10-05-17

heiligenleven : de heilige Lupicinos abt van Condat

borders7777 (2).jpg

Heiligenleven

De heilige Lupicinos abt van Condat

Lupicino.JPG

Heilige Lupicinos abt van Condat

 

De heilige Lupicinius, abt van Condat, zocht met zijn jongere broer Romanus het kluizenaarsleven. Zij klommen rond in de rotsachtige bossen van het Jura-gebergte tot ze een geschikte plaats vonden in de woeste streek van Joux, waar zij leefden van bessen en wilde planten. Het viel hun echter steeds zwaarder om dit vol te houden en ten laatste gaven ze de moed op en daalden af naar de bewoonde vlakte. Daar zochten zij onderdak in de hut van een arme vrouw. Zij vertelden hoe zij God hadden willen dienen tussen de rotsen, maar dat ze het niet hadden kunnen volhouden. De vrouw had echter geen medelijden met hen, maar verweet hun dat zij de hand aan de ploeg hadden geslagen en nu terugkeken.
Ze voelden zich diep beschaamd en keerden naar de bergen terug. Intussen was het graan dat zij gezaaid hadden toch opgeschoten en de groenten die zij hadden uitgezet waren aan het groeien gegaan. Toen kwamen van alle kanten mannen naar hen toe die hun leven wilden delen. Zij gingen aan het werk, er werden bomen geveld en er werd gebouwd. En zie: daar was de abdij van Condat. Het aantal der monniken nam steeds meer toe, er trokken hele groepen weg voor nieuwe stichtingen in Lauconne en Romainmoutier, alle onder abt Lupicinius.
In zijn levensbeschrijving staat een gebeurtenis die de sfeer tekent van deze gemeenschappen. Een van de monniken, niet tevreden met de strenge regels van het huis, had zich bijzonder toegelegd op het vasten. Hij wilde niet eten op de tijd van de maaltijd, maar at noch dronk tot de vespers gezongen waren. Dan veegde hij de kruimels bijeen die de broeders op de grond hadden laten vallen, maakte die in zijn hand wat nat met water en gebruikte dat als zijn enige voedsel. Zijn gezondheid ging zienderogen achteruit en tenslotte lag hij volledig verlamd en uitgeteerd op zijn strozak, nauwelijks in staat om adem te halen, op sterven na dood. Maar hij bleef vasthouden aan zijn eetregel. Lupicinius dacht erover na hoe hij hem kon bereiken.
Op een mooie dag in de lente kwam hij bij hem en stelde hem voor naar buiten te gaan om wat bij te komen in de zon. En omdat de ander niet kon lopen, droeg hij hem op zijn rug naar buiten, en legde hem op een paar schapevachten‚ in het gras. Hij ging naast hem liggen, zei dat hij ook zo’n pijn had in armen en benen en begon zichzelf te wrijven. ‘Wat doet me dat goed’, zei hij. ‘Kom, broeder, laat me je rug en benen masseren, dan voel je je veel beter’. En inderdaad kon de broeder zijn benen weer een beetje uitstrekken in de zon. Toen ging Lupicinius naar de keuken, weekte wat stukjes brood in wijn, deed er wat olie overheen en kwam bij de broeder terug. ‘Luister toch naar me, lieve broeder, je bent al te hard geweest voor jezelf, volg mijn raad toch eens op.’ En samen met de broeder at hij het zo toebereide brood. En hij wreef hem nog eens, zong een hymne en deed een gebed en bracht hem weer naar zijn cel.
Dit deed hij een aantal dagen achtereen en langzamerhand kon de ander op zijn arm leunend zelf naar buiten strompelen. Het ging steeds beter en hij begon licht werk in de buitenlucht voor hem te zoeken, zoals het plukken van bessen. Op den duur kreeg de monnik zijn krachten terug en hij die eerst stervend was, leefde nog vele jaren.
Toen Lupicinius oud geworden was, ging hij op reis naar Genève, waar koning Chilperic zich toen ophield, om te pleiten voor een stam uit de Jura. Deze was in slavernij gebracht door een van de Bourgondische senatoren, die als een tiran over hen heerste. De oude man, gekleed in dierenhuid, won het van de vorstelijke senator. De mensen voor wie hij gekomen was, werden in vrijheid gesteld, en Chilperic schonk hem het vruchtgebruik van een aantal landerijen, ten behoeve van het klooster. Lupicinius is gestorven rond het midden van de 5e eeuw

 

romanus_5 Lipicinus.jpg

Lupicinus met zijn jongere broer Romanus

 

tekst romeinen.jpg

De commentaren zijn gesloten.