28-02-17

heiligenleven : de heilige Theodoros Tyron

Heiligenleven

De heilige Theodoros Tyron

Theodore Tiro heilige.jpg

 

De heilige Theodoros Tyron leefde omstreeks 300; hij was afkomstig uit Kappadocië en diende bij het keurleger van de Tyronen. Toen hij eens standplaats had in de stad der Euchaïten, waar hij bij de bevolking een goede naam gekregen had door zijn rustig en evenwichtig optreden, beklaagde men zich bij hem over het levensgevaarlijke nabijgelegen woud, waar een agressief verscheurend dier huisde. Theodoros ging erop af en wist met levensgevaar het ondier te doden.
Als christen vroeg hij zich af of hij niet evenveel moed moest opbrengen om het onzichtbare monster, de duivel, te overwinnen. Hij besloot daarom zijn leven in te zetten voor Christus: hij weigerde aan de afgoden te offeren, beleed christen te zijn en spoorde vele anderen aan zijn voorbeeld te volgen. Om de onmacht der afgoden te demonstreren stak hij openlijk het heiligdom van de godin Rea in brand.
Hierna werd hij gevangen genomen en tot de vuurdood veroordeeld. In een visioen verscheen Christus hem en sprak hem moed in. Onder gebed en met lofhymnen beklom hij vrijwillig de brandstapel in 308; de vlammen doodden hem maar beschadigden zijn lichaam niet. Een vrouw uit de stad gaf geld voor zijn lichaam en bracht dit naar de kerk, waar het met veel eer begraven werd. Het graf werd een bedevaartplaats waar veel wonderen gebeurden. Zijn naam is ook verbonden aan het gebruik van de kolyva op de eerste zaterdag van de vasten.

27-02-17

efrem de Syriër : “Vele mensen... hadden gehoord wat Hij allemaal deed en ze kwamen naar Hem toe”

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Commentaar op het overeenkomstige Evangelie, eindgebed; SC 121

 

 

efrem de syrier.jpg

 

“Vele mensen... hadden gehoord wat Hij allemaal deed en ze kwamen naar Hem toe”

O barmhartigheden, gezonden en verspreid over alle mensen! In U verblijven ze, Heer, U die uit medelijden met alle mensen, hun tegemoet bent gegaan. Door uw dood hebt U de schatten van uw barmhartigheden geopend... Uw diepe wezen is immers verborgen voor het zicht van de mensen, maar wordt geschetst in zijn minste bewegingen. Uw werken leveren ons de schets van hun Maker, en de schepselen wijzen ons naar hun Schepper (Wijsh 13,1; Rm 1,20), opdat wij kunnen raken aan Degene die zich ontkleedt voor de intellectuele zoektocht, maar die zich in de gaven laat zien. Het is moeilijk om van gelaat tot gelaat bij Hem te komen, maar het is gemakkelijk om Hem te benaderen.

Onze genadevolle handelingen zijn onvoldoende, maar wij aanbidden U in alle dingen om uw liefde voor alle mensen. U onderscheidt ieder van ons door de diepte van ons onzichtbaar wezen, wij zijn allen fundamenteel verbonden door de unieke natuur van Adam... Wij aanbidden U, U hebt ieder van ons in deze wereld gezet, U, die ons alles heeft toevertrouwd dat zich daarin bevindt. en U, die ons eruit zal trekken op het uur dat wij niet kennen. Wij aanbidden U, U hebt het woord in onze monden gelegd, opdat wij U onze vragen zouden kunnen stellen. Adam bejubelt U, hij rust in de vrede, en wij, zijn nakomelingen, met hem, want wij zijn allen begunstigden van uw genade. De winden loven U..., de aarde looft U..., de zeeën loven U, de bomen loven U..., ook de planten en de bloemen zegenen U... Dat alle dingen zich verzamelen en hun stem verenigen om U te loven, en rivaliseren in de dankzegging voor al uw goedheid en zich verenigen in de vrede om U te zegenen; dat alle dingen zich gezamenlijk in een lofzang voor U verheffen.

Dat we opnieuw met heel onze wil reiken naar U en dat U weer een beetje van uw overvloed over ons giet, opdat de waarheid ons bekeert en dat zo onze zwakheid verdwijnt, die, zonder uw genade, niet tot U kan komen, U Meester van de gaven.

www.dagelijksevangelie.org

Basilius de Grote

Basilius de grote.jpg

24-02-17

vergevingszondag


Laatste zondag van de voorvasten

De verbanning van Adam uit het paradijs

Vergevingszondag

verbanning van adam.gif

De verbanning van Adam uit het paradijs

 

​ 

Lied over vergeving

 LEZINGEN :

 

 Eerste lezing : Rom.13,11-14,5

Waakzaam zijn
U weet trouwens hoe laat het is, u weet dat het uur om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Nu is onze redding dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken van de duisternis en ons toerusten met de wapens van het licht. Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons onthouden van zwelgpartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd. Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en vertroetel uw lichaam niet; er mogen geen begeerten worden opgewekt.

Verdraagzaam zijn
Aanvaard ieder die zwak is in het geloof, zonder zijn opvattingen te betwisten. De een is ervan overtuigd dat hij alles mag eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard. Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden. De een maakt onderscheid tussen de dagen, voor de ander zijn ze alle gelijk. Gun ieder zijn eigen overtuiging

 EVANGELIE : Matth.6,14-21

Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal je Vader jullie overtredingen ook niet vergeven.
Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen.

Maak je geen zorgen!
Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen. Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze te stelen. Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

 

vergeving555.jpg

21-02-17

Ireneus van Lyon :“Wie een van zulke kinderen ontvangt in mijn naam, ontvangt Mij”

H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar
Tegen de ketterijen, IV, 38, 1-2

 

irenaeus-1.jpg

Ireneüs van Lyon


“Wie een van zulke kinderen ontvangt in mijn naam, ontvangt Mij”

 

 

Had God de mens niet vanaf het begin volmaakt kunnen maken? God, die sinds alle tijden gelijk is aan zich zichzelf en ongeschapen is, vermag alles. Maar omdat de schepsels een begin hebben na Hem, zijn zij noodzakelijkerwijs minder dan Hij die hen gemaakt heeft… Geschapen zijnde zijn zij onvolmaakt; geboren zijnde zijn zij kinderlijk, en als kinderen zijn zij de volmaakte staat niet gewoon, noch daarin geoefend…. God was dus wel in staat om de mens vanaf het begin volmaaktheid te geven, maar de mens was niet in staat deze te ontvangen omdat hij nog maar een kind was.

Daarom kwam onze Heer in die laatste dagen, na alles in zich overwogen te hebben, niet tot ons naar zijn vermogen, maar zoals wij Hem konden zien. Hij had wel in zijn onuitsprekelijke heerlijkheid tot ons kunnen komen, maar wij zouden nog niet in staat zijn geweest de grootte van zijn heerlijkheid te verdragen… Het Woord Gods is, ondanks zijn volmaaktheid, als kind tot ons gekomen, niet om wille van zichzelf, maar vanwege de kinderlijke staat van de mens.

www.dagelijks evangelie.org

20-02-17

heilige Theodora

Heiligenleven

De heilige Theodora Keizerin

 

theodora imperatrice.jpg

Heilige Theodora

De heilige Theodora, keizerin, was de vrouw van Theofilos, de iconenbestrijder. Deze had de orthodoxe patriarch Methodios uit Constantinopel verbannen en de onwaardige Johannes de Magiër tot patriarch benoemd, en een verbod ingesteld op de verering van de iconen. Daarmee wilde hij tegemoet komen aan de moslims, die de christenen van afgoderij beschuldigden. Tevens wilde hij op deze wijze de invloed van de kerk op het volk verminderen, die hem in de weg stond bij zijn streven naar de absolute macht.
Theodora durfde zich niet openlijk tegen het verbod te verzetten, maar zij bewaarde zoveel mogelijk iconen in haar eigen vertrekken en bad voortdurend voor de vrijheid van de christenen. Ook haar kinderen voedde zij zoveel mogelijk op in de orthodoxie, ondanks langjarige moeilijkheden met haar echtgenoot. Na twaalf jaar werd deze door een dodelijke ingewandsziekte getroffen, waarin hij trouw door Theodora werd verpleegd, en kort voor zijn dood kwam hij tot inkeer.
Daarna was Theodora regentes over de driejarige Michaël, de troonopvolger, en zij gebruikte haar invloed om voorzichtig-aan de Kerk de vrijheid te schenken. De verbannen patriarch Methodios werd teruggeroepen, en onder zijn leiding kwam in 843 een synode bijeen, die de besluiten bekrachtigde van het 7e oecumenische concilie van 786, dat de verering der iconen verdedigd had.
Met een plechtige processie werden de iconen in ere hersteld, en als bekroning van dit feit werd de zondag van de orthodoxie ingesteld, welke nog steeds gevierd wordt op de eerste zondag van de Grote Vasten.
Deze eclatante overwinning bracht Theodora echter geen persoonlijk geluk. Haar bestuur werd voortdurend betwist door haar broer Bardas, die ook grote invloed uitoefende op de opgroeiende Michaël, in wie hij de honger naar macht steeds feller aanwakkerde. Nog voor zijn meerderjarigheid wist deze zijn moeder met zijn vier zusters naar een klooster te verdrijven, waar zij bleven tot hun dood. Theodora leefde daar nog acht jaar in volledige toewijding en stierf in 867, kort nadat Bardas op last van Michaël was vermoord. In hetzelfde jaar kwam ook Michaël zelf door moordenaarshanden om het leven.

17-02-17

derde zondag van de voorvasten : het laatste oordeel

Derde zondag van de voorvasten

 

ZONDAG VAN HET LAATSTE OORDEEL

 

Laatste oordeel77.jpg

 

lezingen

 1 kor.8,8-9,2

[8] Voedsel brengt ons niet dichter bij God; wij verliezen er niets bij als wij het niet eten, en als wij het wel eten, worden wij er niet beter van. [9] Maar zorg ervoor dat uw vrijheid van handelen de zwakken geen aanstoot geeft. [10] Als zo iemand u, die daar geestelijk boven staat, in een afgodstempel aan een maaltijd ziet deelnemen, zal hij er dan, met zijn zwakke geweten, niet toe aangezet worden om ook offervlees te gaan eten? [11] Dan gaat ten gevolge van uw beter inzicht de zwakke verloren, een broeder voor wie Christus is gestorven. [12] Door zo te zondigen tegen de broeders, en hun angstvallige geweten te kwetsen, zondigt u tegen Christus. [13] Daarom, als mijn voedsel aanstoot geeft aan mijn broeder, zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, want ik wil mijn broeder geen aanstoot geven. de Heer? 9,2 Al ben ik voor anderen geen apostel, voor u toch zeker wel; want u bent in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap

EVANGELIE : Matth.,25,31-46

 Het oordeel van de Mensenzoon

[31] Wanneer de Mensenzoon* komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid. [32] Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. [33] De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand. [34] Dan zal de koning tegen hen die aan zijn rechterhand staan zeggen: “Kom, gezegenden van mijn Vader, neem het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt. [35] Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. [36] Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.” [37] Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? [38] Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed? [39] Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?” [40] De koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” [41] Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zal Hij zeggen: “Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen. [42] Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven, [43] Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed, Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie hebben niet naar Me omgezien.” [44] Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we U niet geholpen?” [45] Dan zal Hij hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan.” [46] Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.’

johannes Chrysostomos : "Ik heb het gezien, en ik heb getuigd: Hij is de Zoon van God"

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Homilie over de doop van Jezus Christus en over Epifanie

 

 

John_Chrysostom 258.jpg

"Ik heb het gezien, en ik heb getuigd: Hij is de Zoon van God"

Christus heeft zich niet aan allen gemanifesteerd op het moment van zijn geboorte, maar op het moment van zijn doop. Tot die dag kenden veel mensen Hem niet; bijna niemand wist dat Hij bestond en wie Hij was. Johannes de Doper zei: “Er is iemand onder U die U niet kent” (Joh 1,26). Johannes deelde dit niet-kennen van Christus tot aan Zijn doop: “Ook ik kende Hem niet, maar degene die me gezonden heeft om te dopen met water zei: ‘Degene op wie je de Heilige Geest zult zien neerdalen en rusten is gedoopt in de Heilige Geest’”…

Wat was eigenlijk de reden dat Johannes de Heer doopte? Het was, zei hij, om Hem aan iedereen bekend te maken. Paulus zegt het ook: “Johannes doopte ten teken van de bekering, maar zei aan het volk, dat ze moesten geloven Wie na hem kwam” (Hand 19,4). Daarom wordt Jezus door Johannes gedoopt. Van huis tot huis gaan en Christus voorstellen en zeggen dat Hij de Zoon van God is, zou de getuigenis voor Johannes moeilijk gemaakt hebben; Hem naar de synagoge brengen en Hem aanwijzen als de Redder, zou zijn getuigenis weinig geloofwaardigheid gegeven hebben. Maar te midden van de grote verzamelde menigte aan de oever van de Jordaan, ontvangt Jezus de duidelijke getuigenis van hoog uit de hemel, doordat de Heilige Geest op Hem neerkwam in de vorm van een duif, dit bevestigt zonder enig mogelijke twijfel de getuigenis van Johannes.

“Ik kende Hem niet”, zei Johannes. Wie heeft jou Christus leren kennen? “Degene die me gezonden heeft om te dopen”. En wat heeft Hij tegen je gezegd? “Degene op wie je de Geest ziet neerdalen en rusten, Hij is het, die doopt met de Heilige Geest.” De Heilige Geest openbaarde dus aan allen Degene waarover Johannes wonderbaarlijkheden had verkondigd, door neer te dalen en door Hem bij wijze van spreken aan te wijzen met zijn vleugel.

www.dagelijksevangelie.org

13-02-17

heiligenleven

 

Heiligenleven :

De heilige Theodora, keizerin

 

theodora imperatrice.jpg

 

De heilige Theodora, keizerin, was de vrouw van Theofilos, de iconenbestrijder. Deze had de orthodoxe patriarch Methodios uit Constantinopel verbannen en de onwaardige Johannes de Magiër tot patriarch benoemd, en een verbod ingesteld op de verering van de iconen. Daarmee wilde hij tegemoet komen aan de moslims, die de christenen van afgoderij beschuldigden. Tevens wilde hij op deze wijze de invloed van de kerk op het volk verminderen, die hem in de weg stond bij zijn streven naar de absolute macht.
Theodora durfde zich niet openlijk tegen het verbod te verzetten, maar zij bewaarde zoveel mogelijk iconen in haar eigen vertrekken en bad voortdurend voor de vrijheid van de christenen. Ook haar kinderen voedde zij zoveel mogelijk op in de orthodoxie, ondanks langjarige moeilijkheden met haar echtgenoot. Na twaalf jaar werd deze door een dodelijke ingewandsziekte getroffen, waarin hij trouw door Theodora werd verpleegd, en kort voor zijn dood kwam hij tot inkeer.
Daarna was Theodora regentes over de driejarige Michaël, de troonopvolger, en zij gebruikte haar invloed om voorzichtig-aan de Kerk de vrijheid te schenken. De verbannen patriarch Methodios werd teruggeroepen, en onder zijn leiding kwam in 843 een synode bijeen, die de besluiten bekrachtigde van het 7e oecumenische concilie van 786, dat de verering der iconen verdedigd had.
Met een plechtige processie werden de iconen in ere hersteld, en als bekroning van dit feit werd de zondag van de orthodoxie ingesteld, welke nog steeds gevierd wordt op de eerste zondag van de Grote Vasten.
Deze eclatante overwinning bracht Theodora echter geen persoonlijk geluk. Haar bestuur werd voortdurend betwist door haar broer Bardas, die ook grote invloed uitoefende op de opgroeiende Michaël, in wie hij de honger naar macht steeds feller aanwakkerde. Nog voor zijn meerderjarigheid wist deze zijn moeder met zijn vier zusters naar een klooster te verdrijven, waar zij bleven tot hun dood. Theodora leefde daar nog acht jaar in volledige toewijding en stierf in 867, kort nadat Bardas op last van Michaël was vermoord. In hetzelfde jaar kwam ook Michaël zelf door moordenaarshanden om het leven.

uit : heiligenlevens voor elke dag, orth.klooster Den Haag

11-02-17

tweede zondag van de voorvasten : de verloren zoon

 

Tweede zondag van de voorvasten

Van de verloren zoon

verloren zoon icoon.jpg

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : 1 Kor.6,12-20 :

Het lichaam als tempel van de Geest
'Alles is mij geoorloofd.' Ja, maar niet alles is goed voor mij. 'Alles mág ik.' Ja, maar ik moet mij door niets laten knechten. 'Het voedsel is er voor de buik en de buik voor het voedsel, en God zal aan allebei een eind maken.' Het lichaam is er echter niet voor de ontucht, maar voor de Heer, en de Heer voor het lichaam. God heeft niet alleen de Heer opgewekt, Hij zal ook ons laten opstaan door zijn kracht. U weet toch dat uw lichamen lichaamsdelen zijn van Christus? Zou ik dan van die lichaamsdelen van Christus lichaamsdelen van een hoer maken? Dat nooit! Of weet u niet dat hij die met een hoer omgang heeft, één met haar wordt? De Schrift zegt immers: Die twee zullen één zijn. Maar wie zich met de Heer verenigt, is met Hem één geest. Vlucht weg van ontucht. Elke andere zonde die een mens bedrijft, gaat buiten het lichaam om; maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam. U weet het: uw lichaam is een tempel van de heilige Geest die in u woont, die u van God hebt ontvangen. U bent niet van uzelf. U bent gekocht en de prijs is betaald. Eer God dus met uw lichaam.

EVANGELIE : Lucas 15,11-32 :

Gelijkenis van een vader met twee zonen
Hij zei: 'Iemand had twee zonen. De jongste zei tegen zijn vader: "Vader, geef mij mijn deel van de erfenis." En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land, waar hij het verkwistte in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had, kwam er een zware hongersnood over dat land en ook hij begon gebrek te lijden. Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land; die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden. Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten, maar niemand gaf hem wat. Toen kwam hij tot zichzelf en zei: "Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik verga hier van de honger! Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners." En hij ging terug naar zijn vader. Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd; snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem. "Vader," zei de zoon tegen hem, "ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten." Maar de vader zei tegen zijn slaven: "Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan, doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten. Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden." En het feest begon.
Maar zijn oudste zoon was nog op het land. Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was. Die antwoordde: "Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond en wel terug heeft." Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen. Daarop kwam zijn vader naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. Maar hij gaf zijn vader ten antwoord: "Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden, maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen met hoeren heeft verbrast, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht." Maar hij zei : "Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou. We moeten feestvieren en blij zijn, want die broer van je was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden." '