voorzien van een aureool. De voederbak waar hij in ligt is tegelijkertijd een sarcofaag. Geboren worden is tegelijk het begin van sterven. De windsels zijn tegelijkertijd al een lijkwade (zie hiervoor de wijze waarop Lazarus wordt afgebeeld!)
In de eerste drie eeuwen kende de kerk geen Kerstfeest; men vierde epifanie. Op dit feest werden drie momenten herdacht waarop Jezus zich als de Christus openbaarde: de verschijning aan de wijzen uit het oosten, de doop in de Jordaan, de bruiloft in Kana waarop Jezus zijn eerste wonder verrichtte. De koningen die van verre komen (Jesaja 60: 8vv.) representeren de volken die de 'grote koning' komen vereren. En het doop is een verwijzing naar de doop waardoor de gelovigen met Jezus sterven en herboren worden.
In het protevangelie van Jacobus wordt de geboorte van Jezus beschreven als een zonsopgang: eerst zijn er wolken die licht worden en dan ineens is er een verblindend licht. Dat 25 december de geboortedag werd van Jezus hangt samen met het feit dat juist op die dag in het Romeinse Rijk het feest werd gevierd van Sol invictus, onoverwinnelijke zon. De invoering van het Kerstfeest, juist op deze dag, moet te maken hebben gehad met opportunisme van de kerk: het was opportuun om te verkondigen dat Christus, de zon der gerechtigheid, de plaats van deze zonnegod had overgenomen.
In de vierde eeuw ontstond binnen de kerk een stroming die bekend staat als het Arianisme: dit Arianisme zette vraagtekens achter de goddelijke natuur van Christus. Vandaar dat er behoefte ontstaat om te benadrukken, dat de verhevenheid en de majesteit van Christus al zichtbaar is geweest vanaf zijn geboorte: ook dit komt in de ikoon tot uitdrukking.
Waarom wendt Maria zich af van haar kind? Is het omdat ze "al deze woorden in haar hart overweegt" zoals we in het evangelie van Lucas lezen? Of is het om dat Jozef zich voor haar schaamt, zoals te lezen valt in het protoevangelie van Jacobus: "Waar zal ik u heenvoeren om uw schande te verbergen? Want deze plaats is verlaten? En hij vond aldaar een grot, en leidde haar daarin"? Het meest waarschijnlijk lijkt dat de afstand wordt gemarkeerd tussen het goddelijke kind en zijn (aardse) moeder. Toch neemt ook Maria, de Moeder Gods - zoals zij doorgaans in de oosterse traditie wordt genoemd - de gestalte aan van hemelkoningin: vandaar dat zij daar zo pontificaal is afgebeeld, liggend op een purperen kleed.
Jozef overdenkt wat het allemaal te betekenen heeft; de gestalte die met hem spreekt is volgens sommigen "de verzoeker" - in de gestalte van een herder; anderen menen dat het de profeet Jesaja is, die hem de oude profetieën te binnen brengt, waarin gesproken wordt over een meisje dat zwanger zal worden en een zoon zal baren.
Bij de geboorte opent zich de hemel: je zou verwachten dat het hemelse licht dan zichtbaar wordt, maar volgens de oosterse theologie is het hemelse licht voor mensen niet zichtbaar. We zouden het ook niet kunnen verdragen. In de aureolen en het goud wordt voor ons iets zichtbaar van een weerglans van het hemelse licht. Wat uit de hemel neerdaalt is de goddelijke geest, die zich uitstort over het kind. Hierbij valt te denken aan de doop in de Jordaan waarbij een stem uit de hemel zegt: "Gij zijt mijn zoon, de geliefde, in U heb ik mijn welbehagen".
De icoon reikt ons vele mogelijkheden aan tot meditatie: hebben we ervaring met de duisternis van deze wereld? Kunnen we onszelf identificeren met de 'herders', de 'vorsten' die op reis gaan om het kind te gaan zoeken? Kunnen wij 'het kind' zien als een licht, een gids, een Verlosser op onze eigen levensweg? Herkennen wij, zoals "de os en de ezel" in het Christuskind onze meester? (Zie Jesaja 1:3)

20-12-16

Christus het Hoofd

Augustinus

Christus het Hoofd

 

Augustine_Hippo_small.jpgWat voor zin heeft het in Christus te geloven als ge Hem tegelijkertijd verwenst ? Ge aanbidt Christus, het hoofd, maar ge verwenst zijn lichaam, de Kerk. Christus houdt van zijn lichaam.Ook al hebt ge u losgemaakt van zijn lichaam, het hoofd verlaat daarom zijn lichaam nog niet. Het hoofd roept u toe : zó heeft het geen zin Mij te vereren. Het is ongeveer als wanneer iemand u wil kussen, maar daarbij op uw voeten trapt. Met gespijkerde schoenen wellicht trapt hij uw voeten plat, wanneer hij uw hoofd wil vastnemen om u te kussen. Onderbreekt ge dan zijn vererende woorden niet met te roepen : kijk uit, ge trapt op mijn voeten ? Ge zegt niet : ge trapt op mijn hoofd. Het hoofd werd immers overladen met eer. Het hoofd spreekt dus eerder voor de vertrapte ledematen dan voor zichzelf. Het hoofd roept : ik wil uw eerbetoon niet : houd liever op mij te trappen.

Durft gij tot het hoofd zeggen : hoe heb ik u getrapt ? Ik wilde u toch slechts omhelzen en kussen : Begrijp ge dan niet dat er een levende eenheid bestaat tussen het hoofd dat ge wilt omhelzen en de leden die ge vertrapt ? Van boven wilt ge mij eren, van onder vertrapt hij mij. De pijn om het vertrappen is groter dan de vreugde om de omhelzing, want wat gij wilt omhelzen heeft pijn om de leden die gij vertrapt. De tong zegt "ik heb pijn", De tong zegt niet "mijn voet heeft pijn", maar "ik heb pijn", hoewel niemand de tong aangeraakt, gewond, geprikt of doorboord heeft.Toch lijdt de tong omdat zij verbonden is met het geheel van het lichaam. Zij moet noofzakelijk pijn hebben, zolang zij niet van het lichaam gescheiden is.
Daarom heeft onze Heer Jezus Christus bij zijn hemelvaart op de veertigste dag, zijn lichaam dat hier op aarde moest blijven, aan onze zorg aanbevolen. Hij wist dat vele mensen Hem zouden eren omdat Hij ten hemel opgestegen is.Maar Hij wist ook dat hun verering nutteloos zou zijn, wanneer zij zijn leden op aarde zouden vertrappen. Om elke vergissing uit te sluiten en te voorkomen dat men het hoofd in de hemel zou aanbidden, maar de leden op aarde zou vertrappen, verklaarde Hij waar zijn leden te vinden zouden zijn. Dat waren zijn láátste woorden vóór Hij ten hemel steeg; daarna heeft hij niet meer gesproken op aarde. Hij beval zijn leden op aarde aan en ging heen. Christus spreekt niet meer op aarde. Hij spreekt nog wel vanuit de hemel. Wat is de reden dat Hij nog vanuit de hemel spreekt? De reden is dat zijn leden op aarde vertrapt worden. Tot Saulus sprak Hij vanuit de hemel : "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij ?" Ik ben wel ten hemel gestegen, maar ik verblijf nog evenzeer op aarde. Ik zit wel aan de rechterhand van de Vader, maar Ik heb nog honger, Ik lijd nog dorst en ben nog vraeemdeling op aarde.

uit : Augustinus : "eenheid en liefde" Augustinus preken over de eerste brief van Johannes" vertaling prof Van Bavel

 

15-12-16

zondag van de genealogie

26e zondag na Pinksteren

Zondag van de Vaders of van de Genealogie

 

 

genealogie 56.jpg

 

LEZINGEN

Eerste Lezing : Hebr.11,9-10, 17-40

9 Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, mede-erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten 10 omdat hij uitzag naar een stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd.
17 Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren. 18 Terwijl er tegen hem gezegd was: 'Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen,' 19 zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken, en daarom kreeg hij hem ook terug, bij wijze van voorafbeelding. 20 Door zijn geloof zegende Isaak Jakob en Esau, en hij dacht daarbij aan wat er in de toekomst zou gebeuren. 21 Door zijn geloof kon Jakob op zijn sterfbed de beide zonen van Jozef zegenen; daarna knielde hij neer, steunend op de greep van zijn stok. 22 Door zijn geloof sprak Jozef aan het eind van zijn leven al over de uittocht van het volk van Israël en gaf hij opdracht zijn gebeente dan mee te nemen. 23 Door hun geloof konden Mozes' ouders hem na zijn geboorte drie maanden verborgen houden. Ze vonden hun kind erg mooi en waren niet bang voor het bevel van de koning. 24 Door zijn geloof weigerde Mozes, toen hij volwassen werd, aangesproken te worden als zoon van een dochter van de farao. 25 Liever werd hij even slecht behandeld als het volk van God dan dat hij vluchtig voordeel had bij de zonde; 26 omdat hij uitzag naar de beloning waardeerde hij de smaad van Christus hoger dan de schatten van Egypte. 27 Door zijn geloof verliet hij Egypte zonder angst voor de woede van de koning; hij volhardde, als zag hij de Onzienlijke. 28 Door zijn geloof liet hij het pesachfeest vieren, en de deurposten met bloed besprenkelen opdat de doodsengel hun eerstgeborenen geen haar zou krenken. 29 Door het geloof kon het volk door de Rode Zee trekken als over droog land; toen de Egyptenaren dat ook probeerden werden ze verzwolgen. 30 Door dat geloof vielen de muren van Jericho toen het volk er zeven dagen lang omheen getrokken was. 31 Door haar geloof ontving de hoer Rachab de verkenners gastvrij in haar huis en is ze niet met de ongehoorzame bewoners van haar stad omgekomen.32 Wat valt hier nog aan toe te voegen? De tijd ontbreekt me om te vertellen over Gideon en Barak, Simson en Jefta, David en Samuel, en over de profeten, 33 die door hun geloof koninkrijken overwonnen, gerechtigheid lieten gelden, en kregen wat hun beloofd was; die leeuwen de muil toeklemden, 34 aan vuur de laaiende kracht ontnamen en ontkwamen aan de houw van het zwaard; die hun zwakheid krachtig overwonnen, in de oorlog machtige helden werden en vijandelijke legers op de vlucht joegen. 35 Vrouwen kregen hun doden terug doordat die uit de dood opstonden. Anderen werden gemarteld tot de dood erop volgde en wilden van geen vrijlating weten, omdat ze uitzagen naar een betere opstanding. 36 Weer anderen kregen te maken met bespotting en geseling, zelfs met arrestatie en gevangenschap. 37 Ze werden gestenigd of doormidden gezaagd, of stierven door een moordend zwaard. Ze zwierven rond in schapenvachten of geitenvellen, berooid, vernederd en mishandeld. 38 Ze doolden door verlaten oorden en berggebieden en verscholen zich in grotten en holen onder de grond. Ze waren voor de wereld te goed. 39 Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan 40 omdat God voor ons iets beters had voorzien, en hij hen niet zonder ons de volmaaktheid wilde laten bereiken.

 

Evangelie : Matth. 1,1-251

 

Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.2 Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broers, 3 Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram, 4 Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon, 5 Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isaï, 6 Isaï verwekte David, de koning.David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria, 7 Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asaf, 8 Asaf verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia, 9 Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia, 10 Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amos, Amos verwekte Josia, 11 Josia verwekte Jechonja en zijn broers ten tijde van de Babylonische ballingschap.12 Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiël, Sealtiël verwekte Zerubbabel, 13 Zerubbabel verwekte Abiud, Abiud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor, 14 Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud, 15 Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob, 16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt.17 Van Abraham tot David telt de lijst dus veertien generaties, van David tot de Babylonische ballingschap veertien generaties, en van de Babylonische ballingschap tot Christus veertien generaties.18 De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. 19 Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten. 20 Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: 'Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. 21 Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.' 22 Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: 23 'De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuel geven,' wat in onze taal betekent 'God met ons'. 24 Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar bij zich als zijn vrouw, 25 maar hij had geen gemeenschap met haar voordat ze haar zoon gebaard had. En hij gaf hem de naam Jezus

Simeon de nieuwe theoloog: hymne 2

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik
Hymne 2

 

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Symeon de Nieuwe Theoloog en Basilius

 

Hymne 2 :

"De engelen in de hemel schouwen onophoudelijk het gelaat van mijn Vader" (Mt 18,10)

Ik dank U omdat U me hebt gegeven om te leven,
om U te kennen en U te aanbidden, mijn God.
Want "het leven, dat is U kennen, U enige God" (Joh 17,3),
Schepper en Auteur van alles,
niet geschapen, zonder begin, uniek,
en uw Zoon, door U verwekt
en de Heilige Geest, uit U voortkomend,
de verenigde Drie-eenheid van alle lofzang...

Wat is er bij de engelen, bij de aartsengelen,
de machten, de cherubijnen en de serafijnen
en alle andere geliefde hemelse legerscharen,
aan heerlijkheid of aan onsterfelijk licht
aan vreugde, aan straling van onstoffelijk leven,
dan het enige licht van de Heilige Drie-eenheid?

Noem mij ook maar een onlichamelijk of lichamelijk wezen,
en je zult ontdekken dat God dat alles heeft gemaakt.
Als men je waarover ook spreekt, over die van de hemel,
die van de aarde, of die van de afgronden,
voor hen ook, voor allen, is er slechts één leven, één heerlijkheid
één verlangen en één koninkrijk,
één unieke rijkdom, vreugde, kroning, overwinning, vrede
of welke andere schittering het ook zij:
de kennis van de Oorsprong en de Oorzaak
van waar alles is gekomen, van waaruit alles is geboren.
Daar is Degene die de dingen van boven en van beneden handhaaft.
Daar is Degene die alle geestelijke wezens op orde brengt.
Daar is Degene die heerst over alle zichtbare wezens...

Ze zijn in kennis gegroeid en verdubbeld in vrees,
toen ze Satan zagen vallen
en diens knechten meegenomen door de zelfgenoegzaamheid.
Zij die gevallen zijn, zijn dat alles vergeten,
slaven van hun trots,
terwijl zij die er de kennis van bewaard hebben,
opgeheven zijn door vrees en liefde,
zich hechten aan hun Heer.
Zo maakte de erkenning van zijn heerschap
ook de groei van hun liefde
omdat ze de verblindende schittering van de Drie-eenheid
beter en helderder zagen.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

09-12-16

parochiefeest

fotos van het patroonfeest van de orthodoxe kerk van Gent

25 november 2016

 

image16[2373].JPG

KLIK OP DE FOTO

10:16 Gepost in fotos | Permalink | Commentaren (0)

heiligenleven : de heilige Eulogios

heiligenleven

 

De heilige Eulogion de Gastvrije

 

eulogios1.jpg

Miniatuur uit het Menologion van Basilios II


Hij was een steenhouwer in Egypte, een man met geweldige kracht. Overdag spande hij zich tot het uiterste in, maar s'avonds hield hij open tafel voor de armen en alle hongerigen.Hierdoor ontstonden vele vriendschappen, met leken en monniken. Vooral de monnik Daniël had een grote verering voor Eulogios, en hij stelde zich voor hem zijn liefdadigheid in groter verband te laten beoefenen. Hij wist een aantal rijke christenen te interesseren en bracht zo geld bij elkaar voor het oprichten van een pelgrimshuis, waar velen gespijzigd zouden kunnen worden. Toen Eulogios dit geld in handen kreeg, en hij een belangrijk man werd, bleek hij huier niet tegen opgewassen. Hij trok naar Constantinopel, waar hij de zaak groot zou aanpakken, maar al wat er gebeurde was dat hij een luxueuze villa inrichtte voor zichzelf met een stoet bedienden en een gemakkelijk leventje ging leiden. Dit liep natuurlijk spaak. Daniël kwam naar Constantinopel maar slaagde er niet in Eulogios weer in het rechte spoor te brengen, en keerde bedroefd terug. Hij kon verder niets doen dan voor zijn vriend te bidden. Het geval kwam echter keizer Justinianus ter oren; de zaak werd geconfiskeerd. Eulogios werd gevoelig gestraft en kwam met schande naar Egypte terug. Daniël sprak hem moed in en hielp hem zijn vroeger leven weer op te nemen. Door harde arbeid en gastvrijheid boette Eulogios zijn zonde uit. Toen de zwakte van de ouderdom het werk in de steengroeve onmogelijk maakte, trok Eulogios naar de monniken in de woestijn, waar hij leerde bidden en mediteren. Tenslotte is hij een heilige dood gestorven op 25 april van het jaar 585.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg.orth.klooster Den Haag.

02-12-16

24e zondag na Pinksteren

24e zondag na pinksteren

"Genezing op een sabbat van een vrouw"

genezing op sabbat2.jpg

LEZINGEN :

Efeziërs,2,14-22 :

Want Hij is onze vrede, Hij die de twee werelden* één gemaakt heeft, en de scheidsmuur* heeft neergehaald, door in zijn vlees de vijandschap*, [15] de wet* met haar geboden en verordeningen, te vernietigen. Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit die twee één nieuwe* mens te scheppen, [16] en beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis, waaraan* Hij de vijandschap heeft gedood. [17] En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u die veraf was en vrede aan hen die dichtbij waren. [18] Want door Hem hebben wij beiden in één Geest toegang tot de Vader.
[19] Zo* bent u dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, [20] gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten*, waarvan Christus Jezus zelf de hoeksteen is. [21] Op Hem, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt, groeit* het uit tot een heilige tempel in de Heer. [22] Op Hem wordt ook u mee opgebouwd tot een woning van God, in de Geest.

of

Galaten, 3,23- 4,5

[23] Vóór de komst van het geloof stonden wij onder bewaking van de wet, opgesloten tot het geloof zou worden geopenbaard. [24] De wet is dus voor ons een oppasser geweest tot de komst van Christus, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door het geloof. [25] Maar nu het geloof is gekomen, staan wij niet langer onder de oppasser. [26] Want u bent allemaal kinderen van God door het geloof, in Christus Jezus. [27] Want allemaal bent u in Christus gedoopt*, met Christus bekleed. [28] Er is geen Jood of Griek meer, er is geen slaaf of vrije, het is niet man en vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus. [29] Maar als u bij Christus hoort, dan bent u ook nageslacht van Abraham, erfgenamen overeenkomstig de belofte.
Hoofdstuk 4
[1] Ik* bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, hoewel hij heer van alles is; [2] maar hij staat onder voogden en beheerders tot het tijdstip* dat door zijn vader is bepaald. [3] Zo waren ook wij* slaven zolang we onmondig waren, onderworpen aan de machten* van de kosmos. [4] Maar toen de volheid* van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, [5] om hen die onder de wet stonden vrij te kopen, opdat wij de rang van zonen* zouden krijgen

EVANGELIE:

Lucas 13,10-17

Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? Moest deze dochter van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen.

of

Marcus,5,24-34

(24)Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem, en ze drongen tegen Hem op.
[25] Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan vloeiingen* leed. [26] Ze had veel te lijden gehad van allerlei dokters en alles uitgegeven wat ze had, en er geen baat bij gevonden; ze was er eerder op achteruitgegaan. [27] Omdat ze over Jezus gehoord had, kwam ze door de menigte naar Hem toe en raakte van achteren zijn kleren aan. [28] ‘Want’, dacht ze, ‘als ik zijn kleren maar aanraak, zal ik gered worden.’ [29] Meteen droogde de bron van haar bloed op, en ze voelde aan haar lichaam dat ze van haar kwaal was genezen. [30] Maar Jezus, die zelf meteen voelde dat er een kracht van Hem was uitgegaan, draaide zich in de menigte om en zei: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ [31] Zijn leerlingen zeiden tegen Hem: ‘U ziet hoe de menigte tegen U opdringt, en U zegt: “Wie heeft Mij aangeraakt?” ’ [32] Maar Hij keek rond om de vrouw te zien die dat gedaan had. [33] De vrouw werd bang en begon te beven, omdat ze wist wat er met haar gebeurd was. Ze kwam naar voren, wierp zich voor zijn voeten en vertelde Hem de hele waarheid. [34] Maar Hij zei haar: ‘Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding*; ga in vrede, en blijf van uw kwaal verlost.’