12-07-17

6e zondag na Pinksteren : Het licht der wereld

border  NICA.jpg

6e zondag na Pinksteren

"Het licht van de wereld"

 

licht5.jpg

 

Lezingen
Hebreeën 13,7-16 :

13 , 7 Gedenkt uw leiders, die u het eerst het woord van God verkondigt hebben. Haalt u weer hun leven en de afloop van hun leven voor de geest; neemt een voorbeeld aan hun geloof. 8Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. 9Laat u niet van de wijs brengen door allerlei vreemde theorieën. Wij steunen terecht op Gods genade, niet op spijzen; zij die het daarin zochten, hebben er geen baat bij gevonden. 10Wij hebben een altaar waarvan de priesters van de tabernakel niet mogen eten. 11Zoals ge weet, verbrandt men buiten de legerplaats de lichamen van de dieren, waarvan het bloed door de hogepriester in het heiligdom wordt gebracht. 12Daarom heeft ook Jezus buiten de stadspoort geleden, om het volk te heiligen door zijn eigen bloed. 13Laten wij ons dan bij hem voegen, buiten de legerplaats, en zijn versmading dragen, 14want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zijn op zoek naar de stad van de toekomst. 15En door Jezus willen wij God voortdurend een lofoffer brengen, de hulde namelijk van lippen die zijn naam prijzen. 16Vergeet ook nooit elkaar goed te doen en te helpen, want dat zijn de offers die God behagen.

Evangelie :

JEZUS BIDT VOOR ZICHZELF

1Zo sprak Jezus. Toen sloeg Hij zijn ogen ten hemel en zei: “Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke. 2Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt. 3En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus. 4Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij Mij hebt opgedragen te doen. 5Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf en geef Mij de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld bestond.
JEZUS BIDT VOOR ZIJN LEERLINGEN
17 ,6 Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. U behoorden ze toe; Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden. 7Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt van U komt. 8Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld, heb Ik hun meegedeeld, en zij hebben ze aangenomen en naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden. 9Ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid Ik, maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren. 10Al het mijne is van U en het uwe is van Mij. Zo ben Ik in hen verheerlijkt. 11Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld, terwijl Ik naar U toe kom. Heilige Vader, bewaar in uw Naam hen die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals Wij. 12Toen Ik bij hen was, bewaarde Ik in uw Naam hen die Gij Mij hebt gegeven. Ik heb over hen gewaakt en niemand van hen is verloren gegaan, behalve de man des verderfs, want de Schrift moest vervuld worden. 13Maar nu kom Ik naar U toe en nog in de wereld zeg Ik dit, opdat zij mijn vreugde ten volle in zich zouden bezitten.

 

 

Licht.jpg

De commentaren zijn gesloten.