21-11-17

heiligenleven

border slur.gif

Heiligenleven

De heilige Eucherius van Lyon

 

eucherius van lyon.jpg

De heilige Eucherius, bisschop van Lyon, het grootste licht van die kerk na de heilige Ireneos. Hij was gehuwd en had twee zonen (die eveneens bisschop geworden zijn), maar na de dood van zijn vrouw werd hij in 422 monnik in het klooster van Lerins, tot hij in 434 tot bisschop werd gekozen van Lyon. De heilige Mamertus schrijft over hem: “Reeds toen hij jong was, onderscheidde hij zich door een opmerkelijke rijpheid van geest. Hij hechtte weinig waarde aan aardse zaken en toonde een heftig verlangen naar de hemel. Hij gedroeg zich van harte deemoedig, hoezeer hij ook boven allen verheven was door zijn vele talenten. Hij bezat een bijzondere geleerdheid, had grote redenaarsgaven en stak uit boven bijna alle bisschoppen van zijn tijd. Ook schreef hij verschillende boeken over de geloofsleer”.
Zijn brieven waren kort maar vol betekenis wat betreft de christelijke leer. Zij laten zich gemakkelijk lezen maar bevatten uiterst waardevolle onderrichtingen. Ze zijn in elk opzicht de moeite waard om te lezen en te bestuderen. Dat was het oordeel van Salvianus, een belangrijke tijdgenoot. Eucherius nam deel aan verschillende concilies, en hij is gestorven rond 450.

heiligenlevens voor elke dag. uitg.orth.klooster Den Haag

 

transfiguratie.jpg

wenskaart.jpg

 

tekst bijbel psalm 4658.jpg

13-11-17

heiligenleven

border tttt.gif

Heiligenleven

De heilige profeet Jeremias

jeremias profeet1.jpg

De profeet Jeremias

 

De heilige profeet Jeremia, een van de vier Grote Profeten. Hij was de zoon van de priester Chelkia uit Anatoth, geboren rond 650 vóór Christus, en profeteerde tijdens de regering van koning Josia en zijn opvolgers.
Tegen koning Jojakim profeteerde hij dat deze na zijn dood zou worden weggeworpen als een ezelsbegrafenis; daarom werd hij in de gevangenis geworpen, opdat het hem onmogelijk zou zijn om nog te schrijven. Maar toen dicteerde Jeremia zijn profetieën door de tralies heen aan Baruch, die ze optekende.
Naast het Boek der Profetieën schreef hij een bundel Klaagzangen. Ook schreef hij brieven naar de Joden die in slavernij verkeerden in Babylon‚ waarbij hij voorzegde dat het volk eerst na zeventig jaar zou terugkeren naar Jeruzalem.
Het leven van Jeremia toont op huiveringwekkende wijze het profetenlot: wat een mens die innerlijk verbonden is met God, op deze aarde moet ondergaan. Van nature was hij schuchter en teruggetrokken, maar door zijn goddelijke opdracht moest hij optreden tegen koningen, edellieden en opperpriesters. Terwijl er een oorlogssituatie bestond tussen lsraël en Babylon, moest Jeremia, in opdracht van God, onderwerping aan de vijand prediken, en aanvaarding van de nederlaag als straf van God voor de ontrouw waartoe het volk telkens opnieuw vervallen was. Het is niet verwonderlijk dat dit door zijn landgenoten werd gezien als defaitisme en verraad, en hij heeft daar dan ook telkens weer de gevolgen van moeten ondergaan: tegenwerking, mishandeling, gevangenschap en uiteindelijk de marteldood.
Maar tegelijk met zijn onheilsprofetieën heeft Jeremia ook het heil en de komst van de Messias verkondigd, waardoor de hoop levend bleef, óver het bittere lot van de ballingschap heen. Want het Verbond met de Gezalfde zal onverbrekelijk zijn, zoals de dag altijd weer volgt op de nacht.
Volgens een oude overlevering heeft hij, voordat de Tempel door koning Nabuchodonosor werd verwoest, de Ark van het Verbond verborgen in een spelonk van de berg Nabath‚ en deze is sindsdien onvindbaar gebleven. Jeremia werd gestenigd te Tafnis in Egypte, na de val van Jeruzalem in 587.

heiligenlevens voor elke dag : uitg.orth.klooster Den Haag

 

tekst Jeremias 21.jpg

 

 

tekst Jeremias.jpg

tekst bijbel Jeremias5.jpg

 

tekst jeremia-17-7-8 vertrouwen.jpg

tekst-Jeremia31-3.jpg

08-11-17

heiligenleven

border 05478.jpg

Heiligenleven 

 

Heilige Johannes de zwijgzame (silentiarius)

Johannes silentiarius.jpg

Johannes de zwijgzame

 

De heilige Joannes de zwijgzame, geboren te Nikopolis in Armenië op 8 januari 454 in een aanzienlijke familie. Toen hij 18 jaar was, stierven zijn ouders. Hij deed afstand van zijn bezit ten bate van zijn broeders, en betrok met een tiental vrienden een kluis in de wildernis. Na 10 jaar werd hij bisschop gewijd van Colonia bij Sebaste, maar het leven werd hem daar onmogelijk gemaakt door de vijandig gezinde gouverneur, die de man van zijn zuster was. Ondanks steun van de keizer verliet Joannes zijn zetel en werd monnik in de laura van de heilige Sabbas.
Daar werd hij te werk gesteld bij het aanslepen van de rotsblokken voor de bouw, vervolgens als kok en later als econoom. De heilige Sabbas had grote achting voor zijn toewijding en nam hem vier jaar later mee naar Jeruzalem om hem priester te laten wijden. Joannes vroeg toen een persoonlijk onderhoud aan bij de patriarch om hem onder geheimhouding mee te delen dat hij reeds bisschop was, De patriarch zei toen tegen de heilige Sabbas dat Joannes hem iets meegedeeld had dat het onmogelijk maakte hem priester te wijden.
De heilige Sabbas was hierover zeer ontsteld omdat hij dacht dat het een heimelijke zonde betrof, en hij bracht vele nachten door in gebed voor die gevallen monnik, tot hem geopenbaard werd dat hij van een verkeerde veronderstelling uitging. Toen kreeg hij van Joannes de werkelijke reden te horen.
ln 503 kwam een aantal monniken in opstand tegen de heilige Sabbas en deze was genoodzaakt de laura te verlaten. Joannes wilde zich bij geen van de partijen aansluiten en trok zich terug in een tegen een woestijnrots aangebouwd schuurtje. Hij plantte daar een vijgeboom die welig uit- groeide en de hut overschaduwde, tot verbazing van velen omdat in de bewerkte moestuin van de laura nooit een vijgeboom wilde groeien.
ln 510 werd Sabbas teruggeroepen, en toen de kluizenaars bedreigd werden door rondtrekkende moordzuchtige Saracenen, wilde hij Joannes naar de laura terugbrengen. Maar deze wilde zich niet terugtrekken binnen de vestingmuren van het klooster, want onder Gods hoede voelde hij zich zonder enige vrees. Toen de monniken hem uitnodigden toch binnen de veiliger omheining te komen, antwoordde Joannes: “Als God me niet wil beschermen, wat zou er dan nog waarde voor me hebben?” Vanaf die tijd vestigde zich een leeuw bij de ingang van zijn kluis, zodat niemand hem lastig durfde te vallen. Zo is Joannes in vrede ontslapen in 558, in de ouderdom van 104 jaar.

heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orth.klooster Den Haag

tekst joh Chrisostomos.jpg

 

Macarios van Egypte 254.jpg

 

tekst bijbel Kollossenzen.jpg

 

 

01-11-17

Heiligenleven

border slso.gif

Heiligenleven

 

De heilige Innocent van Alaska

 

innocent van Alaska5.jpg

 

De heilige Innocentios van Alaska werd geboren als Joan Popov, zoon van de koster van de kerk van de heilige Profeet Elia, in het gewest lrkoetsk. Zijn ziekelijke vader leerde hem lezen toen de jongen pas 5 jaar oud was, en stierf kort daarna, 40 jaar oud. Zijn weduwe bleef achter met vier kinderen, in behoeftige omstandigheden. Joan kwam toen in huis bij zijn oom de diaken. De begaafde jongen was nog geen zeven jaar toen hij tijdens de heilige Liturgie de Apostel mocht lezen met zulk een heldere stem en zo vol begrip dat ieder erdoor ontroerd was. Bemoedigd door deze algemene sympathie, poogde zijn moeder de opengevallen post van koster door hem over te laten nemen, zodat ze tenminste een geregend inkomen zouden hebben, maar dit werd geweigerd. Wel werd Joan toen hij 9 jaar oud was, naar het theologisch seminarie van lrkoetsk gezonden.
In datzelfde jaar kwam ook zijn oom, die intussen zijn vrouw verloren had, als monnikpriester naar lrkoetsk en was zo in staat om met Joan, op wie hij bijzonder gesteld was, in contact te blijven.
Op het seminarie was Joan weldra de beste van zijn klas. Hij was groot, goedgebouwd en had een knap uiterlijk, maar hij was een echt studiehoofd, ernstig en vroegrijp, zodat hij geen grote populariteit genoot onder zijn klasgenoten. Met zijn schoolwerk was hij altijd vlug klaar en zijn vrije tijd bracht hij het liefst door in de werkplaats van zijn oom, vader David. De verschillende soorten handwerk die hij daar leerde, zouden hem in de toekomst goed van pas komen, maar wierpen nu reeds hun vruchten af.
Met als gereedschap slechts een mes en een priem bouwde hij, volgens een antieke beschrijving, een goed werkend wateruurwerk uit hout en berkenschors. Dit oogstte algemene bewondering, temeer daar er in die tijd in Siberië nauwelijks een uurwerk te vinden was. En toen hij voor al zijn kameraden een eenvoudige zakzonnewijzer sneed, begonnen ze hem toch wel met heel andere ogen te beschouwen.
In die tijd besloot de bisschop een uurwerk te laten bouwen voor de klokkentoren van zijn kathedraal, en hij liet een vakman komen uit West-Rusland. Daar moest Joan natuurlijk bij zijn en hij was al spoedig de gewaardeerde assistent van de klokkenmaker bij het snijden van de grote tandraderen, omdat hij zo handig en nauwkeurig werkte. De bisschop vond dat hij er te veel tijd aan besteedde en meende dat het ten koste van zijn studie zou gaan, maar Joan bleef onveranderd de eerste van zijn klas.
Toen hij 20 jaar werd, moest hij een verreikende beslissing nemen, namelijk kiezen tussen trouwen of doorgaan met zijn studie. Hij koos het huwelijk en daardoor kwam er een wending in zijn leven. In 1818 kwam er uit Moskou een verzoek aan de bisschop om twee begaafde studenten naar de theologische academie te zenden. De bisschop stelde alles in het werk om Joan daarvoor te bestemmen, maar omdat hij aan de overkant van de door de dooi hevig gezwollen rivier woonde, waarop geen verkeer mogelijk was, kon hij hem niet bereiken, en Joan trad in alle gemoedsrust in het huwelijk met zijn uitverkorene, daarbij zijn theologen-loopbaan afsnijdend.
Hij kwam nu als diaken in een kerk van lrkoetsk, rondde zijn studie aan het seminarie af, en werd leraar aan de parochieschool. In 1821 werd hij priester gewijd. Hij won de liefde en de hoogachting van zijn parochianen door zijn goedheid, zijn grote ijver in het herderlijk werk, en de kalmte die er van hem uitging bij het vieren van de heilige diensten. Zijn verblijf daar zou echter maar twee jaar duren.
In 1823 werd het diocees lrkoetsk gevraagd een priester te leveren voor het missiewerk op het eiland Unalaska, een van de Aleoeten, waar de meeste inwoners reeds christen waren. Niemand voelde er echter iets voor om op zulk een plaats aan het einde der wereld te gaan werken, ook Joan niet. Toen ontmoette hij een Rus die daar 40 jaar had gewerkt en die nu in zijn vaderstad terugkwam.
Deze sprak met zoveel warmte over de eilanders, over de vurigheid waarmee zij zich wijdden aan het gebed en het grote verlangen dat zij toonden naar het woord van God, dat vader Joan in zijn hart werd geraakt. Hij vertelt: ‘Plotseling voelde ik me in brand staan van verlangen om zulke mensen te dienen. Ik kon bijna niet wachten om de bisschop op de hoogte te stellen van mijn voornemen daarheen te gaan. Hij scheen erdoor verrast en zei alleen maar “We zullen zien”.’
Het is begrijpelijk dat de bisschop niet graag zo'n uitstekende priester kwijt wilde en hij liet de zaak dan ook een beetje betijen. Maar toen hij zag dat de jonge priester vastbesloten bleef, gaf hij zijn zegen en benoemde hij hem tot missionaris voor het gebied Unalaska. Met vrouw, zoontje, schoonmoeder en broer begaf hij zich op weg, en aan de Lena scheepten zij zich in op een vrachtschuit, die hen 2000 km meenam, naar het Noord-Oosten tot Yakoetsk, waar de rivier ombuigt naar het Noorden. Te paard trok de kleine groep nu verder, nog 1000 km naar het Oosten, door moerassen waar geen weg te bekennen viel, geteisterd door dichte zwermen muskieten, terwijl de paarden vaak met veel moeite losgetrokken moesten worden uit onzichtbare modderkuilen waarin ze waren vastgeraakt. Het was een eindeloze reis, maar eindelijk bespeurden zij de frisse zeewind, die ook het gedreun van de golven tegen de steile rotskust meevoerde, en de masten van de schepen wezen hun de weg naar het voorlopige reisdoel, de haven Ochotsk. Na een rustpauze om weer wat op krachten te komen, scheepten zij zich in, en 14 maanden na hun vertrek uit lrkoetsk kwamen zij op Unalaska aan: Vader Joan als eerste vaste priester van dat gebied.

Zijn eerste werk was om een grote kerk te bouwen en de Aleoeten zagen vol bewondering hoe handig hun nieuwe herder zich daarbij weerde en het gaf hun ook vertrouwen in zijn ander onderricht. Tegelijk was het zijn voornaamste taak om de taal en de verschillende dialecten te leren, waarvoor hij een bijzondere aanleg toonde. Reeds spoedig begon hij met het ontwerpen van een eigen alfabet voor de bijzondere klanken van deze taal. De volgende stap was het schrijven van een grammatica en dan het vertalen van de Heilige Schrift en de liturgische boeken. Maar hij vertaalde ook technische handboeken en schoolboeken en schreef ook zelf allerlei artikelen en boeken.
Terwijl dit reeds een levenstaak betekende, moest hij ook nog het hem toevertrouwde gebied bezoeken, dat verspreid lag over talloze afzonderlijke eilanden. Die reizen moest hij volbrengen in de bekrompen ruimte van de daar gebruikte eskimo-kajaks, ten prooi aan een buitengewoon ruw klimaat van onophoudelijke stormen en mist. De beste jaren kennen ternauwernood 50 dagen mooi weer!
Vader Joan heeft merkwaardige belevenissen verteld die hem overkwamen. Toen hij zo voor het eerst het eiland Akun naderde, zag hij tot zijn verbazing de inwoners van het dorp in feestgewaad aan het strand staan om hem te ontvangen. Ze zeiden dat hun sjamaan hun gezegd had dat vader Joan op die dag zou komen om hun over God te leren spreken en te leren bidden. Daarbij had hij ook zijn uiterlijk beschreven, terwijl hij hem nooit gezien had. Deze sjamaan was eens door een rondtrekkende missionaris gedoopt en sindsdien had hij dagelijks verschijningen van twee engelen die hem in de voornaamste waarheden van het geloof onderrichtten en samen met hem baden. Hij beschreef ze als twee mannen, onzichtbaar voor anderen, maar die eruit zagen als de engelen op onze iconen. Dertig jaar hadden deze verschijningen reeds geduurd en zij hadden ook bemiddeld bij wonderbare genezingen en het volk voorbereid op het volle christendom.
Vader Joan was een begaafd schrijver. Zijn beroemde preek ‘Over de weg naar het Godsrijk’, zijn ‘Catechismus' en zijn ‘Geschiedenis van Christus’ kerk’ zijn niet slechts in het Russisch maar ook in het Frans en Engels vertaald. Daarna schreef hij een uitgebreid wetenschappelijk werk over het volk, de geografie, het klimaat, de grondstoffen en ertsen, de planten en dieren, en de nationale volksgebruiken, met statistische waarnemingen. Hij had een hoge achting voor de mensen onder wie hij werkte en hij beschouwde hen meer als zijn leermeesters dan als zijn leerlingen.
Voor het welzijn van zijn eigen gezin en van zichzelf toonde hij niet zo grote haast, er was immers zoveel dringender werk. De eerste drie jaar leefden ze in een kelder, totdat het houten huis klaar was dat hij eigenhandig bouwde, tot en met de klok. Hij was altijd bezig iets te maken, of hij gaf les aan zijn kinderen. Of hij maakte grote wandelingen met hen om ze de natuur te leren kennen.
Toen hij dit leven tien jaar geleid had, werd hij overgeplaatst naar het eigenlijke Alaska, het dorp Nieuw-Archangelsk. Zij kwamen daar aan in 1834, midden in een pokkenepidemie die 10.000 slachtoffers eiste, meer dan de helft van de bevolking van Zuid-Alaska. Vader Joan kende reeds iets van de Tlingit-taal en wist langzamerhand de bewoners over te halen zich te laten inenten. Toen hem dit lukte, kwam er een eind aan de epidemie, wat zijn gezag ten zeerste versterkte.
Om geld voor zijn missie te verdienen, richtte vader Joan een constructiewerkplaats op; de bevolking daar had talent voor mechanisch werk. Er werden onder andere draaiorgels gemaakt, die uitgevoerd werden naar de Spaans georiënteerde delen van Californië. Zo won hij steeds meer het vertrouwen en na enkele jaren kwamen er steeds meer bekeerlingen uit vrije wil en volle overtuiging.
Het werd nu nodig het werk te consolideren. Daarom werd de moeizame reis naar Rusland ondernomen, die nog steeds 8 maanden duurde. Hij ging naar St-Petersburg om zijn missie bekend te maken en om priesters te vragen. Hij boekte resultaat: er werd een belangrijk bedrag bijeengebracht, zijn boeken werden gedrukt en hij zou helpers krijgen. Zijn vrouw, wier gezondheid geleden had, had hij met vijf kinderen in lrkoetsk achtergelaten. In 1839 kwam het bericht dat zij gestorven was. Vader Joan wist eerst van verdriet niet wat hij zou doen, maar later aanvaardde hij de raad zich monnik te laten wijden; hij ontving toen de naam lnnokenti, naar de grote heilige bisschop van lrkoetsk. Het was nu een logische stap dat hij bisschop werd gewijd van het nieuwe missiegebied. Dit gebeurde in december 1840. Een maand later was hij op weg naar zijn bisdom, waar hij eind september aankwam.
Drie jaar was hij afwezig geweest, er wachtte hem een enorme hoeveelheid arbeid. Weer was hij actief betrokken in de bouw van kerken en scholen en een weeshuis. Tegelijk moest hij visitatiereizen maken in zijn uitgestrekt diocees, dat drie maanden vroeg om er doorheen te trekken. En dan moest er weer gewacht worden tot in de winter de toendra’s voldoende bevroren waren om erover te kunnen reizen. In 1842 bezocht hij de noordelijke streken, samen met een door hem gewijde inlandse priester, een reis van 5000 km in open sleden, waarbij de temperatuur vaak beneden -40 kwam, soms zelfs tijdens een storm -65! Er stonden wel blokhutten voor reizigers op onderlinge afstanden van 50 km, maar tijdens zulk een sneeuwstorm waren deze onbereikbaar en moest er geschuild worden in een gat in de sneeuw.
Overal stichtte hij scholen, boeken werden met duizenden verspreid, en tenslotte bleken deze ‘achterlijke inboorlingen’ een hogere graad van alfabetisatie te hebben dan de Russen in het moederland.
ln 1848 werd lnnokenti benoemd tot aartsbisschop van Yakoetsk. Zijn werkterrein omvatte heel Kamsjatka en Alaska. Steeds nieuwe talen leidden tot telkens weer nieuwe vertalingen van de heilige boeken. Hij celebreerde zelf in het yakoet, wat tot uitbundige vreugde bij de bevolking leidde. Nadat hij in 1857 aan de bisschopsvergadering in Petersburg had deelgenomen, reisde hij op de Amoer langs weer een nieuw onontgonnen gebied. Bij elke huizenverzameling liet hij aanleggen om te preken voor wie er maar waren, en om de verschillende noden van de mensen aan te horen. Hij raakte zo op hen gesteld dat hij er bleef wonen, en in 1862 installeerde hij zich in Blagovjestsjensk.
Langzamerhand begint de leeftijd zich te doen gelden, hij is nu 65 jaar. Hij raakt vermoeid en zijn ogen worden slecht. Er is een jongere, energiekere bisschop nodig en hij zendt een aanvraag om in de rust te mogen gaan naar de heilige Synode. Maar intussen is in 1867 de beroemde metropoliet Filaret van Moskou gestorven en de synode is eenstemmig van mening dat aartsbisschop lnnokenti het meest aangewezen is om hem op te volgen.
Met een bezwaard hart begeeft hij zich naar Moskou. Zijn reis door Siberië werd een ware triomftocht, van alle kanten stroomden de mensen toe om nog één keer hun geliefde bisschop te begroeten. In de avond van 25 mei 1868 begonnen in Moskou de klokken te luiden om de leider van de Russische kerk te begroeten.
En de 72-jarige grijsaard, uitgeput, ziek, bijna blind, na een onvoorstelbaar werkzaam leven, die eindelijk wat tot rust dacht te kunnen komen, wordt opnieuw voor een onmetelijke taak gesteld. En in gehoorzaamheid aan die opdracht van God en met gelovig vertrouwen op Zijn hulp, ontplooit hij opnieuw de enthousiaste werkkracht die zo karakteristiek voor hem is. Hij reorganiseert de Russische kerk. Het schoolsysteem wordt verbeterd. Er ontstaan nieuwe organisaties van bijstand voor weduwen en wezen en andere behoeftigen. De ziekenhuizen en asiels krijgen een betere inrichting, de bureaucratie wordt ingedamd, de behandeling wordt menselijker. De orthodoxe missie-organisatie wordt tot nieuw leven gebracht.
Dit alles weet hij tot stand te brengen in de negen jaren die hem nog resten. ln de vastentijd van 1879 voelt hij zijn einde naderen. Hij is 81 jaar oud, en 58 jaar daarvan hebben onafgebroken in dienst van de kerk van Christus gestaan. Op Goede Vrijdag vraagt hij zijn cellenmonnik om de gebeden van het stervensuur over hem te lezen. En op 31 maart, in de vroege ochtend van de Grote Zaterdag, gaat hij over naar het eeuwige Pascha.

 

 

innocent van alaska2.jpg

 

innocent van alaska4.jpg

 

innocentius van Alaska.jpg

 

titus-1.jpg

 

19-10-17

Heiligenleven

border 07.jpg

Heiligenleven

De heilige Dunstan  Aartsbisschop van Canterbury

dunstan van Canterbury.jpg

Dunstan van Canterbury

 

De heilige Dunstan, aartsbisschop van Canterbury. Hij was geboren in de buurt van deze stad in 909, en werd als jongen naar de beroemde abdij van Glastonbury gestuurd voor zijn opvoeding. Daar werd hij aangetast door hersenvliesontsteking, en hij was zo’n rumoerige patient dat hij niet op de slaapzaal gehandhaafd kon worden. Daarom werd hij toevertrouwd aan een zorgzame vrouw om hem te verplegen. Op een nacht sprong hij schreeuwend uit zijn bed en vloog de torentrap op tot hij uitkwam op het dak van de kerk, waar hij gezien werd, wankelend op de scherpe nok. Maar hij kwam heelhuids beneden en ging in de kerk, waar hij uitgeput in slaap viel. Men liet hem maar liggen en de volgende dag kwam hij geheel verkwikt wakker, zonder herinnering aan wat hij die nacht had gedaan.
Hij was verder een begaafde jongeman: niet slechts een studiehoofd maar ook bekwaam in muziek, schilderen en handenarbeid, in het bijzonder edelsmeedwerk. Er is nog een door hem verlucht manuscript in het Brits Museum aanwezig.
Dunstan werd in 943 door koning Edmund l aangesteld tot abt van Glastonbury, met de opdracht het monastieke leven daar te herstellen. Dit was het begin van de wederopbloei van het monastieke leven in Engeland, dat door de voortdurende Scandinavische invallen vrijwel was uitgeroeid. Tegelijk was hij minister van de koning. Hij zette zich met sterke hand aan de kerkhervorming. De engelse priesters waren meestal getrouwd, en gebruikten hun positie in de kerk tot verbetering van hun inkomen. Dunstan begon stelselmatig alle getrouwde priesters uit de grote kerken te verdrijven en stelde monniken in hun plaats. Deze bezigheid werd door de betreffende partijen natuurlijk zeer verschillend gewaardeerd, en er is vaak felle kritiek op Dunstan geuit. Zo stond hij bij de ene koning hoog in eer, terwijl een volgende koning hem uit het land verdreef. Hij vond toen een toevluchtsoord in Vlaanderen.
In 957 werd Dunstan teruggeroepen en aangesteld tot bisschop van Worcester zowel als van Londen: anti-canoniek maar door de nood van de tijd gerechtvaardigd. Twee jaar later werd Dunstan gekozen tot aartsbisschop van Canterbury, en hij ontving te Rome het pallium uit de handen van paus Joannes Xll. Opnieuw was hij de voornaamste raadsheer van de nieuwe koning, en dank zij een goed bestuur beleefde het land een tijd van opbloei, terwijl koning Edgar gezag uitoefende over alle andere vorsten van Engeland.
Maar tegelijk bleef Dunstan zich bekommeren om de abdij van Glastonbury, die hij vaak bezocht. Hij kende niet slechts alle monniken persoonlijk, maar ook alle leerlingen van de kloosterschool. Dunstan stichtte of hervormde een aantal abdijen, waaronder Malmesbury, Westminster, Bath en Exeter. In 970 werd op een nationale synode van bisschoppen, abten en abdissen, de Regularis Concordia vastgesteld, die voor alle kloosters zou gelden. Deze behelsde in hoofdzaak de Regel van de heilige Benedictus, doch minder afgescheiden van het leven van het volk.
Dunstan was veelzijdig begaafd. Hij was niet alleen een heilige, maar ook een groot organisator, speelde harp en had een mooie zangstem. “Wanneer hij aan het Altaar zong”, zegt de kroniek, “was het of hij van aangezicht tot aangezicht met Christus sprak”. In zijn ouderdom wijdde hij zich geheel aan het lesgeven op de kloosterschool, en hij was bijzonder geliefd bij de leerlingen.
Op het feest van Hemelvaart in 988, toen hij dus 79 was, celebreerde en preekte hij met bijzondere godsvrucht. Na de zegen preekte hij nog eens en hij zei dat hij op het punt stond te sterven. Hij wees de plaats aan waar hij begraven wilde worden en stierf drie dagen later.

Uit : heiligenlevens voor elke dag . Orth.klooster Den Haag

 

Paisios TEKST.jpg

 

tekst222.jpg

 

Kopie van blijf%20jezelf.jpg

tekst Jesaja-43-4.jpg

heiligenleven

 

 

 

 

border 7gE.jpg

Heiligenleven

De heilige Dunstan, Aartsbisschop van Canterbury

Dunstan2.jpg

De heilige Dunstan, aartsbisschop van Canterbury. Hij was geboren in de buurt van deze stad in 909, en werd als jongen naar de beroemde abdij van Glastonbury gestuurd voor zijn opvoeding. Daar werd hij aangetast door hersenvliesontsteking, en hij was zo’n rumoerige patient dat hij niet op de slaapzaal gehandhaafd kon worden. Daarom werd hij toevertrouwd aan een zorgzame vrouw om hem te verplegen. Op een nacht sprong hij schreeuwend uit zijn bed en vloog de torentrap op tot hij uitkwam op het dak van de kerk, waar hij gezien werd, wankelend op de scherpe nok. Maar hij kwam heelhuids beneden en ging in de kerk, waar hij uitgeput in slaap viel. Men liet hem maar liggen en de volgende dag kwam hij geheel verkwikt wakker, zonder herinnering aan wat hij die nacht had gedaan.
Hij was verder een begaafde jongeman: niet slechts een studiehoofd maar ook bekwaam in muziek, schilderen en handenarbeid, in het bijzonder edelsmeedwerk. Er is nog een door hem verlucht manuscript in het Brits Museum aanwezig.
Dunstan werd in 943 door koning Edmund l aangesteld tot abt van Glastonbury, met de opdracht het monastieke leven daar te herstellen. Dit was het begin van de wederopbloei van het monastieke leven in Engeland, dat door de voortdurende Scandinavische invallen vrijwel was uitgeroeid. Tegelijk was hij minister van de koning. Hij zette zich met sterke hand aan de kerkhervorming. De engelse priesters waren meestal getrouwd, en gebruikten hun positie in de kerk tot verbetering van hun inkomen. Dunstan begon stelselmatig alle getrouwde priesters uit de grote kerken te verdrijven en stelde monniken in hun plaats. Deze bezigheid werd door de betreffende partijen natuurlijk zeer verschillend gewaardeerd, en er is vaak felle kritiek op Dunstan geuit. Zo stond hij bij de ene koning hoog in eer, terwijl een volgende koning hem uit het land verdreef. Hij vond toen een toevluchtsoord in Vlaanderen.
In 957 werd Dunstan teruggeroepen en aangesteld tot bisschop van Worcester zowel als van Londen: anti-canoniek maar door de nood van de tijd gerechtvaardigd. Twee jaar later werd Dunstan gekozen tot aartsbisschop van Canterbury, en hij ontving te Rome het pallium uit de handen van paus Joannes Xll. Opnieuw was hij de voornaamste raadsheer van de nieuwe koning, en dank zij een goed bestuur beleefde het land een tijd van opbloei, terwijl koning Edgar gezag uitoefende over alle andere vorsten van Engeland.
Maar tegelijk bleef Dunstan zich bekommeren om de abdij van Glastonbury, die hij vaak bezocht. Hij kende niet slechts alle monniken persoonlijk, maar ook alle leerlingen van de kloosterschool. Dunstan stichtte of hervormde een aantal abdijen, waaronder Malmesbury, Westminster, Bath en Exeter. In 970 werd op een nationale synode van bisschoppen, abten en abdissen, de Regularis Concordia vastgesteld, die voor alle kloosters zou gelden. Deze behelsde in hoofdzaak de Regel van de heilige Benedictus, doch minder afgescheiden van het leven van het volk.
Dunstan was veelzijdig begaafd. Hij was niet alleen een heilige, maar ook een groot organisator, speelde harp en had een mooie zangstem. “Wanneer hij aan het Altaar zong”, zegt de kroniek, “was het of hij van aangezicht tot aangezicht met Christus sprak”. In zijn ouderdom wijdde hij zich geheel aan het lesgeven op de kloosterschool, en hij was bijzonder geliefd bij de leerlingen.
Op het feest van Hemelvaart in 988, toen hij dus 79 was, celebreerde en preekte hij met bijzondere godsvrucht. Na de zegen preekte hij nog eens en hij zei dat hij op het punt stond te sterven. Hij wees de plaats aan waar hij begraven wilde worden en stierf drie dagen later.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Orth.klooster Den Haag

 

tekst bijbel21.jpg

tekst bijbel 257s6s4.jpg

 

tekst bijbel3.jpg

 

tekst krohnstadt.jpg

15-10-17

heiligenleven

border 54.jpg

Heiligenleven

De heilige Pulcheria

 

Markianos en Pulcheria.jpg

Heilige Pulcheria (rechts)

 

De heilige keizerin Pulcheria. Het bestuur werd in haar handen gelegd in 414, toen zij nog slechts 16 jaar oud was. Maar zij was zeer begaafd en bezat een grote geestkracht: een ware erfgenaam van de grote keizer Theodosios. Zij moest waarnemen voor haar 13-jarige broer, de eveneens heilige Theodosios (zie 29 juli).
Om mogelijke strijd om de troon te voorkomen haalde Pulcheria haar beide zusters Arcadia en Marina over dat zij alle drie de celibaatsgelofte zouden afleggen, zodat er zich geen nieuwe troonpretendenten konden aandienen. Gezamenlijk deden zij nu het werk dat hun verplichtingen met zich meebrachten: de godsdienstige plechtigheden, de charitas en het huiselijk bestuur. Zij wijdden al hun kracht aan het ondersteunen van de armen en het verzorgen van de zieken. Zij steunden ruimhartig kerkbouw en kloosterstichtingen, vooral in Konstantinopel. Daarnaast was heel hun zorg erop gericht hun broer op te voeden. Pulcheria gaf hem godsdienstig onderricht en liet hem verder een soldatesk programma doorwerken om hem ook lichamelijk sterker te maken. Om zijn verantwoordelijkheidsgevoel te trainen liet zij hem aanwezig zijn op de bijeenkomsten met haar staatkundige raadgevers.
Om de zonde van hun ouders uit te boeten lieten zij en haar broer in 438 het lichaam van de heilige Joannes Chrysostomos terughalen uit Komana, waar hij in ballingschap gestorven was.
Toen Theodosios in 450 stierf ten gevolge van een ongeluk op de jacht, kwam Pulcheria, die intussen 52 jaar oud was, weer aan het bewind. Haar zusters waren reeds gestorven, en om de toestand beter het hoofd te kunnen bieden, trad zij in het huwelijk met Markianos, een 60-jarige militair. Zijn eerste werk was om de kerkvrede te herstellen, en het door hen bijeengeroepen concilie werd het 4e Oecumenisch Concilie van Chalcedon, dat de schade moest herstellen die toegebracht was door de Rover-synode van Efese in 449. Daarna bracht hij de troepen van de bijna onoverwinnelijke Hunnenkoning Atilla een nederlaag toe in de Donau-vlakte, en Atilla, die reeds de Alpen overgetrokken was om zich op Rome over zijn bourgondische nederlaag te wreken, moest vrede sluiten en naar zijn basis terugkeren om Hongarije tegen Markianos te verdedigen.
Pulcheria stierf op deze dag in 453, in de ouderdom van 54 jaar: vorstin en steunpilaar van de kerk, moeder der armen en sieraad van het vrouwelijk geslacht. Zij wordt ook herdacht op 17 februari, met haar echtgenoot Markianos.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag . uitg.Orth.klooster Den Haag

 

twaalf apostelen.jpg

De twaalf Apostelen

 

pasen_76.jpg

Epiphanios of Athens  TEKST.jpg

tekst bijbel johannes44.jpg

12-10-17

heilige Theodora van Alexandrië

border ppppp.gif

Heiligenleven

De heilige Theodora van Alexandrië

Theodora van Alexandrie.jpg

De heilige Theodora van Alexandrië, boetelinge 5e eeuw. Zij was de vrouw van de prefect van Egypte, en tijdens zijn afwezigheid was zij in zonde gevallen. Door een diepe schaamte bevangen, durfde zij haar man niet meer onder ogen komen. Zij pakte wat oude mannenkleren en liep weg, steeds verder weg, tot zij in de Thebaïde-woestijn volkomen uitgeput in een klooster opgenomen werd. Zij bleef daar en vroeg als monnik te mogen intreden. Zij werd aanvaard in de veronderstelling dat men met een eunuch van het hof te doen had, wat in die dagen wel vaker voorkwam. Van 10 vrouwen is het bekend dat zij als man in een mannenklooster hebben geleefd en juist daardoor de heiligheid hebben verworven. Theodora leefde zo 17 jaar, van 474 tot 491. Zij legde een grote ijver aan de dag, nam steeds het moeilijkste en het laagste werk op zich, en bracht hele nachten door in gebed, wenend om haar zonde, en werd zo een voorbeeld voor de anderen.
Vele jaren na haar intrede werd zij met enkele kamelen naar Alexandrië gezonden, waarbij zij enkele zaken moest afleveren aan het huis van de prefect. Tot haar ontsteltenis herkende deze zijn diepbetreurde vrouw in de armzalige kameeldrijver. Zij liet zich echter niet overhalen om tot haar vroeger leven terug te keren. Zij had nu de geloften afgelegd en wilde daaraan tenminste trouw blijven. Zo keerde zij naar de woestijn terug. Eerst toen zij stervende was, verhaalde zij de werkelijkheid over zichzelf en vroeg een boodschap te sturen aan haar man. Hij kwam ogenblikkelijk, maar Theodora was reeds gestorven, en hij kon slechts haar begrafenis bijwonen.
Enkele spreuken zijn uit haar mond overgeleverd. Zo vertelde zij over een broeder die zich beroerd en koortsig voelde en bij zichzelf dacht: “Ik ben veel te ziek om te bidden”. Maar na een tijdje kwam de gedachte: “Ik kan maar éénmaal doodgaan”. Toen kwam hij uit zijn bed en begon het officie te bidden. Toen hij dit klaar had, was de koorts verdwenen.
En over een kluizenaar die zei: “lk word hier van alle kanten omringd door alle mogelijke bekoringen. Dat is niet uit te houden, ik moet ergens anders heen”. Hij ging dus uit zijn cel en trok zijn sandalen aan. Toen zag hij zichzelf naast zich staan, die ook sandalen aandeed en zei: “Waar je ook heen gaat, daar ben ik ook”.
En tegen een volgeling van Valentinianos, die geweldige kritiek had op de wet, want het Evangelie heeft ons vrijgemaakt van alle dwang. Theodora zei toen: “De Wet die het lichaam bedwingt schenkt dat lichaam terug aan zijn Schepper”.
En over het vasten, het nachtwaken en de eenzaamheid: “De duivel eet noch drinkt, slaap is hem onbekend, de eenzaamheid is zijn geliefkoosde verblijfplaats. Maar hij vlucht voor de deemoed.”

Bron : heiligenlevens voor elke dag .Orth.Klooster Den Haag

 

1-johannes-4-16.jpg

1-johannes-4-18.jpg

1-petrus-1-15-16.jpg

Xenia van St.Petersburg

border !ei!.gif

Heiligenleven

De heilige Xenia van St. Petersburg

xenia_of_st_petersburg.jpg

De heilige Xenia van Sint Petersburg (Leningrad) was gehuwd met een briljante kolonel van het Russische leger, verbonden aan het hofkoor. Zij leidde het op plezier gerichte mondaine leven van de aristocratie in de hoofdstad. Toen zij 26 jaar was, stierf plotseling haar man en Xenia kwam met een schok tot het bewustzijn van de vergankelijkheid van het aards geluk. Dit bewustzijn veranderde haar leven totaal.
Zij wilde zich nu geheel aan de dienst van God wijden, maar deed ook dit op de meest radicale manier door de ascese van het Dwaas zijn om Christus op zich te nemen, een manier die aansloot bij haar gevoelens van totaal verlies en van rouw.
Zij begon met het wegschenken van haar bezittingen aan de armen en trok het uniform van haar man aan. Zo probeerde ze zijn persoonlijkheid in stand te houden en zij liet zich ook noemen met zijn naam. Maar weldra was zij nog slechts in lompen gehuld. Blootsvoets zwierf zij door de straten van het armenkwartier, ook in de winter, en zonder onderdak. Wanneer iemand haar geld gaf, deelde zij dat ogenblikkelijk uit aan de bedelaars. Zij at slechts af en toe, wanneer zij bij kennissen was uitgenodigd. ‘s Nachts ging zij buiten de stad en bleef in het open veld knielend bidden tot zonsopgang.
Oplettende gelovigen kwamen langzamerhand tot het inzicht dat er zich een heilige in hun midden bevond. Haar raadselachtige woorden hadden vaak een diepe zin, en soms bleek zij nog toekomstige gebeurtenissen te hebben voorspeld. Ook bracht zij merkbare zegen waar zij kwam. Zelfs op stoffelijk gebied. Winkels of koetsiers deden goede zaken wanneer zij er was geweest. Zieke kinderen die zij kuste herwonnen snel hun gezondheid. Zo veranderde in de loop der jaren het medelijden dat men voor haar voelde in een algemene verering, en men zag haar als de beschermengel van de stad. Nadat zij 45 jaar dit onmenselijk zware leven had geleid, ontsliep Xenia in de Heer in de ouderdom van 71 jaar, rond het jaar 1800.
Haar graf werd vanaf het begin bezocht en werd in steeds sterker mate een bedevaartsplaats waar wonderen, genezingen voorspellingen en verschijningen nog steeds voortduren. Over haar graf werd een kerkje gebouwd dat nu midden in een van de grote kerkhoven (met de naam: Smolensk) van St.-Petersburg staat. Door de Sovjets werd dit gesloten en bouwvallig verklaard. Toen de gelovigen toch bleven komen werd er een grote schutting omheen geplaatst, maar de spleten daarvan dienden als bevestiging voor de briefjes met gebeds-intenties, die de mensen daar kwamen brengen. De eigenlijke kerk van de begraaf-plaats herbergt een vurige gemeente die zeer actief aan de kerkelijke getijden deelneemt.
In het kader van de duizendjarige viering van de Doop van Rusland, is het grafkerkje vrijgegeven, en je geheel gerestaureerd. Haar officiële heiligverklaring vond plaats tijdens de grote millennium-herdenking in de zomer van 1988.
Op haar graf is nog het oorspronkelijk inschrift te lezen: In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hier rust het lichaam van de dienaresse Gods, Xenia Grigorievna, echtgenote van de keizerlijke koorzanger Kolonel Andrei Theodorowitsj Petrov. Zij werd weduwe op de leeftijd van 226 jaar; was een pelgrim gedurende 45 jaar, en zij leefde in het geheel 71jaar. Zij stond bekend onder de naam Andrei Theodorowitsj. Laat ieder die mij gekend heeft bidden voor mijn ziel opdat uw eigen ziel moge worden gered. Amen

bron : heiligenlevens voor elke dag. uitg Orth.klooster Den Haag

 

tekst ambrosius van Optina.jpg

1-Petrus-3-18.jpg

1-korintiers-13-3.jpg

28-09-17

17e zondag na Pinksteren

border altaar7.gif

17e zondag na Pinksteren

"Bemint uw vijanden"

 

tekst bijbel Galaten.jpg

Lezingen

2 Kor.6, 16-7,1

6, 16 Kan de tempel van God een verbond aangaan met de afgoden? Maar de tempel van de levende God, dat zijn wij. God heeft het zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. 17Daarom, gaat weg en verlaat hen, houdt u ver van hen, zegt de Heer, raakt niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen. 18Ik zal voor u een vader zijn en gij zult voor Mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.

7,1Geliefden, zulke beloften zijn ons gedaan; laten wij ons dan zuiveren van elke smet van vlees en geest, en vol ontzag voor God het werk van onze heiliging voltooien.

 

Evangelie :

Lucas 6,31-36

 

6 .31 Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. 32 Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. 33 En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. 34 En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen. 35 Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.

36 Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.

 

jesaja-43-4.jpg

tekst bijbel Genesis.jpg

1-johannes-4-20-2.jpg

tekst chrysostomos77.jpg

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende