17-02-17

johannes Chrysostomos : "Ik heb het gezien, en ik heb getuigd: Hij is de Zoon van God"

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Homilie over de doop van Jezus Christus en over Epifanie

 

 

John_Chrysostom 258.jpg

"Ik heb het gezien, en ik heb getuigd: Hij is de Zoon van God"

Christus heeft zich niet aan allen gemanifesteerd op het moment van zijn geboorte, maar op het moment van zijn doop. Tot die dag kenden veel mensen Hem niet; bijna niemand wist dat Hij bestond en wie Hij was. Johannes de Doper zei: “Er is iemand onder U die U niet kent” (Joh 1,26). Johannes deelde dit niet-kennen van Christus tot aan Zijn doop: “Ook ik kende Hem niet, maar degene die me gezonden heeft om te dopen met water zei: ‘Degene op wie je de Heilige Geest zult zien neerdalen en rusten is gedoopt in de Heilige Geest’”…

Wat was eigenlijk de reden dat Johannes de Heer doopte? Het was, zei hij, om Hem aan iedereen bekend te maken. Paulus zegt het ook: “Johannes doopte ten teken van de bekering, maar zei aan het volk, dat ze moesten geloven Wie na hem kwam” (Hand 19,4). Daarom wordt Jezus door Johannes gedoopt. Van huis tot huis gaan en Christus voorstellen en zeggen dat Hij de Zoon van God is, zou de getuigenis voor Johannes moeilijk gemaakt hebben; Hem naar de synagoge brengen en Hem aanwijzen als de Redder, zou zijn getuigenis weinig geloofwaardigheid gegeven hebben. Maar te midden van de grote verzamelde menigte aan de oever van de Jordaan, ontvangt Jezus de duidelijke getuigenis van hoog uit de hemel, doordat de Heilige Geest op Hem neerkwam in de vorm van een duif, dit bevestigt zonder enig mogelijke twijfel de getuigenis van Johannes.

“Ik kende Hem niet”, zei Johannes. Wie heeft jou Christus leren kennen? “Degene die me gezonden heeft om te dopen”. En wat heeft Hij tegen je gezegd? “Degene op wie je de Geest ziet neerdalen en rusten, Hij is het, die doopt met de Heilige Geest.” De Heilige Geest openbaarde dus aan allen Degene waarover Johannes wonderbaarlijkheden had verkondigd, door neer te dalen en door Hem bij wijze van spreken aan te wijzen met zijn vleugel.

www.dagelijksevangelie.org

11-02-17

Isaak de Syriër : "God, schep in mij een zuiver hart" (Ps 51,20)

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Geestelijke overweging, 1ste serie, nr.21

 

Isaak de Syrier bisschop van NBinive.jpg

Isaak de Syriër

 

 

"God, schep in mij een zuiver hart" (Ps 51,20)

 

 

Er wordt gezegd dat alleen de hulp van God redt. Wanneer een mens weet dat er geen redding meer is, bidt hij veel. En hoe meer hij bidt, hoe nederiger zijn hart wordt, want men kan niet bidden en vragen zonder nederig te zijn. “Een gebroken en vernederd hart zal God niet verachten” (Ps 51,19). Zolang het hart niet nederig is, is het hem immers onmogelijk om te ontsnappen aan de versplintering, de nederigheid verzamelt het hart.

Als een mens zich nederig maakt, zal het mededogen hem weldra omringen, en zijn hart voelt dan de goddelijke redding. Hij ontdekt dat een kracht in hem opwelt, de kracht van het vertrouwen. Wanneer een mens zo de redding van God ontdekt, wanneer hij voelt dat Hij er is en hem komt helpen, is zijn hart meteen gevuld met geloof, en hij begrijpt dan dat het gebed de schuilplaats is van de redding, de bron van het heil, de schatkist van het vertrouwen, de vrijhaven van de storm, het licht voor hen die zich n duisternis bevinden, ondersteuning van de zwakken, toevluchtsoord in tijden van beproeving, de krachtigste hulp bij ziekte, het schild dat bevrijdt bij strijd, en de afgeschoten pijl tegen de vijand. Zijn hart straalt van vertrouwen.

www.dagelijksevangelie.org

04-02-17

Zuivere Maria, vervuld van een bijzondere genade die komt van de verdiensten van haar zoon

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Hymnes over Maria, nr 7

 

Zuivere Maria, vervuld van een bijzondere genade die komt van de verdiensten van haar zoon

Jullie allen die weten te onderscheiden, kom en bewonder de maagd die moeder is, de dochter van David...
Kom en bewonder, de geheel zuivere maagd,
wonder op zichzelf, enige van de geschapenen.

Ze heEfraim_syyrialainen01.jpgeft geboorte gegeven zonder een man te kennen, de zuivere ziel gevuld met verwondering.
Iedere dag nam haar geest deel aan de lofzangen,
want zij verheugde zich in het dubbele wonder:
bewaarde maagdelijkheid en het meeste geliefde kind!

Zij, de jonge duif (Hoogl. 6,9), ze heeft deze adelaar vervoerd,
de Oude van dagen (Dn 7,9), door haar lofzangen te zingen:
“Mijn zoon, jij bent de rijkste, je koos op te groeien in een armzalig nest. Melodieuze harp,
je blijft stil als een klein kind.
Sta alsjeblieft toe dat ik voor je zing...

Jouw verblijf, mijn zoon, is groter dan welke ook,
toch heb je gewild dat ik jouw verblijf werd.
De hemel is te klein om jouw heerlijkheid te bevatten,
ik echter de kleinste van alle wezens, draag je.
Laat Ezechiël komen om jou op mijn knieën te zien zitten,
dat hij in jou degene op de hemelwagen herkent,
die de cherubijnen droegen (Ez 1)...; vandaag draag ik jou...
In een grote aardbeving riepen de cherubijnen uit:
“Gezegend is de heerlijkheid van de Heer in zijn heiligdom!” (Ez 3,12)
Die plaats is in mij, mijn midden is jouw verblijf;
de troon van jouw grootheid wordt in mijn armen gehouden...

Kom naar me kijken, Jesaja, zie en laten we ons verheugen
Zie ik heb ontvangen terwijl ik maagdelijk bleef (Jes 7,14).
Profeet van de Geest, rijk aan visioenen,
zie dan de Emmanuel die voor jou verborgen bleef...
Kom dan allen die kunnen onderscheiden,
jullie die, door jullie stem, getuigen van de heilige Geest...
Sta op, verheug jullie, want dit is de oogst!
Kijk: in mijn armen houd ik de korenaar van het leven.”

 

www.dagelijksevangelie.org

23-01-17

Augustinus : "Jezus kwam naar Johannes om gedoopt te worden... Johannes tegen Hem: 'Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?" (Mt 3,13-14)

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon 288

 

augustinus546.jpg

 

"Jezus kwam naar Johannes om gedoopt te worden... Johannes tegen Hem: 'Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?" (Mt 3,13-14)

"Vele profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd om te zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien" (Mt 13,17). Deze heiligen, die vervuld waren van de Geest van God om de komst van Christus te verkondigen, verlangden vurig om, als het mogelijk was, zijn aanwezigheid op aarde te genieten. Dat is de reden dat God het uitstelde om Simeon uit deze wereld te halen; Hij wilde dat Simeon Degene die de wereld had geschapen, zou schouwen in de vorm van een klein kind (Lc 2,25v)... Simeon heeft Hem dus gezien, maar als een kind. Johannes daarentegen heeft Hem gezien toen Hij reeds onderrichtte en zijn leerlingen uitkoos. Waar dan? Aan de oever van de rivier de Jordaan....

Daar zien we een symbool en een benadering van de doop van Jezus Christus in deze voorbereidende doop die voor Hem de weg opende, naar de woorden van Johannes: "Bereid de weg van de Heer, maak de paden recht" (Mt 3,3). De Heer zelf wilde gedoopt worden door zijn dienaar om hen, die zich laten dopen, te laten begrijpen dat ze in hun Heer genade ontvangen. Het is dus daar waar zijn heerschappij begint, om deze profetie te vervullen: "Moge Hij heersen van zee tot zee, van de Grote Rivier tot de einden der aarde” (Ps 72,8). Aan de oever van de rivier waar de heerschappij van Christus begint, heeft Johannes de Verlosser gezien; hij heeft Hem gezien, en Hem herkend en van Hem getuigenis afgelegd. Johannes heeft zich ten aanzien van de heerschappij van God vernederd, om te verdienen dat zijn nederigheid opgeheven zou worden door deze grootheid. Hij verklaart zich de vriend van de Bruidegom (Joh 3,29), en wat voor een vriend? Is hij een vriend die als gelijke naast zijn vriend loopt? Verre van dat. Op wat voor een afstand plaatst hij zich? "Ik ben zelfs niet waardig om me voor Hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken " (Mc 1,7).

Bron : dagelijksevangelie.org

18-01-17

Leo de Grote : "Het Woord is vlees geworden! Hij heeft onder ons gewoond"

H. Leo de Grote (? - ca 461), paus en Kerkleraar
Eerste sermon voor Kerstmis; PL 59,190

Leo de grote 2.jpg

"Het Woord is vlees geworden! Hij heeft onder ons gewoond"

 

Onze Redder is vandaag geboren, dierbare broeders en zusters: laten we ons verheugen! Droefheid is niet gepast op de dag waarop het Leven geboren wordt. Deze dag vernietigt de vrees voor de dood en vervult ons met vreugde door de belofte van de eeuwigheid. Niemand wordt uitgesloten van deze blijdschap; één en hetzelfde motief van vreugde is voor allen gelijk. Want onze Heer, die de zonde en de dood kwam vernietigen..., is gekomen om alle mensen te bevrijden. Dat de heilige jubelt, want hij nadert de overwinning. Dat de zondaar zich verheugt, want hij is uitgenodigd voor vergeving. Dat de heiden moed mag krijgen, want hij is tot het leven geroepen. Wanneer immers de volheid van de tijd is gekomen, welke vastgesteld is door de onpeilbare diepte van het goddelijk plan, heeft de Zoon van God onze menselijke natuur aangenomen om deze te verzoenen met zijn Schepper...

Het Woord van God, is God, Zoon van God, "die bij God was in den beginne, door wie alles geschapen is en zonder wie niets geschapen is", is mens geworden om de mens van de eeuwige dood te bevrijden. Hij heeft zich vernederd door onze nederige positie aan te nemen, zonder dat zijn majesteit erdoor verminderd werd. Hij bleef wie Hij was en nam aan wat Hij niet was, daarmee heeft Hij ons slavenbestaan verenigd met zijn bestaan dat gelijk is aan God de Vader... De majesteit bekleedt zich met nederigheid, kracht met zwakheid, eeuwigheid met sterfelijkheid: ware God en waarlijk mens, in de eenheid van één Heer, "enige middelaar tussen God en de mensen" (Tm 2,5)...

bron : www.dagelijksevangelie.org

04-01-17

Cyprianus van Carthago : Ons ware verblijf (over de dood)

H. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
Over de dood; PL 4, 583v

Cyprianos van Carthago5.jpg

Cyprianus van Carthago

 

Ons ware verblijf

 

Zusters en broeders, verlies nooit uit het oog dat we van de wereld hebben afgezien en dat wij hierbeneden als tijdelijke gasten leven, als vreemdelingen (Heb 11,13). Laten we de dag zegenen die aan ieder zijn ware verblijfplaats aanwijst en die, nadat we uit deze wereld zijn weggenomen en losgemaakt van zijn verbanden, ons het paradijs en het Koninkrijk der hemelen brengt. Wie zou zich niet haasten om naar zijn vaderland terug te gaan na een tijd in het buitenland te hebben verkeerd? Wie zou zich niet een gunstige wind wensen om te varen om zo sneller de zijnen te kunnen omhelzen? Ons vaderland is het paradijs; vanaf het begin hadden wij aartsvaderen als vaders.

Waarom haasten we ons dan niet om ons vaderland te zien, waarom rennen we niet om onze ouders te begroeten? Daarginds wacht een menigte van geliefden op ons, ouders, broers en zusters, kinderen die al zeker zijn van de redding, maar nog bezorgd zijn om het onze; ze verlangen ernaar om ons midden onder hen te zien... Daar bevindt zich het glorieuze koor van apostelen, de menigte die door de profeten is aangezet, het ontelbare leger van martelaren die bekroond zijn met hun overwinning op de vijand en het lijden....; daar stralen de maagden...; daar worden de mensen beloond die vol compassie waren, die hun handelingen van liefde vermeerderd hebben door in de behoeften van de armen te voorzien en die, trouw aan de voorschriften van de Heer, gekomen zijn om de aardse goederen los te laten voor de hemelse schatten.

Laten we ons haasten om ons ongeduld te stillen en ons bij hen voegen, om sneller voor Christus te verschijnen. Dat God in ons deze aspiratie vinden mag..., Hij geeft de hoogste beloning van zijn heerlijkheid aan hen die dit het vurigste hebben verlangt.

www.dagelijksevangelie.org

20-12-16

Christus het Hoofd

Augustinus

Christus het Hoofd

 

Augustine_Hippo_small.jpgWat voor zin heeft het in Christus te geloven als ge Hem tegelijkertijd verwenst ? Ge aanbidt Christus, het hoofd, maar ge verwenst zijn lichaam, de Kerk. Christus houdt van zijn lichaam.Ook al hebt ge u losgemaakt van zijn lichaam, het hoofd verlaat daarom zijn lichaam nog niet. Het hoofd roept u toe : zó heeft het geen zin Mij te vereren. Het is ongeveer als wanneer iemand u wil kussen, maar daarbij op uw voeten trapt. Met gespijkerde schoenen wellicht trapt hij uw voeten plat, wanneer hij uw hoofd wil vastnemen om u te kussen. Onderbreekt ge dan zijn vererende woorden niet met te roepen : kijk uit, ge trapt op mijn voeten ? Ge zegt niet : ge trapt op mijn hoofd. Het hoofd werd immers overladen met eer. Het hoofd spreekt dus eerder voor de vertrapte ledematen dan voor zichzelf. Het hoofd roept : ik wil uw eerbetoon niet : houd liever op mij te trappen.

Durft gij tot het hoofd zeggen : hoe heb ik u getrapt ? Ik wilde u toch slechts omhelzen en kussen : Begrijp ge dan niet dat er een levende eenheid bestaat tussen het hoofd dat ge wilt omhelzen en de leden die ge vertrapt ? Van boven wilt ge mij eren, van onder vertrapt hij mij. De pijn om het vertrappen is groter dan de vreugde om de omhelzing, want wat gij wilt omhelzen heeft pijn om de leden die gij vertrapt. De tong zegt "ik heb pijn", De tong zegt niet "mijn voet heeft pijn", maar "ik heb pijn", hoewel niemand de tong aangeraakt, gewond, geprikt of doorboord heeft.Toch lijdt de tong omdat zij verbonden is met het geheel van het lichaam. Zij moet noofzakelijk pijn hebben, zolang zij niet van het lichaam gescheiden is.
Daarom heeft onze Heer Jezus Christus bij zijn hemelvaart op de veertigste dag, zijn lichaam dat hier op aarde moest blijven, aan onze zorg aanbevolen. Hij wist dat vele mensen Hem zouden eren omdat Hij ten hemel opgestegen is.Maar Hij wist ook dat hun verering nutteloos zou zijn, wanneer zij zijn leden op aarde zouden vertrappen. Om elke vergissing uit te sluiten en te voorkomen dat men het hoofd in de hemel zou aanbidden, maar de leden op aarde zou vertrappen, verklaarde Hij waar zijn leden te vinden zouden zijn. Dat waren zijn láátste woorden vóór Hij ten hemel steeg; daarna heeft hij niet meer gesproken op aarde. Hij beval zijn leden op aarde aan en ging heen. Christus spreekt niet meer op aarde. Hij spreekt nog wel vanuit de hemel. Wat is de reden dat Hij nog vanuit de hemel spreekt? De reden is dat zijn leden op aarde vertrapt worden. Tot Saulus sprak Hij vanuit de hemel : "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij ?" Ik ben wel ten hemel gestegen, maar ik verblijf nog evenzeer op aarde. Ik zit wel aan de rechterhand van de Vader, maar Ik heb nog honger, Ik lijd nog dorst en ben nog vraeemdeling op aarde.

uit : Augustinus : "eenheid en liefde" Augustinus preken over de eerste brief van Johannes" vertaling prof Van Bavel

 

15-12-16

Simeon de nieuwe theoloog: hymne 2

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik
Hymne 2

 

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Symeon de Nieuwe Theoloog en Basilius

 

Hymne 2 :

"De engelen in de hemel schouwen onophoudelijk het gelaat van mijn Vader" (Mt 18,10)

Ik dank U omdat U me hebt gegeven om te leven,
om U te kennen en U te aanbidden, mijn God.
Want "het leven, dat is U kennen, U enige God" (Joh 17,3),
Schepper en Auteur van alles,
niet geschapen, zonder begin, uniek,
en uw Zoon, door U verwekt
en de Heilige Geest, uit U voortkomend,
de verenigde Drie-eenheid van alle lofzang...

Wat is er bij de engelen, bij de aartsengelen,
de machten, de cherubijnen en de serafijnen
en alle andere geliefde hemelse legerscharen,
aan heerlijkheid of aan onsterfelijk licht
aan vreugde, aan straling van onstoffelijk leven,
dan het enige licht van de Heilige Drie-eenheid?

Noem mij ook maar een onlichamelijk of lichamelijk wezen,
en je zult ontdekken dat God dat alles heeft gemaakt.
Als men je waarover ook spreekt, over die van de hemel,
die van de aarde, of die van de afgronden,
voor hen ook, voor allen, is er slechts één leven, één heerlijkheid
één verlangen en één koninkrijk,
één unieke rijkdom, vreugde, kroning, overwinning, vrede
of welke andere schittering het ook zij:
de kennis van de Oorsprong en de Oorzaak
van waar alles is gekomen, van waaruit alles is geboren.
Daar is Degene die de dingen van boven en van beneden handhaaft.
Daar is Degene die alle geestelijke wezens op orde brengt.
Daar is Degene die heerst over alle zichtbare wezens...

Ze zijn in kennis gegroeid en verdubbeld in vrees,
toen ze Satan zagen vallen
en diens knechten meegenomen door de zelfgenoegzaamheid.
Zij die gevallen zijn, zijn dat alles vergeten,
slaven van hun trots,
terwijl zij die er de kennis van bewaard hebben,
opgeheven zijn door vrees en liefde,
zich hechten aan hun Heer.
Zo maakte de erkenning van zijn heerschap
ook de groei van hun liefde
omdat ze de verblindende schittering van de Drie-eenheid
beter en helderder zagen.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

30-11-16

Basilius de Grote : een bruggenbouwer

Basilius de Grote: een bruggenbouwer

Basilios de grote  77.jpg

De monnik | Wie is Christus? | De botsing met de keizer | De zorg voor de armen | Zaken zijn zaken | Nieuwe verwikkelingen | Het dispuut over de Geest | De schepping | De cultuur

De monnik
Basilius leefde van 310 tot 379 n.Chr.. Hij werd geboren te Caesarea in Cappadocië (een streek in het huidige Turkije), als oudste zoon van een christelijk gezin. Zijn ouders hadden beiden vervolgingen meegemaakt, maar toch keerden zij zich niet tegen de 'boze' buitenwereld. Ze gaven Basilius daarentegen een brede vorming, dat wil zeggen dat hij zich bekwaamde in vele vormen van wetenschap. Hij raakte thuis in de platoonse, aristotelische en stoïcijnse denkwereld, en hij kwam in contact met tal van geleerden, onderzoekers, schrijvers en poëten.
Ondanks dit alles raakte Basilius onder de indruk van het ascetische ideaal. Dankzij de bisschop van Sebaste - Eustathius - trokken zijn oudere zus Macrina en zijn moeder zich na het overlijden van zijn vader terug in de eenzaamheid van arbeid en gebed. Ook Basilius maakte een radicale keuze. Hij wilde gehoor geven aan de roeping die losstaat van de wereldse 'wijsheid' en die zijn vorige leven volledig in de schaduw stelde. Hierbij riep hij de hulp in van monniken. Basilius raakte sterk onder de indruk van een leven van volmaaktheid door goederen aan de armen te geven en daardoor los te komen van de aardse verlokkingen. Hij maakte reizen naar Egypte, Palestina, Coële-Syrië en Mesopotamië. Tijdens deze reizen werd hij sterk aangesproken door de asceten die hij daar tegenkwam. Na thuiskomst liet Basilius zich dopen, om zich vervolgens bij zijn moeder en zus aan te sluiten in Annisi.
Basilius wilde Christus volgen door het kruis op te nemen en zichzelf te verloochenen. Dat betekende voor hem afstand doen van alles wat hem bond, dus ook de denkbeelden van zijn studie. De vraag blijft echter of Basilius ooit écht heeft gebroken met het denken van zijn verleden. Voor het monniken-ideaal waren er in de tijd van Basilius diverse voorbeelden, zoals de volgelingen van Antonius, van Pachomius en Eustathius. Basilius' grote liefde betrof de natuur, de plek bij uitstek om tot rust te komen. Dit punt speelde een grote rol bij de totstandkoming van zijn gedachten met betrekking tot het leven van monniken, die hij op schrift heeft gesteld.

Lees meer...

29-11-16

Basilios van Caesarea :"Jezus zei hun...altijd te bidden"

H. Basilius (ca 330-379), monnik en bisschop van Caesarea in Cappadocië, kerkleraar
Homelie 5

Basilios of_caesarea _de Grote.jpg

Basilios van Caesarea

 

"Jezus zei hun...altijd te bidden"

 

 

U moet uw gebed niet beperken tot een in woorden geformuleerde vraag. God heeft het immers niet nodig dat men Hem toespreekt; Hij weet, zelfs als we niets vragen, wat nuttig voor ons is. Wat valt er te zeggen? Het gebed bestaat niet uit formules; zij omvat het gehele leven. "Of u dus eet of drinkt, of wat dan ook doet, doe alles tot eer van God" (1Kor 10,31). Zit u aan tafel? Bid: door uw brood te nemen, dank Degene die het u heeft gegeven; als u uw wijn drinkt, herinner u dan Degene die u die gave heeft gegeven om uw hart te verblijden en uw ellende te verlichten. Als de maaltijd beëindigd is, vergeet dan niet de herinnering aan uw weldoener. Als u zich aankleedt, bedank dan Degene die het u gegeven heeft; als u uw mantel aantrekt, getuig dan van genegenheid voor God die ons kleding levert voor zowel de winter als de zomer, en om ons leven te beschermen.

Dank aan het einde van de dag, Degene die u de zon heeft gegeven voor het dagelijks werk en het vuur om de nacht te verlichten en om onze behoeften te voorzien. De nacht geeft u redenen tot dankbaarheid; door naar de hemel te kijken en door de schoonheid van de sterren te aanschouwen, bid dan tot de Meester van het universum die alles gemaakt heeft met wijsheid. Als u de gehele natuur ingeslapen ziet, aanbid dan nog steeds Degene die ons door de slaap van onze vermoeidheid ontlast en die ons door een beetje rust de energie aan onze krachten teruggeeft.

Zo zult u bidden zonder ophouden, als door de formules uw gebed onbevredigend is, blijft u daarentegen verenigd met God gedurende uw hele bestaan, door zo van uw leven een onophoudelijk gebed te maken.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende