20-05-17

allerlei

 

 

 Welkom op mijn blog met informatie over de

Orthodoxie. Teksten, bezinningen, theologie

Foto's..........

 

Gezangen uitgevoerd door het koor van de orthodoxe kerk van Gent

(openen met windows chrome of internet explorer !)

 

 

  De teksten van  de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom.

 

INHOUD VAN MIJN BLOG   (klik)

Om gemakkelijk te vinden wat je zoekt !!

4  nieuwe posts:

1 : 6e zondag na Pasen : de blindgeborene

2 : Hemelvaart van Christus

3 : 7e zondag na Pasen : de Vaders van het eerste oecumenisch concilie

4. Over het eerste Oecumenisch concilie

 

18-05-17

Nikon heilige priester uit Napels martelaar

Banner2 +.gif

Heiligenleven

De heilige  Nikon - priester Martelaar uit Napels

 

Nikon de napolitaan.jpgDe heilige Nikon, priester-martelaar, met zijn vele leerlingen. Hij was een Napolitaan, zoon van een heidense vader en een christen moeder, beroepssoldaat, knap en sterk. Na een zwaar gevecht was hij met zijn leger als overwinnaar naar Napels teruggekeerd en hij vertelde aan zijn moeder dat hij ook christen wilde worden. Hij nam daarvoor de boot naar Constantinopel, maar onderweg ging hij aan land op het eiland Chios. Daar zocht hij een eenzame plaats en bracht zeven dagen door in gebed om de consequenties van zijn stap te doordenken en er zich op voor te bereiden. Vervolgens trok hij naar de berg Ganos, waar zich een kluizenaars-kolonie bevond. Nikon werd gedoopt en sloot zich bij hen aan en werd drie jaar later priester gewijd, omdat hij tot overste was gekozen.
Langzamerhand kwamen er te veel leerlingen om het leven daar vol te kunnen houden en Nikon begon met negen van zijn leerlingen een zwervend bestaan. Zij gingen eerst naar Mytilene, dan weer aan de geheel andere kant van de Middellandse Zee naar Napels, waar Nikon zijn moeder bijstond in haar laatste dagen en haar begroet. Vervolgens gingen ze naar Sicilië waar ze een geschikte plek vonden op de berg Tauromenië, en het aantal van zijn leerlingen aangroeide tot 199.
De rust daar was echter slechts schijn, ze werden allen gegrepen en voor de rechter gebracht. De leerlingen werden onthoofd maar Nikon moest de volle maat van de woede der vervolgers verduren en hij werd op allerlei manieren gemarteld tot ook hij tenslotte met het zwaard werd gedood, in 260.

uit : heiligenlevens voor elke dag - orth klooster Den Haag

1-Petrus-221-22.jpg

aa.jpg

Nikon heilige van het Holenklooster in Kiev

border 7TRE.jpg

Heiligenleven

De heilige Nikon van het Holenklooster in Kiev

 

Nikon holenklooster Kiev21.jpgDe heilige Nikon van het Holenklooster in Kiev was een priester die de eerste volgeling werd van Antonios, de stichter van het Holenklooster, die hem belastte met de opname van de nieuwelingen. Toen hij eens de twee lievelingszonen van de grootvorst van Kiev, Warlaäm en Efraïm, had opgenomen, haalde hij zich de woede van hun vader op de hals, zodat zijn verblijf in het klooster onmogelijk werd. Hij trok zich toen terug op het schiereiland van Tamanj, waar hij de bouw van een kerk organiseerde.
Later keerde hij naar het Holenklooster terug, waar hij enthousiast werd opgenomen en later ook tot abt werd gekozen. Hij was artistiek begaafd en heeft het klooster met fresco’s en mozaïekwerk gesierd. Hij is gestorven in 1088.

uit : heiligenleven voor elke dag - uitg orth.klooster Den Haag

 

holenklooster Kiev25.jpg

Holenklooster Kiev

 

border 22ZZSS.gif

holenklooster Kiev25.jpg

16-05-17

heiligenleven : Servatius

border oaoa (7).jpg

Heiligenleven 

De heilige Servatius van Tongeren - Maastricht

 

servatius en Lambert.jpg

Lambertus en Servatius (rechts)

 

De heilige Servatius (Aravatus, Sabbatius, Servaas), bisschop van Tongeren, na de heilige Maternus. Zijn afkomst is geheel onbekend, maar later werd verhaald dat hij uit Armenië of uit Syrië afkomstig zou zijn, en na een wilde jeugd zich had bekeerd. Na een bedevaart naar het Heilig Land werd hij priester gewijd en als missionaris naar Gallië gezonden. Rond 335 was hij bisschop van Tongeren. Hij nam deel aan het Concilie van Keulen in 346, en gaf getuigenis tegen de ariaansgezinde bisschop van Keulen:

Ik weet volkomen zeker wat deze valse bisschop leert; ik weet het niet van horen-zeggen, maar doordat ik het met mijn eigen oren heb gehoord. Omdat onze diocesen aan elkaar grenzen, heb ik vaak met hem gedisputeerd wanneer hij de Godheid van Jezus Christus loochende. Dat heb ik gedaan, zowel onder vier ogen als in het openbaar, in de aanwezigheid van Athanasios, bisschop van Alexandrië. Mij advies luidt: hij mag niet langer een christen bisschop zijn, en zij die in gemeenschap met hem blijven, kunnen niet langer als christenen beschouwd worden.

Servatius had de heilige Athanasios tijdens diens ballingschap met grote eer ontvangen, en zich volledig achter hem gesteld. Hij had hem ook vergezeld tijdens diens ballingschap in Trier van 336 tot 338, Ook op het concilie van Sardica in 347, en dat van Rimini in 359, was Servatius een der voornaamste bestrijders van de Arianen. Toen Tongeren door de duitse Hunnen werd bedreigd, bracht Servatius de bisschopszetel over naar de vesting Maastricht, waar hij op deze dag, Pinkstermaandag, gestorven is in 384.

De heilige Gregorios van Tours verhaalt dat Servatius voorzegd had dat de Hunnen Gallië zouden binnenvallen, en onder tranen verdubbelde hij zijn gebeden, nachtwaken en vasten om Gods barmhartigheid af te smeken en Zijn toorn te doen wijken. In 366 ondernam hij daarom ook een bedevaart naar Rome, om ook de hulp van de apostelvorsten af te smeken voor zijn volk. Maar God openbaarde hem dat Hij de zonden van de Galliërs wilde straffen door de gesel van de oorlog, maar dat Servatius er geen getuige van zou zijn. Diep bedroefd keerde de heilige naar Tongeren terug. Niet lang na zijn dood werd de stad ingenomen, geplunderd en verwoest door de troepen van de beruchte Attila.

De naam van Servatius is verbonden aan het bezit van een grote zilveren sleutel, een kopie van de sleutel van de mamertijnse gevangenis waar de heilige Petros was vastgehouden, en waarin deeltjes van diens ijzeren boeien waren verwerkt. Zijn gebeente bevindt zich te Maastricht, sinds 1102 in een gouden schrijn: de huidige "Noodkist", een van de schitterendste reliekschrijnen die uit de Middeleeuwen bewaard zijn gebleven. Zijn relieken worden speciaal vereerd tijdens de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart (de 54e was in 2011 - red.)

Volgens de legende heeft Attila op zijn rooftocht Maastricht niet kunnen vinden, door de gebeden van de heilige Servatius, terwijl de mensen van angst weggekropen waren in hun huizen. Toen de Hunnen afgetrokken waren en de mensen weer naar buiten durfden te komen, zagen zij hoe in heel de omgeving mensen en goederen waren geschonden en gebrandschat. Toen trokken zij met kruisen naar de kerk van Sint Servaas en zij loofden God. Dit is de oorsprong van de jaarlijkse processie op zijn feestdag.

In de Sint Servaaskerk in Maastricht bevinden zich de graven van de volgende bisschoppen: Agricola, Designatus, Eucharius, Eucharius, Felix, Quirillus, Renatus, Supplicius en Ursicinus.

heiligenlevens van elke dag - orth.klooster DenHaag

 

servatius reliek.jpg

Servatius reliek in de st.servaaskerk van Maastricht

 

servatius visioen.jpg

Visioen van de heilige Servatius

 

heiligenleven : de heilige Amvrosi van Optina

border 1990.jpg

Heiligenleven

De heilige Amvrosi van Optina

amvrosi van Optina.jpg

de heilige Amvrosi

 

De heilige starets Amvrosi (Ambrosios) van Optina. Hij was geboren op 23 november 1812, in het huis van zijn grootvader, de dorpspriester van Bolsjaja Lipowitsa in het gouvernement Tambov. Op straat werd luidruchtig het feest gevierd van de heilige Alexander Nevski, en ook het huis was vol opgewonden mensen. De kleine werd Alexander gedoopt en zou het Iuidruchtigste en woeligste kind worden te midden van zijn vele broers en zussen. Hij liep heel wat straffen op maar zijn levenslust bleef ontembaar. Deze levendigheid ontwikkelde zich in een buitengewoon positieve zin, een hartelijkheid en openheid tegenover ieder waarmee hij in aanraking kwam. Reeds heel jong leerde hij lezen en hij zong al spoedig mee met zijn vader, de psalmist van de dorpskerk. Evenals zijn broers kwam hij, nog geen tien jaar oud, op het seminarie, dat ze eerst als vrijwel volwassenen zouden verlaten. Het waren talentvolle jongens: zijn oudere broer werd rector van het gymnasium in Kiev, de jongste werd hoofd van een belastingkantoor, maar juist de woelige Alexander, die altijd de bezieler was geweest van alle vriendenclubs waar hij deel van uitmaakte, zou later monnik worden.
Hij was een begaafd student, en zonder dat hij er zich schijnbaar voor hoefde in te spannen, behaalde hij de hoogste cijfers. Niet alleen in theologie, maar ook in kerkgeschiedenis, filosofie, Russisch en moderne talen, Grieks, Hebreeuws en Tataarse dialecten. Hij kreeg het recht om naar de universiteit te gaan en het kwam niet in zijn hoofd op om monnik te worden, al werd hem dat door sommigen voorzegd. Hij was toen 22 jaar.
Toen werd Alexander aangegrepen door een heftige ziekte met een onheilspellend verloop. Niemand dacht dat hij nog zou kunnen genezen en zijn biechtvader werd geroepen, intussen nam Alexander in zijn gedachten reeds afscheid van de wereld en hij deed de gelofte dat hij, zo hij bleef leven, in een klooster zou gaan. Toen werd hij tegen alle verwachting beter en drong de gedachte aan zijn gelofte naar de achtergrond: hij bleef nog aarzelen. Hij ging niet naar de universiteit maar aanvaardde een betrekking als huisleraar.
Bepaalde trekken van zijn latere persoonlijkheid werden toen al zichtbaar. De ouders voor wie hij werkte hadden nogal eens ruzie. Dan kwamen ze bij hem met hun wederzijdse beschuldigingen. Alexander redeneerde er niet tegenin, hij koos evenmin partij maar luisterde glimlachend naar hun opgewonden tirades, en na een tijdje was de storm voorbij. Ook later kwamen mensen met ruzie altijd weer naar hem toe om hulp te vinden: hij had daarvoor blijkbaar een bijzondere genadengave.
Zo bleef hij vier jaar besluiteloos, telkens weer bezweek hij voor de verleiding van een nieuwe uitnodiging die hij dan weer als de allerlaatste aanvaardde. “En dan was weer een avond verloren door allerlei gepraat.” ln de zomer van 1839 ging Alexander naar starets Hilarion, een kluizenaar in Trojekoerovo. Deze ontving hem vriendelijk en zei: “Ga naar Optina, je bent daar nodig”. In feite leefde daar nog de eerste starets, Leonid, al was hij ziek. Naast hem werkte vader Makari, nog in de volle kracht van zijn leven. Maar reeds nu bracht de goddelijke Voorzienigheid daar de nog onrijpe, 27-jarige Alexander, die later de grote starets-traditie van het Optina-klooster zou voortzetten.
Zelfs nu hem zo duidelijk de weg was gewezen, bleef hij aarzelen tot tenslotte het inzicht kwam dagen dat je je niet geleidelijk uit de wereld kunt terugtrekken maar vastberaden alle banden moet kappen om een nieuw leven te beginnen. Het werd een soort vlucht. Hij was intussen leraar geworden aan het seminarie, maar zonder ontslag te nemen vertrok hij plotseling, zonder iets te zeggen. Hij had zelfs zijn paspoort achtergelaten en had alleen het bewijs van zijn seminarie-opleiding bij zich. De schoolleiding stond voor een raadsel: zoiets was nog nooit voorgekomen. Het Optina-klooster beleefde toen een tijdperk van geestelijke bloei. Er waren een aantal sterke geestelijke persoonlijkheden en in hen zag Alexander vooral hoe noodzakelijk het is om te verzaken aan de eigen wil, en met heel zijn hart besloot hij dit voorbeeld te volgen. Hij werd toegevoegd aan de zieke vader Leonid, die nu starets Lev heette; deze voorzag de geestelijke begaafdheid van de jonge monnik en beschouwde hem als zijn meest vertrouwde leerling. Vader Lev zei vaak dat de kwestie van het vinden van een goede geestelijke vader opgelost kon worden door het zijn van een goede leerling: dan kwam er ook een goede leidsman. En hij voegde daar aan toe: “Men moet eenvoudig zijn van hart, geen tekortkomingen verbergen, geen bijzondere verering tonen en handelen zonder zich beter voor te doen dan men is. Dat is de rechte weg ter redding, zo trekken we Gods genade tot ons. Zich nergens op laten voorstaan‚ geen slimmigheidjes maar openhartigheid van de ziel, dat is wat de Heer, die zachtmoedig is van hart, graag ziet. ‘Tenzij ge wordt als kleine kinderen, zult ge het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan?’ 

 

amvrosi van optina8.jpg

Amvrosi van Optina

 

amvrosi starez2.jpg

amvrosi starez3.jpg

 

 

 

 

10-05-17

heiligenleven : de heilige Lupicinos abt van Condat

borders7777 (2).jpg

Heiligenleven

De heilige Lupicinos abt van Condat

Lupicino.JPG

Heilige Lupicinos abt van Condat

 

De heilige Lupicinius, abt van Condat, zocht met zijn jongere broer Romanus het kluizenaarsleven. Zij klommen rond in de rotsachtige bossen van het Jura-gebergte tot ze een geschikte plaats vonden in de woeste streek van Joux, waar zij leefden van bessen en wilde planten. Het viel hun echter steeds zwaarder om dit vol te houden en ten laatste gaven ze de moed op en daalden af naar de bewoonde vlakte. Daar zochten zij onderdak in de hut van een arme vrouw. Zij vertelden hoe zij God hadden willen dienen tussen de rotsen, maar dat ze het niet hadden kunnen volhouden. De vrouw had echter geen medelijden met hen, maar verweet hun dat zij de hand aan de ploeg hadden geslagen en nu terugkeken.
Ze voelden zich diep beschaamd en keerden naar de bergen terug. Intussen was het graan dat zij gezaaid hadden toch opgeschoten en de groenten die zij hadden uitgezet waren aan het groeien gegaan. Toen kwamen van alle kanten mannen naar hen toe die hun leven wilden delen. Zij gingen aan het werk, er werden bomen geveld en er werd gebouwd. En zie: daar was de abdij van Condat. Het aantal der monniken nam steeds meer toe, er trokken hele groepen weg voor nieuwe stichtingen in Lauconne en Romainmoutier, alle onder abt Lupicinius.
In zijn levensbeschrijving staat een gebeurtenis die de sfeer tekent van deze gemeenschappen. Een van de monniken, niet tevreden met de strenge regels van het huis, had zich bijzonder toegelegd op het vasten. Hij wilde niet eten op de tijd van de maaltijd, maar at noch dronk tot de vespers gezongen waren. Dan veegde hij de kruimels bijeen die de broeders op de grond hadden laten vallen, maakte die in zijn hand wat nat met water en gebruikte dat als zijn enige voedsel. Zijn gezondheid ging zienderogen achteruit en tenslotte lag hij volledig verlamd en uitgeteerd op zijn strozak, nauwelijks in staat om adem te halen, op sterven na dood. Maar hij bleef vasthouden aan zijn eetregel. Lupicinius dacht erover na hoe hij hem kon bereiken.
Op een mooie dag in de lente kwam hij bij hem en stelde hem voor naar buiten te gaan om wat bij te komen in de zon. En omdat de ander niet kon lopen, droeg hij hem op zijn rug naar buiten, en legde hem op een paar schapevachten‚ in het gras. Hij ging naast hem liggen, zei dat hij ook zo’n pijn had in armen en benen en begon zichzelf te wrijven. ‘Wat doet me dat goed’, zei hij. ‘Kom, broeder, laat me je rug en benen masseren, dan voel je je veel beter’. En inderdaad kon de broeder zijn benen weer een beetje uitstrekken in de zon. Toen ging Lupicinius naar de keuken, weekte wat stukjes brood in wijn, deed er wat olie overheen en kwam bij de broeder terug. ‘Luister toch naar me, lieve broeder, je bent al te hard geweest voor jezelf, volg mijn raad toch eens op.’ En samen met de broeder at hij het zo toebereide brood. En hij wreef hem nog eens, zong een hymne en deed een gebed en bracht hem weer naar zijn cel.
Dit deed hij een aantal dagen achtereen en langzamerhand kon de ander op zijn arm leunend zelf naar buiten strompelen. Het ging steeds beter en hij begon licht werk in de buitenlucht voor hem te zoeken, zoals het plukken van bessen. Op den duur kreeg de monnik zijn krachten terug en hij die eerst stervend was, leefde nog vele jaren.
Toen Lupicinius oud geworden was, ging hij op reis naar Genève, waar koning Chilperic zich toen ophield, om te pleiten voor een stam uit de Jura. Deze was in slavernij gebracht door een van de Bourgondische senatoren, die als een tiran over hen heerste. De oude man, gekleed in dierenhuid, won het van de vorstelijke senator. De mensen voor wie hij gekomen was, werden in vrijheid gesteld, en Chilperic schonk hem het vruchtgebruik van een aantal landerijen, ten behoeve van het klooster. Lupicinius is gestorven rond het midden van de 5e eeuw

 

romanus_5 Lipicinus.jpg

Lupicinus met zijn jongere broer Romanus

 

tekst romeinen.jpg

09-05-17

Cyrillus van Alexandrië : heiligenleven

 

border BVCXm (2).jpg

Heiligenleven

De heiligeCyrillus van Alexandrië

 

De eerste veertig jaar van zijn leven

Cyrillus van Alexandrië.jpgCyrillus’ moeder en haar oudere broer Theophilus werden als wezen opgenomen onder de hoede van aartsbisschop Athanasius van Alexandrië, die Theophilus voorbereidde op een leidende functie binnen de kerk. In 385 werd de oom van Cyrillus dan ook aartsbisschop van Alexandrië. Cyrillus werd in ca. 378 geboren. Theophilus zorgde ervoor dat zijn neef een goede scholing kreeg in zowel wereldse als kerkelijke vakken, inclusief de klassiek-Griekse literatuur. In 403 werd Cyrillus door zijn oom meegenomen naar de Synode van de Eik, waar Johannes Chrysostomus werd afgezet. Aanvankelijk bleef Cyrillus bij deze beslissing, maar later citeert hij Chrysostomus als één van ‘de heilige Vaders’.

Bij het overlijden van Theophilus in 412 steunden de seculiere gezaghebbers de kandidatuur van aartsdiaken Timotheüs, maar na drie dagen van onenigheid werd Cyrillus alsnog tot aartsbisschop gewijd (de term ‘patriarch’ was in die tijd nog niet gebruikelijk voor de aartsbisschop van Alexandrië).

De beginjaren van zijn episcopaat worden gekenmerkt door botsingen tussen diverse religieuze groeperingen. Cyrillus is nogal eens afgeschilderd als een potentaat die op macht belust was en niet schuwde gebruik te maken van omkoperij, intimidatie en zelfs moord. Dit is echter een vertekend beeld. Wie zijn geschriften bestudeert, ontmoet daarin een man die toegewijd is aan God en aan de zorg voor zijn kudde. Hij was een machtig man, die soms methoden hanteerde waarbij ernstige vragen gesteld kunnen worden, maar hij gebruikte zijn macht in dienst van die toewijding. In de eerste jaren van zijn episcopaat bezat hij nog onvoldoende gezag om zijn volgelingen in de hand te houden.

Een van zijn eerste daden als bisschop was dat hij de kerken van de Novatianen sloot en hun eigendommen confisqueerde. Paus Celestinus deed in Rome iets dergelijks evenals Nestorius in Constantinopel. Ook de Joden zag Cyrillus als een bedreiging voor zijn kudde, zoals blijkt uit zijn geschriften. Toen de prefect Orestes op aandrang van de Joden ene Hiërax, die zij beschouwden als een spion van de aartsbisschop, liet martelen, gaf Cyrillus de Joden een waarschuwing. Kort daarop lokten de Joden de christenen in een hinderlaag door te roepen dat de kerk van Alexander in de brand stond. Toen de christenen op weg gingen om de vermeende brand te blussen, doodden de Joden degenen die ze te pakken kregen, schrijft de kerkhistoricus Socrates, een tijdgenoot van Cyrillus. De volgende dag leidde de aartsbisschop een menigte christenen naar de synagogen die ze kort en klein sloegen, terwijl een aanzienlijk deel van de Joden gedwongen werd de stad te verlaten.

In het voorjaar van 415 werd Hypatia vermoord, een beroemde filosofe die goede connecties had met de prefect. Volgens Socrates was ten onrechte het gerucht verspreid dat zij er de oorzaak van was dat Orestes zich niet met de aartsbisschop wilde verzoenen. Een menigte van heethoofden bracht haar op beestachtige wijze om. Socrates zegt wel dat deze gebeurtenis schande bracht over Cyrillus en de kerk in Alexandrië, maar niet dat Cyrillus persoonlijk bij deze daad was betrokken. Dit wordt pas door de neoplatoonse filosoof Damascius in de tweede helft van de vijfde eeuw beweerd. Gezien het getuigenis van Socrates is het aannemelijker dat de aartsbisschop niet direct verantwoordelijk was voor de moord, al zal hij door zijn militante houding bijgedragen hebben aan een klimaat waarin iets dergelijks kon gebeuren.

Zowel Cyrillus als Orestes zonden rapporten over de gebeurtenissen naar het keizerlijke hof. In 416 werd bij wet vastgesteld dat de parabalani, een soort militie, niet langer onder de aartsbisschop zouden vallen maar onder de prefect, maar in 418 werden ze weer onder het gezag van Cyrillus geplaatst. De rust lijkt daarna te zijn weergekeerd. Cyrillus had zijn plaats in Alexandrië verworven en kon zich verder wijden aan zijn taken als kerkleider en theoloog.

De christologische controverse

In 428 werd Nestorius, een monnik behorende tot de Antiocheense traditie, tot aartsbisschop van Constantinopel gewijd en nog in datzelfde jaar ontbrandde de christologische strijd. De aanleiding was dat Nestorius de titel ‘Theotokos’ (Moeder van God) afwees, omdat Maria volgens hem de moeder van de mens Jezus was en niet van het goddelijke Woord. Cyrillus ging het niet om de persoon van Maria, maar om die van Christus, om de christologie. Nestorius’ weigering om Maria de moeder van het Woord te noemen beschouwde hij als een ontkenning van de eenheid van de persoon van Christus, die voor hem zowel God als mens was.

Een briefwisseling tussen de twee aartsbisschoppen leidde niet tot een oplossing, waarna beiden paus Celestinus schreven over de kwestie. Een Romeinse synode in 430 kwam tot de conclusie dat Cyrillus de juiste leer verkondigde en Celestinus gaf de aartsbisschop van Alexandrië het mandaat namens hem tegen Nestorius op te treden. Een synode in Egypte stuurde vervolgens de zogenaamde derde brief van Cyrillus aan Nestorius, waaraan de aartsbisschop twaalf anathemata toevoegde. Door hun beknopte formuleringen konden deze anathemata gemakkelijk tot misverstanden leiden. Toen ze dan ook zonder de bijbehorende brief in het oostelijke deel van de kerk werden verspreid, groeide het verzet tegen Cyrillus.

Inmiddels had keizer Theodosius II een concilie afgekondigd dat op 7 juni 431 in Efeze zou beginnen. Toen aartsbisschop Johannes van Antiochië met een gevolg van bisschoppen uit het oosten twee weken na de begindatum nog niet was gearriveerd, opende Cyrillus de vergadering. In afwezigheid van de meeste medestanders van Nestorius werd diens leer veroordeeld en de tweede brief van Cyrillus aan Nestorius gecanoniseerd. Na hun aankomst belegden Johannes en de zijnen hun eigen concilie, waarop zij Cyrillus veroordeelden. Begin juli kwamen de legaten van de paus van Rome aan, die zich bij de beslissingen van het concilie van Cyrillus aansloten.

De keizer zette zowel Cyrillus als Nestorius onder huisarrest in Efeze en probeerde met vertegenwoordigers van beide partijen alsnog tot een oplossing te komen, tevergeefs. Op diens verzoek liet Theodosius Nestorius teruggaan naar zijn klooster bij Antiochië; in oktober werd hij opgevolgd door Maximianus. Ook de overige bisschoppen mochten naar huis terugkeren, maar de keizer drong er bij Cyrillus en Johannes van Antiochië op aan dat zij hun geschillen zouden bijleggen. De daarop volgende onderhandelingen resulteerden in 433 in de Formule van Hereniging.

Op het concilie van Chalcedon (in 451; ‘het vierde oecumenische concilie’) werden de beslissingen aanvaard van het concilie van Efeze dat onder leiding had gestaan van Cyrillus (‘het derde oecumenische concilie’). Tezamen met de tweede brief van Cyrillus aan Nestorius werd nu ook diens brief aan Johannes van Antiochië uit 433, waarin de Formule van Hereniging is opgenomen, gecanoniseerd.

Na de hereniging van de kerken ontstond er een discussie over de leer van Theodorus van Mopsuestia en Diodorus van Tarsus, de leraren van Nestorius. Cyrillus verwierp hun leer, maar liet zich overtuigen dat het niet goed was om mensen te veroordelen die in vrede met de kerk waren gestorven. Cyrillus zelf stierf in 444 en werd opgevolgd door Dioscorus.

Geschriften

Cyrillus heeft een rijk oeuvre nagelaten: niet minder dan tien delen van de serie Patrologia Graeca (red. J.P. Migne) zijn aan hem gewijd. Een groot deel van zijn leven heeft hij commentaren op bijbelboeken geschreven, de eerste vijftien jaar van zijn episcopaat op boeken uit het Oude Testament, daarna op die uit het Nieuwe Testament. Er zijn commentaren bewaard gebleven op de Pentateuch, Jesaja, de twaalf kleine profeten en het Johannes-evangelie; verder een behoorlijk deel van een Matteüs-commentaar evenals vele preken over het Lucas-evangelie, en dan nog fragmenten van diverse andere commentaren.

Verder schreef hij twee werken tegen de arianen en een weerlegging van een anti-christelijk geschrift van keizer Julianus de Afvallige. Tot zijn christologische werken behoren Over de menswording (van vóór de controverse met Nestorius), de Brief aan de monniken van Egypte, Vijf boeken tegen Nestorius, een drietal Oraties die hij naar de keizer en zijn familieleden stuurde, diverse geschriften waarin hij zijn twaalf anathemata verdedigt, en (waarschijnlijk) zijn laatste werk, Over de eenheid van Christus.

Naast een serie preken zijn er ook dertig ‘feestbrieven’ bewaard gebleven. Daarmee gaf hij jaarlijks de data van Pasen en Pinksteren door aan heel Egypte en Libië, maar het zijn eerder traktaten dan brieven.

Zijn theologie

In de theologie van Cyrillus staat ‘het geheimenis van de godsvrucht’ (1 Tim. 3:16) of ‘het geheimenis van Christus’ centraal. Dit omvat de hele heilsgeschiedenis, maar de kern ervan wordt gevormd door de menswording van het Woord van God.

Cyrillus legt Gen. 2:7 (‘en God blies de levensadem in hem’) zo uit dat de mens hier niet alleen een ziel ontvangt, maar ook de heilige Geest. Zonder de Geest kan een mens niet goed functioneren, lichamelijk noch moreel. Toen de mens zich tegen God verzette, verloor hij de kracht van de Geest, met als gevolg zowel ziekte en dood als moreel verval. Uit zichzelf is de mens niet in staat tot God terug te keren; daarom heeft God zijn Zoon gezonden.

Joh. 1:14 (het Woord is vlees geworden), Fil. 2:5-8 (Hij die in de gestalte Gods was, heeft de gestalte van een slaaf aangenomen) en de geloofsbelijdenis van Nicea (uit 325; de eniggeboren Zoon van God, die voor ons is neergedaald en mens geworden, heeft geleden en is opgestaan) zijn leidend voor zijn theologie. Het is, in de Zoon, God zelf die zich uit liefde het lot van de mens aantrekt. Door zich op onbegrijpelijke wijze met de menselijke natuur te verbinden wordt de Zoon volledig mens, zonder op te houden volledig God te zijn.

Christus, het mensgeworden Woord, is de tweede Adam. Terwijl de eerste Adam zich van God afkeerde en de hele mensheid meesleurde in zijn val, wordt de mensheid in Christus weer met God verbonden. En nu voorgoed, want omdat Christus zelf God is, kleeft aan hem niet de zwakheid van de eerste Adam. Christus heeft als mens de Geest ontvangen (die hij als God altijd al had) ten behoeve van de hele mensheid, maar in Christus zal de Geest de mensheid niet opnieuw verlaten. Om het heil ten volle te ontvangen – het leven in gemeenschap met de Vader – moet ieder mens zich afzonderlijk tot Christus wenden.

Over het belang van Christus’ lijden en sterven spreekt Cyrillus in termen van verschillende beelden (offer, loskopen, e.d.), maar de gedachte van de participatie overheerst: het Woord heeft deel gekregen aan ons leven, inclusief lijden en dood, opdat wij deel krijgen aan zijn opstanding en zijn leven. De hoofdreden voor zijn verzet tegen de leer van Nestorius was soteriologisch: als Christus niet één persoon is maar twee, dan kunnen wij niet gered zijn. Als Jezus alleen mens was, zou zijn sterven ons niets baten, en als het Woord niet ook mens was, zou hij niet voor ons kunnen sterven.

Vaak is beweerd dat Nestorius Christus twee naturen toedichtte, terwijl Cyrillus sprak over ‘de ene natuur van het geïncarneerde Woord’ (de één-natuur-formule). Uit nader onderzoek blijkt echter dat die formule bepaald niet de kern van Cyrillus’ christologie vormt. Ook Cyrillus spreekt veelmeer over de twee naturen van Christus, maar hij benadrukt dat dat niet zó uitgelegd mag worden alsof er twee personen zouden zijn. Hoewel de formulering later scherper wordt, is de leer die het concilie van Chalcedon heeft aanvaard, die van Cyrillus: twee naturen, één persoon.

Cyrillus in de huidige tijd

De invloed van Cyrillus op de christologie is gigantisch. Doordat zijn leer aanvaard is door de concilies van Efeze en Chalcedon heeft zij het denken over Christus tot op de dag van vandaag diepgaand beïnvloed. In het begin van de twintigste eeuw beschreven invloedrijke theologiehistorici als Adolf von Harnack het concilie van Chalcedon als een nederlaag van Cyrillus en van Alexandrië. Nieuw onderzoek heeft echter uitgewezen dat de leer van Chalcedon Cyrillus juist volgt. De afgelopen vijftig jaar is de belangstelling voor hem in de theologie dan ook weer toegenomen.

In de moderne tijd is de toon voor de seculiere benadering van Cyrillus al in de achttiende eeuw gezet door Edward Gibbon in zijn The History of the Decline and Fall of the Roman Empire (zie de editie van 1825, dl. 6, p. 14vv.). De aartsbisschop wordt daarin neergezet als een op macht belust, jaloers heerschap. Moderne romans en films over Hypatia nemen dat beeld vaak – ten onrechte – over.

(door Hans van Loon)

Verantwoordelijke redacteur dossier: Hans van Loon Dossiers » Cyrillus van Alexandrië » introductie » Cyrillus van Alexandrië (ca. 378-444)
Cyrillus van Alexandrië (ca. 378-444) Lucipedia encyclopedie.

 

border18.jpg

 

03-05-17

heiligenleven : de heilige Maximianus van Ravenna

borders5246 (2).jpg

Heiligenleven

De heilige Maximianus van Ravenna

 

Maximianus van Ravenna.jpg

Maximianos van Ravenna

 

De heilige Maximianus, bisschop van Ravenna, was eerst diaken te Pola. Toen hij eens zijn land aan het ploegen was, stiet hij op een koffer vol goudstukken, die daar waarschijnlijk tijdens een of andere vijandelijke inval waren verborgen en verloren waren geraakt. Hij vulde een paar grote soldatenlaarzen die hij nog bezat met geldstukken en bracht de rest aan de keizer in Ravenna. Deze eiste alle gevonden schatten voor zichzelf op en liet Maximianus zweren dat hij alles had afgegeven. Deze zei: ‘Dit is alles, behalve wat ik in mijn schoenen heb’. Dat kon niet veel zijn, dacht de keizer, en hij was tevreden.
Toen in 546 de bisschopszetel van Ravenna vacant was, herinnerde de keizer zich de diaken en liet hem wijden tot aartsbisschop. Maar het volk had intussen reeds op canonieke wijze zelf een opvolger gekozen en weigerde om Maximianus zelfs maar in de stad toe te laten. Zijn gezellen wilden een klacht bij de keizer indienen, maar Maximianus weerhield hen daarvan en vestigde zich in de buurt van de stad en wachtte rustig af of de vijandigheid niet vanzelf zou uitdoven. Dit gebeurde inderdaad. Misschien eerst met tegenzin, om moeilijk- heden met de keizer te vermijden, maar al spoedig van ganser harte. Maximianus gebruikte het geld dat hij had achtergehouden op verstandige wijze ten bate van de stad en bestuurde zijn kudde met veel wijsheid, vroomheid en vriendelijkheid, zodat hij, toen hij na 10 jaar stierf, als een heilige werd beschouwd.

Heiligenlevens voor elke dag. orth.klooster Den Haag

 

tekst428.jpg

heiligenlevenDe heilige Theodoros Tyron

imagesCA0XF00G.jpg

Heiligenleven

 

De heilige Theodoros Tyron

 

 

 

Theodore Teron.jpgDe heilige Theodoros Tyron leefde omstreeks 300; hij was afkomstig uit Kappadocië en diende bij het keurleger van de Tyronen. Toen hij eens standplaats had in de stad der Euchaïten, waar hij bij de bevolking een goede naam gekregen had door zijn rustig en evenwichtig optreden, beklaagde men zich bij hem over het levensgevaarlijke nabijgelegen woud, waar een agressief verscheurend dier huisde. Theodoros ging erop af en wist met levensgevaar het ondier te doden.
Als christen vroeg hij zich af of hij niet evenveel moed moest opbrengen om het onzichtbare monster, de duivel, te overwinnen. Hij besloot daarom zijn leven in te zetten voor Christus: hij weigerde aan de afgoden te offeren, beleed christen te zijn en spoorde vele anderen aan zijn voorbeeld te volgen. Om de onmacht der afgoden te demonstreren stak hij openlijk het heiligdom van de godin Rea in brand.
Hierna werd hij gevangen genomen en tot de vuurdood veroordeeld. In een visioen verscheen Christus hem en sprak hem moed in. Onder gebed en met lofhymnen beklom hij vrijwillig de brandstapel in 308; de vlammen doodden hem maar beschadigden zijn lichaam niet. Een vrouw uit de stad gaf geld voor zijn lichaam en bracht dit naar de kerk, waar het met veel eer begraven werd. Het graf werd een bedevaartplaats waar veel wonderen gebeurden. Zijn naam is ook verbonden aan het gebruik van de kolyva op de eerste zaterdag van de vasten.

Heiligenlevens voor elke dag. Orth.klooster Den Haag

 

 

tekst22.jpg

24-04-17

heiligenleven : de heilige Arsenii van Tver

border a14.jpg

HEILIGENLEVEN

 

De heilige Arsenii bisschop van Twer

 

Arsenios bisschop van Tver.jpg

Heilige Arsenii bisschop van Twer

 

De heilige Arsenii, bisschop van Twer, zijn geboortestad. Na de dood van zijn ouders had hij al zijn bezittingen weggeschonken aan de armen en was monnik geworden in het Holenklooster van Kiev. Hij bekleedde daar verschillende bedieningen die hij bijzonder zorgvuldig waarnam in strikte gehoorzaamheid en echte ootmoed. Hij was een groot kenner van de kerkelijke wetten maar vooral van de Heilige Schrift. Verder was hij altijd bezig en nooit zonder werk. Dit trok de aandacht van de metropoliet van Kiev, de heilige Kyprianos, die hem hiërodiaken wijdde. Hij maakte hem tot zijn secretaris en nam hem mee op zijn kerkelijke inspectietochten. Hij stelde hem ook aan tot zijn zaakwaarnemer wanneer hij zelf afwezig was.
Intussen was in Twer grote onenigheid ontstaan tussen de daar zetelende bisschop ende groothertog. Er kwam daar een synode van bisschoppen bijeen om de zaak te beoordelen, maar men slaagde er niet in de vrede te herstellen. De bisschop werd toen afgezet en Arsenii werd gekozen in diens plaats, hoewel hij zich daar sterk tegen verzette, zowel uit ootmoed als omdat deze toestand van twist hem in het geheel niet aanstond. Maar met vereende krachten haalde men hem over en in 1390 werd hij bisschop gewijd door drie metropolieten en vier bisschoppen.
De eerste jaren van zijn bestuur waren geheel gewijd aan het bijleggen van de twisten in het Twer-gouvernement, en het herstel van de onderlinge liefde, eenheid en eensgezindheid. Meer dan diplomatiek overleg droeg hiertoe bij zijn gloedvolle verkondiging van het Evangelie. Met vaderlijke warmte ontving hij allen die hem bezochten en voortdurend vermaande hij allen in de heilige diensten. En nooit liet hij iemand vertrekken zonder een troostend of opwekkend woord.
Hij ondersteunde zijn werk en zijn gebed door een steeds ascetischer leven, om zijn vlees geheel te onderwerpen aan de geest, maar tegelijk kwam er een steeds grotere warmte in zijn omgang met de armen, die hij bijstonden beschermde. Hij leefde zo mee met hun noden dat verschillende wanhopige zieken genazen door zijn gebed.
Ook aanvaardde hij zijn verantwoordelijkheden in het geheel van de kerk: hij nam deel aan bisschopswijdingen en aan concilies in Moskou waar opgetreden werd tegen ketterse leerstellingen. Maar vooral zette hij zich in voor de bouw en het herstel van kerken. Het was de tijd dat de houten kerken vervangen werden door stenen gebouwen. Want hoe schoon de houtbouw ook was, die kerken waren te gevaarlijk door het grote brandrisico, al was het maar door blikseminslag.
Onder zijn leiding kwam ook de bouw van het Heilige Sabbas-klooster van Twer tot stand in 1397-1398, dat een van de voornaamste verbindingsschakels was met de berg Athos. En een grote groep geleerden uit dit klooster werkte in de grote Laura van de heilige Athanasios aan de vertaling van de liturgische teksten.
Het was ook de tijd van de in Rusland opkomende hesychastische beweging gemarkeerd door figuren als de heilige Sergios van Radonesj, en bisschop Arsenii steunde deze geestelijke opbloei waar hij maar kon, zodat Twer een geestelijk centrum werd in het gouvernement.
Dit alles versterkte natuurlijk ook het geestelijk gezag van Arsenii, zodat hem steeds verering ten deel viel. Om zich zijn eigen sterflijkheid en de betrekkelijkheid van al onze aardse verrichtingen voor ogen te stellen, liet hij een grote steenklomp in zijn cel brengen, waarin hij zelf zijn sarcofaag uithieuw, en waarin hij ook begraven werd. Hij stierf in het jaar 1409.

 

bijbeltekst_5_2.jpg

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende