29-03-18

Palmzondag

images (4).png

PALMZONDAG
intrede in Jerusalem

palmzondag55.jpg

LEZINGEN

Fil.4,4-9 :

[4] Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! [5] Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer* is nabij. [6] Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen. [7] En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.
[8] Tenslotte, broeders en zusters, blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient. [9] En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is, en wat u van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn

 

Johannes 12,1-18

 Zalving in Betanië
[1] Jezus kwam zes dagen voor het paasfeest naar Betanië, de woonplaats van Lazarus, de man die door Jezus uit de doden was opgewekt. [2] Men gaf daar een maaltijd ter ere van Hem; Marta trad op als gastvrouw en Lazarus was een van degenen die met Hem aan tafel zaten. [3] Maria kwam met een litra* echte, heel dure nardusbalsem* naar Jezus toe, zalfde daarmee zijn voeten en droogde die met haar haren af. Het huis werd vervuld van de balsemgeur. [4] Judas Iskariot, een van zijn leerlingen, degene die Hem zou overleveren, merkte op: [5] 'Waarom heeft men die balsem niet voor driehonderd* denariën verkocht en het geld aan de armen gegeven?' [6] Dit zei hij niet omdat hij zo met de armen begaan was, maar omdat hij een dief was en zich, als beheerder van de kas, de inkomsten toe-eigende. [7] Toen kwam Jezus tussenbeide: 'Laat haar! Ze moest die balsem bewaren voor de dag van mijn begrafenis. [8] De armen zullen jullie altijd bij je hebben, maar Mij niet.'

Plannen om Lazarus te doden
[9] Heel veel Joden waren intussen te weten gekomen dat Hij daar was en kwamen eropaf, niet* alleen vanwege Jezus maar ook omdat ze graag die Lazarus wilden zien die Hij uit de doden had opgewekt. [10] De hogepriesters maakten toen plannen om ook Lazarus ter dood te brengen, [11] want wegens hem liepen er veel Joden over, en ze gingen in Jezus geloven.

Intocht in Jeruzalem
[12] De volgende dag hoorde de menigte feestgangers dat Jezus toch naar Jeruzalem kwam, en in groten getale [13] trokken ze Hem met palmtakken tegemoet. Ze riepen almaar: 'Hosanna! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer: de koning van Israël!' [14] Jezus wist een ezeltje te vinden en ging erop zitten, zoals geschreven staat: [15] Vrees niet, dochter Sion! Zie, uw koning komt, gezeten op een ezelsveulen. [16] Dit begrepen zijn leerlingen aanvankelijk niet; maar toen Jezus verheerlijkt was, toen werd het hun duidelijk dat het geschreven stond met het oog op Hem en dat dit met Hem ook gebeurd was.
[17] Veel mensen die erbij waren geweest toen Hij Lazarus uit het graf riep en uit de doden opwekte, bleven daarvan getuigenis afleggen. [18] Dat was ook de reden waarom de menigte Hem tegemoet was getrokken: ze hadden gehoord dat Hij dit teken had verricht.


DE GOEDE WEEK


GOEDE WEEK

Lijden

Dood

Verrijzenis

van

JEZUS CHRISTUS

Na de winter
en het kaal worden van de natuur, wordt alles vernieuwd.

zoals Christus die, in het mysterie van de Verrijzenis, zijn leven terugwint in een overwinning op de dood.

De mystiek en de ervaring van het Mysterie van God

 

Het is niet alleen een intellectuele ervaring: alle zintuigen worden aangesproken.

 

MYSTIEKE ERVARING.

De uitdaging bestaat in het overstijgen van de zintuigen om zich in God onder te dompelen.

 

De Goede Week

is het feest van de ontmoeting met God.

PALMZONDAG.

Palmzondag

De weg die Jezus neemt om te redden is niet de kracht en de rijkdom, maar zwakheid en armoede.

Deze liturgische samenkomst is het voorspel op het Pasen van de Heer...
Jezus gaat Jeruzalem binnen om het mysterie van zijn dood en verrijzenis te voltooien...
Vragen wij de genade hem te volgen met het kruis om deel te nemen aan zijn Verrijzenis.

 

HET MYSTERIE VAN HET KRUIS. Het koningschap van Christus wordt op een eigenaardige manier op het kruis getoond.

Waarom?

Op het kruis sterven alle valse beelden van God die de menselijke geest heeft voortgebracht en die wij, misschien, onbewust verder doorgeven.

 

«Hij draagt de last van onze zonden»

het is de onmacht

van de Liefde!

Jezus is niet dood omdat hij vermoord is, maar omdat hij «zichzelf overlevert» uit liefde in soevereine vrijheid.

 

Alleen het geloof is in staat de almacht van God in de onmacht van een kruis te lezen.

 

De ware grootheid van de mens
bestaat niet in macht,
rijkdom en sociaal aanzien,
maar in de Liefde die deelt,
die solidair is,
die mensen nabij is,
die dienstbaar is.

De rechtvaardige God onttrekt zich aan onze schema’s van rechtvaardigheid, die onmiddellijk wraak zou eisen op zijn belagers.

De verliezer die vergeeft aan de winnaar laat zien dat Liefde haat overwint.

GOD REGEERT
VAN OP HET HOUT.

In het kruishout heeft de eerste generatie christenen het teken van het koningschap van Christus met wijsheid opgemerkt.

Uit de vernietiging van de Zoon van God
ontstaat een nieuwe mensheid.

Het mysterie van de dood wordt mysterie van leven en overwinning.

 

Ieder gebaar van wordt zo
"sacrament": teken van Liefde
van de Vader in Christus, van de Liefde
in Christus van de gelovigen.Liefde

GODDELIJKE LITURGIE TEKEN VAN LIEFDE.

Jezus is het Paaslam

die het project van bevrijding
tot voltooiing brengt

dat in de eerste uittocht

begonnen is.

 

Zijn zelfgave in de dood is het begin van een nieuwe en blijvende aanwezigheid.

 

LITURGIE IS VERBONDENHEID.

Bewust deelnemen aan het eucharistisch offer, herdenken van het Offer van Jezus, houdt in zoveel eerbied te hebben voor het kerkelijk lichaam van Christus als aan zijn eucharistisch lichaam gegeven wordt.

Wie discrimineert,

wie anderen veracht,

wie de verdeeldheid

in de gemeenschap in stand houdt

«herkent het lichaam van de Heer niet».

Dan is het niet meer het Avondmaal van de Heer, maar een leeg gebaar dat zijn veroordeling tekent.

«Zijn voor ons geofferd lichaam
is ons voedsel en geeft ons kracht, zijn bloed voor ons vergoten is de drank die ons van alle schuld bevrijdt»

Het kruis laat alleen ruimte voor stilte en contemplatie.

De Dienaar van de Heer maakt de zending actueel om het volk van zijn zonden te bevrijden: als vlekkeloos lam, beladen met de misdaden van zijn volk, wordt hij in stilte naar de slachtbank geleid.

«Door zijn wonden zijn wij genezen»

De keuzen van God zijn onbegrijpelijk:

de almacht weigert zich op te dringen en wordt onmacht.

Jezus sterft op het ogenblik
waarop in de tempel de schapen worden geofferd die bestemd zijn voor de viering van Pasen.

De gekruisigde Jezus

is «het ware Paaslam»,

het verbond met God.

«Wanneer ik zal zijn omhoog geheven,
zal ik allen tot mij trekken»

(Joh 12,32)

EEN DOOD
VOOR HET LEVEN.

Het lijden van Jezus

is «glorierijk lijden»:

de Vader heeft zijn antwoord gegeven en maakt dat de nederlaag een overwinning wordt.

In het vlees van het geslachte Lam

«is alles volbracht»

en wordt het heil door de Vader gewild actueel.

Het kruis wordt het hart van de wereld.
Van hieruit begint het gebed van Christus voor de redding van de wereld.
De Kerk, verbonden met zijn Heer,
verheft zich tot God
in de liturgie.

Door het bloed van het Paaslam wordt God verzoent met de mensheid

en treedt zij zelf in levende verbondenheid met God.

het geloof belijdt dat
de Rechtvaardige «voor onze zonden gestorven is»:

- omwille van onze zonden,
maar vooral

ten gunste van ons,
voor de vergeving van de zonden.

«Laten wij opkijken naar Hem die zij doorboord hebben»

De aanbidding van het kruis is het betekenisvolle antwoord op deze geweldige gave.
Zo wordt de profetie waar:
«Zij richten hun blik op hem die zij doorstoken hebben».

De liturgische verbondenheid maakt ons tot deelnemers aan de glorierijke dood van Christus.

De mensheid is opgenomen in het verbond bezegeld
in het bloed van het Lam.


In de stilte treedt God in mij binnen, intiemer dan ik zelf.

Alleen wanneer men vrij is, is men in staat in stilte te blijven en de waarheid wordt dan vanzelfsprekend.

PAASNACHT

In deze nacht is de Heer
«voorbijgekomen» om zijn volk uit onderdrukkende slavernij te bevrijden.

In deze nacht is Christus «overgegaan» naar het leven door de dood te overwinnen.

«Herleven wij het Pasen
van de Heer»

De liturgie is geen toneel,
maar levende aanwezigheid, in de tekens,
van het heilsgebeuren.

Voor de Kerk die viert is het altijd Pasen, maar de dienst van de Paasnacht vertegenwoordigt ons zichtbaar in de herinnering van het gebeuren.

De christen is geroepen om drager van het Licht te zijn.

De christen is geroepen om te volharden in het luisteren naar Christus.

Woord

De christen is geroepen om onder leiding van de Geest de eigen roeping van het doopsel te beleven.

Ga weg uit uw graf!

Ga weg uit uw egoïsme!

Treed binnen in open veld,

verkondig en getuig van het Evangelie!

CHRISTUS is VERREZEN!

HIJ IS WAARLIJK VERREZEN!

PASEN VAN DE VERRIJZENIS.

Weest in de wereld getuigen van de Verrezen Heer

palmzondag25.jpg

palmzondag52.jpg

palmzondag5.jpg

palmzondag87.jpg


Opstanding van Lazarus


Zaterdag voor Palmzondag

Opstanding van Lazarus

 

 

Lazarus54.jpg

 

Lezingen :

Hebreeen 12,28-13,8

12.28 Ons is een koninkrijk gegeven dat niet wankelt. Laten wij daarom God danken en Hem aanbidden zoals Hij het verlangt: met eerbied en ontzag. 29Want onze God is een verterend vuur.
13.1De broederlijke liefde hoort bij de dingen die altijd moeten blijven. 2En vergeet de gastvrijheid niet; door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald. 3Denkt aan hen die gevangen zijn als waart ge met hen in de gevangenis, en aan hen die mishandeld worden, want ook gij hebt een lichaam. 4Het huwelijk is iets kostbaars; laten we het allen in ere houden en de trouw respecteren. Gods oordeel zal komen over ontuchtigen en echtbrekers. 5Leeft niet alleen voor geld, weest tevreden met wat ge hebt. God zelf heeft gezegd. Ik laat u niet alleen, Ik zal u nooit in de steek laten. 6Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat kan een mens mij aandoen? 7Gedenkt uw leiders, die u het eerst het woord van God verkondigt hebben. Haalt u weer hun leven en de afloop van hun leven voor de geest; neemt een voorbeeld aan hun geloof. 8Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.

Evangelie :

Joh.11,1-45 :

DE OPWEKKING VAN LAZARUS
1Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp van Maria en haar zuster Marta. 2Maria was de vrouw die de Heer met geurige olie had gezalfd en zijn voeten met haar haren had afgedroogd. De zieke Lazarus was haar broer. 3De zusters stuurden Hem nu de boodschap: “Heer hij die Gij liefhebt, is ziek.” 4Toen Jezus dit hoorde, zei Hij: “Deze ziekte voert niet tot de dood, maar is om Gods glorie, opdat de Zoon Gods er door verheerlijkt moge worden.” 5Jezus hield veel van Marta, haar zuster en Lazarus. 6Toen Hij dan ook hoorde dat hij ziek was, bleef Hij weliswaar nog twee dagen ter plaatse, 7maar daarna zei Hij tot zijn leerlingen: “Laat ons weer naar Judea gaan.” 8De leerlingen zeiden: “Rabbi, nog pas probeerden de Joden U te stenigen en gaat Gij er nu weer heen?” 9Jezus antwoordde: “Heeft de dag geen twaalf uren? Overdag kan iemand gaan zonder zich te stoten, omdat hij het licht van deze wereld ziet. 10Maar gaat iemand ‘s nachts dan stoot hij zich, omdat het licht niet in hem is.” 11Zo sprak Hij. En Hij voegde er aan toe: “Onze vriend Lazarus is ingeslapen, maar Ik ga er heen om hem te wekken.” 12Zijn leerlingen merkten op: “Heer, als hij slaapt, zal hij beter worden.” 13Jezus had echter van zijn dood gesproken, terwijl zij meenden dat Hij over de rust van de slaap sprak. 14Daarom zei Jezus hun toen ronduit: “Lazarus is gestorven, 15en omwille van u verheug ik Mij dat Ik er niet was, opdat gij moogt geloven. Maar laat ons naar hem toegaan.” 16Toen zei Tomas, bijgenaamd Didymus, tot zijn medeleerlingen: “Laten ook wij gaan om met Hem te sterven.”
17Bij zijn aankomst bevond Jezus dat hij al vier dagen in het graf lag. 18Betanië nu was dichtbij Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien stadiën. 19Vele Joden waren dan ook naar Marta en Maria gekomen om hen te troosten over het verlies van hun broer. 20Zodra Marta hoorde dat Jezus op komst was, ging zij Hem tegemoet; Maria echter bleef thuis. 21Marta zei tot Jezus: “Heer, als Gij hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn. 22Maar zelfs nu weet ik, dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven.” 23Jezus zei tot haar: “Uw broer zal verrijzen.” 24Marta antwoordde: “Ik weet dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag.” 25Jezus zei haar: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, 26en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit?” 27Zij zei tot Hem: “Ja, Heer ik geloof vast dat Gij de Messias zijt, de Zoon Gods, die in de wereld komt.”
28Na deze woorden ging zij haar zuster Maria roepen en zei zachtjes: “De Meester is er en vraagt naar je.” 29Zodra zij dit hoorde, stond zij vlug op en ging naar Hem toe. 30Jezus was nog niet in het dorp aangekomen, maar bevond zich nog op de plaats waar Marta Hem ontmoet had. 31Toen de Joden die met Maria in huis waren om haar te troosten, haar plotseling zagen opstaan en weggaan, volgden zij haar in de mening dat zij naar het graf ging om daar te wenen. 32Toen Maria op de plaats kwam waar Jezus zich bevond, viel zij Hem te voet zodra zij Hem zag en zei: “Heer, als Gij hier was geweest zou mijn broer niet gestorven zijn.” 33Toen Jezus haar zag wenen, en eveneens de Joden die met haar waren meegekomen, doorliep Hem een huivering en diep ontroerd 34sprak Hij: “Waar hebt gij hem neergelegd?” Zij zeiden Hem: “Kom en zie, Heer.” 35Jezus begon te wenen, 36zodat de Joden zeiden: “Zie eens hoe Hij van hem hield.” 37Maar sommigen onder hen zeiden: “Kon Hij, die de ogen van een blinde opende, ook niet maken dat deze niet stierf?” 38Bij het graf gekomen overviel Jezus opnieuw een huivering. Het was een rotsgraf en er lag een steen voor. 39Jezus zei: “Neemt de steen weg.” Marta, de zuster van de gestorvene, zei Hem: “Hij riekt al, want het is al de vierde dag.” 40Jezus gaf haar ten antwoord: “Zei Ik u niet, dat gij Gods heerlijkheid zult zien als gij gelooft?” 41Toen namen zij de steen weg. Jezus sloeg de ogen ten hemel en sprak: “Vader, Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt. 42Ik wist wel, dat Gij Mij altijd verhoort, maar omwille van het volk rondom Mij heb Ik dit gezegd, opdat zij mogen geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.” 43Na deze woorden riep Hij met luider stem: “Lazarus, kom naar buiten!” 44De gestorvene kwam naar buiten, voeten en handen met zwachtels omwonden en met een zweetdoek om zijn gezicht. Jezus beval hun: “Maakt hem los en laat hem gaan.”
HET SANHEDRIN BESLUIT HEM TE DODEN
45Vele Joden, die naar Maria waren gekomen en zagen wat Hij gedaan had, geloofden in Hem.

lazarus3.jpg

lazarus5.jpg

Lazarus2.jpg

Cyrianus : Ga u eerst met uw broeder verzoenen"

borders273 (3).jpg

H. Cyprianus (ca. 200-258)
bisschop van Carthago en martelaar
Het gebed van de Heer, 23

Cyprianos5.jpg

"Ga u eerst met uw broeder verzoenen"

God heeft bevolen dat de mensen in vrede en overeenstemming zouden leven, dat ze “unaniem in zijn huis” (Ps 67,7 Vulg) leven. Hij wil dat wij zullen volharden, nu we hersteld zijn door de doop, in de toestand waar we voor de tweede maal geboren zijn. Hij wil, aangezien wij kinderen van God zijn, dat we in de vrede van God zouden leven en aangezien wij dezelfde Geest ontvangen hebben, dat we zouden leven in eenheid van hart en gedachten.
God ontvangt het offer van de mens die in conflict leeft, niet. Hij beveelt dat men zich van het altaar verwijdert, om zich te gaan verzoenen met zijn broeder, zodat God de gebeden kan aanvaarden die in vrede aangeboden worden. Het grootste offer dat wij God aan kunnen bieden, is onze vrede, dat is de broederlijke overeenstemming, dat is het volk verzameld door de eenheid die bestaat tussen Vader, Zoon en Heilige Geest.

tekst Vergeven25.jpg

tekst 76er.jpg

Justinus Martelaar

border47kuhjy.jpg

Heiligenleven

De heilige Justinus Martelaar

Justinus_Martyr.jpg

Justinus

De heilige martelaar Justinus, de filosoof, bijgenaamd ‘De Gerechte’. Hij is vooral bekend als de eerste der grote Apologeten uit de kerkgeschie- denis, en in zijn geschriften voert hij een dialoog met heidense en joodse denkers.
Justinus was geboren rond 105, in Sichem, de hoofdstad van Samaria, het huidige Nabloes, uit een heidens-griekse familie. Zijn vader was als romeins kolonist hier gekomen. Van jongsaf was Justinus geheel vervuld van het zoeken naar waarheid, de echte werkelijkheid. Hij wierp zich daarom op de studie van de filosofie, de wijsheids-liefde, maar hij vond alleen maar elkaar bestrijdende meningen.
Reeds wilde hij zich ontmoedigd neerleggen bij de onmogelijkheid om de waarheid te vinden, en hij maakte een lange strandwandeling om zijn gedachten te verzamelen en tot een conclusie te komen. Daar ontmoette hij een eerbiedwaardige grijsaard die daar wachtte op de aankomst van een schip. Ze kwamen met elkaar in gesprek, en de onbekende liet hem zien waarom de grote filosofen, Plato en Pythagoras, juist op de meest essentiële vragen geen antwoord konden geven, omdat ze noch de Godheid, noch de menselijke ziel werkelijk kenden.
Hij vertelde hoe er reeds lang vóór deze filosofen rechtvaardige mensen waren geweest, vrienden van God en geïnspireerd door Zijn Geest. Zij worden profeten genoemd omdat zij toekomstige dingen hebben voor- speld, die ook werkelijk gebeurd zijn. En hun boeken, die nog steeds in ons bezit zijn, bevatten stralende onderrichtingen over de -eerste oorzaak- en het uiteindelijke -doel- van alle schepselen. Er staat trouwens van allerlei in dat een filosoof moet interesseren.
Om de waarheid uiteen te zetten wordt geen gebruik gemaakt van disputen of subtiele redeneringen, noch van abstracte definities die boven het begrip van de gewone mens uitgaan. We geloven ze op hun woord omdat we geen weerstand kunnen bieden aan het gezag dat zij ontlenen aan hun wonderen en hun voorzeggingen. Zij leren ons het geloof in slechts één God, de Vader en Schepper van alles wat bestaat; en in Jezus Christus, Zijn Zoon, die Hij in de wereld gezonden heeft.
Hij besloot zijn toespraak met de woorden: “Wat u betreft, bid vurig dat de poorten van de waarheid voor u mogen opengaan. Want de zaken waarover ik gesproken heb, zijn van die aard dat zij alleen maar begrepen kunnen worden wanneer God en Jezus Christus daarvoor het begrip verschaffen.” Na deze woorden trok de grijsaard zich terug en Justinus heeft hem niet meer teruggezien.

Zo kwam hij in aanraking met de boeken van het Oude en Nieuwe Testament Hij werd onweerstaanbaar aangetrokken door de persoon van Christus, en hoe meer kennis hij over Hem bijeenbracht, des te groter werd zijn genegenheid. Toen hij er daarbij getuige van was hoe de christenen zich uit liefde, tot Christus alles ontzegden en zich zelfs met blijdschap aan het martelaarschap overgaven, kwam hij tot de overtuiging dat het kwaad dat over hen verteld werd, op laster moest berusten. Hij schrijft: “Wanneer ik ze met zulk een onverschrokkenheid niet slechts de dood tegemoet zie gaan, maar daarbij het hoofd bieden aan alles wat het meest afschrikwekkend is voor de menselijke natuur, dan acht ik het onmogelijk dat zulke mensen ordinaire misdadigers zijn.” Het duurde niet lang meer of hij liet zich dopen, nu hij ‘de enig betrouwbare en bruikbare filosofie’ gevonden had.
Justinus werd geen priester maar bleef beroepsfilosoof - kenbaar door het pallium dat hij om de schouders droeg - die rondtrok om de waarheid te verkondigen. Hij was toen minstens dertig jaar, misschien wel ouder, in aanmerking genomen de vele studies die hij reeds achter de rug had, en trok vanuit Palestina door Klein-Azië, Griekenland en Egypte naar Rome, Daar stichtte hij een filosofische academie die veel intellectuele leerlingen trok. Helaas zijn veel van zijn verhandelingen verloren gegaan. In de bewaard gebleven verhandelingen stelt hij de afschuwelijke ondeugden die aan de goden worden toegeschreven, tegenover de reine heiligheid van de christelijke leer. En hij laat zien hoe de liefde tot God de christen ertoe brengt de naaste bij te staan, zichzelf als zijn mindere te achten, en zijn bezittingen, die immers door de hemel geschonken zijn, met de armen te delen. En dat zij geen angst hebben voor de lichamelijke dood doch slechts de eeuwige dood van de ziel vrezen, in het nooit dovende vuur van de hel.
ln zijn Brief aan Diognetos, de leermeester van keizer Marcus Aurelius, en die hem om inlichtingen gevraagd had, schrijft hij hoezeer God Zijn liefde voor de mens getoond heeft door het zenden van Zijn eigen Zoon om ons Zijn aanbiddenswaardige wil bekend te maken, en de prijs voor onze verlossing te betalen, de verlossing van de schuld die wij onszelf hadden opgeladen. Het is onmogelijk onze misdaden uit te wissen door onze eigen krachten, maar Hij Die heilig is heeft geleden i.p.v. ons, zondaars; Hij die beledigd was heeft de dood ondergaan voor ons die Hem beledigden. In Zijn goedheid heeft Hij er Zich niet mee tevreden gesteld ons tot het zijn te brengen, maar Hij heeft ook een gehele wereld geschapen om ons van dienst te zijn; Hij heeft alle dingen aan ons onderworpen; Hij heeft ons Zijn enige Zoon geschonken, met de belofte dat wij met Hem mogen heersen wanneer wij Hem slechts beminnen.
Aan Plato verwijt hij het veelgodendom te hebben verdedigd, terwijl hij zelf de Schepper als de ene God beschouwde. Aan de Joden bewees hij uit de profeten dat de beloofde Messias werkelijk gekomen was in de persoon van Christus.
Justinus is niet steeds in Rome gebleven, hij heeft ook gewerkt als rondreizend evangelist. Zo heeft hij in Efese de beroemdste joodse redenaar van die tijd ontmoet, Tryphon, met wie hij een tweedaags openbaar dispuut organiseerde. Zelf heeft hij deze gedachtenwisseling tot een boek verwerkt, de bekende Dialoog met Tryphon, waarin vooral over de komst van de Messias gesproken wordt.
ln twee verdedigingsgeschriften van het christendom‚ aan de keizers Antoninus Pius (150) en Marcus Aurelius (160), gaat Justinus in op de verwijten welke tegen het jonge christendom werden gemaakt. Omdat zij hun mysteriën niet in het openbaar wilden vieren, werden zij beschuldigd van geheime misdaden: dat zij het vlees aten van vermoorde kinderen, dat zij een gekruisigde ezelskop aanbaden. Dit alles werd gebruikt als voorwendsel om de christenen op de wreedaardigste wijze te folteren om ze tot bekentenis te dwingen. Justinus wijst erop dat deze misdaden alleen bij gerucht werden vernomen en dat er nooit enig bewijs voor geleverd was. Hij beschrijft waaruit die mysteriën in werkelijkheid bestonden, en hij verhaalt over de Doop en de Eucharistie. Daarbij gaat het niet om gewoon brood en drank, maar dat deze door de plechtige Dankzegging zijn overgegaan in het Lichaam en Bloed van Jesus Christus, onze Verlosser. De gelovigen heiligden de zondag door bijeen te komen voor de gemeenschappelijke viering, waarbij de Profeten werden voorgelezen en een toespraak werd gehouden. Tevens werden aalmoezen bijeengebracht om hulp te bieden aan wezen, weduwen, gevangenen, zieken en vreemdelingen. Justinus besluit zijn geschrift met het edict van keizer Hadrianus waarin deze de christenen godsdienstvrijheid schenkt.
Inderdaad genoot de Kerk gedurende enige tijd vrede, maar toen de vervolging weer opvlamde richtte Justinus ook een verdedigingsgeschrift tot de Senaat. Hij wijst erop dat mensen die zelfs met vreugde de marteldood ondergingen toch geen misdadigers kunnen zijn. Maar hij voorzag dat dit geschrift hem de vrijheid en het leven zou kosten, zoals ook inderdaad gebeurde: Justinus werd gevangen genomen, en na verhoor en geseling ter dood veroordeeld. Met hem leden Chariton, diens vrouw Charita, Evelpiste, Hiërax, Peon, Valerianus en nog een Justinus, in 166/167.
Van het proces bestaan nog de uitvoerige gerechtsakten, waarin Justinus tenslotte uit naam van allen verklaart dat ze ernaar verlangen om voor Christus te mogen lijden en daardoor de hemel te ontvangen. De rechter vroeg of hij soms dacht dat hij door voor Christus te sterven daarvoor een beloning in de hemel zou ontvangen. Justinus antwoordde uit naam van hen allen: “Dat denken we niet; we weten het!”
De gedachtenis van de heilige Justinus wordt ook gevierd op 13 april.

justinus martelaar12.jpg

justinus martelaar.jpg

24-03-18

boodschap van de engel aan Maria

border 05791.jpg

Goddelijke liturgie van de heilige Basilius

Feest van de boodschap aan de Alheilige Moeder Gods en altijd maagd Maria

 

boodschap van de engel.jpg

 

LEZINGEN :

Hebr.2,11-18 :

[11] Want* Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben allen één Oorsprong; daarom schrikt Hij er ook niet voor terug om hen zijn broeders te noemen, wanneer Hij zegt: [12] Ik zal uw naam verkondigen aan mijn broeders
en uw lof zingen midden in de gemeente;
[13] en opnieuw:
Ik zal mij geheel op Hem verlaten;
en nog eens:
Hier ben Ik met de kinderen die God Mij gegeven heeft.
[14] Omdat* 'de kinderen' mensen zijn van vlees en bloed, heeft Hij ons bestaan willen delen, om door zijn dood de vorst* van de dood, de duivel*, te onttronen, [15] en hen te bevrijden die door de vrees voor de dood* heel hun leven aan slavernij onderworpen waren. [16] Want het zijn niet de engelen van wie Hij zich het lot aantrekt, maar de nakomelingen van Abraham. [17] Vandaar dat Hij in alles aan zijn broeders gelijk moest worden, om een barmhartig en getrouw hogepriester te worden bij God en de zonden van het volk uit te boeten. [18] Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden.

Evangelie :

Lucas 1,24-38:

[24] Niet lang daarna werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen. Ze zei: [25] 'Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij zich mijn lot aantrok en mijn smaad* onder de mensen wegnam.'

Aankondiging van de geboorte van Jezus
[26] In* de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, [27] naar een maagd die verloofd* was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. [28] De engel trad bij haar binnen en zei: 'Verheug* u, begenadigde, de Heer is met u.' [29] Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. [30] Maar de engel zei: 'Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. [31] U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. [32] Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. [33] Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.' [34] 'Maar hoe moet dat dan?' zei Maria tegen de engel. 'Ik heb geen omgang met een man.' [35] De engel antwoordde haar: 'Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken*. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. [36] Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. [37] Want voor God is niets onmogelijk.' [38] Toen zei Maria: 'Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.' Toen ging de engel van haar weg.

bezoek van de engel aan Maria.jpg

Bezoek van engel aan Maria 112.jpg

moeder Gods55.jpg

925333e455f7fe6f9322cd0174ba6374.jpg

border iconen maria magdalena,,,.jpg

 

Gered door het water

borders1458 (4).jpg


H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395)
monnik en bisschop
Het leven van Mozes, II, 121v; SC 1

Gregorius van Nyssa77.jpg

Gregorius van Nyssa

 

Gered door het water

 

 

Ieder mens die het verhaal van de doortocht door de Rode Zee hoort, begrijpt het mysterie van het water waar we in ondergaan met het hele leger van vijanden en waar we alleen uit oprijzen, het leger van vijanden, verzwolgen in de afgrond, achterlatend. Wie hier slechts een leger van Egyptenaren ontwaart..., zijn dat niet de verschillende hartstochten van de ziel waaraan de mens is overgeleverd: gevoelens van woede, allerlei prikkels van genot, droefheid of begeerte? Dit alles en al hetgeen hieraan ten grondslag ligt, stort zich, samen met de leider van deze hatelijke aanval, achter de Israëlieten aan in het water.
Maar het water wordt, door de kracht van de staf van het geloof en door de macht van de lichtgevende wolk, een bron van leven voor hen die een schuilplaats zoeken – een bron van de dood voor degenen die hen achtervolgen… Wanneer zich hiervan de verborgen betekenis ontsluit, zien we dat dit betekent dat al diegenen die doorheen het gewijde water van het doopsel gaan, in dit water al hun slechte neigingen, die tegen hen oorlog voeren, moeten laten afsterven – de begeerte, de onzuivere verlangens, de geest van roofzucht, gevoelens van ijdelheid en trots, de uitbarstingen van woede, de afgunst, de jaloezie…
Het is zoals bij het mysterie van het joodse Pesach: het lam, waarvan het bloed hen die daarvan gebruik maakten voor de dood bewaarden, noemde men het “pesachoffer” (Ex 12,21). In het mysterie gebiedt de Wet om bij dit pesachoffer ongedesemd brood te eten, zonder oud zuurdesem, dat wil zeggen, zonder enig restje van de oude zonden die zich zouden kunnen vermengen met het nieuwe leven (1Kol 5,7-8)… Evenzo moeten wij het hele Egyptische leger, zoals gezegd alle vormen van zonden, verzwelgen in het bad van de genade, zoals in de afgrond van de zee, en moeten wij er alleen uit oprijzen, zonder iets dat ons vreemd is.

tekst Gregorius van Nyssa.jpg

1-Joh-49-230x230.jpg

tekst bijbel3.jpg

pasen_83.jpg

 

16-03-18

vierde zondag van de grote vasten : van de heilige Johannes Climacos

 

 

 

border climacos4.gif

johannes climacos24.jpg

Vierde zondag van de grote vasten

 Van de heilige Johannes Climacos

climacos de ladder5.jpg

 

Hebr.6,13-20

Gods trouw aan zijn belofte [13] Toen God aan Abraham zijn belofte deed, zwoer Hij bij zichzelf, aangezien Hij niemand boven zich had om bij te zweren: [14] Ik zal u rijkelijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken. [15] Abraham heeft dan ook, na lang en geduldig wachten, gekregen wat hem beloofd was. [16] Mensen zweren bij een hogere macht, en de eed is voor hen de hoogste vorm van bevestiging, die alle tegenspraak moet uitsluiten. [17] En zo heeft God met een eed willen instaan voor zijn belofte, om de erfgenamen van de belofte nog duidelijker te tonen hoe onwrikbaar vast zijn besluit stond. [18] God heeft dus twee* onherroepelijke daden gesteld die het Hem onmogelijk maken om ons te bedriegen; voor ons, die bij Hem onze toevlucht zoeken, zijn ze dan ook een krachtige aansporing om ons vast te klampen aan de hoop op wat voor ons ligt. [19] De hoop is het veilige en vaste anker voor onze ziel. Zij reikt tot achter het voorhangsel in het heiligdom, [20] waarin Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan, nu Hij voor eeuwig hogepriester is geworden op de wijze van Melchisedek.

 

EVANGELIE

Marcus 9,17-31

[17] Iemand uit de menigte gaf Hem ten antwoord: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar U meegenomen, omdat hij in de greep is van een stomme geest. [18] Wanneer hij hem aangrijpt, knijpt hij hem de keel dicht, en dan staat het schuim hem op de mond, knarst hij met de tanden en wordt hij helemaal stijf. Ik vroeg uw leerlingen hem uit te drijven, maar ze waren er niet toe in staat.’ [19] Hij antwoordde hun: ‘Ongelovig slag mensen! Hoelang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoelang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Me.’ [20] En ze brachten hem naar Hem toe. Zodra de geest Hem zag, liet hij hem stuiptrekken. Hij viel op de grond en rolde heen en weer met het schuim op zijn mond. [21] Jezus vroeg zijn vader: ‘Hoe lang heeft hij dat al?’ Hij zei: ‘Van kindsbeen af. [22] Hij heeft hem ook al vaak in het vuur en in het water gegooid om hem te doden. Maar als U enigszins kunt, wees met ons begaan, kom ons te hulp.’ [23] Jezus zei tegen hem: ‘Of Ik dat zou kunnen? Alles kan voor wie vertrouwen heeft.’ [24] Meteen riep de vader van de jongen uit: ‘Ik heb vertrouwen. Kom mijn gebrekkig vertrouwen te hulp.’ [25] Toen Jezus zag dat de menigte toestroomde, bestrafte hij de onreine geest met de woorden: ‘Stomme en dove geest, Ik beveel je, ga uit hem weg en kom niet meer in hem terug.’ [26] Onder gekrijs en veel stuiptrekkingen ging hij weg. Hij bleef achter als een lijk, zodat velen zeiden: ‘Hij is dood.’ [27] Maar Jezus nam hem bij de hand en liet hem opstaan, en hij stond op. [28] Thuisgekomen*, alleen met zijn leerlingen, vroegen dezen Hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ [29] Hij zei tegen hen: ‘Dit soort kun je niet anders uitdrijven dan met gebed.’ Onderricht aan de leerlingen [30] Ze gingen daar weg en trokken door Galilea. Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam, [31] want Hij was bezig met onderricht aan zijn leerlingen. Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd en valt in de handen van mensen. Ze zullen Hem doden, en drie dagen na zijn dood zal Hij opstaan.

climacos tekst4.jpg

tekst climacos.jpg

tekst  climacos.jpg

Climacos  TEKST.jpg

Climacos TEKST5.jpg

 

De heilige Gorgonia

border tftf.jpg

Heiligenleven

De heilige Gorgonia

 

Gorgonia heilige.jpg23.jpg

De heilige Gorgonia (rechts)

 

De heilige Gorgonia was een dochter van de godvrezende Nonna en Gregorios van Nazianze, en dus de zuster van Gregorios de Theoloog, de grote kerkvader. Haar vader was eerst nog heiden, maar onder invloed van Nonna was hij zulk een vurig christen geworden, dat hij tot bisschop van de stad werd gekozen.
Gorgonia groeide op tot een evenbeeld van haar moeder. Zij was eveneens gehuwd en maakte haar gezin tot een middelpunt van christelijk leven. Haar geliefkoosde lectuur was de Heilige Schrift, en vaste uren van de dag waren gewijd aan het gezamenlijk gebed. Vele armen en weeskinderen werden er rijkelijk onthaald, maar zelf leidde zij een sober leven in vasten en onthouding. Zo werd ook zij tot voorbeeld voor het christelijk gezin, hoewel zij vrij jong gestorven is, in 370. De grafrede, uitgesproken door haar beroemde broeder, is voor ons bewaard gebleven.

Uit heiligenlevens voor elke dag- orth klooster Den Haag

1-johannes-3-16.jpg

tekst bijbel John4.jpg

Yhaddeus elder.jpg

 

 

heilige Damianos van de Athos

bordr heiligen.jpg

Heiligenleven

De heilige Damianos van de Athos

Damianos.jpg

Heilige Damianos (in het midden)

 

De heilige Damianos van de Athos. Hij was geboren in Griekenland in het begin van de dertiende eeuw. Toen hij als jongen hoorde vertellen over de heilige monniken die zich gevestigd hadden in het woeste bergland van het Athos- schiereiland, werd hij daar zo door gegrepen, dat hij alles in het werk stelde om erbij te komen. Nauwelijks aan de puberteit ontgroeid, lukte het hem en hij kwam in het klooster Esfigmenou.
Door zijn volstrekte toewijding en vurige ijver gold hij al spoedig als een voorbeeld voor de andere monniken. Omdat hij smachtte naar het ononderbroken gebed, vroeg hij zegen om als kluizenaar te gaan wonen op een nabijgelegen berg die Samaria genoemd werd. Omdat hij nog vrij jong en, onervaren was, zocht hij aansluiting bij een oudere asceet als geestelijke vader, om door volkomen gehoorzaamheid te ontkomen aan de valstrikken van de eigen wil. Zo werd hij zelf een begenadigde monnik, in wie de Heilige Geest zichtbaar stralend aanwezig was. Hij was bijzonder bevriend met een andere toekomstige heilige, de monnik Kosmas uit het Zografos-klooster. Ook na zijn dood in 1280 werd Damianos door God verheerlijkt: veertig dagen lang geurde zijn graf naar welriekende myron.

met toestemming genomen uit 'Heiligenlevens voor elke dag - orth.klooster Den Haag

26.jpg

Thalassios the Libuan.jpg

tekst bijbeltekst Psalm 18,32.jpg

07-03-18

zondag van het heilig Kruis

border kruis en kader (2).jpg

 

Derde zondag van de Grote Vasten

Van het heilig Kruis

 

border 105.jpg

 

Lezingen

Hebreeën, 4,14-5,6

4,14 Nu wij een verheven hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. 15Want wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. 16Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp.
5,1 Want elke hogepriester wordt genomen uit de mensen en aangesteld voor de mensen, om hen te vertegenwoordigen bij God en om gaven en offers op te dragen voor de zonden. 2Hij is in staat onwetenden en dwalenden geduldig te verdragen, daar hij ook zelf aan zwakheid onderhevig is; 3daarom moet hij, als hij offers voor de zonden opdraagt, even goed aan zijn eigen zonden denken als aan die van het hele volk. 4En niemand kan zich die waardigheid aanmatigen, men moet evenals Aäron door God geroepen worden. 5Ook Christus heeft zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan, die Hem zei: Gij zijt mijn zoon, Ik heb U heden verwekt. 6En elders zegt Hij: Gij zijt priee zondagster voor eeuwig, op de wijze van Melchisedek.

Evangelie :

Marcus, 8,34-9,1 :

8, 34 Nadat Hij behalve zijn leerlingen ook het volk bij zich had laten komen, sprak Hij tot hen: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. 35Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie, zal het redden. 36Wat voor nut heeft het voor een mens de hele wereld te winnen als dit ten koste gaat van eigen leven? 37Wat toch zou een mens in ruil kunnen geven voor zijn leven? 38Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden ten overstaan van dit overspelig en zondig geslacht, zal ook de Mensenzoon zich over hem schamen, wanneer Hij, vergezeld van de heilige engelen, komt in de heerlijkheid van zijn Vader.”
9,1 Hij sprak tot hen: “Voorwaar, Ik zeg u: onder de hier aanwezigen zijn er die de dood zullen ervaren, voordat zij zien dat het Rijk Gods is gekomen in kracht.”

kruis.jpg

kruisiging 21.jpg

tekst bijbel johannes evangelie.jpg

tekst kruisje.jpg

bijbeltekst  Ga op de kruispunten staan.. Jeremia 16.jpg