30-06-17

4e zondag na pinksteren

border sssss.gif

4e zondag na Pinksteren

Genezing van de knecht van een officier

genezing knecht officier2.jpg

LEZINGEN
Hebreeën 9, 1-7 :
Toch had ook het eerste verbond liturgische voorschriften en zijn eigen, aardse heiligdom. 2Er was een tabernakel, een tentheiligdom, ingericht, waarvan het voorste deel de kandelaar en de tafel met de toonbroden bevatte; dit noemde men het heilige. 3Achter het tweede voorhangsel was een gedeelte dat het allerheiligste werd genoemd. 4Daar stonden een gouden reukofferaltaar en de ark des verbonds, geheel met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden vaas met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had, en de tafelen van het verbond. 5Boven de ark waren de kerubs der heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden. Wij kunnen hier nu niet verder op ingaan. 6In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters bij de uitoefening van de eredienst geregeld de eerste ruimte binnen, 7maar de tweede wordt alleen door de hogepriesters betreden, slechts eenmaal in het jaar, en niet zonder het bloed dat hij opdraagt voor zichzelf en voor de tekortkomingen van het volk.

Evangelie , Matteus 8,5-13 :

GENEZING VAN DE KNECHT VAN EEN OFFICIER
5Toen Hij in Kafarnaüm aangekomen was, kwam een honderdman naar Hem toe die zijn hulp inriep met de woorden: 6“Heer, mijn knecht ligt verlamd in mijn huis en lijdt vreselijk pijn.” 7Hij sprak tot hem: “Ik zal hem komen genezen.” 8Maar de honderdman antwoordde: “Heer, ik ben het niet waard dat Gij onder mijn dak komt; maar een enkel woord van U is voldoende om mijn knecht te doen genezen. 9Want al ben ik zelf een ondergeschikte, ik heb weer manschappen onder mij; en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat; en tot een ander: kom, en hij komt; en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het.” 10Toen Jezus dit hoorde, stond Hij verwonderd en zei tot hen die Hem volgden: “Voorwaar Ik zeg u: Bij niemand in Israël heb Ik een zo groot geloof gevonden. 11Ik zeg u, dat velen uit het oosten en het westen zullen komen en met Abraham en Isaak en Jakob zullen aanzitten in het Rijk der hemelen; 12maar de kinderen van het Rijk zullen buitengeworpen worden in de duisternis; daar zal geween zijn en tandengeknars.” 13En tot de honderdman sprak Jezus: “Ga, zoals gij geloofd hebt, geschiede u.” En op datzelfde ogenblik werd de knecht gezond.

 

5ce1f1a78e09ceadf1cb00479280014c.jpg

27-06-17

ignatius van Antiochië

tekst ignatius van antiochie.jpg

Taïsia

borders0528 (2).jpg

Heiligenleven

De heilige Taïsia

Taisia heilige.jpg

Heilige Taïsia

 

De heilige Taïsia, een vrouw van buitengewone schoonheid, leefde daarvan in Alexandrië, in de 4e eeuw. Het kwam vaak tot een hevige strijd tussen haar minnaars, en zij was verantwoordelijk voor verschillende doden. De oude kluizenaar Pafnutios hoorde in de woestijn de verhalen hoe zij de jeugd het hoofd op hol bracht, en hij kwam tot de overtuiging dat hij met haar moest spreken. Hij ging naar de stad, trok gewone kleren aan, ging naar haar huis en vroeg haar te spreken. Zij ontving hem in haar schitterend verblijf, uitgestrekt op een kostbare divan. Pafnutios stond voor haar en keek haar aan. Zijn ogen vulden zich met tranen en hij sprak slechts met moeite. Hij zei: “Laat iedereen weggaan”. “Maar er is hier niemand dan God”, antwoordde zij. “Wat,” riep hij, “weet je dan dat God bestaat?” “Ja, ik ben christelijk opgevoed en ik weet dat dit waar is.” “En weet je dan ook dat de hemel er is voor de gerechten maar de hel voor de goddelozen?” En zij stamelde: “Ja.” Toen brak hij in wenen uit en snikte: “O almachtige God, zij kent U en weet wat Gij gereed hebt voor wie U dienen en wat voor wie U beledigen; en toch heeft zij zoveel arme zielen tot val gebracht, die U hadden kunnen aanschouwen en in Uw heerlijkheid hadden kunnen rusten in alle eeuwigheid, en die nu moeten jammeren in eindeloze ellende”.
Dit woord doorbrak de ijskorst van Taïsia's hart. Zij begon te beven, sprong overeind en viel neer voor de oudvader, omklemde zijn voeten en smeekte: “Vader, vader, laat mij zien hoe ik eraan kan ontkomen. Leer mij hoe ik berouw moet hebben!”
Hij zei dat hij voor haar een plaats ging gereed maken in het vrouwenklooster. Intussen maakte zij een brandstapel van haar rijke gewaden en kwam in oude kleren naar de cel die Pafnutios voor haar had ingericht. Hij verzegelde de deur achter haar en vroeg de zusters haar water en droog brood aan te reiken door het kleine deurvenster. En aan Taïsia verbood hij om zelfs maar haar handen ten hemel te heffen of de naam van God over haar lippen te laten komen, doch zich slechts naar het Oosten te richten en te zeggen: “Gij Die mij geschapen hebt, heb medelijden met mij.”
Drie jaren gingen zo voorbij. Pafnutios had veel over Taïsia nagedacht en voor haar gebeden en hij had medelijden met haar. Hij ging naar Abba Antonios en vroeg hem of hij de gestrengheid van haar boete zou mogen matigen, en of God haar zonden vergeven had. Antonios vroeg toen aan de broeders om een dag te vasten en de nacht door te brengen in gebed om te weten te komen wat Gods wil was. Terwijl zij zo in zwijgend gebed bijeen waren, sloeg de oudste leerling van Abba Antonios, de heilige Paulos de Simpele, plotseling de ogen op en zag in een visioen een plaats vol heerlijkheid in de hemel. En hij zei: “Dat is zeker de plaats voor mijn vader Antonios”. Maar een stem antwoordde hem: “Neen, zo is het niet; die plaats is voor Taïsia, de boetelinge”.
In grote vreugde haastte Pafnutios zich nu naar het klooster. Hij brak de deur van de cel open en zei tot Taïsia: “Kom naar buiten, de Heer heeft uw zonden vergeven”. Zij antwoordde: “Sinds de dag dat ik hier binnentrad, drukten zij mij als een ondraaglijke last, dag en nacht” . Waarop Pafnutios zei: “Juist daarom heeft de Heer u vergiffenis geschonken.” Nadat zij uit haar cel gekomen was, leefde Taïsia nog twee weken en ging toen over naar de Heer.

 

tekst bijbel spreuken346.jpg

 

 

 

25-06-17

“U doorzoekt de Schriften... welnu, juist die getuigen over Mij”


border0706.jpgH. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Commentaar op het overeenkomstig Evangelie, 1, 18-19 ; SC 121

Efraïm de syrier 12.jpg

“U doorzoekt de Schriften... welnu, juist die getuigen over Mij”

Het woord van God is een levensboom die je overal gezegende vruchten aanbiedt; ze is als een geopende rots in de woestijn, die voor elke mens overal, een geestelijke drank wordt: “Zij aten allemaal hetzelfde geestelijk voedsel, en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank” (1Kor 10,3; Ex 17,1v)

Dat degene die een deel van deze rijkdommen krijgt, niet gaat geloven dat er in het woord van God slechts dat is, wat hij erin vindt; dat hij er eerder rekening mee houdt dat hij slechts in staat was om er slechts één ding in te ontdekken tussen vele andere. Dat hij verrijkt door het woord niet gelooft dat deze verarmd is; dat ook al is hij niet in staat om haar rijkdom te putten, dat hij dankt voor haar grootheid. Verheug je, want je bent verzadigd, maar wordt niet bedroefd omdat de rijkdom van het woord je te boven gaat.

Degene die dorst heeft verheugt zich om te drinken, maar hij wordt niet bedroefd om zijn onmacht om de bron volledig te kunnen uitputten. Het is meer waard dat de bron je dorst lest, dan dat je dorst de bron uitput. Als je dorst gelest is zonder dat de bron uitgedroogd is, dan kun je, iedere keer dat je dorst zult hebben, opnieuw drinken. Als je daarentegen, door je te verzadigen, de bron uitput, dan zal je overwinning je ongeluk worden. Dank voor wat je hebt ontvangen en mopper niet over wat ongebruikt blijft. Wat je hebt genomen en meegenomen is van jou; maar wat blijft is ook je erfenis.

bron : www.dagelijksevangelie.org

tekst efraïm de Syriër.jpg

 

 

22-06-17

aardse en hemelse

border a14.jpg

3e zondag na Pinksteren

Het aardse in vergelijking met het hemelse

aardse.jpg

LEZINGEN

Romeinen 5,1-10

Leven in vrede met God
[1] Gerechtvaardigd door het geloof leven* wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. [2] Hij is het die ons door het geloof* de toegang* heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen* op onze hoop op de heerlijkheid* van God. [3] Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, [4] volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop. [5] En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.
[6] Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde* tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren. [7] Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens. [8] God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren. [9] Des te zekerder is het dat wij, eenmaal gerechtvaardigd door zijn bloed, dankzij Hem gered worden van de toorn*. [10] Toen wij vijanden waren, zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder is het dat wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven. [11] En dat niet alleen: nu reeds roemen wij op God door Jezus Christus onze Heer, door wie wij de verzoening hebben ontvangen.

 

Evangelie, Mattheüs 6,22-33

22] De lamp van het lichaam is het oog. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. [23] Maar als je oog slecht is, zal heel je lichaam duister zijn. Als nu binnenin je het licht duisternis is, hoe erg zal dan de duisternis zijn! [24] Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel* niet tegelijk dienen. [25] Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en het lichaam niet meer dan de kleding? [26] Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? [27] Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven? [28] En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet. [29] Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen. [30] Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen? [31] Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken? [32] Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt. [33] Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles

 

aardse2.jpg

20-06-17

de heilige Konstantijn XI

Jezus Maria en engelen.jpg

 

Heiligenleven

De heilige Konstantijn XI Paleologos

ConstantinoXI.jpg

De heilige martelaar Konstantijn Xl werd in 1405 geboren als 4e zoon van Keizer Manuel ll Paleologos. Zijn moeder was de Servische prinses Helena Dragas. Hij had een nauwe band met haar en gebruikte haar naam later als eretitel. Toen hij 17 jaar oud was probeerden de Turken, na in 1402 door de Mongoolse heerser Tamerlan verslagen te zijn, opnieuw Konstantinopel in te nemen. De stad kon toen nauwelijks verdedigd worden, en keizer Manuel stierf aan een beroerte.
De nieuwe keizer, Joannes Vlll Paleologos, zag in dat er hulp van het Westen moest komen, anders was de situatie hopeloos. De westerse voorwaarde voor hulp was echter gehoorzaamheid aan de paus, en vereniging van de Orthodoxe Kerk met die van Rome. Tijdens zijn afwezigheid had Konstantijn als regent een verdrag met de Turken gesloten, waardoor de stad verder gevrijwaard zou blijven voor aanvallen, tegen betaling van een jaarlijkse som geld. Na de terugkeer van Joannes, kregen Konstantijn en zijn andere broers elk een stuk van de Griekse Peloponnesos toegewezen, dat grotendeels onder het gezag van Byzantium viel. Binnen korte tijd was de gehele Peloponnesos onder controle, maar dit verontrustte de Turken en leidde ook tot strijd tussen de broers. Joannes haalde Konstantijn nu naar Konstantinopel, en gaf daarmee aan dat hij troonopvolger was.
ln 1437 ging Joannes weer naar ltalie voor hulp uit het Westen, en liet zich overhalen tot de Unie van Florence (1439), waardoor velen in Konstantinopel zich verraden voelden. Zij vertrouwden liever op God dan op een unie.
De verhouding met Rome leek echter beter. ln 1443 keerde Konstantijn naar Mistra in de Peloponnesos terug om het bestuur weer op zich te nemen, en hij herbouwde de verdedigingsmuur over de lsthmus bij Korinthe. De paus organiseerde daarop een kruistocht tegen de Turken, maar die werd volledig verslagen. Daarna versloeg Sultan Murad Konstantijn, zodat deze voortaan een jaarlijks tribuut moest betalen.
Op 6 januari 1449 werd Konstantijn tot keizer uitgeroepen in Mistra. ln 1451 werd de overleden Sultan Murad opgevolgd door zijn jonge zoon Mohammed ll. Deze zwoer dat hij Konstantinopel met rust zou laten, maar toch probeerde Konstantijn de paus over te halen zijn beloofde steun te geven. Deze weigerde, omdat de Orthodoxe Kerk de Unie van Florence verwierp.

Konstantijn probeerde van de nieuwe Turkse heerser meer geld los te krijgen voor het gevangen houden van diens voornaamste rivaal, maar zette hem daardoor aan tot beleg van Konstantinopel. Konstantijn verklaarde toen formeel de oorlog aan de sultan en maakte de stad gereed voor de belegering. Hernieuwde verzoeken om hulp uit het Westen hadden alleen de komst van een pauselijk gezantschap tot gevolg, dat van de situatie gebruik maakte de Unie van Florence door te zetten. Toen het Westen eindelijk in beweging kwam, was het te laat.
In 1453 liepen de voorraden in de stad ten einde, het voedsel werd onbetaalbaar. Goud en zilver uit de kerken werd gebruikt om de nood te lenigen.
Konstantijn hield persoonlijk toezicht op de aanleg van versterkingen waarmee de inwoners van de stad, mannen en vrouwen, dag en nacht bezig waren. Op Paasmaandag, 2 april 1453, begon de definitieve Turkse aanval met een niet aflatend bombardement, waartegen de driedubbele muren van Konstantinopel niet bestand waren: ze stortten stuk voor stuk in. Konstantijn vroeg de sultan om vrede, maar was niet bereid diens eis, de stad over te geven, in te wiligen.
De spanning in de stad werd ondraaglijk. De hulp uit het Westen was er niet en Konstantijn voelde zich bedrogen. Op 24 mei was er ook nog een maansverduistering, en viel de ikoon van de heilige Moeder Gods, de beschermster van de stad, op onverklaarbare wijze op de grond.
In afwachting van de bestorming werden de bombardementen plotseling gestopt. In de stad werd een laatste processie gehouden, met Konstantijn aan het hoofd. Daarna sprak hij zijn soldaten toe, en zijn woorden maakten grote indruk.
Tijdens de liturgie die volgde, de eerste die na de proclamatie van de Unie van Florence in de Agia Sofia werd gehouden, ontving hij de Communie, daarna ging hij zijn troepen op de muren inspecteren.
In de ochtend van 29 mei kwam de bestorming. Na zes uur slaagden de aanvallers erin de Turkse vlag te hijsen op een van de torens, waarop er paniek uitbrak in de stad. Konstantijn wierp zijn keizerlijke eretekens af en wierp zich met getrokken zwaard in de strijd.
Hij werd het laatst gezien bij de Poort van de heilige Romanos, waar hij roemrijk sneuvelde, zoals past voor de laatste keizer van het Byzantijnse Rijk.

heiligenlevens voor elke dag : orth.klooster Den Haag

 

border aaaaaaz.gif

heilige Pelagia

borders1458 (2).jpg

Heiligenleven

De heilige Pelagia

 

Pelagia van Antiochie.jpg

Heilige Pelagia

 

De heilige boetelinge Pelagia was de eerste actrice en danseres van het theater in Antiochië. De bisschop van de stad hield eens een synode, waarbij ook de oude bisschop Nonnos van Edessa aanwezig was, een oudvader uit de woestijn, die min of meer met geweld bisschop was gewijd, en die de gave van het overtuigende woord bezat. Tijdens de rustpauze zaten de bisschoppen buiten in de schaduw rustig met elkaar te praten. Juist passeerde toen Pelagia in haar stralende schoonheid, met rijke gewaden en kostbare paarlen‚ die haar de bijnaam Margarita hadden bezorgd. De bisschoppen wendden het hoofd af, maar Nonnos zag haar vol in het gezicht en staarde haar na tot zij uit het gezicht verdwenen was.
Hij vroeg toen aan de anderen of zij haar schoonheid hadden gezien, maar zij gaven geen antwoord. Toen boog Nonnos het hoofd over de knieën en toen hij weer opkeek zagen zij dat zijn boek nat was van tranen. En hij zei: “Het was inderdaad een schoon schouwspel, maar ik geloof dat God haar op onze weg heeft gebracht om een oordeel te vellen over ons leven als bisschop. Denk u toch in hoeveel tijd zij besteedt om zich te baden en te zalven en te kleden, en hoeveel inspannende oefeningen zij moet doen om haar beroep als danseres te kunnen uitoefenen. Vergelijken wij dat eens met de moeite die wij opbrengen voor onze taak, en of wij ons ook zo inspannen om onze ziel te reinigen en die behaaglijk te maken voor de ogen van onze rechtvaardige en heilige Heer.” En ‘s avonds, in de hem toegewezen cel, wierp hij zichzelf op de vloer en bad wenend, tot hij in slaap viel met zijn hoofd in zijn handen.
De volgende zondag werd Nonnos verzocht de preek te houden na het Evangelie. Hij was geen geleerde, maar hij was bezield door de Heilige Geest zodat het volk diep ontroerd was. Onder het gehoor bevond zich ook Pelagia, die uit nieuwsgierigheid naar de kerk was gegaan, waarin zij nog nooit een voet had gezet, want zij was een heidense. Haar ziel werd door God geraakt, zodat zij in snikken uitbarstte. Het was geen voorbijgaande ontroering, maar zij deed alles om Nonnos te spreken te krijgen en gedoopt te worden. Na haar doop verdween zij uit het gezicht.
Enkele jaren later kwam de diaken van bisschop Nonnos, die ook deze gebeurtenissen uitvoerig opgeschreven heeft, naar, Jeruzalem, met de opdracht van Nonnos om onderzoek te doen naar een monnik Pelagios. Hij vond deze in een kluis op de Olijfberg, en hoorde overal in Jeruzalem met veel eerbied over hem spreken. Toen hij die monnik de volgende dag opnieuw wilde bezoeken, kreeg hij geen antwoord meer op zijn kloppen: Pelagios was gestorven. Er werd een plechtige begrafenis voorbereid en toen bleek dat de vereerde kluizenaar een vrouw was geweest. Toen kwamen alle monniken en monialen uit de kloosters van Jericho en de Jordaan-streek, en zij begroeven haar met kaarsen en lampen en hymnen, terwijl het lichaam gedragen werd door de heilige Vvaders, in 457. Haar relieken bevinden zich te Jouarre in Frankrijk.

heiligenlevens voor elke dag : uitg.orth.klooster Den Haag

 

communie.jpg

19-06-17

“Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel”

border kruis249 (2).jpg

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Homilie over de Tweede brief aan de Korintiërs, 12,4 ; PG 61, 486

 

yekst chrysostomos joh.jpg

“Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel”

Alleen de christenen schatten de dingen op hun juiste waarde in, en ze hebben niet dezelfde redenen om zich te verheugen en bedroefd te zijn als de rest van de mensen. Bij het zien van een gewonde atleet, die op zijn hoofd de overwinningskroon draagt, kan iemand, die nooit ook maar een enkele sport heeft beoefend, alleen de blessures zien die deze mens laten lijden; hij kan zich het geluk van de gewonde atleet, dat zijn beloning hem verschaft, niet inbeelden. Zo doen de mensen waarover wij spreken. Ze weten dat wij beproevingen ondergaan, maar niet waarom wij ze verdragen. Ze zien slechts het lijden. Ze zien de strijd die we aanvaarden en de gevaren die ons bedreigen. Maar de beloningen en de bekroningen blijven voor hen verborgen, evenals de reden van onze strijd. Zoals Paulus bevestigt: “Wij lijken berooid van alles, maar we bezitten alles” (2Kor 6,10)...

Wat ons betreft, wanneer we onderworpen zijn aan een beproeving om Christus, verdragen we het dan onverschrokken, meer nog, met vreugde. Als we vasten, laten we dan huppelen van vreugde alsof we gelukzalig zijn. Als men ons beledigt, laten we dan blij dansen alsof we vervuld waren met lofzang. Als we pech hebben, beschouwen we het dan als winst. Als we aan de arme geven, overtuigen we ons er dan van dat wij ontvangen... Herinner je voor alles dat je strijd voor Jezus Christus. Dan zul je met plezier de strijd aangaan en je zult altijd in vreugde leven, want niets maakt ons zo gelukkig als een goed geweten.

 

tekst Chrysostomos47.jpg

16-06-17

eerste leerlingen

border YTY.jpg

2e zondag na Pinksteren

Roeping van de eerste leerlingen

 

EERSTE LEZING :

Romeinen 2,10-16

10.heerlijkheid, eer en vrede wacht een ieder die het goede doet, de Jood in de eerste plaats, maar ook de Griek. [11] Want God kent geen aanzien* des persoons.
Wet en besnijdenis
[12] Zij die zonder de wet* hebben gezondigd, zullen ook zonder de wet omkomen; en zij die met de wet hebben gezondigd, zullen door de wet worden veroordeeld. [13] Want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig in Gods oog; alleen de onderhouders van de wet zullen worden gerechtvaardigd. [14] Wanneer heidenen, die de wet niet hebben, uit zichzelf* doen wat de wet verlangt, zijn zij zichzelf tot wet, ook al bezitten zij de wet niet. [15] Zij tonen dat wat de wet vereist, in hun hart geschreven staat. Hun geweten getuigt daarvan, en hun gedachten, die hen over en weer beschuldigen of ook wel vrijspreken [16] op de dag dat God volgens mijn evangelie over de verborgen daden van de mens zal oordelen, door Christus Jezus.

EVANGELIE :

Matth.4,18-23

Roeping van enkele vissers
[18] Toen Hij eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij twee broers - Simon*, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas - het net uitwerpen in het meer; want het waren vissers. [19] Hij sprak hen aan: 'Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken.' [20] Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem. [21] Verderop zag Hij nog twee broers, Jakobus van Zebedeüs en zijn broer Johannes; ze waren in de boot met hun vader Zebedeüs hun netten aan het klaren. Hij riep hen. [22] Meteen lieten ze de boot en hun vader achter en volgden Hem.

Een grote menigte volgt Hem
[23] Hij trok rond in heel Galilea, terwijl Hij in hun synagogen onderricht gaf, de goede boodschap verkondigde van het koninkrijk, en elke ziekte en elke kwaal onder het volk genas.

 

13bdca073a04b9c2a1fe406df441c145.jpg

akathistos hymne in het Engels

 

 

De hymne Akathistos is gemeenschappelijk aan alle christenen van de Byzantijnse ritus, of zij nu katholiek of orthodox zijn. Zo vormt ze een oude en plechtige brug naar de volledige gemeenschap van de Kerk in het Oosten en het Westen.

 

Hymne Akathistos, eerste deel, strofe 1-12

 

1. A prince of the angels
was sent from heaven,
to say to the Mother of God, 'Hail!' [Three times]
And as, at his bodiless voice,
he saw you, Lord, embodied,
he was astounded and stood still,
crying out to her like this:

Hail, you through whom — joy — will shine out,
Hail, you through whom — the curse — will cease.

Hail, recalling — of fallen Adam,
Hail, redemption — of the tears of Eve.

Hail, height hard to climb —for human thoughts,
Hail, depth hard to scan — even for angels' eyes.

Hail, for you are — a throne for the King,
Hail, for you carry — the One who carries all.

Hail, star — that makes visible the Sun,
Hail, womb — of divine incarnation.

Hail, you through whom — creation — is renewed.
Hail, you through whom — the Creator — becomes a babe.

Hail, Bride without bridegroom.

2. But the holy Virgin,
seeing herself pure,
says boldly to Gabriel,
'The strangeness of your words
seems hard for my soul to accept.
For from a conception without seed
you foretell pregnancy, as you cry:

Alleluia!'

3. Calling to the ministering angel,
the Virgin sought to know unknown knowledge,
'From a pure womb how
can a son be born? Tell me.'
He spoke to her in fear, only crying out:

Hail, initiate — of an ineffable counsel,
Hail, faith — in things that demand silence.

Hail, beginning — of Christ's wonders,
Hail, crown — of his teachings.

Hail, heavenly ladder — by which God came down,
Hail, bridge, leading — those from earth to heaven.

Hail, wonder — well-known — among the angels,
Hail, wound — much lamented — by the demons.

Hail, for ineffably — you gave birth to the Light,
Hail, for to none — you revealed the mystery.

Hail, you that surpass — the knowledge of the wise,
Hail, you that pour light on —the minds of believers.

Hail, Bride without bridegroom.

4. Divine power of the Most High
then overshadowed
for conception the one who knew not wedlock.
And he made her womb fruitful
as a fertile field for all
who wish to reap salvation
as they sing:

Alleluia!

5. Enclosing God
within her womb, the Virgin
hastened to Elisabeth;
whose infant at once
recognised her greeting, and rejoicing
with leaps as though with songs,
cried out to the Mother of God:

Hail, vine — with a branch that does not wither,
Hail, orchard — of fruit that bears no taint.

Hail, for you husband — the Husbandman who loves humankind,
Hail, for you cultivate — the Cultivator of our life.

Hail, ploughland yielding — a rich harvest — of compassion,
Hail, table laden — with abundance — of mercy.

Hail, for you make the meadow of delight — flower again,
Hail, for you make ready a haven — for the soul.

Hail, acceptable incense of intercession,
Hail, propitiation for the whole world.

Hail, good pleasure — of God — towards mortals,
Hail, freedom of speech — of mortals — towards God.

Hail, Bride without bridegroom.

6. Feeling in himself a storm of doubtful thoughts,
prudent Joseph was troubled,
seeing that you were unwedded,
and he suspected a stolen union, blameless Maiden.
But when he learnt that your conceiving was
from the Holy Spirit, he said:

Alleluia!

7. God's coming in the flesh
the Shepherds heard
the angels praising.
And hastening as to a shepherd,
they see him as a spotless lamb
being pastured in the womb of Mary.
Praising her they said:

Hail, mother of the lamb and shepherd,
Hail, fold of spiritual sheep.

Hail, defence — against unseen foes.
Hail, key that opens — the doors of Paradise.

Hail, for things in heaven — exult with earth,
Hail, for things on earth — rejoice with heaven.

Hail, never-silent — voice — of the Apostles,
Hail, never-conquered — courage — of the Champions.

Hail, firm — foundation of the Faith,
Hail, shining — revelation of Grace.

Hail, you through whom — Hell was stripped bare,
Hail, you through whom — we were clothed with glory.

Hail, Bride without bridegroom.

8. Having seen a star
leading to God, Magi
followed its radiance.
Holding to it as a beacon,
through it they searched for a mighty king.
And having attained the Unattainable
they rejoiced and cried to him:

Alleluia!

9. In the hands of the Virgin
children of the Chaldeans saw
the one who with his hands fashioned humankind.
And knowing him to be their Master,
though he had taken the form of a servant,
they hastened to honour him with their gifts
and to cry to the Blessed Maiden:

Hail, mother of the star that never sets,
Hail, radiance of the mystical day.

Hail, for you quenched the furnace of deception,
Hail, for you enlighten the initiates of the Trinity.

Hail, for you cast out from his rule — the inhuman tyrant,
Hail, for you revealed Christ, — the Lord who loves humankind.

Hail, deliverance— from pagan worship,
Hail, liberation — from filthy deeds.

Hail, for you ended — the worship of fire,
Hail, for you deliver from —the flame of passions.

Hail, guide of believers — to chastity,
Hail, joy of all — generations.

Hail, Bride without bridegroom.

10. Journeying back to Babylon,
for they had fulfilled the prophecy concerning you,
the Magi, become
God-bearing heralds,
proclaimed you to all as Christ,
leaving Herod like an idiot
who did not know how to sing:

Alleluia!

11. Kindling in Egypt
the light of truth,
you dispelled the darkness of falsehood.
For its idols, O Saviour,
not able to withstand your strength, fell down,
while those who were delivered from them
cried out to the Mother of God:

Hail, restoration of humans,
Hail, downfall of the demons.

Hail, for you trampled — on the error of deception,
Hail, for you exposed — the trickery of idols.

Hail, sea that drowned — the Pharao of the mind,
Hail, rock that gave drink — to those thirsting for life.

Hail, pillar of fire, guiding those in darkness,
Hail, protection of the world, wider than the cloud.

Hail, food that replaced the manna,
Hail, minister of holy delight.

Hail, Bride without bridegroom.

12. When Symeon was about
to depart from
this present age of deception,
you were given to him as a babe,
but you were known to him also as perfect God.
And so, struck with amazement
at your ineffable wisdom, he cried:

Alleluia!

Tweede deel, strofe 13-24

13. Manifesting himself to us,
who came into being by him,
the Creator revealed a new creation,
for he budded from a womb without seed
and preserved it as it was, incorrupt,
that seeing the wonder
we might sing her praises crying:

Hail, flower of incorruption,
Hail, crown of self-mastery.

Hail, for you show a bright image of the resurrection,
Hail, for you reveal the angels' way of life.

Hail, tree of glorious fruit — from which believers are nourished,
Hail, wood with shady leaves — under which many shelter.

Hail, for you conceived a guide for those gone astray,
Hail, for you bore a deliverer for captives.

Hail, intercessor with the just Judge,
Hail, forgiveness for many who stumble.

Hail, robe —for those stripped of freedom of speech,
Hail, love — that conquers every longing.

Hail, Bride without bridegroom.

14. Now that we have seen a strange birth,
let us become strangers to the world,
fixing our minds in heaven.
For this the most high God
appeared on earth as a lowly human,
wishing to draw on high
those who cry out to him:

Alleluia!
15. The uncircumscribed Word
was wholly present among things below
and in no way absent from those on high.
For it was God's condescension,
and not a change of place,
and birth from a Virgin filled by God,
who hears these words:

Hail, enclosure — of God who cannot be enclosed,
Hail, door — of a hallowed mystery.

Hail, doubtful tidings — for unbelievers,
Hail, undoubted boast — for all believers.

Hail, all-holy chariot — of him who rides upon the Cherubim,
Hail, best of dwellings — of him who is above the Seraphim.

Hail, for you bring — opposites to harmony,
Hail, for you yoke — child-birth and virginity.

Hail, for through you transgression has been abolished,
Hail, for through you Paradise has been opened.

Hail, key — of Christ's kingdom,
Hail, hope — of eternal blessings.

Hail, Bride without bridegroom.

16. Every angelic being
was amazed at the great
work of your incarnation.
For they saw the One who is Unapproachable as God,
as a mortal approachable by all,
living his life among us,
while hearing from us all:

Alleluia!

17. Eloquent orators
we see dumb as fishes
before you, Mother of God.
For they are at a loss to say how
you remain Virgin, yet are able to give birth!
But we, marvelling at the mystery,
cry out with faith:

Hail, vessel — of the wisdom — of God.
Hail, storehouse —of his —providence.

Hail, who show — lovers of wisdom — to be without wisdom.
Hail, who prove — those skilled in reasoning —to be without reason.

Hail, because subtle seekers — have been made fools.
Hail, because myth makers — have been made to wither.

Hail, who tear apart — the webs of the Athenians.
Hail, who fill full — the nets of the Fishermen.

Hail, who draw up from the depths of ignorance.
Hail, who enlighten many with knowledge.

Hail, boat for those who want to be saved.
Hail, harbour for the seafarers of life.

Hail, Bride without bridegroom!

18. Wishing to save the world,
the One who orders all things
came to it of his own free will.
And as God, being shepherd,
for our sake he appeared as a man like us.
For having called like to Like,
as God he hears:

Alleluia!

19. You are a wall for virgins,
Virgin Mother of God, and for all
who have recourse to you.
For the Maker of heaven and earth
made you ready, O most pure,
dwelling in your womb
and teaching all to call to you:

Hail, pillar — of virginity.
Hail, gate — of salvation.

Hail, source — of spiritual — refashioning.
Hail, giver — of divine — lovingkindness.

Hail, for you gave new birth — to those conceived — in shame.
Hail, for you gave counsel — to those robbed — of understanding.

Hail, who destroy — the corrupter of minds.
Hail, who gave birth — to the sower of purity.

Hail, bridal chamber of a marriage without seed.
Hail, who unite believers to the Lord.

Hail, fair nursemaid of virgins.
Hail, bridesmaid of holy souls:

Hail, Bride without bridegroom!

20. Every hymn fails
that seeks to match
the multitude of your many mercies.
For even if we offer you, O holy King,
songs equal in number to the sand,
we achieve nothing worthy
of what you have given us, who cry to you:

Alleluia!
21. We see the holy Virgin
as a lamp that bears the light,
shining for those in darkness.
For kindling the immaterial Light
she guides all to divine knowledge,
enlightening the mind by its ray,
honoured with this cry:

Hail, beam — of the immaterial sun,
Hail, ray — of the moon that never sets.

Hail, lightning flash — that shines on souls.
Hail, thunder — that terrifies the foe.

Hail, for you make — the enlightenment with many lights — to dawn.
Hail, for you make —the river with many streams — to flow.

Hail, who prefigure the baptismal — font.
Hail, who take away the filth — of sin.

Hail, bath — that washes clean the conscience.
Hail, bowl — in which the wine of joy is mixed.

Hail, scent — of Christ's fragrance.
Hail, life — of mystical feasting.

Hail, Bride without bridegroom!
22. Wishing to give release
from ancient offences,
the Creditor of all humanity
came of himself
to those who were exiled from his grace,
and having torn up their bond
he hears from all as follows:

Alleluia!
23. Your Offspring we sing
and all raise to you our hymn
as a living temple, Mother of God.
For having dwelt in your womb,
the Lord who holds all things in his hand
sanctified, glorified and taught
all to cry out to you:

Hail, tabernacle of God the Word
Hail, greater Holy of Holies.

Hail, Ark — gilded by the Spirit,
Hail, inexhaustible — treasure of life.

Hail, precious diadem of Orthodox — kings,
Hail, honoured boast of devout — priests.

Hail, unshakeable tower — of the Church,
Hail, unbreachable wall of the Kingdom.

Hail, through whom trophies are raised,
Hail, through whom enemies fall.

Hail, healing of my flesh,
Hail, salvation of my soul.

Hail, Bride without bridegroom!
24. O Mother, all praised,
who gave birth to the Word,
the Holiest of all Holies, [Three times]
accepting our present offering,
deliver us all from every disaster
and rescue from the punishment to come
those who cry out together,

Alleluia!

(vertaling van de Archimandriet Ephrem)

 

 

14:03 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)