04-02-17

eerste zondag van de voorvasten

Zondag van de Tollenaar en de Farizeeër -

Begin van de voorvasten

 

 tollenaar en farizeeer5.png

LEZINGEN :

Eerste lezing : 2 Tim.3,10-15 :

U echter bent mij trouw gevolgd in mijn leer, mijn manier van leven en mijn streven, in mijn geloof, geduld, liefde en volharding, in de vervolgingen en in het lijden dat mij getroffen heeft in Antiochië, Ikonium en Lystra. Wat heb ik al niet moeten verduren! Maar de Heer heeft mij uit al die vervolgingen gered. Trouwens, allen die in Christus Jezus vroom willen leven, zullen vervolgd worden,terwijl booswichten en zwendelaars van kwaad tot erger vervallen: het zijn bedriegers die bedrogen worden. Houd u dus aan de leer die u gelovig hebt aanvaard. U weet wie u onderricht hebben. Van kindsbeen af kent u de heilige geschriften waaruit u de wijsheid kunt putten die u brengt tot de redding, door het geloof in Christus Jezus.

EVANGELIELEZING : Lucas 18,10-14 :

Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeën, de ander een tollenaar. De farizeeër ging daar staan en sprak in zijn gebed over zichzelf: "God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen, hebzuchtig, onrechtvaardig en overspelig, of zoals die tollenaar daar! Ik vast tweemaal per week en geef een tiende weg van al mijn inkomsten.De tollenaar daarentegen, die op een afstand bleef staan, durfde zelfs zijn ogen niet naar de hemel op te slaan. Hij sloeg zich vol berouw op de borst en zei: "O God, genade voor een arme zondaar!" Ik verzeker jullie dat deze man gerechtvaardigd naar huis ging, en de ander niet. Want ieder die zich verheft zal vernederd worden, maar wie zich vernedert zal verheven worden.'


-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 


"De tollenaar... durfde zelfs zijn ogen niet ten hemel heffen"

(Cyprianus van Carthago)

 

De mensen van gebed moeten hun smeekbeden en hun vragen met bescheidenheid, kalmte, terughoudendheid en discretie uitdrukken. Herinneren we ons dat we in aanwezigheid van God zijn. Het is nodig dat de houding van ons lichaam en de toon van onze stem aangenaam zijn voor God. Het past niet om uit te barsten in geschreeuw; het past om te bidden met bescheidenheid en terughoudendheid.

De Heer leert ons om te bidden in afzondering, in eenzaamheid en op afgelegen plaatsen en zelfs in onze binnenkamers (Mt 14,23; 6,6), hetgeen beter overeenkomt met het geloof. Wij weten dat God overal aanwezig is, Hij hoort en ziet alle mensen, de blik van zijn oppermachtige majesteit dringt door tot in het geheim. Er staat immers geschreven: "Ben Ik een God van nabij, luidt het woord van de Heer, en niet een God van verre? Zou zich iemand in schuilhoeken kunnen verschuilen, dat Ik hem niet zou zien? luidt het woord van de Heer. Vervul Ik niet de hemel en de aarde? luidt het woord van de Heer." (Jr 23,23-24).

De mens van gebed, mijn geliefde broeders en zusters, moet niet negeren hoe de tollenaar in de Tempel naast de farizeeër bad. Hij hief zijn ogen niet onbeschaamd ten hemel, hij stak zijn handen niet arrogant uit. Hij sloeg zich op de borst, hij erkende zijn innerlijke en verborgen zonden, hij smeekte om hulp van de goddelijke barmhartigheid. De farizeeër vertrouwde daarentegen op zichzelf. De tollenaar verdiende het om als rechtvaardig erkend te worden. Want hij bad zonder te hopen op heil door zijn onschuld, aangezien niemand onschuldig is. Maar hij bad door zijn zonden te bekennen, en zijn gebed werd verhoord door Degene die de nederigen vergeeft.

 

farizeer en de publicaan.jpg

De commentaren zijn gesloten.