17-07-17

johannes Chrysostomos : De bevrijding van de gevangenen

border 00FF.jpg

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Overweging over het woord 'kerkhof'en over het kruis

Chrysostomos TEKST2.jpg

De bevrijding van de gevangenen

Op die dag is Jezus Christus gekomen en heeft de afgronden van de hel overwonnen. Op die dag "heeft Hij de koperen deuren gebroken en de ijzeren grendels in stukken geslagen", zoals Jesaja dat zegt (45,2). Let hier op de uitdrukkingen. Hij zegt niet dat Hij de koperen deuren "heeft geopend" en ook niet dat Hij ze heeft weggehaald, maar dat Hij ze heeft "gebroken", om te laten weten dat er geen gevangenis meer is, om zo te zeggen dat Jezus die dag de gevangenen bevrijd heeft. Een gevangenis waarin geen deuren en geen sloten meer zijn, kan geen gevangenen meer vasthouden. Die deuren heeft Christus gebroken, wie kan ze herstellen? De grendels heeft Hij in stukken geslagen, wie van de mensen kan ze weer terugzetten?

Als de prinsen van de wereld hun gevangenen vrijlaten door genade-brieven te sturen, laten ze de deuren evenals de bewakers van de gevangenis bestaan, door aan hen die er uitkomen te laten zien, dat zij of anderen er weer in kunnen belanden. Christus handelt niet op deze wijze. Door de koperen deuren te breken, toont Hij dat er geen gevangenis meer is en ook geen dood.

Waarom spreekt men van 'koperen' deuren? Omdat de dood meedogenloos, inflexibel en hard als een diamant is. Nooit in alle eeuwen voor Christus had een gevangene eruit kunnen ontsnappen, tot aan de dag waarop de Almachtige uit de hemel afdaalde naar de afgronden om de slachtoffers uit de afgronden te trekken.

www.dagelijksevangelie.org

 

tekst Chrysostomos47.jpg

 

11-07-17

Gregorius van Nazianze : "Wanneer Hij komt, de Geest van de waarheid, dan zal Hij u tot de volle waarheid geleiden"

border 20203.gif

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en kerkleraar
Overweging 31, 5e theologie, 25-27 ; PG 36, 159

 

Gregorius van Nazianze.jpg

Gregorius van Nazianze

"Wanneer Hij komt, de Geest van de waarheid, dan zal Hij u tot de volle waarheid geleiden"

Gedurende een lange periode hebben twee grote omwentelingen de aarde aan het wankelen gebracht; men noemt ze de Twee Testamenten. De een brengt de mensen van afgoderij naar de Wet; de ander van de Wet naar het Evangelie. Een derde omwenteling wordt gepredikt: die welke ons van hierbeneden naar boven brengt waar er geen onrust meer is. Welnu, de twee Evangeliën hebben dezelfde aard... ze hebben niet alles in één keer, vanaf de eerste impuls van hun beweging, veranderd ... Het was er niet om ons geweld aan te doen, maar om ons te overtuigen.. Want wat met geweld opgedrongen wordt, blijft niet...

Het oude Testament toonde duidelijk de Vader, en toonde ook verborgen de Zoon. Het nieuwe Testament heeft de Zoon geopenbaard en heeft de goddelijkheid van de heilige Geest bedekt te kennen gegeven. Vandaag komt de heilige Geest onder ons, en Hij laat zich steeds duidelijker kennen. Het zou gevaarlijk geweest zijn om de Zoon te verkondigen, als de goddelijkheid van de Vader niet erkend werd, en voor zover de goddelijkheid van de Zoon niet aanvaard is, om de heilige Geest te verkondigen. Men zou kunnen vrezen dat, net zoals mensen die teveel boodschappen dragen of zij die kijken naar de zon met zwakke ogen, gelovigen zo het risico lopen om te verdwalen als ze al de kracht hadden het te dragen. De schittering van de Drie-eenheid moest dus stralen door de opeenvolgende ontwikkelingen of, zoals David zei, "op pelgrimstocht" (Ps 84,8) en door een toename van heerlijkheid tot heerlijkheid...

Ik voeg deze overweging er nog aan toe: de Verlosser wist bepaalde dingen waarvan Hij inschatte dat de leerlingen ze nog niet konden dragen ondanks alle onderricht dat ze al hadden ontvangen. Om redenen die ik hierboven heb genoemd, hield Hij deze dingen verborgen. En Hij herhaalde dat de heilige Geest bij zijn komst, hun alles zou onderrichten.

bron : dagelijksevangelie.org

tekst 1 (2).jpg

10-07-17

Hilarius van Poitiers : "Het meisje is niet dood, maar het slaapt"

border2653.jpg

H. Hilarius (ca. 315-367), bisschop van Poitiers en kerkleraar
Commentaar op het evangelie van Matteus, 9, 5-8

 

hilarius van Poitiers.jpg

Hilarius van Poitiers

 

"Het meisje is niet dood, maar het slaapt"

De leider [van de synagoge] kon gezien worden als vertegenwoordiger van de Wet van Mozes, die biddend voor de menigte die gevoed was voor de Christus, door te prediken om te wachten op zijn komst: vraag aan de Heer om het leven te geven aan een dode... De Heer heeft hem zijn hulp beloofd en om hem daarvan te verzekeren, is Hij hem gevolgd.

Maar eerst werd de menigte van zondige heidenen gered door de apostelen. De gave van het leven kwam het eerst terug bij de verkiezing die door de Wet was voorbestemd, maar daaraan voorafgaand, door het beeld van de vrouw, werd het heil gegeven aan de tollenaars en zondaars. Daarom heeft deze vrouw vertrouwen als ze de Heer ontmoet, ze zal genezen worden van haar bloedvloeiingen door het contact met het kleed van de Heer... Ze heeft haast om in geloof de zoom van het kleed aan te raken, dat wil zeggen om in het gezelschap van de apostelen de gave van de Heilige Geest te bereiken, die voortkomt uit het lichaam van Christus via een zoom. In één ogenblik is ze genezen. Zo is de gezondheid van de een doorgegeven aan een ander, van wie de Heer het geloof en de volharding loofde, omdat hetgeen voor Israel was bereid, ontvangen werd door de volkeren uit de naties... De genezende kracht van de Heer stroomt in zijn lichaam, en stroomde door tot in de zoom van zijn kleding. God was immers niet deelbaar of grijpbaar om in een lichaam opgesloten te worden; Hij verdeelt zelf zijn gaven van de heilige Geest, maar Hij is niet verdeeld in zijn gaven. Zijn kracht wordt overal door het geloof bereikt, omdat ze nergens afwezig is. Het lichaam dat Hij aangenomen heeft, heeft deze kracht niet opgesloten, maar zijn kracht heeft de kwetsbaarheid van een lichaam aangenomen om het vrij te kopen...

De Heer is vervolgens in het huis van de leider binnengegaan, anders gezegd in de synagoge..., en velen spotten met Hem. Ze geloofden immers niet dat God in een mens was; ze hebben gelachen toen ze hoorden over de opstanding uit de doden. Door de hand van het meisje vast te pakken heeft de Heer haar teruggebracht bij wie de dood slechts slaap was.

border kruis128.jpg

 

07-07-17

Johannes Climacos : Herder die de enige Herder volgt

border 6UEN6 (2).jpg

H. Johannes Climacus (rond 575-rond 650), monnik op de berg Sinaï
De geestelijke ladder, nr 31 (vert. drs P. Gilis, monastieke cahiers)

 

Climacos de ladder.jpg
Herder die de enige Herder volgt

 

Waarlijk herder is hij die bekwaam is de verloren geestelijke schapen, door zijn argeloosheid, door zijn persoonlijke ijver en zijn gebed op te zoeken en weer op te richten. Stuurman is hij, die van God en door zijn inspanningen de geestelijke kracht ontvangen heeft en bekwaam is om zijn schip niet alleen uit de springvloed te trekken, maar ook uit de afgrond zelve. Geneesheer is hij, die een lichaam en een ziel bezit vrij van ziekte, en geen enkel geneesmiddel voor hen nodig heeft.

Een goed stuurman zal zijn schip redden en een goede herder zijn ziekelijke schapen ten leve wekken en genezen. Dat de herder niet ophoudt om de fluit van zijn woord te gebruiken maken, terwijl de schapen aan het grazen zijn, vooral als de schapen aanstalten maken om te gaan slapen, want niets anders vreest de wolf zozeer, als de klank van de herderlijke fluit. In de mate dat de schapen voortdurend de herder volgen en vorderingen maken, in die mate zal hij hun verdediging op zich nemen bij de Heer des huizes.

Liefde zal de ware herder tonen, want uit liefde werd de Grote Herder gekruisigd.

dagelijksevangelie.org

 

Herder.jpg

27-06-17

ignatius van Antiochië

tekst ignatius van antiochie.jpg

25-06-17

“U doorzoekt de Schriften... welnu, juist die getuigen over Mij”


border0706.jpgH. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Commentaar op het overeenkomstig Evangelie, 1, 18-19 ; SC 121

Efraïm de syrier 12.jpg

“U doorzoekt de Schriften... welnu, juist die getuigen over Mij”

Het woord van God is een levensboom die je overal gezegende vruchten aanbiedt; ze is als een geopende rots in de woestijn, die voor elke mens overal, een geestelijke drank wordt: “Zij aten allemaal hetzelfde geestelijk voedsel, en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank” (1Kor 10,3; Ex 17,1v)

Dat degene die een deel van deze rijkdommen krijgt, niet gaat geloven dat er in het woord van God slechts dat is, wat hij erin vindt; dat hij er eerder rekening mee houdt dat hij slechts in staat was om er slechts één ding in te ontdekken tussen vele andere. Dat hij verrijkt door het woord niet gelooft dat deze verarmd is; dat ook al is hij niet in staat om haar rijkdom te putten, dat hij dankt voor haar grootheid. Verheug je, want je bent verzadigd, maar wordt niet bedroefd omdat de rijkdom van het woord je te boven gaat.

Degene die dorst heeft verheugt zich om te drinken, maar hij wordt niet bedroefd om zijn onmacht om de bron volledig te kunnen uitputten. Het is meer waard dat de bron je dorst lest, dan dat je dorst de bron uitput. Als je dorst gelest is zonder dat de bron uitgedroogd is, dan kun je, iedere keer dat je dorst zult hebben, opnieuw drinken. Als je daarentegen, door je te verzadigen, de bron uitput, dan zal je overwinning je ongeluk worden. Dank voor wat je hebt ontvangen en mopper niet over wat ongebruikt blijft. Wat je hebt genomen en meegenomen is van jou; maar wat blijft is ook je erfenis.

bron : www.dagelijksevangelie.org

tekst efraïm de Syriër.jpg

 

 

19-06-17

“Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel”

border kruis249 (2).jpg

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Homilie over de Tweede brief aan de Korintiërs, 12,4 ; PG 61, 486

 

yekst chrysostomos joh.jpg

“Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel”

Alleen de christenen schatten de dingen op hun juiste waarde in, en ze hebben niet dezelfde redenen om zich te verheugen en bedroefd te zijn als de rest van de mensen. Bij het zien van een gewonde atleet, die op zijn hoofd de overwinningskroon draagt, kan iemand, die nooit ook maar een enkele sport heeft beoefend, alleen de blessures zien die deze mens laten lijden; hij kan zich het geluk van de gewonde atleet, dat zijn beloning hem verschaft, niet inbeelden. Zo doen de mensen waarover wij spreken. Ze weten dat wij beproevingen ondergaan, maar niet waarom wij ze verdragen. Ze zien slechts het lijden. Ze zien de strijd die we aanvaarden en de gevaren die ons bedreigen. Maar de beloningen en de bekroningen blijven voor hen verborgen, evenals de reden van onze strijd. Zoals Paulus bevestigt: “Wij lijken berooid van alles, maar we bezitten alles” (2Kor 6,10)...

Wat ons betreft, wanneer we onderworpen zijn aan een beproeving om Christus, verdragen we het dan onverschrokken, meer nog, met vreugde. Als we vasten, laten we dan huppelen van vreugde alsof we gelukzalig zijn. Als men ons beledigt, laten we dan blij dansen alsof we vervuld waren met lofzang. Als we pech hebben, beschouwen we het dan als winst. Als we aan de arme geven, overtuigen we ons er dan van dat wij ontvangen... Herinner je voor alles dat je strijd voor Jezus Christus. Dan zul je met plezier de strijd aangaan en je zult altijd in vreugde leven, want niets maakt ons zo gelukkig als een goed geweten.

 

tekst Chrysostomos47.jpg

12-06-17

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar Hymne over de Drie-eenheid

border slur.gif

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Hymne over de Drie-eenheid

 

Efraïm de syrier 12.jpg

Efraïm de Syriër

 

"Een enige God, een enige Heer, in de drieëenheid van de Personen en de eenheid van hun natuur"

Refrein:
Gezegend Hij die u zond.

Laten we, als symbool voor de Vader, de zon nemen,

voor de Zoon, het licht,

en voor de Heilige Geest, de warmte.

Hoewel Hij één wezen is, neemt men in Hem

een drieëenheid waar.

Het onverklaarbare begrijpen, wie is dat gegeven?

Deze eenheid is meervoudig: één is gevormd uit drie,

en drie vormen slechts één,

groot mysterie en manifest wonder.

De zon is te onderscheiden van zijn straling

hoewel zij verenigd zijn;

zijn straal is immers ook de zon.

Toch spreekt niemand van twee zonnen,

zelfs als de straal

hier beneden ook de zon is.

We zeggen net zo min dat er twee Goden zijn

God, dat is Onze Heer;
maar ook Hij, die boven al het geschapene is.

Wie kan aanwijzen hoe en waar

de straal met de zon verbonden is,

en zijn warmte, ook al is die vrij?

Zij zijn niet gescheiden noch verward,

verenigd en toch te onderscheiden

vrij maar verbonden, o wonder.

Wie kan, ook al kijkt hij nog zo goed, greep op hen krijgen?

Terwijl ze op het oog

toch zo simpel, zo eenvoudig lijken.

Terwijl de zon hoog in de lucht verblijft,

zijn zijn helderheid en zijn gloed,

voor hen hier beneden, een duidelijk symbool.

Ja, zijn straling is neergedaald op aarde

en bewoont onze ogen

zoals hij ons lichaam bekleedde.

Wanneer de ogen, zoals van de doden, zich sluiten bij de slaap,

verlaat hij hen,

zij die vervolgens weer zullen ontwaken.

En hoe het licht bij het oog naar binnen komt,

niemand kan dat begrijpen,

zo ook komt de Heer bij ons in het hart.

Zo heeft onze Redder een lichaam bekleed,

om, in al zijn kwetsbaarheid,

het heelal te komen heiligen.

Maar, wanneer de straal weer terugkeert tot zijn bron,

is hij nooit gescheiden geweest,

van diegene die hem verwekte.

Hij laat zijn warmte achter voor hen hier beneden

zoals onze Heer,

de Heilige Geest aan zijn leerlingen heeft nagelaten.

Kijk naar deze beelden in de geschapen wereld

en twijfel niet aan de Drie,

want anders zul je je verliezen.

Dat wat duister was heb ik voor je verhelderd:

Hoe de drie één zijn,

drieëenheid die slechts één wezen vormt!

Refrein:
Gezegend Hij die u zond.

 

Efraïm de Syriër.jpg

09-06-17

Ireneus van Lyon : "Om het eeuwige leven te schenken aan allen, die U Hem gegeven hebt"

border 9ht.gif

H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar
Tegen de ketterij, IV, 14

Ireneus van Lyon.jpg

"Om het eeuwige leven te schenken aan allen, die U Hem gegeven hebt"

In den beginne heeft God Adam niet gevormd omdat Hij behoefte had aan de mens, maar om iemand te hebben in wie Hij zijn weldaden kon leggen. Want niet alleen om Adam, maar zelfs om de schepping, verheerlijkte het Woord de Vader, door in Hem te blijven, en Hij werd verheerlijkt door de Vader, zoals Hij zelf zegt: "Vader, verheerlijk Mij met de glorie die Ik bij U had voor het begin van de wereld". Het was niet omdat Hij onze dienst nodig had dat Hij ons heeft gevraagd om Hem te volgen, maar om ons redding te verschaffen. Want de Redder volgen is aandeel hebben aan de redding, zoals het licht volgen, aandeel aan het licht hebben is.

Wanneer mensen in het licht zijn, zijn zij het niet die het licht aansteken en het laten stralen, maar worden zij verlicht en daardoor stralend gemaakt; zonder er zelf iets aan toe te voegen, genieten zij van het licht en worden zij erdoor verlicht. Zo gaat het ook met de dienst aan God; onze dienst brengt God niets, want God heeft geen behoefte aan de dienst van de mensen; maar aan hen die Hem dienen en die Hem volgen, geeft God het leven, de onvergankelijkheid en de eeuwige glorie...

Als God die goed en barmhartig is, de dienst van de mensen vraagt, is het om zijn weldaden te kunnen toekennen aan degenen die in de dienst aan Hem blijven volharden. Want aangezien God niets nodig heeft, heeft de mens behoefte aan eenheid met God. De glorie van de mens is het volharden in de dienst aan God. Daarom zei de Heer tegen zijn leerlingen: "Niet u hebt Mij gekozen, maar Ik heb u gekozen" (Joh 15,16). Hij deelde daarbij mee dat zij het niet waren die Hem verheerlijkten door Hem te volgen, maar dat zij door Hem werden verheerlijkt, doordat ze de Zoon van God volgden. "Vader, Ik wil dat daar waar Ik ben ook zij met Mij zijn, opdat zij mijn glorie aanschouwen" (Joh 17,24).

www.dagelijksevangelie.org

 

bijbeltekst_5_2.jpg

05-06-17

Ignatius van Alexandrië :“Opdat allen één mogen zijn zoals U, Vader, in Mij

borders0528 (2).jpg

H. Ignatius van Antiochië (?- ca. 110) bisschop en martelaar

Brief aan de Efeziërs

 

Ignatius van Antiochië12.jpg

Ignatius van Alexandrië

 

“Opdat allen één mogen zijn zoals U, Vader, in Mij

en Ik in U”

U zou Jezus Christus op alle mogelijke manieren moeten verheerlijken. Hij heeft u verheerlijkt opdat u verenigd in dezelfde gehoorzaamheid, onder het gezag van de bisschop en zijn priesters, volledig zou worden geheiligd. Ik geef u geen bevelen. Ik ben wel, en dat is waar, belast met ketenen om de christelijke naam, maar ik heb de volmaaktheid nog niet bereikt in Jezus Christus. Ik begin pas met zijn scholing, en als ik me richt tot u, dan is dat aan medeleerlingen. Het is eerder zo dat ik een voorbereiding op de strijd nodig zou hebben gehad door uw geloof, uw aansporingen, uw geduld en uw mildheid. Maar aangezien de naastenliefde me niet toestaat om te zwijgen, neem ik het voortouw, en ik roep u op om in overeenstemming met de Geest van God voort te gaan. Want Jezus Christus, de onafscheidbare Grond van ons leven, is zelf de gedachte van de Vader, zoals de bisschoppen, die gevestigd tot aan de uiteinden van de wereld, slechts één zijn met de geest van Jezus Christus.

U moet dus samen met uw bisschop slecht één en dezelfde gedachte hebben; dat is overigens wat u reeds doet. U, priesters, die God werkelijk waardig zijn, zijn verenigd met de bisschop als de snaren op een lier; zo, vanuit een volmaakt akkoord van uw gevoelens en uw naastenliefde, verheft zich een concert van lofgezangen naar Jezus Christus. Dat ieder van u dat koor binnengaat; en dan in de harmonie van de samenklank, zult u door de eenheid zelf, de toon van God pakken en u zult allen de lofzangen aan de Vader met één stem zingen, door de mond van Jezus Christus... Het is dus in uw voordeel om u in een onberispelijke eenheid te houden; daardoor zult u genieten van een voortdurende vereniging met God zelf.

bron : www.dagelijksevangelie.org

 

852 tekst.jpg

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende