14-05-12
Heiligenleven : de heilige Bernard van Montjoux
Heiligenleven
Heilige Bernard van Montjoux

bernard van Montjou
De heilige Bernard werd einde 10e eeuw geboren uit een rijke, adelijke familie. Op huwbare leeftijd besloot hij zijn leven volledig aan God te wijden en trok naar Italië. Door zijn rechtschapenheid en deugdzaamheid werd hij tot kanunnik aangesteld van de kathedraal van Aosta.
Belast met het toezicht op de Alpenpassen waar pelgrims op hun weg naar Rome dikwijls overvallen werden door roversbenden, zette hij zich ook in om betere levensomstandigheden te scheppen voor de verspreid wonende bevolking in deze barre streek. Door zijn organisatietalent richtte hij twee permanente onderkomens, ‘hospices’, in op deze Alpenroutes. Deze werden later naar hem genoemd als de ‘grote’ en de ‘Kleine Sint Bernard’. Hij bracht de nodige middelen bijeen waardoor deze nederzettingen door augustijner kanunniken bewoond werden.
Terwijl hij zo voor de reizigers zorgde, is hij zelf op zulk een reis gestorven in Novarra, waarschijnlijk in 1008.
Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orth.klooster Den haag.
ux
19:08 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
06-05-12
Maximianus van Ravenna
Heiligenleven
De heilige Maximianus, bisschop van Ravenna.

Maximianus van Ravenna
De heilige Maximianus, bisschop van Ravenna, was eerst diaken te Pola. Toen hij eens zijn land aan het ploegen was, stiet hij op een koffer vol goudstukken, die daar waarschijnlijk tijdens een of andere vijandelijke inval waren verborgen en verloren waren geraakt. Hij vulde een paar grote soldatenlaarzen die hij nog bezat met geldstukken en bracht de rest aan de keizer in Ravenna. Deze eiste alle gevonden schatten voor zichzelf op en liet Maximianus zweren dat hij alles had afgegeven. Deze zei : ‘Dit is alles, behalve wat ik in mijn schoenen heb’. Dat kon niet veel zijn, dacht de keizer, en hij was tevreden.
Toen in 546 de bisschopszetel van Ravenna vacant was, herinnerde de keizer zich de diaken en liet hem wijden tot aartsbisschop. Maar het volk had intussen op canonieke wijze zelf een opvolger gekozen en weigerde om Maximianus zelfs maar in de stad toe te laten. Zijn gezellen wilden een klacht bij de keizer indienen, maar Maximianus weerhield hen daarvan en vestigde zich in de buurt van de stad en wachtte rustig af of de vijandigheid niet vanzelf zou uitdoven. Dit gebeurde inderdaad. Misschien eerst met tegenzin, om moeilijkheden met de keizer te vermijden, maar al spoedig van ganser harte. Maximianus gebruikte het geld dat hij had achtergehouden op verstandige wijze ten bate van de stad en bestuurde zijn kudde met veel wijsheid, vroomheid en vriendelijkheid, zodat hij, toen hij na 10 jaar stierf, als een heilige werd beschouwd.
Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orth. Klooster – Den Haag
19:10 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
30-04-12
Heilige Olivia
Heiligenleven
De heilige Olivia

Olivia (ook Oliva) van Palermo, Tunis, Noord-Afrika; martelares; † 9e eeuw.
Feest 10 juni
Ze was afkomstig uit Palermo op Sicilië. Binnenvallende Noormannen roofden haar van thuis weg, misbruikten haar en joegen haar tenslotte de wildernis in, waar ze ongedeerd tussen leeuwen, slangen en schorpioenen verbleef. Na verloop van tijd werd ze door jagers ontdekt.
Dezen brachten haar weer onder de mensen, gaven haar les in de christelijke leer en doopten haar. Op haar dertiende jaar werd zij door de moslims die op hun beurt Sicilië binnenvielen, buitgemaakt en meegevoerd naar Tunis. Daar bleek zij zo standvastig in haar geloof dat men niets beters wist te doen dan haar te doden. Haar vijanden vatten zo'n bewondering voor haar op, dat de moskee van Tunis nog altijd naar dit christenmartelaresje heet: Olivia-moskee!
09:21 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
23-04-12
Heiligenleven : de heilige Symeon de Myronvloeiende
Heiligenleven
Symeon de Myronvloeiende

De heilige Symeon de Myronvloeiende
De heilige Symeon de Myronvloeiende was de vorst Stefan I Nemanja van servië, de grote heerser van het Servische volk, die verschillende Servische landen tot eenheid had gebracht onder een onafhankelijk servisch bestuur. Hij was gedoopt in de latijnse kerk maar later overgegaan tot de Orthodoxie. Nadat hij langdurig zijn volk had gediend en door zijn voorbeeld het christendom had verbreid, werd hij op tachtigjarige leeftijd monnik, terwijl zijn vrouw moniale werd. Hij droeg de regering over aan zijn zoon Stefan ( de Eerstgekroonde), en met zijn andere zoon , de heilige Sabbas (Sava) herbouwde hij het tot een ruïne vervallen Chilandariklooster, dat sindsdien het servisch klooster op de Athos gebleven is. Zelf bleef hij eerst nog in Servië, in het klooster Studenitsa (waar hij later ook begraven is), maar toen na twee jaar de toestand in het land gestabiliseerd was, ging ook hij naar de Athos en stond onder de geestelijke leiding van zijn zoon tot hij drie jaar later, toen hij voelde dat zijn einde nabij was, zich liet neerleggen op een biezen mat op de grond. Terwijl hij zeide : “Alles wat adem heeft, love de Heer”, gaf hij de geest, 86 jaar oud , in 1200.
Zijn gebeente bleek een rijkvloeiende bron van hemels-geurende myron te zijn, ook in Servië, waarheen zijn relieken werden overgebracht.
Uit : Heiligenleven voor elke dag. Uitg. Orth.klooster Den Haag
11:15 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
16-04-12
Heiligenleven : priscilla en Akyla
Heiligenleven
De heilige Priscilla en Akylas

Priscilla en Akyla
De heilige Priscilla en Akylas, apostelen, een joods-christelijk echtpaar, leerlingen en medewerkers van de heilige apostel Paulos, met wie zij door een bijzondere vriendschap verbonden waren, zoals uit verschillende en zijn brieven blijkt. Akylas was afkomstig uit Pontus, het verre Oosten van het keizerrijk; hij was naar Rome getrokken waar hij als vakman tentenmaker een zekere positie bekleedde. Door de vervolging onder keizer Claudius werden zij uit Rome verdreven, en Paulos ontmoette hen in Korinthe. Akylas had daar blijkbaar een vooraanstaande positie onder de tentenmakers, want Paulos kwam bij hem om werk, omdat het ook zijn vak was en hij altijd in zijn eigen levensonderhoud wilde voorzien. Er moet direct een goed contact tot stand gekomen zijn, want het echtpaar nam Paulos bij zich in huis en zij werkten samen (hand.18). In die tijd van samenwerken raakten zij zo nauw met elkaar verbonden, dat Priscilla en Akylas Paulos volgden op zijn missiereis naar Syrië; hij nam echter afscheid van hen in Efese.
Later waren zij blijkbaar toch weer in Rome en stonden daar aan het hoofd van de christengemeente (Rom.16,3-5), zoals zij dat reeds gedaan hadden in Korinthe (1 Kor.16,19). Minder historisch is de overlevering dat Akylas tenslotte bisschop was van Heraklea (Kreta), waar zij de marteldood gestorven zijn.
Uit : Heiligenlevens voor elke dag . Uitg. Orth. Klooster – Den haag.
10:41 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
03-04-12
De heilige Scholastica
Heiligenleven
De heilige Scholastika

De heilige Scholastika, een lieflijke figuur, de tweelingzuster van de heilige Benedictus, de monniksvader van het Westen. Dit verklaart wel de sterke aanhankelijkheid welke tussen beiden bleef bestaan in hun gehele leven. In Subiaco en later in de buurt van Montecassino, waar eigenlijk het eerste benedictinessenklooster ontstond omdat zij ook daar volgens de regel van Benedictus leefden.
Eens per jaar kwam zij haar broeder bezoeken. Lager op de berg, buiten de muur van de abdij, was een vrouwengastenverblijf, waar zij dan logeerde. Benedictus kwam haar daar opzoeken met enkele van zijn monniken, en zij brachten dan de dag door met ernstige gesprekken en gezamenlijk gebed. Zo waren zij eens in een geestelijk gesprek verdiept, maar Benedictus wilde dit afbreken om op tijd voor de vespers terug te zijn. Scholastica wilde hem overhalen om dit gesprek in de nacht voort te zetten, maar voor de regelgetrouwe Benedictus was dit onmogelijk. Bedroefd boog Scholastica het hoofd in de handen om haar wens aan God voor te leggen, en volkomen onverwacht barstte er uit de heldere hemel zulk een heftig onweer los dat het geheel onmogelijk was om het rotsachtige pad omhoog te klimmen, en daarna werd hij door de invallende nacht daarin verhinderd. Zo was hij dus gedwongen de nacht bij zijn zuster door te brengen.
Heel menselijk was de reactie van Benedictus toen zij haar betraande gelaat ophief bij het horen van de neerstromende regen : ‘God beware me, zuster, wat heb je nu gedaan !’ En haar kalme antwoord : ‘Ik heb het eerst aan jou gevraagd, maar je wilde niet luisteren, toen heb ik het aan mijn Meester gevraagd, en Hij heeft mij wel verhoord. Ga maar naar jullie klooster als je daar de kans toe ziet’. Zo was in vervulling gegaan wat Scholastica’s laatste wens bleek te zijn, want drie dagen na haar terugkeer in haar eigen klooster, is zij gestorven,543.
Uit : Heiligenlevens voor elke dag, Uitg. orth. Klooster Den Haag
09:55 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
26-03-12
Heilige Blasios van sebaste
Heiligenleven
Blasios van Sebaste

Heilige Blasios van sebaste
De heilige Blasios van sebaste (klein-Armenië) was een arts ten tijde van Diokletiaan. Hij werd door heel de stad hooggeacht om zijn onvermoeibare hulpvaardigheid en mensenliefde, waarbij hij geen enkel onderscheid maakte tussen arm of rijk, christen of heiden, vriend of vreemde. Ieder die zijn hulp vroeg, behandelde hij als een eigen broeder.Na de dood van de bisschop werd hij daarom door de jonge christengemeente als diens opvolger gekozen. Niet lang daarna brak opnieuw de vervolging uit en zijn gelovigen smeekten hem zich te verbergen opdat hij voor hen behouden zou blijven. Blasios trok daarop in een grot in een woeste streek. De legende verhaalt hoe hij daar gewonde dieren verzorgde die van alle kanten naar hem toekwamen en hem ook voedsel brachten. Toen een grote jachtpartij van de stadhouder in de buurt kwam, merkte men hoe alle dieren in een bepaalde richting vluchtten, omdat ze gewend waren in geval van nood naar Blasios te gaan. Zo werd zijn schuilplaats ontdekt, Blasios werd gevangen genomen en heftig gemarteld.
Terwijl hij in de gevangenis verbleef, kwamen er velen naar hem toe, en zijn woord temidden van zulk een lijden bezat zoveel overtuigingskracht dat zeven vrouwen zich bekeerden en onthoofd werden. Ook zij worden vandaag (11 februari) herdacht, evenals twee kinderen die met Blasios onthoofd zijn. Op weg naar de martelplaats genas hij door zijn gebed een kind dat dreigde te stikken in een visgraat. Voor zijn dood bad hij God om allen die zijn voorspraak aanriepen te hulp te komen, vooral in het geval van keelziekten. Hij stierf in 316.
Zijn verering heeft zich verbreid in de kerk van Oost en West en veel kerken zijn ter zijner ere opgericht. Nog lang werd ook in ons land op deze dag de Blasius-zegen gegeven, waarbij de priester elke gelovige twee gekruiste, brandende kaarsen tegen de keel hield en de zegen gaf in de naam van de heilige Blasius, reeds vanaf de zesde eeuw. In de Middeleeuwen was hij een van de veertien Noodhelpers en de patroon van vele beroepsgilden. In het Westen wordt zijn feest gevierd op 3 februari.
Bron : Heiligenlevens voor elke dag : uitg. Ortho. klooster, Den Haag
17:41 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
20-03-12
Zacharias Profeet
Heiligenleven
Zacharias Profeet

Zacharias Profeet
De heilige Zacharias, profeet, geboren uit de priesterstam Levi, heeft reeds vijf eeuwen voordat het gebeurde, allerlei tekenende bijzonderheden uit het Lijden van Christus voorspeld. Hij beschrijft de intocht in Jeruzalem, het verraad van Judas voor dertig zilverlingen, het vluchten van de Apostelen en hoe Hij doorboord werd aan het kruis. ‘Jubel luid, gij dochter Sion, juich, dochter Jeruzalem ! Zie uw Koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend ; hij is deemoedig, hij is gezeten op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdier’ (Zach.9,9 ; Joa.20,15).
‘En zij telden mijn loon uit, dertig zilverstukken….de prijs waarop ik door hen geschat ban. En ik nam de dertig zilverstukken en wierp ze in het huis van God, voor de pottenbakker’ (Zach.11,12-13;Math.26,15).
‘Zo luid de godsspraak van God de Heer der heerscharen : Sla de herder, dan zullen de schapen verstrooid worden ‘ (Zach.13,7 ; Markus 14,27).
‘Over het huis van David en de bevolking van Jerruzalem zal ik een Geest van mededogen uitstorten, die hen tot didden brengt. Dan zullen zij opzien naar Hem Die zij doorstoken hebben’ (Zach.12,10, Joa.19,3; Hand 1,7).
Zijn optreden viel tijdens het leven van de Perzische koning Darius, en voor deze profetie geeft hij als tijdstip : het tweede jaar van Darius (Zach.1,1), dit is 520 voor Christus.
Uit: heiligenleven voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag
10:24 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
12-03-12
Heiligenleven : de heilige Severinus abt van St.Moritz
Heiligenleven
De heilige Severinus abt van St.Moriz

Severinus bezoekt koning Clovis
Hij stamde uit een beroemde familie in Bourgogne. Reeds jong trok naar het Zwitserse Wallis, waar hij intrad in het klooster van de heilige Mauritius. Dit klooster bloeide onder zijn heilige bestuur, maar hij was vooral beroemd om de genezingen die op zijn voorbede geschiedden.
Toen koning Clovis gekweld werd door ongeneeslijke koorts, liet hij Severinus halen, in 504. Deze voorza dat hij niet zou terugkeren en nam voor het leven afscheid van zijn medebroeders.
Op zijn reis verrichtte hij vele wonderbare genezingen en hij genas tenslotte oof de koning. Hij begaf zich toen terug op weg naar zijn klooster, maar ontmoette toen bij Sens twee heilige priesters die zich teruggetrokken hadden voor een leven van gebed in een klein oratorium. Severinus voelde zich op bijzondere wijze tot hen aangetrokken, en verbleef daar tot zijn dood, enkele jaren later in 507.
Uit : Heiligenleven van elke dag. Uitg. Orth. Klooster Den Haag
10:18 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
05-03-12
Heilige Barsanufios en Joannes van Gaza
De heilige Barsanufios en Joannes van Gaza.

Heilige Barsanufios en Joannes van Gaza
Barsanufios was een Egyptenaar die in zijn jeugd ook grieks had geleerd. Reeds jong wilde hij monnik worden. Hij werd leerling van een Vader Markellos in de buurt van Gaza in Palestina. Na diens dood vond hij niet vervandaan onderdak in het klooster van abba Seridos. Hij betrok een cel buiten het eigenlijk klooster, waar hij als ingeslotene leefde. Hij sprak met niemand san alleen met abba Seridos, die hem twee- of driemaal per week de heilige mysteriën en wat brood bracht, en die zijn correspondentie verzorgde. Want hij onderhield een uitgebreide briefwisseling met geestelijke kinderen die hij alleen van geschrift kende, en die zich vaak geheel aan hem toevertrouwden. Want door hun voortdurend gebed had hij zijn hartstochten zozeer overwonnen dat de demonen hem niet meer durfden te benaderen en zijn hart een woonplaats was geworden van de Heilige Geest. Hij werd de grote Oudvader genoemd om zijn grotekennis van het menselijk hart en de werkzame raad die hij gaf.
Zijn eenzaamheid voerde hij zo strikt door dat hij zelfs bij ernstige ziekte geen verzorging wilde ontvangen. Ook mengde hij zich niet in geschillen tussen monniken en kloosters of in dogmatische twisten van die tijd. Heel zijn aandacht was gericht op het persoonlijk verkeer met God in gebed en lofzang en op het geestelijk leven van zijn kinderen, die hij bijstond met zijn innige gebeden. Door de consequente strijd tegen zijn eigen welbehagen had hij de gave van onderscheid verworven, en door zijn standvastigheid in ziekte en zwakte de gave om ziekten van anderen te genezen.
Joannes was een soort hemelse tweelingbroer van Barsanufios. Hij had over Barsanufios horen spreken, zocht hem op en bleef bij hem. Deze stond aan joannes zijn eigen cel af en ging in een andere cel wonen, wat verder op. Hij leidde een soortgelijk ascetisch leven als Barsanufios, ontving ook alleen abba seridos en nam deel aan de geestelijke briefwisseling. Zij dicteerden hun brieven aan abba seridos, die er ook kopie van bijhield. Zo bleef de geestelijke briefwisseling als een kostbare schat in het klooster bewaard.
De gezondheid van Joannes was heel zwak, zodat hij de verzoring moest aanvaarden van de ziekenverzorger van het klooster, de heilige Dorotheos, een geletterd man. Joannes had ook de gave om in de toekomst te zien en werd daarom ‘de Profeet’ genoemd. Achttien jaar heeft de zieke Joannes gewoond in de cel van Barsanufios, altijd met een kalme geest, slechts diep ontroerd wanneer hij de heilige Gaven ontving. Zijn dood greep Barsanufios zo aan dat deze zich nu geheel en al in zichzelf terugtrok en ook op de brieven geen antwoord meer gaf.
Vijftig jaar heeft Barsanufios zo als kluizenaar geleefd; slechts éénmaal is hij op dringend verzoek van de patriarch van Jeruzalem naar de keizer gegaan. Hij wist deze af te brengen van diens plan om de orthodoxen te vervolgen die geen deel wilden hebben aan de ketterij welke verkondigde dat Christus in Zijn aardse lichaam onsterfelijk was geweest, waardoor de Verlossing haar diepte zou missen. Hij is in hoge ouderdom gestorven, tegen het einde van de vierde eeuw.
Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster Den Haag
10:55 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
20-02-12
Heiligenleven:De heilige Nina (o) van Georgië
Heiligenleven
De heilige Nina (o) van Georgië

Heilige Nina(o)
De heilige Nina de Apostel-gelijke Verlichtster van grusië (tot 1801 een zelfstandig rijk ten zuiden van de Kaukasus, ook wel Iberië genaamd, en nu de Russische staat Georgië, de hoofdstad is Tiflis of Tbilis). Tijdens de verwarring der vervolgingen was haar vader, een romeins generaal, als kluizenaar gaan leven in de woestijn van Kappadocië. Haar moeder werd geheel in beslag genomen door haar werk als diakones bij haar broer, de patriarch van Jeruzalem. Zo werd Nina opgevoed door een vrome oudere vrouw, afkomstig uit het toen nog heidense Grusië. Door de verhalen die deze haar deed, ontwaakte in Nina al vroeg het verlangen om naar het verre land te gaan en daar het Evangelie te verkondigen, maar hoe zou een onbemiddeld meisje daar zelfs maar komen ? Toch werd deze droom een werkelijkheid. Toen de vervolging onder Diokletiaan weer opvlamde, moest zij de vlucht nemen, en gesterkt door een visioen van de Moeder Gods trok zij steeds verder tot zij inderdaad in Grusië belandde. Zij vond daar onderdak bij een der verzorgsters van de Koninklijke wijngaard en won aller harten door haar liefderijke zorg voor zieken en lijdenden uit de omgeving. Zij had een uit twee gedroogde wijnranken samengebonden kruis, en met dat kruis in de hand sprak zij met veel overtuigingskracht over de Schepper van hemel en aarde, en over het verlossingswerk door Zijn Zoon, Jezus Christus. Die Zich had laten kruisigen uit liefde voor ons. Haar faam drong door tot koning Mirian, die eveneens tot het geloof kwam. Deze ontbood geloofsverkondigers uit Constantinopel en begon reeds aan de bouw van de eerste kerk in Grusië, gewijd aan de heilige Apostelen.
Toen Nina stierf in 337, na een verblijf van 35 jaar, was het land vrijwel geheel christen geworden. Het wijnrankenkruis waarmee zij haar prediking begon, wordt nog steeds als een kostbare schat bewaard in de kathedraal van Tiflis.
Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag
10:45 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
13-02-12
Heiligenleven: de heilige Marcus de vaster
Heiligenleven
De heilige Markus de Vaster

Marcus de asceet
De heilige Marcus de Vaster had zich van jongsaf aan toegelegd op de studie van de heilige Schrift. Hij was een leerling van de heilige Johannes Chrysostomos. Toen hij 40 jaar oud was, werd hij monnik en hij heeft nog 60 jaar in ascese geleefd. Hij heeft werken geschreven over het ascetisch leven, die in zulk een hoog aanzien stonden dat er een griekse spreuk was die zei : ‘Verkoop alles en koop Markos’. Geheel de heilige Schrift kende hij uit het hoofd naar woord en betekenis. Hij blonk niet slechts uit door geestelijke wetenschap maar hij was er geheel door bezield zodat er een warme liefde van hem uitging die de mensen, maar ook alle andere schepselen omvatte. Daarvan getuigt een mooi verhaal hoe eens een hyena haar blinde jong bij hem bracht, dat hij toen door zijn gebed genas.
Hij heeft een 40 tal geschriften nagelaten, die echter grotendeels verloren zijn gegaan. Drie ervan zijn opgenomen in de filokalia. Hij is rond 450 gestorven, 100 jaar oud
Uit: Heiligenleven voor elke dag. Uitg. Orth. Klooster – Den Haag
10:33 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
06-02-12
De onthoofding van de heilige Johannes de doper
Heiligenleven
De onthoofding van de heilige Johannes de doper

De heilige Johannes de doper waarvan men op 24 februari herdenkt hoe zijn hoofd werd afgehouwen en werd teruggevonden. Zijn hoofd was eerst verborgen in het paleis van Herodes en werd door een vrome vrouw in een aarden vaas begraven op de Olijfberg. Ten tijde van keizer Konstantijn werd het daar gevonden door twee monniken die op bedevaart waren in Jeruzalem, nadat zij in hun slaap hierover een openbaring hadden ontvangen. Het werd ter verering in de kerk geplaatst, maar tijdens de troebelen van een oorlog door een pottenbakker meegenomen naar Emesa (Homs in Syrië), en het kwam in handen van een ariaanse hiëromonnik, die het achterliet in de grot waaruit hij door de Orthodoxen was verjaagd. Een eeuw later werd het hoofd daar voor de tweede maal gevonden in een waterkruik, op aanwijzing van archimandriet Markellos, die daarover een visioen had gehad. Het werd overgebracht naar de kathedraal, en later, onder patriarch Ignatios in de achtste eeuw, naar Constantinopel.
Uit : Heiligenleven voor elke dag, uitg. Orthodox klooster Den Haag
10:48 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
09-01-12
De heilige Johannes van de ladder
|
De heilige Johannes van de ladder
|

Georges Florovski (1)
“De stroom van uw tranen heeft de onvruchtbare woestijn doen bloeien,
en door uw zichten uit de diepte heeft uw arbeid honderdvoudig vrucht gedragen.
Zo zijt gij, onze heilige Vader Johannes, een ster geworden,
die heel de wereld verlicht door uw wonderen.
Bid tot Christus, onze God, om onze zielen te redden”
(troparion in toon 8)
1. zijn leven
Men kan het leven van de heilige Johannes van de ladder een lofzang noemen. We kunnen hem typeren als een man van gebed en beschouwing. “Want Johannes was genaderd tot de geheime berg waartoe de niet-ingewijden geen toegang hebben, en opgevoed in de stadia van het geestelijke leven, had hij het visioen (van God) en de door Hem geschreven wet ontvangen.” Hij is een soort nieuw gemanifesteerde Mozes. Men weet weinig over zijn leven. Alles wijst er op dat hij gestorven is in het midden van de VIIde eeuw. Hij kwam zeer jong toe in de Sinaï en bleef er gans zijn leven. Hij was er gedurende vele jaren in de leer bij een geestelijke vader. Na diens dood leefde Johannes als kluizenaar in een niet zo verafgelegen maar wel eenzame grot. Hij was reeds hoog bejaard toen hij tot higoumen van het klooster werd verkozen. Hij was dit voor korte tijd en keerde terug naar het kluizenaarsleven(2)
1. De Ladder van de heilige Johannes Climacos
Toen hij kloosteroverste was schreef hij zijn Ladder, “een boek dat genoemd wordt: de tafels van de spirituele weg”, “voor de opbouw van de nieuwe Israëlieten, te weten de nieuwkomers die het spirituele Egypte en de oceaan van het bestaan hadden verlaten”. Het is een systematische beschrijving van de normale monastieke weg, volgens de stadia van de spirituele volmaaktheid. Fundamenteel hierin is precies het systeem: de idee van een logische en regelmatige voortgang in de ascetische strijd. De Ladder is geschreven in een eenvoudige, bijna volkse taal. De auteur houdt van vergelijkingen aan het dagelijkse leven ontleend, hij houdt van spreuken en gezegden. Hij schrijft zijn persoonlijke ervaring neer. Toch blijft hij steeds steunen op de traditie, op het onderricht van de “door God geïnspireerde vaders”. Hij refereert naar de vaders uit Kappadocië, naar Nilus en Evagrius, naar de Apoftegmata en naar een Cassianus en een Gregorius de Grote in het Westen. De Ladder eindigt met een “Brief aan de herder” waar Johannes het heeft over de plichten van de kloosteroverste.
De Ladder is het te lezen boek bij uitstek en dit niet enkel in de kloosters. Het bewijs is het grote aantal kopijen in oost en in west.
Het plan van het boek is zeer eenvoudig. Het is bepaald door de logica van het hart, eerder dan door de logica van de geest (verstand). De praktische raadgevingen worden gestaafd door de psychologische analyse. Elke vereiste moet worden uitgelegd. Dit betekent dat hij die de ascese beoefent duidelijk moet weten waarom deze of gene vereiste hem aangereikt wordt en waarom dat in deze logische volgorde gebeurt. Vergeten we niet dat Johannes speciaal voor monniken schrijft en dat hij steeds de levensomstandigheden in de kloosters voor ogen heeft.
De eerste vereiste van het monachisme is te verzaken aan al wat van de wereld is. Het verzaken (aan de wereld) is slechts mogelijk door de vrijheid, de vrije wil, en deze vrijheid is de essentiële waardigheid van de mens. De zonde bestaat erin God vrijwillig af te wijzen of van zich van Hem te verwijderen. Deze ontkenning van het leven, dat is de vrijwillige dood, een soort van ingestemde zelfmoord.
De ascetische strijd bestaat erin zich tot God te keren in alle vrijheid en met heel zijn wil, bestaat erin Christus te volgen en na te volgen. Het is dus anders gezegd steeds zijn wil richten en zich naar God keren. Het hoogtepunt van de ascese wordt beleefd in het monachisme. “De monnik is een permanent geweld aan de natuur aangedaan en het onophoudelijk bewaken van de zinnen. Het verzaken aan de wereld moet totaal en absoluut zijn: “het verwerpen van de natuur om de goederen te ontvangen die hoger zijn dan de natuur”. Dit is een zeer belangrijke tegenstelling: het “natuurlijke” wordt doorbroken ten voordele van het boven-natuurlijke en is niet vervangen door het tegen-natuurlijke. De opdracht van de ascetische strijd bestaat erin de natuurlijke vrijheid te sublimeren (op te tillen), maar dit betekent niet het bevechten van haar authentieke wetmatigheden. Het is daarom dat alleen de ware motivaties en het waarachtige doel het verzaken (aan de wereld) en de ascetische strijd rechtvaardigen. De ascese is een middel, niet het doel. En de ascetische strijd bereikt slechts zijn volmaaktheid wanneer Jezus Zelf komt en de steen van de deur van het verharde hart komt wegrollen. Zoniet is de ascese steriel en ijdel.
De opdracht ligt niet in het verzaken zelf, maar in die vereniging met God die slechts realiseerbaar is doorheen een authentiek verzaken, te weten het vrij-komen van de wereld, Het vrij-komen van de hartstochten en neigingen, van de gehechtheden en de aantrekking van de wereld teneinde de apatheia te vinden en te verwerven. In de ascetische strijd zelf is de motor van het proces het belangrijkste: i.e. de liefde voor God en de bewuste keuze. Voor het overige kan zelfs de onvrijwillige strijd vruchtbaar zijn: verzaken naargelang de omstandigheden (het vragen). Ook als men (tot verzaken) gedwongen wordt, want de ziel kan ook plotseling ontwaken.
“En welk is de wijze en trouwe monnik, die de vurigheid tot aan het einde van zijn leven heeft bewaard zonder deze uit te doven, en die, tot op het einde van zijn leven, elke dag onophoudelijk dit vuur in het vuur aanwakkert, deze vurigheid in de vurigheid, deze ijver in de ijver en dit verlangen in het verlangen?”. Het is met andere woorden niet zozeer het los staan ten opzichte van de wereld, dan wel het brandende verlangen om naar God uit te gaan, dat van belang is. Het verzaken bereikt zijn volmaaktheid in het spirituele omzwerven. De wereld moet vreemd worden en vreemd voorkomen. “Het (geestelijk) omzwerven bestaat erin alles achter zich te laten, zonder erop terug te komen, wat, in het vaderland, ons tegenwerkt in onze inspanning voor de vroomheid.” Het is de weg naar het zo verlangde goddelijke. En het feit van zich tot vreemdeling te maken is enkel te rechtvaardigen om “de eigen gedachte onafscheidbaar te maken van God”. Anders zou de pelgrimstocht naar God een ijdele omzwerving zijn zonder doel.
Het (geestelijk) omzwerven moet zich niet voeden met de haat voor de wereld en voor diegenen die in de wereld blijven maar enkel met de oprechte liefde voor God. Werkelijk, deze liefde is exclusief en dooft zelf de liefde voor de ouders. En het verzaken moet onvoorwaardelijk zijn: “Trek weg uit uw land, uw ras en het huis van uw vader” (Genesis XII,1). Maar, deze “haat” voor wat in de wereld achtergelaten is, is een “haat zonder hartstocht”. Het monachisme is een uittocht uit het “vaderland”. Dit is uit de sociale omgeving waarin ieder zich bevindt uit hoofde van zijn geboorte. Het monachisme is de verleidingen en geneugten vluchten. Men moet een nieuw milieu creëren en gunstige omstandigheden voor de ascese: “Dat uw vader diegene is die met u kan en wil zwoegen om de zware last van uw zonden te dragen”. Deze nieuwe levensorde komt tot stand in alle vrijheid. Niettemin is het belangrijk eens te meer te verzaken: nu aan de eigen wil, maar niet aan zijn vrijheid. Het gaat hier over het stadium van de gehoorzaamheid.
Gehoorzamen is niet de vrijheid verstikken, maar de wil transfigureren, zijn neiging voor hartstochten in de wil zelf overstijgen. “De gehoorzaamheid is het graf van de eigen wil en de opstanding van de nederigheid”. Het is “een leven vreemd aan de nieuwsgierigheid” of “een daad die niet beproefd wordt”. (…) De gehoorzaamheid wordt gerechtvaardigd door het geloof in en de hoop op de hulp van God. De onwankelbare hoop is de poort die leidt tot de passieloosheid. (…) De gehoorzaamheid is een anticipatie van de waarachtige apatheia. “De gehoorzame, als een dode, weerspreekt niet en argumenteert niet, noch ten aanzien van wat goed is, evenmin ten aanzien van wat slecht lijkt”. (…)
De innerlijke strijd gaat via het berouw. Of juister gezegd: het berouw of de droefheid over de zonden is het eigenlijke (spirituele) element dat de ascese mogelijk maakt. Het berouw is verbonden met de gedachtenis van de dood. Het gaat hier over de spirituele anticipatie van de dood en in zekere zin al een “dagelijkse dood”. De waarachtige “gedachtenis van de dood” is slechts mogelijk door de totale afwezigheid van hartstochten en het volmaakte verzaken aan de (eigen-) wil. Er is geen vrees in deze gedachte. En dit is een gave van God.
De volgende stap zijn de tranen en de tranen van vreugde. “Het berouw is de vernieuwing van het doopsel” en de tranen zijn meer dan het doopsel. “De bron van de tranen na het doopsel is meer dan het doopsel”, hoe paradoxaal dit ook moge zijn. Want de tranen zuiveren onophoudelijk de zonden die begaan worden. Er zijn tranen van vrees en tranen die de barmhartigheid afsmeken; en er zijn ook de tranen van liefde, die getuigen dat het gebed werd verhoord. “Wij zullen niet beschuldigd worden, mijn broeders, omdat wij geen wonderen hebben verricht, niet omdat wij geen theologie hebben bedreven, niet omdat wij geen visioenen hebben gehad. Maar zonder enige twijfel zullen wij rekenschap moeten geven aan God omdat wij niet zonder ophouden onze zonden hebben beweend”.
“Gij waart een bewoner van de woestijn en hebt daar geleefd
als een Engel in het vlees. Wonderbaar hebt gij allen bijgestaan,
heilige Goddragende Vader Johannes:
door uw vasten, uw waken en uw gebed
hebt gij de hemelse genadegaven ontvangen.
Gij geneest de zieken en de zielen van hen die gelovig tot u komen.
Ere zij Hem, Die u kracht heeft geschonken,
ere zij Hem Die u gekroond heeft;
ere zij Hem, Die door u aan allen genezing schenkt”
(Troparion in toon 1)
De apatheia, het doel van de ascese
Het doel van de innerlijke ascetische strijd is de apatheia te verwerven, de afwezigheid van hartstochten. De innerlijke opdracht om dit op gang te brengen herleidt zich tot het onophoudelijk doven van de hartstochten. Het is noodzakelijk erop gericht te zijn en erin te slagen om, in zichzelf, de beweging en het ontwaken van de hartstochten een halt toe te roepen.
Voor alles moeten we de neigingen tot toorn (woede) overstijgen, dit “onweer van het hart”; we moeten de afwezigheid van toorn verwerven, de zachtmoedigheid, de vrede en de stilte. Voor de heilige Johannes Climacos, is de toorn gebonden aan de eigenliefde. Daarom definieert hij de afwezigheid van toorn als “het onlesbare verlangen naar vernederingen” en de zachtmoedigheid als “een onwrikbare gesteldheid van de ziel die gelijk blijft aan zichzelf in de eer en de oneer”.
Nog hoger (op de ladder) staat de volmaakte afwezigheid van wrok, naar het beeld van de zachtmoedigheid van Jezus. Men moet er zich totaal van onthouden te oordelen. “Voor hen die zondigen, bid in het geheim: deze vorm van liefde is God aangenaam”. Oordelen en veroordelen passen niet bij diegenen die zich berouwen. “Oordelen betekent zich op hoogmoedige wijze de rang van God eigen maken”. Want de mens kan niet alles kennen, en zonder alles te kennen gaat men vluchtig oordelen. “Zelfs als gij met uw eigen ogen iemand ziet die zondigt, oordeel hem niet. Want vaak gaan zelfs de ogen bedriegen”.
De heilige Johannes Climacos spreekt vaak over hoe men de zinnelijke begeerten kan overwinnen en de zuiverheid kan bereiken. De bron van de zuiverheid is in het hart. De zuiverheid overstijgt de menselijke krachten, zij is een gave van God, zelfs indien zij bekomen wordt door de ascese.
De liefde voor het geld wordt overwonnen door de bezitloosheid, wanneer wij “alle aardse zorgen terzijde stellen”. Het is een vorm van afwezigheid van de zorgen voor het aardse, afwezigheid van droefheid, en dit omwille van het geloof en de hoop.
Nog gevaarlijker is de verleiding van de hoogmoed, want de hoogmoedige wordt verleid, zelfs zonder (de verleiding van) de duivel, en hij is voor zichzelf een demon en vijand geworden. De hoogmoed wordt overwonnen door de nederigheid. De nederigheid laat zich niet met woorden omschrijven, het is een vorm van “onzegbare genade van de ziel” die men slechts verwerft in de eigen ervaring. We kunnen de nederigheid slechts leren bij Christus: “Leer niet van de engel, noch van de mens, noch van een boek, maar van mij, omdat ik in u woon en omdat ik u heb verlicht en omdat ik in u handel, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart” (cf. Mat. XI,29). In zekere zin is, voor diegenen die de ascese beoefenen, de nederigheid een vorm van blindheid met betrekking tot hun eigen deugden: “de goddelijke bescherming die ons niet toelaat onze eigen vooruitgang te zien”.
In de ontwikkeling van de hartstocht, onderscheidt de heilige Johannes van de Ladder de volgende stappen. Vooreerst is er de suggestie (het voorspiegelen) of de aanval, een bepaald beeld of gedachte, “de toestroom (flux) van gedachten”. Er is nog geen zonde, want de wil neemt geen deel. “De wil treedt naar voren in de verbinding (die hij aangaat), een soort van onderhoud(gesprek, dialoog) met het beeld dat zich heeft aangediend”. En in deze interesse of deze aandacht (voor het zich aandienende beeld of gedachte) zit het begin van de zonde. Het engagement van de wil (in dit gebeuren)is echter veel belangrijker, “het instemmen van de ziel met de gedachte die zich aandient, en dit, geassocieerd met het plezier dat men erin vindt”. Later verwortelt de gedachte (de verleidende gedachte of het beeld) zich in de ziel: dit is de trede (van de Ladder) van de gevangenneming, een soort van inbezitname van het hart van het hart. Tenslotte ontstaat een terugkerende gewoonte: dit is de hartstocht in de letterlijke zin van het woord. We zien dus dat de wortel van de hartstochten eerst en vooral gelegen is in het laten varen van de wil, en ten tweede in de aanval van de verleiding doorheen de gedachte, onder de vorm van een overweging of een gedachte.
De taak van de ascese is dus dubbel. Enerzijds vereist zij dat de wil versterkt wordt (door het afsnijden van de eigenwil en door de gehoorzaamheid) en anderzijds vereist zij een uitzuivering van de gedachte. De verleiding komt van buitenaf: “van nature bestaan het kwaad en de hartstochten niet in de mens. Want God heeft geen hartstochten geschapen”. Dit wil niet zeggen dat de mens vandaag nog zuiver is. Maar hij is zuiver door de kracht van het doopsel, en hij valt opnieuw door zijn wil, maar hij zuivert zich (opnieuw en telkens weer) door het berouw en de ascese. In de natuur zelf is er een kracht gegeven, een mogelijkheid om het goede te doen. Nu de zonde is tegen de natuur. De zonde is een perversie van de natuurlijke mogelijkheden. De taak van de mens echter bestaat er niet alleen in om de natuurlijke maat te vervullen, maar om deze te overstijgen, opdat hij zich verheft boven de natuur. Zo zijn de zuiverheid, de nederigheid, het waken, en het voortdurende berouw van het hart.
Daarom is er een synergie nodig van de vrij aangegane ascetische strijd en de Goddelijke gaven, die de mens verheffen boven de beperkingen van de natuur. Het gevecht tegen de zonde en de verleiding moet zo vroeg mogelijk beginnen, vooraleer de verleiding verhardt tot hartstocht. Maar zeldzaam zijn zij die hierin niet te laat komen. Daarom is de ascese zo moeilijk is en zo lang en op deze weg zijn er geen binnenwegen. Meer nog, de weg zelf is ook zonder einde. De liefde van God kent geen einde of (met andere woorden) het eindpunt zelf is eindeloos: “de liefde houdt niet op”. “En ook wij zullen nooit ophouden erin te groeien, noch in deze eeuw, noch in de komende eeuw. In het licht zullen wij altijd een nieuw geestelijk licht ontvangen. Ik zou zeggen dat ook de engelen, deze onlichamelijke wezens, niet zonder vooruitgang blijven, maar dat zij altijd glorie op glorie en inzicht op inzicht zullen ontvangen”.
Het eindpunt van de ascese
Het eindpunt van de ascese ligt in de heilige stilte (ήσυχία), in de stilte van het lichaam en de ziel. “De stilte van het lichaam is de goede orde en harmonie van de gewoonten en de lichamelijke gevoelens. De stilte van de ziel is de goede orde van de gedachten die opkomen in de geest, en een gedachte die zich niet laat inpalmen”.
Anders gezegd, (de stilte is) de innerlijke en dus ook de uiterlijke harmonie en vrede, de coherentie en de harmonie van het leven. De stilte is de waaktoestand van de ziel: “ik slaap maar mijn hart waakt” (Hooglied V,2). En deze innerlijke stilte is veel belangrijker dan alleen de uiterlijke stilte. Deze strikte waakzaamheid van het hart is belangrijk. De ware stilte is “de geest die niet beroerd wordt”. Het gaat hier over “de waakzaamheid van het hart” en “de waakzaamheid van de geest”.
De kracht van de stilte ligt in het onophoudelijke gebed (dat zich niet laat verstrooien): “de stilte is de voortdurende dienst aan God en het feit van in Zijn
aanwezigheid te staan”. Of nog, de stilte overstijgt de menselijke krachten. Ook het gebed moet zich in de aanwezigheid van God volbracht worden, en zich vervolgens met Hem verenigen. Of anders gezegd, in waarheid voor God staan, dat is bidden.
In de verscheiden wijzen van bidden, moet men eerst en vooral dankzeggen, zich dan zondig erkennen voor Hem, tenslotte vragen. Het gebed moet altijd eenvoudig zijn en uit weinig woorden bestaan. Het hoogste gebed bestaat uit de éen-woord-aanroeping van de naam van Jezus. Het gebed moet eerder gelijken op het eenvoudige en herhaaldelijke gebrabbel van het kind dan op een intelligente en gekunstelde redevoering. De vloed aan woorden in het gebed verstrooit en brengt de dromerij binnen in de geest. En als er iets gevaarlijk is in het gebed, dan is de “sentimentele dromerij”.
De gedachte moet altijd beteugeld worden en opgesloten worden in de woorden. Alle “gedachten” en “beelden” (fantasieën) moeten met waakzaamheid afgesneden worden. Men moet zijn geest concentreren. “Want indien hij doolt zonder remming, dan zal hij nooit met U vertoeven”. Het gebed is een rechtlijnig gericht zijn op God, het gebed is vreemdeling zijn ten aanzien van de zichtbare en de onzichtbare wereld”. Tot volmaaktheid gekomen, wordt het gebed een geestelijke gave, een soort van neerdaling van de Geest, handelend in het hart. Dan bidt de Geest in diegene die deze staat van gebed heeft bereikt. Dan vallen gebed en stilte in zekere zin samen. En deze zelfde geestelijke toestand kan als apatheia omschreven worden. Want ook de apatheia is eveneens gericht op God, en zij geeft zich vrijwillig over aan Hem. “Sommigen zeggen nog dat de apatheia de verrijzenis van de ziel is vóόr de verrijzenis van het lichaam”. Voor de rest wordt het lichaam zelf, bij het bereiken van de apatheia, onbederfelijk. Dit is wat men verstaat onder het verwerven van de geest van de Heer (cf.1 Cor.II,16).
“In de ziel weerklinkt de onzegbare stem van God zelf, waarbij Hij zijn wil bekend maakt, en dit is al hoger dan elk menselijk onderricht”. Het is voor deze werkelijkheid dat de dorst voor de onsterfelijke schoonheid ontvlamt. “Hij die de stilte heeft bereikt, die heeft de diepte van de mysteries gekend”. De heilige Johannes Climacos aanschouwt de dynamische spanning naar de geestelijke wereld en wordt deze gewaar. In de wereld der engelen is er ook een spanning naar de hoogte der serafijnen. De ascetische strijd van de mens omvat ook de hunkering naar de hoogten der engelen en naar de “levenswijze van de geestelijke machten”.
De apatheia is het eindpunt én de gegeven opdracht. Allen bereiken dit eindpunt niet, maar zij die het niet hebben bereikt kunnen even goed aan hun verlossing werken. Want het belangrijkste is er naar te verlangen. De drijvende kracht van de ascese is de liefde. De volheid van de ascese bestaat in het verwerven van de liefde. In de liefde zijn er gradaties die wij niet volledig kunnen kennen, want Liefde is de Naam van God zelf. Daarom is het dat, in haar volheid, de liefde onuitsprekelijk is. “Het woord over de liefde is door de engelen gekend, maar ook voor hen, in de mate van hun verlichting”. De apatheia en de liefde zijn verschillende namen van de ene volmaaktheid. De liefde is tegelijk de weg en het eindpunt.
“Gij hebt mijn ziel verwond en mijn hart verdraagt Uw vlam niet. Ik ga mijn weg terwijl ik U bezing”. In de fragmentarische en sobere aforismen (spreuken) van de heilige Johannes Climacos over de liefde, voelen wij hoe dicht dit aanleunt bij de mystiek van het Corpus Areopagiticum. (cf. de betrokkenheid tussen de menselijke wereld en die van de engelen). Bijzonder is dat de heilige Johannes Climacos minder spreekt over de superieure stadia en etappes en hierin zo karig wordt met zijn woorden.
Hij schrijft voor de beginnelingen en de gevorderden. De volmaakten hebben geen adviezen en geen menselijke gids meer nodig. Zij bezitten reeds de innerlijke zekerheid en evidentie. Bovendien verliezen in de superieure stadia de woorden zelf hun kracht en voldoen ze niet meer. Deze stadia zijn nauwelijks te beschrijven. Het is reeds de hemel op aarde, die opengaat in de ziel. Het is de woning van God zelf in de ziel.
Icoon uit het Sinaïklooster : 12e eeuw
“Het gebed van hij die werkelijk bidt is het gericht, het oordeel en de troon van de Rechter vόόr het Laatste Oordeel”. Of nog: het is het anticiperen van de toekomst. “En deze gelukzalige ziel draagt in zich het altijd aanwezige Woord. Dit Woord is het dat hem inwijdt in de mysteries van God, hem onderricht en verlicht”.
“Als een leidende ster die niet kan dwalen heeft
de Heer u hoog aan het firmament der onthouding geplaatst,
om uw licht te doen schijnen tot aan de einden der wereld,
onze Leraar en Vader Johannes”
(kondakion in toon 4)
Schematisch presenteert Bisschop Kallistos (Timothy Ware) de dertig trappen als volgt:
1. verzaking 2. onthechting 3. vreemdelingschap 4. gehoorzaamheid 5. boete 6. gedachte aan de dood 7. rouwmoedigheid 8. toorn 9. wrok 10. kwaadsprekerij 11. veelpraterij 12. leugen 13. lusteloosheid 14. gulzigheid 15. onkuisheid 16-17. geldzucht 18-20. gevoelloosheid 21. ijdelheid 22. hoogmoed 23. godslastering 24. eenvoud 25. nederigheid 26. onderscheiding 27. stilheid 28. gebed 29. hartstochtloosheid 30. liefde.
VOETNOTEN :
(1).uit “les pères byzantins du Vème au VIIIème siècles, les pères ascètes” cours de l’institut de théologie orthodoxe Saint-Serge de Paris, 1997, traduit du russe par Françoise Lhoest.
Vader Georges Florovski, geboren in Odessa in 1893, was assistent professor aan de universiteit van Odessa in 1919. Na Rusland te hebben verlaten onderwees hij filosofie in Praag van 1922 tot 1926. Toen werd hij uitgenodigd tot een leerstoel van patrologie aan het theologische instituut Saint-Serge te Parijs. In 1948 kwam v. Florovski aan in de Verenigde Staten. Hij was er professor en dekaan van Saint Vladimir’s theological school tot in 1955, terwijl hij ook onderwees als adjunct professor aan de Columbia University en Union Theological Seminary. Van 1956 tot 1964 hield hij de leerstoel van Oosterse Kerkgeschiedenis aan de Harvard University. Sinds 1964 tot 1972 onderwees hij Slavische studies en geschiedenis aan de Princeton University. Hij overleed in 1979.
(2)Voor een volledige biografie en analyse van het werk en vertaling van ‘de Ladder’ zie “Johannes Climacus, de Geestelijke Ladder” in Monastieke cahiers nr. 50 door Drs. Paul Gillis, uitgaven Abdij Bethlehem, B-2820 Bonheiden, 2002.
Vader Dominique
11:56 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
02-01-12
DE SPIRITUELE WEG VAN DE HEILIGE SERAFIM VAN SAROV
Heiligenleven
DE SPIRITUELE WEG VAN DE HEILIGE SERAFIM VAN SAROV

Serafim van Sarov
De monnik in gemeenschap.
Het leven van de heilige Seraphim van Sarov is eenvoudig en één. Maar deze eenvoud, deze eenheid verbergt in zich een mysterie. Er zijn verschillende goed afgebakende periodes in te onderkennen, waarvan elke periode verschijnt als de spirituele vrucht van deze die er aan voorafgaat.
Een eerste periode bestaat uit zijn jeugd vanaf zijn geboorte in 1759 tot aan zijn intrede in het monasterium van Sarov in 1779. Prokhor, de toekomstige Serafim was de zoon van vrome handelaars uit de stad Koursk, genaamd Mochnine. Niets was er bijzonders aan deze toegewijde blije jongen, die zich gaarne mengde onder de kinderen van zijn leeftijd. Hij was heel scherzinnigheid van geest, het hiernamaals was voor hem een heel nabije realiteit. Zo zag hij gedurende een ziekte de Moeder Gods die met hem sprak en hem genezing beloofde. Heel jong nog voelde hij zich tot het monastieke leven aangetrokken. Op de leeftijd van 18 jaar trok hij, samen met enkele andere vrienden, die dezelfde roep als hij hadden ontvangen, op bedevaart naar Kiev om er te bidden bij de relieken van de ‘Petcherskaïa Lavra’. Hij ging ook om raad bij se startz Dosithéos die hem naar de ermitage van Sarov leidde.
Hij was twintig jaar toen hij verzaakte aan de erfenis van zijn vader en deed gaven voor de armen. Hij verlaat definitief zijn geboortestad, alleen voorzien van een kleine zak, een stok en als enige schat droeg hij het zilveren kruis bij zich waarmee zijn moeder hem had gezegend en dat hij altijd bij zich droeg.
Een vorm van mystieke predestinatie lijkt zich te openbaren in het feit dat hij als novice binnentrad te Sarov , op de vooravond van het feest van de opdracht in de tempel van de Moeder Gods (de 20e novamber 1779).
Van 1779 tot 1793 leidde hij het leven als novice, vervolgens van voorbeeldige monnik. In absolute gehoorzaamheid aan zijn staretz. Hij deed lichamelijke arbeid als bakker, als meubelmaker, vervolgens als koster. Hij vastte, las onafgebroken in de Bijbel en in de mystieke werken van de Vaders, maar vooral wijdde hij zich aan het gebed. Dit waren de oefeningen waarop hij zich voorbereidde op de monastieke tonsuur. Vanaf het begin vermeed hij elke lichamelijke versterving, buiten het vasten en de onthouding. Naar buiten toe was hij een mooie en sterke jongen. Het vasten veranderde daar niets aan . Hij was bedreven in het uitoefenen van zowel de zwaarste als de meest delicate arbeid. Hij is de houthakker van de gemeenschap en beeldhouwt terzelfdertijd kruisen uit cypressenhout . Gans zijn arbeid was in éénheid met zijn gebed, waarin hij voortdurend de Naam van Jezus aanroept. Hij is zwijgzaam en gaat elk gesprek uit de weg. In zijn vrije tijd, trekt hij zich terug in het bos om te bidden. Hij is nochtans niet somber, maar weet met een woord of een eenvoudige glimlach diegenen die verdrietig zijn te troosten. Deze opgeruimdheid is nochtans geen teken van een natuurlijk optimisme.
De enige ernstige bekoring waar hij melding van maakt is deze van droefheid, van wanhoop. Hij overwint ze door te volharden in het gebed en bereikt op die manier de vrede. Deze vrede laat hem niet in de steek tijdens een ziekte waaraan hij drie jaar lijdt, zonder zich ook maar eens te beklagen, zonder een dokter erbij te willen roepen. Hij geeft zich volledig over “aan de ene ware geneesheer van de ziel, Onze Heer Jezus Christus en Zijn heilige Moeder”. Het is opnieuw na een mysterieuze verschijning van de Moeder Gods dat hij genezen is. Deze richtte tot hem dezelfde woorden die hij reeds had gehoord gedurende zijn ziekte in de kinderjaren : “ Deze hier is van ons geslacht….” Korte tijd na zijn genezing vertrekt de jonge monnik als pelgrim om gaven in te zamelen voor de bouw van een kerk binnen de omheining van het monasterie.
De 13e augustus 1786 ontvangt Prokhor de monastieke tonsuur alsook de naam Serafim – de “fakkel”, het “vlammend vuur”. Een weinig later werd hij diaken gewijd, vervolgens tot hiëromonnik (titel gegeven in de orthodoxe Kerk, echter relatief weinig, aan hen die bekleed worden met de priesterlijke waardigheid). Het laatste deel van deze periode van zijn leven is gekenmerkt door een intense spirituele deelname aan het liturgisch mysterie. In de loop een liturgie van heilige vrijdag had hij een vidioen van Christus “ in de vorm van de lijdende mensenzoon”.
De eremiet van de “afgelegen kleine woestijn”
Het jaar 1794 wordt gekenmerkt door het begin van een nieuwe fase in zijn leven. Serafim krijgt de toelating om zich terug te trekken, ver van het monasterie, in een kleine hut op het einde van het bos. Dit is de aanvang van zijn lange periode van afzondering, van zijn duizelingwekkende spirituele opgang in de sferen waar de meeste mensen zelfs het bestaan ervan niet vermoedden. Hij moet zijn weg gaan zonder enig menselijke hulp, geleid en gesterkt door Gods genade. Deze verre vlucht van de menselijke gemeenschap kan echter in verschillende etappes ingedeeld worden.
De eerste is het leven van een eremiet in een isba (ermitage) op vijf-zes kilometer van het monasterie. Hij noemt het zijn “afgelegen kleine woestijn”. De heilige Serafim heeft nog niet alle aardse werkzaamheden opgegeven. Hij bebouwt een kleine moestuin en verzorgt een bijenkorf. Vervolgens zal hij ook deze eenvoudige werkzaamheden in de tuin opgeven om zijn voedsel uitsluitend te halen uit kruiden en wilde bessen. Op zondag gaat hij naar het monasterie om deel te nemen aan de Liturgie en om te communiceren. Zijn leven in deze periode doet denken aan dit van de heilige Sergius van Radonège. De traditie schildert hem af zoals deze laatste, zich voedend als een wilde beer. Maar wat nieuw is bij hem, en waar er een verwantschap te bespeuren valt met sommige westerse heiligen, is zijn inspanning om spiritueel het aardse leven van Jezus te herbeleven. Gans het bosrijke domein die zijn ermitage omgeeft wordt omgevormd voor het eenzame gebed in het Heilig Land. Een hoek van het bos wordt Nazareth en hij bidt er de groet van de engel aan Maria. In een grot beschouwen zijn ogen de geboorte van Christus. Hij houdt ervan om de bergrede te herlezen op de top van een heuvel die de streek domineert. Hij heeft zijn Berg Tabor, zijn Gethsemanie en zijn Golgotha waar hij zich oefent om deelachtig te worden aan het lijden van Christus.
De vurige meditatie van het Evangelie, samen met het gebed, helpen hem om de angsten van de eenzaamheid te overwinnen gedurende de lange wintermaanden, wanneer de onweders losbarsten over zijn hut en de duivel over zijn ziel. Een tragisch incident sluit deze eerste eenzame periode af. Bandieten vallen de heilige aan en slaan hem met een stok neer. Van de kwetsuren die hij hierbij opliep is hij nooit geheel hersteld geraakt. Vanaf deze periode liep hij geboden, zich steunend op een stok zoals een ouderling. Desondanks keerde hij, na een ander visioen van de Moeder Gods waarin deze hem opriep om een nieuwe spirituele strijd te voeren, naar zijn ermitage terug.
Wanneer de rovers die hem hadden aangevallen werden gearresteerd , vroeg hij aan de autoriteiten om hen genade te verlenen. Hij dreigde zelfs om het monasterie te verlaten zo hen een straf werd opgelegd. Hijzelf heeft hen vergiffenis geschonken. Nochtans had hij het gevoel de laatste der zondaars te zijn. Men kan alleen raden naar de innerlijke strijd met de machten van het kwaad die zich in zijn ziel verderzette. Het uiterlijke teken van deze strijd is de vernieuwing door de heilige van de heldendaden van de stylieten (pilaarheiligen). Rechtop staande op een rots in het bos, zijn handen naar de hemel opgeheven, bidt hij gedurende duizend nachten, zonder ophouden de woorden van de tollenaar herhalend : “Heer, heb medelijden met mij, zondaar” (Luc.18,13).
Dit gebeurt tussen 1804 en 1807. Tot dusver had hij zich gedurende de dag aan de bezoekers getoond en had hij gesproken met hen die hem raad kwamen vragen. Vanaf 1807, nam hij het kruis op zich van de absolute stilte. Tot zijn “geestelijke kinderen” die erover bedroefd waren antwoord hij : “Het is goed om voor God te spreken, maar het is nog beter om zich innerlijk voor Hem te zuiveren” Tot 1810 leeft hij in stilte. Hij spreekt met niemand. Wanneer hij een bezoeker ontmoette in het bos, dan knielde hij, het hoofd tegen de grond, tot wanneer hij terug weg was. Deze stilte is voor hem “het kruis waarop de mens zich moet kruisigen met al zijn zonden en al zijn passies” (spirituele instructies, 38).
Het teruggetrokken leven van Sarov
n 1810, wordt hij door de abt van Sarov en te wijten aan intriges van monniken, verplicht om naar het monasterium terug te keren. Maar God stond hem nog niet toe om zijn gelofte van stilte te verbreken. Hij vroeg daarom aan zijn overste de zegen om het leven van een ‘zatvor’ te mogen leiden, dit wil zeggen de totale afzondering in een smalle cel, waar niemand binnen mag en waaruit hij ook nooit komt. Men weet over deze tijd van zijn leven bijna niets. Men weet alleen dat hij bidt en het Evangelie leest : hij leest elke week het Nieuwe Testament volledig uit. Zijn cel is arm en koud. In de voorhof bevindt zich zijn eigen kist waarbij hij lange meditaties houdt. Eén enkel klein lampje brandt in de ‘iconenhoek’, voor het beeld van de Moeder Gods van de Tederheid. Nochtans is hij in deze tijd vervuld van een mysterieuze vreugde, een sprirituele atmosfeer van een heilige, die veel later aan zijn leerling Johannes Tikhonovitch zal vertellen over de bijzondere visioenen die hem toen werden toevertrouwd. Hij beschouwd ‘de schoonheid van de verblijven in het paradijs. De heiligen, de profeten, de martelaren, de apostelen schitteren er van glorie en van een oneindige vreugde’. Vanaf dat moment begint Serafim zelf te gelijken op ‘een aardse engel of een hemelse mens’, aldus zij die hem ontmoet hebben.
Vanaf 1815 begint de strengheid van de afzondering wat te milderen. Hij staat toe dat men de deur van zijn cel opent. Maar hij spreekt nog niet tot hen die komen om hem te zien. In 1820 begint hij met raadgevingen te geven en de pelgrims te zegenen. Tenslotte, in 1820, na het bevel ertoe te hebben gekregen van de Moeder van God, verlaat hij zijn cel om de mensen te dienen.
De starets treedt naar buiten
Dit luidt de laatste periode van zijn leven in. Het zijn de jaren van arbeid als ‘vader’ en geestelijke raadgever van duizenden monniken en leken. Geheimzinnig en verborgen in God zoals hij tot nog toe geweest was, verschijnt hij nu, althans gedeeltelijk, in de openbaarheid, in deze mate, dat zijn naasten nu in staat waren om hem te benaderen ‘voor het leven van het komend Rijk’. In alle nederigheid en vrolijk ontving hij alle bezoekers. Hij noemde iedereen ‘mijn vreugde’. Honderden kaarsen brandden nu in zijn cel voor de icoon van de Moeder Gods, symbool van alle zielen die hem werden toevertrouwd en hem om zijn voorspraak kwamen vragen.
Aan allen die hem kwamen opzoeken gaf hij zich volledig, aan allen wist hij woorden te zeggen die bij hen en bij hen alleen pastte. Allen kon hij de realiteit van het Komend Rijk en het bovennatuurlijk leven doen aanvoelen.
Er was een heel bijzondere, mystieke band tussen hem en de gemeenschap van de zusters van Divejevo Deze gemeenschap van zusters was aan Serafim toevertrouwd door zijn eigen starets op zijn sterfbed. Hij organiseerde het leven van de gemeenschap tot in de kleinste details. Hij had met hen lange en diepe spirituele gesprekken, en hij ging zelfs zo ver om zijn eigen ‘engelen-habijt’ te schenken aan een jonge religieuze. Het ‘groot schema’ van de monnik, teken van de meest verheven graad van monastieke inwijding
Bron : onbekend
17:19 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
26-12-11
Heilige Maximianus van Ravenna
Heiligenleven
Heilige Maximianus van Ravenna

Maximianus van Ravenna
De heilige Maximianus van Ravenna was eerst diaken te Pola. Toen hij eens zijn land aan het ploegen was, stiet hij op een koffer vol goudstukken, die daar waarschijnlijk tijdens een of andere vijandelijke inval waren verborgen en verloren was geraakt. Hij vulde een paar grote soldatenlaarzen die hij nog bezat met geldstukken en bracht de rest aan de keizer in Ravenna. Deze eist alle gevonden schatten voor zichzelf op en liet Maximianus zweren dat hij alles had afgegeven. Deze zei :’Dit is alles, behalve wat ik in mijn schoenen heb’. Dat kon niet veel zijn, dacht de keizer, en hij was tevreden.
Toen in 546 de bisschopszetel van Ravenna vacant was, herinnerde de keizer zich de diaken en liet hem wijden tot aartsbisschop. Maar het volk had intussen reeds op canonieke wijze zelf een opvolger gekozen en weigerde om Maximianus zelfs maar in de stad toe te laten. Zijn gezellen wilden een klacht bij de keizer indienen, Maar Maximianus weerhield hen daarvan en vestigde zich in de buurt van de stad en wachtte rustig af of de vijandigheid niet vanzelf zou uitdoven. Dit gebeurde inderdaad. Misschien eerst met tegenzin, om moeilijkheden met de keizer te vermijden, maar al spoedig van ganser harte. Maximianus gebruikte het geld dat hij had achtergehouden op verstandige wijze ten bate van de stad en bestuurde zijn kudde met veel wijsheid, vroomheid en vriendelijkheid, zodat hij, toen hij na 10 jaar stierf, als een heilige werd beschouwd.
Bron : heiligenleven voor elke dag - uitg orthodox klooster Den Haag
09:58 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
12-12-11
Cyrillus (+869) en Methodius(+885)
Heiligenlevens
Cyrillus (+869) en Methodius(+885)

Cyrillus en Methodius
Methodius en Constantinus – zo luiden hun oorspronkelijke namen – waren broers. Van afkomst waren zij grieken uit Thessaloniki, maar zij beheersten de Slavische taal in het Bulgaars-Macedonische dialect, dat in die tijd rondom Thessaloniki door Slavische kolonisten werd gesproken. Constantinus kreeg in Constantinopel een uitstekende opleiding. Hij wijdde zich echter al gauw aan de missie en werkte eerst onder de mohammedanen, en daarna in het Rijk van de Chatsaren aan de Zee van Azov. Kort voor zijn dood werd hij monnik en kreeg de naam Cyrillus. Zijn broer Methodius was aanvankelijk werkzaam in het politiek bestuur van de Slavische gebieden onder het Byzantijnse Rijk, werd eveneens monnik en werkte als abt in het beroemde klooster Polychron. Toen kregen de gebroeders de opdracht, die de oorzaak is geworden van hun historische betekenis voor de Zuid- en Westslaven. De Moravische hertog Rostislaw (846-870) was overgegaan tot de stichting van een zelfstandig Westslavisch rijk. Om zijn zelfstandigheid te kunnen bewaren wilde hij de Moravische Kerk onafhankelijk en wendde zich tot Keizer Michaël III in Constantinopel met het verzoek hem leraren te zenden voor zijn volk. De keizer gaf aan dit verzoek gehoor en stuurde de gebroeders Constantinus en Methodius. In 864 kwamen zij in Moravië aan en legden zich vooral toe op het opleiden van leerlingen om de Moravische Kerk te voorzien van Slavische priesters. In Moravië heeft Constantinus de vertaling van enige delen uit de Heilige Schrift en de Liturgie in de Slavische taal ter hand genomen; aan hem moet vermoedelijk ook het ontwerp van het oudste Slavische alfabet, het glagolitische geschrift worden toegeschreven, dat in bewaarde documenten tot het midden van de roe en gedeeltelijk zelfs tot de 9e eeuw is na te gaan. Het bewustzijn van een kerkelijke afscheiding van Rome was destijds nog niet algemeen tot de orthodoxe gelovigen doorgedrongen – het aanzien van de beide broers was in het Moravische Rijk immers vooral gebaseerd op het feit, dat zij het gebeente van bisschop Clémens van Rome, die volgens een legendarische overlevering in de tijd van de vervolging naar het Krim was verbannen en daar gestorven was, van daaruit naar Moldavië hadden overgebracht.
Dienovereenkomstig hebben de beide broers ook ondanks hun Byzantijnse missie getracht, de stichting van een slavisch sprekende kerk in het Moravische Rijk door de paus van Rome legitiem te laten verklaren om haar zodoende van Rome uit veilig te stellen voor de aanspraken van de Frankisch-Duitse kerk. Met deze bedoelingen begaven zij zich na een arbeid van tweeënhalf jaar via Panninië naar Rome, waar zij door paus Hadrianus met alle eerbetaan werden ontvangen. Constantinus stierf op 14 februari 869 in Rome en werd in de kerk van de H. Clémens plechtig bijgezet. Methodius werd, nadat hij de bisschopswijding had ontvangen, tot aartsbisschop en pauselijk legaat van Pannonië en Moravië benoemd en kreeg daarmee dus onder de slaven eenzelfde missionaire en organisatorische taak toegewezen als Bonifacius die voor de Duitse stammen had gekregen, maar vanwege de oorlog tussen de Moravische en Duitse vorsten, bleef hij in het gebied van de Pannonische vorst Kozel, tot dan toe het missieterrein van het aartsbisdom Salzburg en vormde het begin van een lange reeks twisten, die hebben geleid tot zijn veroordeling door een beierse synode en een gevangenschap van tseeënhalf jaar. Het centrale punt bij deze strijd was nog steeds de weerstand van de Duitse Clerus tegen de invoering van de Slavische liturgie en de oprichting van een Slavische kerkprovincie met een slavische voertaal. Ten slotte gelukte het de Duitse kerkelijke leiders ook de paus te winnen voor hun standpunt tegenover het oorspronkelijk plan van paus Hadrianus. Paus Stefanus VI verbood de Slavische taal in de kerk; de door Methodius zelf als zijn opvolger aanbevolen Slavische bisschop Gorazd werd erkend, maar de leerlingen van Methodius werden het land uitgezet. Zo kon de Slavische liturgie zich ook in Bohemen, waar zij door toedoen van Methodius’leerlingen al ingang had gevonden niet verder ontwikkellen. De pas gestichte hiërarchie viel na het jaar 900 ten offer aan de invallen van de Hongaren; Moravië werd in 950 aan Regensburg en in 973 aan Praag toegewezen. Het eigenlijke levenswerk van Cyrillus en Methodius was hiermee een mislukking geworden. De West-slavische stammen bleven de eerste tijd onder leiding van de Duitse kerk; ook in Polen werd de latijnse ritus ingevoerd. De poging tot de vorming van een Westslavische kerk met een Slavische voertaal onder de obediëntie van Rome was mislukt.
Daarentegen kwam het werk van de beide broers tot een onverwachte bloei onder de leerlingen van Methodius, die hun werk na de verdrijving uit het Moravische Rijk onder de Zuidslavische stammen langs de Donau en op de Balkan vooertzetten. In Bulgarije werd de Slavische Kerk gesticht, nu echter niet meer onder het toezicht van Rome, dat zijn lankmoedige houding ten opzichte van de Slavische kerk had laten varen, maar onder de bescherming van Byzantium, dat zijn oude missietraditie getrouw, ieder volk toestond de liturgie in zijn eigen taal te vieren en dat zich een eeuw later zou gaan toeleggen op de missionering van het Rijk van Kiev. Hoewel het eigenlijke werk van de Slavenapostelen in het Moravische Rijk op kerkelijk gebied niet met succes werd bekroond, uiteindelijk zelfs door Rome werd verworpen, is hun werk op literair gebied toch van buitengewoon groot belang geweest voor de missionering. Cyrillus heeft de Oudslavische kerktaal ontwikkeld. De Bijbel en vele liturgische teksten heeft hij vertaald in het Bulgaars- Macedonisch dialect, waarmee hij vertrouwd was, omdat het in zijn geboortestreek werd gesproken. Nog vele historische en filosofische detailproblemen hiervan zijn omstreden of onopgelost. Hoe dan ook, een feit is het, dat met dit orthodoxe missioneringswerk onder de slaven de basis werd gelegd voor de ontwikkeling van een literatuur in het Kerkslavisch, waar ook de missionering onder de Oostslaven houvast aan had.
Uit : De oosters orthodoxe Kerk : Ernst Benz pp.119-122
10:55 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
05-12-11
De heilige Fotina de Samaritaanse
Heiligenleven
De heilige Fotina de samaritaanse

De heilige Fotina de Samaritaanse
De heilige Fotina (Fotini) de Samaritaanse. Zij was de vrouw met wie Christus heeft gesproken bij de Jakobsput, zoals uitvoerig in het Johannesevangelie wordt verhaald. Daaruit blijkt dat zij een nogal wild leven leidde en het niet nauw nam met de waarheid. Zij werd echter getroffen door de volstrekte oprechtheid en het zelfbewuste gezag dat Christus uitstraalde. Twijfel aan haar eigen levenswandel en een onbevredigde honger naar het geestelijke, spreken uit de vraag over het gebed die zij aan Christus voorlegde. Zijn antwoorden drongen diep in haar hart en in spontaan enthousiasme laat ze haar kruik in de steek en loopt de stad rond om te juichen dat ze misschien de Messias heeft gevonden.
Zij was een vrouw uit het volk en stond bij het volk in hoge eer. Zij had vijf zusters en drie zonen, elk met een symbolische naam : Anatoli, Foto, Fotis, Paraskeva, Kyriake en Fotinos, Joses en Viktor. Zij werden gedoopt na Pinksteren en trokken met de Apostelen rond om te prediken. In Rome werden zij gevangen genomen en gemarteld, maar de martelingen bleven zonder uitwerking of er volgden wonderdadige genezingen. Slechts grof geweld kon een einde aan hun leven maken, terwijl Fotina zelf, nadat zij door een verschijning van Christus genezen was, later in de gevangenis stierf. Met haar stierven ook Sebastianos en Christodoulos.
Uit : Heiligenleven voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag
10:58 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
28-11-11
Heilige Cassianus
Heiligenleven
Heilige Cassianus

Heilige Cassianus
De heilige Johannes Cassianus (Kassianos) van Marseille, een van de grote geestelijke gidsen, was geboren in Rome. Na de gewone studie, vooral filosofie en astronomie, wijdde hij zich geheel aan de studie van de heilige Schrift. Hij had een onderzoekende geest, en toen hij hoorde over de wonderbare monniken in egyptische woestijn, wilde hij monnik worden en zien wat dat inhield. Samen met zijn vriend Germanus is hij toen naar Bethlehem gegaan en zij traden daar in het klooster in 383, toen hij ongeveer achttien jaar oud was. Om ook het leven van de kluizenaars te leren kennen, gingen zij naar Egypte; eerst naar de skite van de grote Makarios, later naar de Thebaïde om de verschillende Vaders persoonlijk te bezoeken. Het verslag dat hij heeft geschreven over de lange gesprekken die hij met hen voerde, behoort tot de klassieken van het christelijk monnikswezen. Hij kwam niet als journalist, maar als leerling die in zijn eigen leven wilde toepassen wat hij gehoord had. Zij hadden hun leven ingericht om bij de egyptische monniken te blijven, maar na ruim tien jaar ontstonden moeilijkheden naar aanleiding van de veroordeling van Origines. Een aantal monniken zag in Origines vooral de grote geest die zijn enorme geleerdheid geheel in dienst had gesteld van de bestudering van de Schrift, al had hij in zijn theologie misschien ook fouten gemaakt. De heerszuchtige patriarch van Alexandrië, Theofilos, eiste echter een volkomen veroordeling en beschuldigde de aarzelenden van ketterij. Hij verbande hen uit Egypte met allen die met hem in contact stonden. Zo werden ook Cassianus en Germanus verdreven in 399.
Zij gingen naar Constantinopel waar de heilige Joannes Chrysostomos aartsbisschop was. Deze onderzocht hun zaak en erkende hun orthodoxie, en wijdde germanus priester en Cassianus Diaken. Cassianus had grote bewondering voor Joannes Chrysostomos en verklaarde later in zijn leven dat hij alles van hem geleerd had.
Daarop beschuldigde Theofilos ook Joannes Chrysostomos van ketterij, en omdat hij goede betrekkingen met het hof onderhield, wist hij te bewerken dat deze in ballingschap werd gezonden. En ook hier werden de beide vrienden uitgewezen. Zij hadden intussen vriendschap gesloten met de jonge diaken Gregorios, die in Constantinopel was in opdracht van de bisschop van Rome. Beiden keerden nu naar hun vaderstad terug, waar Cassianus tot priester werd gewijd. Zij bleven daar tot aan de dood van Germanus in 416.
Cassianus, die intussen ongeveer vijftig jaar oud was, trok nu naar Gallië, waar hij het bekende klooster van Lerins stichtte, op een eiland bij Marseille. Deze stichting heeft grote invloed uitgeoefend bij de ontwikkeling van het monnikwezen in west-Europa, vooral door de geschriften van Cassianus. Hij schreef regels voor het gemeenschappelijk Leven; Over de strijd tegen de hoofdzonden (opgenomen in de Filokalia); Gesprekken met de Woestijnvaders, die vooral de heilige Benedictus hebben beïnvloed en daardoor het westerse monnikwezen.
Om zijn wijsheid werd hij veel geraadpleegd. De latere paus Leo vroeg hem zijn mening te geven over de Nestorianen, en daarom schreef Cassinanus nog een boek ,over de Vleeswording van de Heer. Ook moest hij een uitspraak doen over de strijd tussen Augustinus en Pelagius betreffende de rol van de vrije wil in het geestelijk leven. Cassinanus nam geen van beide extreme standpunten in maar volgde de oude orthodoxe leer dat Gods Genade onontbeerlijk is, maar dat de grond daarvoor ontvankelijk moet worden gemaakt door eigen inspanning van de vrije wil.
Zo bereikte hij de leeftijd van ongeveer zeventig jaar, en stierf in vrede in het jaar 435.
Uit: Heiligenlevens van elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag
11:16 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
21-11-11
De heilige Monika
DE HEILIGE MONICA
Moeder van de heilige Augustinus

De heilige Monika
De heilige Monica was geboren in een christen gezin in Noord-Afrika in 332 te Tagaste. Zij werd streng opgevoed door een tante, die haar zelfs verbood water te drinken buiten de maaltijden, omdat zij zich anders misschien later aan wijn zou verslaven, wanneer zij zichzelf niet beheersen kon.
Deze stregnheid had het tegenovergestelde effect : toen ze weer thuis kwam, moest ze dagelijks in de kelder de wijnkan vullen voor de maaltijd, en het werd een toenemende gewoonte eerst zelf die wijn te drinken. Dit werd haar voor de voeten geworpen toen zij eens een slavin een standje gaf. Hierdoor was zij zo beschaamd, dat ze tegelijk brak met die slechte gewoonte, vooral omdat zij binnenkort gedoopt zou worden. Dit werd voor haar het begin van een geheel toegewijd en heilig leven. Sindsdien was zij dagelijks aanwezig bij de Eucharistieviering.
Zij was gehuwd met Patricius, een heiden met een goed karakter maar een grote driftkop, die het zijn vrouw vaak flink lastig maakte. Hun eerste zoon werd de beroemde Augustinus, in zijn jeugd nog lang geen heilige, en die meer het karakter van zijn vader had dan dat van zijn moeder . Wel bracht zij door haar liefdevol geduld haar man ertoe dat hij een christen werd en zich liet dopen in zijn laatste levensjaar.,371.
Augustinus was toen 17 jaar. Hij studeerde in Carthago, stond onder invloed van het Manicheïsme, en leidde een tamelijk bandeloos leven. Om de klachten van zijn moeder te ontgaan, leefde hij in een aparte woning. Monica bad en weende en vroeg de oude bisschop met haar zoon te disputeren. Deze oordeelde dit in de gegeven omstandigheden zinloos maar sprak tot haar de beroemde woorden : "Blijf bidden : een kind van zoveel tranen zal niet verloren gaan".
Twaalf jaar later, in 383, zocht Augustinus een carrière te beginnen in Rome, en zo tegelijk bevrijd te zijn van de klaagzangen van Monica. In Rome werd Augustinus zwaar ziek en hij vertro na zijn genezing naar Milaan, waar hij een bewonderaar werd van de heilige Bisschop Ambrosius, voorlopig nog zonder
Consequenties.
Monika was uit Afrika overgekomen om bij haar zoon te leven. Ook hier was zij dagelijks bij de heilige Liturgie in de kathedraal : daarna bezocht zij de armen die haar hulp nodig hadden. Zij leerde ook van de heilige Ambrosius zich, evenals hij deed, te schikken naar de gebruiken van de plaatselijke Kerk, waar men zich bevond. Tenslotte werden haar gebedn verhoord. Drie jaar later, op Pasen in 387, werden zowel Augustinus als zijn zoon Adeodatus en zijn vriend Alypius gedoopt. De nieuwe bekeerlingen leefden samen met Monica een tijd lang in een kloostergemeenschap in Cassiacum, waar Augustinus verschillende van zijn werken schreef.
Monica’s levenswerk was voltooid; nu kreeg zij heimwee naar haar geboorteland. Zij wist de anderen over te halen mee terug te gaan naar Afrika. Zij verlieten Milaan en verbleven in Ostia, de haven aan de tibermond, voor de overtocht nar Afrika. Daar hield Augustinus het beroemde tweegesprek met zijn moeder, terwijl zij samen bij het venster uitkeken over de zee en de stralende hemel, over de diepste waarheid en de hemelse schoonheid. Zo kwam Monica los van haar koortsachtig verlangen om in de voorouderlijke aarde begraven te worden en gaf zij zich over aan Gods Liefde. Verder reizen bleek trouwens onmogelijk daardat haar ziekte in hevigheid toenam, zodat Monica spoedig daarna stervende was in 387, in de ouderdom van 56 jaar. Haar enige wens was nu nog dat haar zoon haar zou gedenken aan het Altaar; een wens die een voorspelling inhield van zijn wijding.
Augustinus sloot haar ogen, maar hij durfde geen uiting geven aan de smart die hem verscheurde, omdat hij het niet passend vond om te wenen over iemand die zulk een heilig leven had geleid, en gestorvan was zo vol vertrouwen en overgave aan de Heer. Het Lichaam werd naar de kerk gebracht, het Heilig Offer werd opgedragen, en daarna werd zij begraven. Pas toen hij weer alleen was kon Augustinus zijn tranen niet meer weerhouden,die hem nu oevrstroomden als een vloedgolf, bij de herinnering hoe vaak hij haar verdriet had aangedaan, en welk een liefde zij hem steeds had toegedragen. En in zijn beroemste boek, de Belijdenissen, heeft hij een blijvend gedenkteken voor haar opgericht
10:42 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
15-11-11
Gregorius van Nazianze :"Zo u onbetrouwbaar bent met het goed van een ander, wie zal ugeven, wat u toekomt"
H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en Kerkleraar
Homilie 14, over de liefde voor de armen, 24-25 ; PL 35, 887 (vert. brevier)

Gregorius van Nazianze
"Zo u onbetrouwbaar bent met het goed van een ander, wie zal ugeven, wat u toekomt"
Laten we ons, vrienden, in geen enkel opzicht slechte beheerders tonenvan al wat ons gegeven is, opdat wij Petrus niet horen zeggen: "Schaamt u, udie andersmans goed bezit. Probeer op God te gelijken, en niemand zal meer armzijn". Laten wij ons niet inspannen met het vergaren en bewaken van schatten,terwijl anderen onder armoede gebukt gaan, opdat men ons geen bittereverwijten maakt en dreigt, zoals de profeet Amos zegt: "U die redeneert:wanneer is de nieuwe maan voorbij? Dan zullen we ons koren verkopen! Enwanneer de sabbat? Dan zullen we ons graan uit gaan stallen" (Am 8,5).
Laten we de hoogste en eerste wet van God navolgen, die het laat regenenover de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen en voor allen in gelijke mate dezon laat opgaan (vgl Mt 5,45). Voor de mensen die op aarde leven, heeft Hij deaarde geopend en uitgespreid, de bronnen en de rivieren doen stromen en debossen laten groeien. De lucht heeft Hij aan de vogels gegeven en het wateraan de dieren die daarin leven. Aan allen heeft Hij in overvloed de middelenom te leven geschonken, zonder dat deze aan een macht onderworpen zijn of aanenig gezag beperkt worden of door grenzen afgebakend zijn. Hij heeft echterniet alleen allen gemeenschappelijk in die gaven laten delen, maar ze ookrijkelijk in dezelfde mate en even overvloedig geschonken. Hij wilde al zijnschepselen door de gelijkheid van de gaven gelijkelijk eren en de rijkdom vanzijn mildheid tonen.
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
16:57 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
13-11-11
De heilige Vsevolod
Heiligenleven
De heilige Vsevolod

De heilige Vsevolod
De heilige Vsevolod, prins van Pskov, de eerste grote heilige uit het land van Pskov. Hij was bemind om zijn rechtvaardig bestuur, zijn vriendelijke aard, zijn ijver voor de Kerk en zijn verlangen om Christus te volgen. Hij is gestorven in 1137, en reeds spoedig volgde zijn verering.
Hij was geboren rond 1100 en reeds op jeugdige leeftijd werd het bestuur in zijn handen gelegd. Novgorod behoorde in die tijd tot het noordelijk randgebied van het Russische rijk, en al het werk van bevestiging en ontwikkeling moest nog gebeuren, het gebied moest in harde strijd tegen indringende stammen worden veroverd. Maar tegelijk besteedde Vsevolod veel energie aan kerkenbouw, waaronder zeer grote en rijk gebouwde, maar de meeste zijn op de duur verwoest of in verval geraakt.
Zijn wetgevende arbeid viel minder in de smaak, en de prins werd afgezet en met zijn gezin onder huisarrest geplaatst totdat zijn opvolger was geïnstalleerd. Maar toen werd hij door de burgerij van Pskov uitgenodigd om daar het betsuur in handen te nemen. De bevolking daar was minder krijgszuchtig dan die van Novgorod, en zij voelden zich aangetrokken door zijn vriendelijk karakter, dat in Novgorod te zacht bevonden werd. De nieuwe prins van Novgorod rustte zelfs een krijgsexpeditie uit tegen de stad Pskov, waarheen een aantal van zijn tegenstanders was gevlucht. Maar onderweg kwamen zij tot andere gedachten : zij besloten om niet het bloed van hun broeders te vergieten en keerden naar huis terug.
Het bestuur van Vsevolod in Pskov duurde slechts één jaar en in 1137, toen de prins nog geen veertig jaar oud was, werd hij ziek en stierf vredig, na het ontvangen van de heilige Communie
Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster Den Haag
18:06 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
31-10-11
De heilige Alexis van Moscou
Heiligenleven
De heilige Alexis van Moscou

Heilige Alexis van Moscou
De heilige Alexis van Moscou werd geboren in 1300 in Moscou uit een boerengeslacht. Hij bezat een teruggetrokken aard en verdiepte zich reeds jong in de Heilige Schrift. Niemand was dan ook verwonderd toen hij al spoedig in het klooster trad, en 20 jaar oud de monnikswijding ontving met de naam Alexis. Daar kwam hij ook in aanraking met de Metropoliet van Kiev, die de talentvolle jonge monnik bij zich nam en hem steeds meer taken toevertrouwde in het betuur van het diocees. In 1353 was Alexis dan ook de aangewezen opvolger op de bisschopszetel. Hij werd naar Constantinopel gezonden en in 1354 door patriarch Filotheos gewijd tot metropoliet van Kiev en geheel Rusland.
Zonder belemmering kon hij zich nu volledig aan zijn taak wijden, terwijl hij tegelijk zich met nog meer volharding toelegde op een monastiek leven van onthouding en gebed. Vele wonderen geschiedden op zijn voorspraak. Daardoor ging een grote roep van hem uit, die zelfs doordrong tot het hof van de Tartaarse overheerser. Toen de vrouw van de Khan ongeneeslijk blind was geworden, zond hij een uitnodiging naar de heilige metropoliet van Moscou. Alexis gad daaraan gehoor, ,ging naar het hof van de Khan en genas door zijn gebed de zieke. Overladen met geschenken keerde hij naar Moscou terug.
Toen er later moeilijkheden ontstonden door de zware lasten die volgende Khans aan de Russische vorsten oplegden, wist Alexis voor Kerk en stad verlichting te krijgen. Diep betreurd door het geheld volk is hij gestorven in 1378
Uit: Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag
10:25 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
23-10-11
Heilige Pafnoetios
Heiligenleven
De heilige Pafnoetios van Kefala

Heilige Pafnoetios
De heilige Pafnoetios van Kefala was een tijdgenoot van de heilige Antonios de Grote, die hem zeer hoog schatte als een echte asceet, met de gave om de zielen te genezen en te redden. Van hem wordt verteld dat hiju de tachtig jaar van zijn monnikschap altijd hetzelfde habijt had gedragen zonder het ooit uit te doen. Een andere lezing, die waarschijnlijker klinkt, zegt dat hij nooit meer dan één tuniek tegelijk bezat.
Samen met de beroemde Makarios en de grote Serapion heeft hij een leefregel opgestend voor de kluizenaars in de woestijn, die later overgenomen is door de heilige Benedictus van Aniane. In de bijeenkomst der broeders onderscheidde hij zich door zijn rustig en overwogen oordeel, waarbij hij altijd eerst het belang van de broeder over wie geoordeeld moest worden, in het oog hield.
Een uitspraak van hem luidde : Houd meer van werk en inspanning dan van rust; meer van verachting dan van verering; meer van geven dan van krijgen. En hij waarschuwde ernstig : wanneer God ons een talent geschonken heeft en we denken dat wijzelf daarmee iets goeds gedaan hebben, dan zal God toelaten dat we in vernederende zonde vallen omdat we de eer van het goede werk niet aan Hem hebben toegeschreven. En dan geldt voor ons het woord uit de Psalm : ‘Waarom spreekt ge van mijn gerechtigheden, terwijl uw onreine lippen Mijn verbond schenden ?(vgl. Psalm 49).
Wanneer hij iemand slecht zag doen, begon hij ogenblikkelijk God te smeken om vergeving, alsof hij het zelf had gedaan. Bij zijn zwerftochten door de woestijn ontmoette hij eens een groep rovers die aan het drinken waren. De hoofdman, die hem kende en wist dat Pafnoetios nooit iets dronk, zette hem een dolk op de borst en dreigde hem te doorboren wanneer hij niet een glas met hen meedronk. Pafnoetios wilde de ander niet met een moord belasten en dronk rustig zijn glas uit. De ander was getroffen en vroeg vergeving, en beloofde zijn gewelddadigheden te zullen staken. Dit alles gebeurde in de tijd van de grote Antonios, dus in de 4e eeuw.
Uit: Heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster. Den Haag
17:51 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
16-10-11
de heilige Ethelbert
Heiligenleven
De heilige Ethelbert

De heilige Ethelbert
De heilige Ethelbert, de heidense koning van Kent, was gehuwd met Bertha, de enige dochter van Caribert, de koning van Parijs. Een langdurige vrede van bijna een eeuw had Kent tot grote welstand gebracht, en het een macht verleend die ver uitging boven die van de andere Saksische vorstendommen. Daardoor werd Ethelbert vaak aangeduid met de algemene titel Koning van Engeland. Bertha had in haar gevolg de heilige bisschop Letard meegebracht, wiens gedachtenis eveneens vandaag gevierd wordt. Deze droeg de heilige Mysteriën op in een oude kerk, toegewijd aan de heilige Martinus, nabij Canterbury. Zijn voorbeeldig leven en de goedheid die van hem uitging, maakten grote indruk op de bevolking, en de vijandigheid tegen het christendom begon te verminderen. Ook de koning kwam in verschillende opzichten terug op zijn vooroordelen. Zo werd langzaamaan de bodem voorbereid voor de prediking van de heilige Augustinus, die enige tijd later in Kent kwam missioneren. Onder invloed van Bertha kwam Ethelbert tot bekering en hij verzaakte openlijk aan de afgodendienst. Hij bekeerde zich uit heel zijn hart en werd een volkomen nieuw mens. Hij besteedde veel tijd aan het gezamelijke gebed en de zorg voor de armen werd nu een van zijn voornaamste bezigheden. Veel heeft hij ook gedaan voor een rechtvaardige wetgeving, die nog lange tijd rechtsgeldig is gebleven.
In tegenstelling tot zoveel andere nieuwbekeerde vorsten, wilde hij geen dwang uitoefenen op zijn volk om zijn voorbeeld na te volgen, maar hij gaf wel daadkrachtige steun aan de missionarissen en moedigde hen aan om op vreedzame wijze het Evangelie te verkondigen. Deze wijze van optreden won ook koning Sabert van het aangrenzende Oost-Saksen, en op diens grondgebied bouwde Ethelbert toen de eerste kathedraal van de heilige Paulos (in het huidige Londen) verder bouwde hij in Canterbury de beroemde kathedraal, en nog verschillende andere grote kerken. Zijn paleis in Canterbury schonk hij aan de heilige Augustinus. Hij is als een heilige gestorven in 616. Hij was toen 56 jaar oud.
Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag
17:56 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
10-10-11
Heilige Eleutherius van Doornik
Heiligenleven
Heilige Eleutherius van Doornik

Heilige Eleutherius van Doornik
De heilige Eleutherius, bisschop van Doornik, in de stad was reeds het Evangelie gepredikt door de heilige Piatus in 287, maar in de volgende eeuwen werd er nog steeds veel martelaarsbloed vergoten. Eerst hadden de Vandalen et huis gehouden, later kwam Doornik in bezit van de Franken.
In 456 werd daar Eleutherius geboren in een pas bekeerd adelijk gezin, waar men zich bijzonder toelegde op het steunen van armen en zieken. Toen koning Clovis in 484 een grote kruistocht ondernomen had, maakte de heidense stadsbestuurder van de gelegenheid gebruik om alle christenen uit de stad te verdrijven en hun bezittingen in beslag te nemen. Zij vonden een toevluchtsoord een paar uur gaans naar het zuiden, waar ze een kerk bgouwden en een soort kolonie stichtten, die snel uitgroeide tot een stadje Blandain. Het inwonersaantal werd zo groot dat er een bisschop nodig was, en nadat de eerstgekozenen bijna direct gestorven was, vroegen de gelovigen om Eleutherius. Hij werd naar Rome gezonden en daar in 487 tot bisschop gewijd, hoewel hij pas dertig jaar oud was.
Bij zijn terugkomst kreeg hij, terwijl hij ’s nachts in zijn eenzame cel aan het bidden was, plotseling bezoek van de dochter van de stadsbestuurder, die al sinds lang hevig op hem verliefd was, en zij poogde hem over te halen zijn ambt in de steek te laten en met haar te leven. Toen hij weigerde, greep zij zich aan zijn kleren vast, maar zoals eens Jozef in Egypte, rukte de jonge bisschop zich los uit zijn kleed en vluchtte naar buiten. Het meisje had zich echter zo opgewonden dat zij stierf aan een hartverlamming en begraven werd.
Toen kwam Eleutherius terug en beloofde haar vader dat hij zijn dochter zou terugkrijgen wanneer hij christen zou worden. Dit gebeurde inderdaad, maar toen de vader zijn belofte schond, brak er pest uit in de stad. Dit werd toegeschreven aan een vervloeking door Eleutherius, die daarom gegrepen werd, hevig afgeranseld en in de gevangenis geworpen. Maar omdat de cipier bang was om zulk een machtige persoonlijkheid vast te houden, liet hij hem naar zijn kudde terugkeren.
De pest zete hevig door en verspreidde zulk een schrik onder de inwoners dat allen die nog niet ziek waren de stad ontvluchtten om aan de besmetting te ontkomen. De diep vernederde gouverneur kwam nu naar de bisschop, en na behoorlijk onderricht en een tijd van vasten als voorbereiding werd hij gedoopt, waarna Eleutherius op 22 september zijn feestelijke intocht hield in de stad. Dit wordt nog jaarlijks op die dag gevierd. Hij sloopte de Apollo-tempel en de andere afgodische bidplaatsen, en begon een reeks vlammende predikaties die een diepe indruk maakten op het volk. Toen Pinksteren aanbrak werden 11.000 inwoners gedoopt.
Er moet echter geen blijvende vreugde zijn, want de door de Gothen aangebrachte ariaanse ketterij vond in deze pasbekeerden een vruchtbare grond. Eleutherius ging hier met grote welsprekendheid tegenin, zodat een kleine groep fanatieke tegenstanders zozeer geprikkeld werd dat zij hem overvielen en deerlijk verwondden. Vijf weken later bezweek hij aan de opgelopen kwetsuren, op 20 februari 531. Hij werd begraven in de door zijn vader gebouwde kerk in Blandain, maar bleef patroon van Doornik.
Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster – Den Haag
16:16 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
02-10-11
Heiligenleven : de heilige Eucherius van Orleans
Heiligenleven
De heilige Eucherius bisschop van Orleans

Eucherius van Orleans
De heilige Eucherius, bisschop van Orleans. Hij was geboren in een van de adellijke families van die stad, en terwijl zij dit kind in haar schoot droeg, offerde zijn moeder hem iedere dag aan de Heer. Na zijn geboorte deden zijn ouders die gelofte gestand, en zij stelden alles in het werd om hem een godsdienstige opvoeding te geven. Hij was de knapste onder al zijn kameraden en verdiepte zich steeds meer in de Heilige Schrift, vooral in de brieven van Paulus. Daardoor ontwaakte in hem een verlangen om zich geheel aan het geestelijk leven te wijden, en hij trok zich terug in de afgelegen abdij van Jumièges in Normandië, in het jaar 714.
Hij kon zich slechts zes jaar wijden aan deze innerlijke rust. Toen stierf zijn oom, de bisschop van Orleans, en heel het volk, met de priesters, richtte zich tot Karel Martel, de hofmeier, om Eucherius tot diens opvolger te laten wijden. Dit plan werd doorgevoerd, ondanks alle tegenstand van Eucherius, en in 721 werd hij gewijd. Toen legde hij alle verslagenheid af, stelde heel zijn vertrouwen op de hemelse Herder, en zette zich aan het werk om Zijn Kerk te dienen.
Met onvermoeibare ijver wijdde hij zich aan het onderricht van het volk en aan de bestrijding van de ingeslopen misbruiken. Maar dat deed hij met zulk een gloed van liefde dat allen hem liefhadden, zelfs wanneer ze werden berispt. Toen hij echter optrad tegen Karel Martel, die de kerkgoederen in beslag nam om de oorlog te bekostigen en zijn officieren te belonen, behandelde deze hem als een rebel en zond hem in ballingschap naar Keulen. Daar won hij aller harten door zijn vroomheid en vriendelijkheid. Karel Martel werd beducht voor zijn populariteit en deed hem overbrengen naar het kasteel van Haspengouw, in het gebied van Luik, waar het schaars bevolkt was.
Maar ook daar won hij aller harten. Robert, de bestuurder van het gebied, belastte hem met de armenzorg en stond hem toe zich terug te trekken in de abdij va Saint-Trond. Daar is Eucherius gestorven in 743.
17:47 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
26-09-11
Heilige Sabbas van Servië
Heiligenleven
De heilige Sabbas van Servië

Heilige Sabbas van servië
De heilige Sabbas van Servië, zoon van Stefanos, de eerstgekroonde koning van Servië. Hij was van jongsaf monnik geweest, eerst in Jerusalem, later op de Athos. Vandaar uit werd hij naar Servië geroepen, als de tweede aartsbisschop die de Kerk in Servië zou besturen. Zeven jaar heeft hij in het ambt gediend met grote overgave, liefde en kunde. Hij is in vrede heengegaan tot de Heer, einde 1268, bijna zeventig jaar oud.
Uit : Heiligebnlevens voor elke dag : uitg. ortgh.klooster. Den Haag
09:17 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
19-09-11
heiligenleven : Makarios de Grote
Heiligenleven
De heilige Makarios de Grote

Makarios de Grote
De heilige Makarios de Grote leefde van 300 tot 390. In zijn jeugd was hij een herdersjongen maar toen hij daarna monnik wilde worden, presten zijn ouders hem tot een huwelijk. Later vond hij toch de mogelijkheid om als kluizenaar te gaan leven in de woestijn, eerst bij Nitria, later in de nog afgelegener woestijn bij de berg Sketis. Op veertigjarige leeftijd werd hij priester gewijd voor de monniken die zich daar langzamerhand hadden gevestigd. In de verschillende woestijnen van Egypte leefden in die tijd zo’n 5000 kluizenaars. Tijdens de ariaanse overheersing werd hij verbannen naar nhet Nijleiland, maar toen hij daar de gehele bevolking tot het christendom had gebracht, liet men hem weer naar zijn oude standplaats terugtrekken. Door deze ervaringen begon hij tevreden over zichzelf te worden ; toen liet God hem zien hoe twee gewone huisvrouwen uit de stad, die wel naar het geestelijk leven verlangden maar geheel in beslag genomen waren door hun gezin, grotere verdienste bij God bezaten dan hijzelf met al zijn zichtbvare heiligheid. Bekend is ook van hem een merkwaardige ervaring : een schedel die door de wind was blootgewoeld in de woestijn, sprak tot hem en zei afkomstig te zijn van een afgodspriester die in de hades was, maar dat de smarten der hadesbewoners gelenigd werden wanneer voor hen gebeden werd. Verder bezitten we van Makarios nog verschillende gebeden en een waardevolle verzameling van 50 homilieën over het geestelijk leven, die volgens sommigen eigenlijk van de heilige Antonios afkomstig zijn.
Uit : Heiligenleven voor elke dag : uitg. Orth.klooster. Den Haag
10:30 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
05-09-11
De heilige Polykarpos
Heiligenleven
De heilige Polikarpos

De heilige Polikarpos, bisschop van Smyrna, was samen met de Godsdrager Ignatios leerling van de apostel Johannes. Hij was geboren in de gevangenis van Efese, waar zijn ouders direct na zijn geboorte als christen ter dood werden gebracht. Een christen weduwe, Kallistis, voedde hem op en gaf hem de naam van zijn vader, Pankratios. Hij leerde van haar milddadig te zijn voor de armen, maar in jeugdige onbesuisdheid had hij eens de gehele wintervoorraad weggegeven. Niet onbegrijpelijk was zijn beschermster toen in alle staten, maar de jongen ging naar de lege schuur, bad vurig tot God, en de volgende dag was de schuur weer gevuld als tevoren. Toen de weduwe dit wonder zag, noemde ze de jongen voortaan Polykarpos om de rijke vrucht die hij gebracht had.
Toen hij 25 jaar oud was, kwam de grote Apostel Joannes in de stad wonen. Met zijn vrienden Ignatios en Boekolos ging hij naar hem toe om alles over Christus te horen, en zij bleven bij hem. Toen Johannes naar Patmos verbannen werd, wijdde hij Boekolos tot bisschop van Smyrna en gaf hem Polykarpos mee als metgezel, terwijl Prochoros met Joannes meeging.
Na de dood van Boekolos ( 6 februari) werd Polykarpos op zijn beurt bisschop van Smyrna. Ook heir toonde hij steeds opnieuw zijn oude vrijgevigheid en hij won de algemene liefde door zijn vaderlijke zorg voor armen en rechtelozen, en daaronder vooral de Martelaren. Toen de vervolging opnieuw in alle hevigheid losbrak, presten de gelovigen hun bisschop zich buiten de stad in veiligheid te brengen op een klein landgoed. Daar bad hij dag en nacht voor allen en voor alle Kerken ter wereld, zoals hij gewoon was. In een droom voorzag hij dat hij de vuurdood zou sterven, en toen dan ook enkele jongens uit de omgeving aangehouden en gemarteld waren om zijn verblijfplaats te verraden, verschool hij zich niet langer maar ging naar de soldaten die gestuurd waren om hem gevangen te nemen. Dezen verbaasden zich dat zij uitgezonden waren tegen zulk een eerbiedwaardige grijsaard, want Polykarpos was 86 jaar en hij toonde een grote gemoedsrust. Hij liet de groep een maaltijd voorzetten en vroeg verlof om intussen zijn gebeden te doen
Staande bad hij toen gedurende twee uur met luide stem voor allen die hij ooit gekend had, kleinen en groten, aanzienlijken en verachten, en voor heel de katholieke Kerk over heel de wereld. Op een ezel werd hij daarna naar de stad gebracht. De vervolger kwam hem in een rijtuig tegemoet, liet hem naast zich plaatsnemen en poogde hem met allerlei argumenten over te halen om te offeren voor de Goddelijke Keizer, maar toen Polykarpos weigerde, werd hij uit de wagen geworpen, zodat hij met een gewond scheenbeen verder naar het stadion moest lopen.
Toen de proconsul er bij hem op aandrong nChristus te vervloeken om vrijgelaten te worden, antwoordde Polykarpos : “Zes en tachtig jaar dien ik Hem en Hij heeft mij geen enkel onrecht aangedaan; hoe kan ik dan mijn Koning vervloeken ?” Daarna werd hij veroordeeld om verbrand te worden. Een heraut maakte dit in het stadion bekend, en heel het opgehitste volk trok erop uit om overal brandhout bij elkaar te grijpen uit badhuizen en werkplaatsen, zodat er in een minimum van tijd een grote brandstapel was opgericht. Op zijn verzoek werd Polykarpos niet aan de paal vastgespijkerd, omdat hij beloofde te zullen blijven staan; wel bond men hem de handen op de rug.
Nadat hij zich met een plechtig gebed aan God had opgedragen, werd het vuur aangestoken, dat onmiddellijk met een geweldige vlam omhoog schoot. De vlammen stonden echter als een zeil om hem heen, en Polykarpos scheen zelf ongedeerd. De beul kreeg toen de opdracht hem met een lans te doorboren. Polykarpos stierf, maar de stroom van zijn bloed doofde het vuur.
Dit is een samenvatting uit een uitvoerig ooggetuigenverslag, misschien de oudste martelaarsakte die tot ons gekomen is. Daarin wordt aangegeven dat zijn dood zou hebben plaatsgevonden op de 23e februari, maar tegelijk wordt die dag de Grote Sabbath genoemd.
Uit : Heiligenlevens voor elke dag Uitg. Orth.klooster. Den Haag
17:27 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |





























































