22-06-17

aardse en hemelse

border a14.jpg

3e zondag na Pinksteren

Het aardse in vergelijking met het hemelse

aardse.jpg

LEZINGEN

Romeinen 5,1-10

Leven in vrede met God
[1] Gerechtvaardigd door het geloof leven* wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. [2] Hij is het die ons door het geloof* de toegang* heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen* op onze hoop op de heerlijkheid* van God. [3] Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, [4] volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop. [5] En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.
[6] Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde* tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren. [7] Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens. [8] God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren. [9] Des te zekerder is het dat wij, eenmaal gerechtvaardigd door zijn bloed, dankzij Hem gered worden van de toorn*. [10] Toen wij vijanden waren, zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder is het dat wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven. [11] En dat niet alleen: nu reeds roemen wij op God door Jezus Christus onze Heer, door wie wij de verzoening hebben ontvangen.

 

Evangelie, Mattheüs 6,22-33

22] De lamp van het lichaam is het oog. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. [23] Maar als je oog slecht is, zal heel je lichaam duister zijn. Als nu binnenin je het licht duisternis is, hoe erg zal dan de duisternis zijn! [24] Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel* niet tegelijk dienen. [25] Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en het lichaam niet meer dan de kleding? [26] Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? [27] Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven? [28] En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet. [29] Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen. [30] Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen? [31] Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken? [32] Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt. [33] Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles

 

aardse2.jpg

16-06-17

eerste leerlingen

border YTY.jpg

2e zondag na Pinksteren

Roeping van de eerste leerlingen

 

EERSTE LEZING :

Romeinen 2,10-16

10.heerlijkheid, eer en vrede wacht een ieder die het goede doet, de Jood in de eerste plaats, maar ook de Griek. [11] Want God kent geen aanzien* des persoons.
Wet en besnijdenis
[12] Zij die zonder de wet* hebben gezondigd, zullen ook zonder de wet omkomen; en zij die met de wet hebben gezondigd, zullen door de wet worden veroordeeld. [13] Want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig in Gods oog; alleen de onderhouders van de wet zullen worden gerechtvaardigd. [14] Wanneer heidenen, die de wet niet hebben, uit zichzelf* doen wat de wet verlangt, zijn zij zichzelf tot wet, ook al bezitten zij de wet niet. [15] Zij tonen dat wat de wet vereist, in hun hart geschreven staat. Hun geweten getuigt daarvan, en hun gedachten, die hen over en weer beschuldigen of ook wel vrijspreken [16] op de dag dat God volgens mijn evangelie over de verborgen daden van de mens zal oordelen, door Christus Jezus.

EVANGELIE :

Matth.4,18-23

Roeping van enkele vissers
[18] Toen Hij eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij twee broers - Simon*, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas - het net uitwerpen in het meer; want het waren vissers. [19] Hij sprak hen aan: 'Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken.' [20] Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem. [21] Verderop zag Hij nog twee broers, Jakobus van Zebedeüs en zijn broer Johannes; ze waren in de boot met hun vader Zebedeüs hun netten aan het klaren. Hij riep hen. [22] Meteen lieten ze de boot en hun vader achter en volgden Hem.

Een grote menigte volgt Hem
[23] Hij trok rond in heel Galilea, terwijl Hij in hun synagogen onderricht gaf, de goede boodschap verkondigde van het koninkrijk, en elke ziekte en elke kwaal onder het volk genas.

 

13bdca073a04b9c2a1fe406df441c145.jpg

09-06-17

allerheiligen

border 01040502.jpg

1e zondag na Pinksteren

 

ALLERHEILIGEN

 

alle heiligen.jpg

 

Eerste Lezing :

Hebr.11,32-33, 37-38, 9,27-30

11. [33] Door het geloof hebben zij koninkrijken omvergeworpen, gerechtigheid beoefend, beloften in vervulling zien gaan. Zij hebben leeuwen de muil gesloten, [34] de gloed van vuur gedoofd, ze zijn ontsnapt aan het scherp van het zwaard. Hun zwakheid werd kracht, ze werden machtig in de oorlog, en dreven vijandelijke legers op de vlucht. [35] Vrouwen kregen hun doden terug door opstanding uit de dood. Anderen werden doodgemarteld en wezen hun vrijlating af, om een betere opstanding te verwerven. [36] Weer anderen werden beproefd doordat ze bespot werden en geslagen, en ook nog werden geboeid en gevangengezet. [37] Zij werden gestenigd, doormidden* gezaagd, terechtgesteld met het zwaard. Zij zwierven rond in schapenvachten en geitenvellen, ten prooi aan ontbering, vervolging, mishandeling. [38] Zij waren te goed voor deze wereld. Ze hielden zich op in woestijnen en in de bergen, in spelonken en in de krochten van de aarde. [39] Ook deze mensen werden allen vermeld vanwege hun geloof. Toch heeft geen van hen de belofte in vervulling zien gaan. [40] Aangezien God voor ons nog iets beters had voorzien, wilde Hij niet dat zij hun voleinding zouden bereiken zonder ons. 12 :[1] Door zo'n wolk van getuigen omgeven moeten wij elke zondelast die ons hindert, van ons afschudden, om vastberaden de wedstrijd te lopen waarvoor we hebben ingeschreven. [2] Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof. Omwille* van de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterkant van Gods troon.

EVANGELIE :

Mattheüs : 10,32-33,37-38

10. [32] Als iemand partij kiest voor Mij bij de mensen, zal ook Ik partij kiezen voor hem bij mijn Vader in de hemel. [33] Wie Mij verloochent tegenover de mensen, die zal Ik ook verloochenen tegenover mijn Vader in de hemel. [37] Wie meer houdt van zijn vader of moeder dan van Mij, is Mij niet waard. Wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van Mij, is Mij niet waard. [38] Wie zijn kruis niet opneemt en Mij niet volgt, is Mij niet waard. 11 . 27] Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader behalve de Zoon, en ieder aan wie de Zoon Hem heeft willen onthullen. [28] Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en Ik zal u rust geven. [29] Neem mijn juk op en kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart, en u zult rust vinden voor uw ziel. [30] Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.'

 

alle heilige patriarchen can constantinopel.jpg

Alle heilige Patriarchen van Constantinopel

allerheiligen icoon.jpg

alle heiligen van schotland.jpg

Alle heiligen van Schotland

alle heiligen van de grote kerk.jpg

Alle heiligen van de Grote Kerk

alle heiligen van Afrika8.jpg

Alle heiligen van Afrika

alle heiligen van België.jpg

Alle heiligen van België

Alle heiligen  van Antiochië.jpg

Alle heiligen van Antiochië

Moeder Gods en alle heiligen Moscou.jpg

Moeder Gods en alle heiligen - Moscou

Alle heiligen van China _chinese martelaren.jpg

Alle heiligen van China

 

13bdca073a04b9c2a1fe406df441c145.jpg

 

04-06-17

Pinksteren

pinksteren15.jpg

PINKSTEREN

Feest van de Heilige Drie-eenheid - Nederdaling van de H Geest over de Apostelen

 

pinksteren 12.jpg

LEZINGEN :

Eerste lezing : Handelingen 2,1-11

Pinksteren
Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis waar zij waren. Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.
Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: 'Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal van zijn geboortestreek hoort? Parten en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen, Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.'

EVANGELIE

Johannes 7,37-5. 8,12.

Stromen levend water
Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus daar en riep: 'Heeft iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.' Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.

Verdeeldheid onder de toehoorders
Onder het volk waren er die bij het horen van deze woorden zeiden: 'Dit is werkelijk de profeet.' Sommigen beweerden: 'Hij is de Messias.' Maar er waren er ook die zeiden: 'De Messias komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet dat de Messias uit het geslacht van David komt en uit Betlehem, de woonplaats van David?' Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk. Er waren er die Hem wilden grijpen, maar niemand sloeg werkelijk toe.

Ongeloof van de autoriteiten
Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: 'Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?' De dienaars zeiden: 'Nog nooit heeft een mens zo gesproken!' Waarop de farizeeën antwoordden: 'Hebben jullie je ook al laten misleiden? Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën? Maar dat volk, dat de wet niet kent, vervloekt zijn ze!' Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op: 'Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?' Maar hij kreeg als antwoord: 'Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten!'

Weer richtte Jezus zich tot hen: 'Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht bezitten.

 

pinksteren16.jpg

pinksteren10.jpg

Koptisch icoon van Pinksteren

 

DE ICOON VAN PINKSTEREN

 

Op Pinksteren vieren we de KERK!
"De lichamelijke aanwezigheid van Christus onder ons is ten einde, de handelingen van de Geest beginnen" (H. Gregorios van Nazianze, Homilie van Pinksteren, 81)
De dag van Zijn Hemelvaart naar de Vader, gaf Christus aan Zijn leerlingen de opdracht om "niet uit Jeruzalem heen te gaan, maar de Belofte van de Vader af te wachten" (Hand. I: 4). Hij vroeg hen om samen te blijven om de gave van de Geest te ontvangen:
"Gij zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt; en gij zult Mijn getuigen zijn in Jeruzalem en geheel Judea en Samaria, ja tot aan het einde der aarde" (Hand. I: 8).
De leerlingen waren bijeen in het Cenakel, toen dit gebeurde. In de Handelingen der Apostelen staat:
"Toen na vijftig dagen het Pinksterfeest aanbrak, waren allen op één plaats bijeen. Plotseling kwam er vanuit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, en vervulde het gehele huis waar zij waren samengekomen. Er verschenen hun tongen als van vuur, die zich verdeelden en zich op ieder van hen neerzetten. Allen werden vervuld met de Heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf om zich te uiten." (Hand. II: 1-4). Die dag gebeurden er drieduizend bekeringen.
Het feest van Pinksteren herdenkt de gave van de Heilige Geest aan de Apostelen, de geboorte van de Kerk en het begin van haar zending in de wereld.
Pinksteren komt van het Grieks pentecosti en duidt een periode aan van vijftig dagen, de vijftig dagen die volgen na de Opstanding (zoals saracosti staat voor de veertig dagen van de Vasten). Het is belangrijk om zich bewust te zijn van de continuïteit die Pasen, Hemelvaart en Pinksteren verbindt. Pinksteren vormt de afsluiting van deze periode.
Maar vooraleer Pinksteren een christelijk feest werd, is het een joods feest, Shavouot in het Hebreeuws, dat elk jaar trouw gevierd wordt door de Joden. Het joodse paasfeest herdenkt de bevrijding van de slavernij in Egypte en de doortocht van de Rode Zee. Vijftig dagen later ontvangt Mozes op de berg Sinaï de Stenen Tafelen der Wet waaronder het volk van Israël zal moeten leven. Het is de goddelijke openbaring van de Sinaï waarvan het joodse Pinksterfeest de herdenking is.
Het is niet zonder betekenis dat de Heilige Geest naar de Apostelen gezonden werd op deze verjaardag van het eerste Verbond met het volk der Hebreeërs. Na de tafelen der Wet komt het onderricht van Christus.


Wat stelt de icoon van Pinksteren voor?


De icoon is de geschilderde uitdrukking van de heilige Traditie van de Kerk, traditie die leeft in de heilige Schrift en in de liturgische teksten. Zij drukt de theologische inhoud van de gewijde teksten uit in grafische termen en is niet enkel een eenvoudige illustratie. Door middelen die behoren tot de zichtbare wereld brengt zij ons in contact met de onzichtbare wereld, zij drukt een geestelijke realiteit uit, en daardoor is zij altijd een beetje in discrepantie met de natuurlijke wereld. Zij staat boven de wet van tijd en ruimte: bij voorbeeld voor wat de ruimte betreft, bekommert ze zich niet om volume of perspectief, ze beperkt de voorstellingen niet tot een bepaald gebouw. Dit betekent dat de zin van de gebeurtenissen die de icoon voorstelt zich niet beperkt tot hun historische plaats, maar daar bovenuit stijgt. Zij wil ook de schijn van de werkelijke wereld overschrijden en zich situeren in een wereld die niet onderworpen is aan de wetten van de tastbare wereld. Voor wat betreft de tijd, maakt ze de toeschouwer tijdgenoot van de gebeurtenis, er is een deelname, hier en nu, van diegene die de icoon aanschouwt.

We bekijken nu een icoon van Pinksteren :

 

Pinksteren4.jpg


We zien een bijeenkomst van mannen, die in een halve cirkel gezeten zijn, op een bank met hoge leuning. Het is een scène van een interieur, zoals blijkt uit de huizen op de achtergrond en het gordijn.
Er zijn twaalf protagonisten en ze dragen elk iets in de hand: de ene een perkamentrol, de andere een boek. Hun houding is kalm en plechtig, de sfeer lijkt hartelijk, ze onderhouden zich met elkaar. Men merkt ook een ruimte op tussen de twee middelste figuren, alsof de centrale plaats leeg gebleven is.
Boven het huis ziet men de hemel, van waaruit stralen komen die uitlopen in vlammen -vuurtongen- die afdalen en zich boven elk personage plaatsen.
Onderaan het beeld ziet men een donkere holte, waaruit een gekroonde figuur naar voren komt, met witte baard. Hij draagt een linnen doek met twaalf rollen.
De compositie is symmetrisch: zes mannen en zes vuurtongen langs elke kant.
De scène is lichtgevend: de hemel wordt voorgesteld als een gouden achtergrond, er is de zon en de lichtstralen op de banken, de lichtweerkaatsingen op de klederen.
De twaalf personages zijn de Apostelen, van het Grieks apostoloi, zij die gezonden zijn.
Bovenaan Petrus en Paulus, dan de vier evangelisten, die het Heilige Boek vasthouden, links Mattheus en Lucas en rechts Johannes en Marcus en verder waarschijnlijk Simon, Bartholomeus en Filippus (of Judas) links en Andreas, Jacobus en Thomas rechts.
Waarom is de heilige Paulus op deze icoon afgebeeld, kunt u zich afvragen, vermits hij niet aanwezig was op die dag en hij zelfs nog niet bekeerd was?
Dit komt omdat deze icoon niet enkel de gebeurtenissen beschreven in de teksten voorstelt, maar ook de zin en betekenis ervan toont. De betekenis van deze aanwezigheid lijkt klaar, de icoon toont niet enkel de historische ooggetuigen, maar de draagwijdte van het beeld wordt uitgebreid door een evocatie van de apostolische volheid en daardoor ecclesiale volheid; en kan men zich deze voorstellen zonder Paulus? Ze is ondenkbaar zonder hem en daarom zit hij tegenover Petrus. Doordat Paulus toegevoegd wordt, getuigt de icoon van de kerkelijke realiteit.
De icoon is niet een eenvoudige illustratie van de heilige Schrift, zij heeft een dogmatische en didactische inhoud, en onderwijst het geloof van de Kerk. Dit is zeker waar voor de icoon van Pinksteren die daarenboven het symbool is van de Kerk.
De onderrichtscène

Wat betekent de lege plaats midden tussen de apostelen?
Deze plaats is die van Christus. De leeg gelaten plaats in het centrum betekent dat Christus aanwezig is, zelfs als Hij niet zichtbaar is. "Waar twee of meer in Mijn naam verenigd zijn, ben Ik in hun midden" (Mt. XVIII : 2).
De plaats van Christus is in het centrum, hij is de leider van de Gemeenschap, Hij is de leider (d.w.z. het hoofd) van de Kerk en het is de Kerk - Lichaam van Christus - die de taak heeft om Zijn Onderricht te verspreiden; met de gave van de Heilige Geest, "Die bij u zal blijven in eeuwigheid" (Jo. XIV, 16).
De Heilige Geest neemt in zekere zin het onderricht over, want Hij leert hen alles, zelfs dat wat ze niet konden dragen wanneer Christus onder hen was: "De Trooster, de Heilige Geest Die de Vader zenden zal in Mijn naam, Hij zal u alles leren, en u herinneren aan alles wat Ik u gezegd heb." (Jo. XIV, 26)
Christus zegt ook: "Nog veel meer heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet dragen. Maar wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, dan zal Hij u tot volle waarheid geleiden." (Jo. XVI, 12-13).
De Heilige Geest, die voor altijd gegeven is, zal de apostelen helpen om de apostolische zending te volbrengen die hun is toevertrouwd, toevertrouwd aan hen die niet erudiet of filosoof waren, maar eenvoudige mensen, zondaars...
Waarom kozen de iconografen een onderrichtscène die doet denken aan de filosofische onderrichtscènes van de Oudheid?
Bekijken we de icoon:
De apostelen zijn gezeten op een bank met hoge rugleuning in een halve cirkel, dezelfde die men gebruikte in de Oudheid in de scholen van filosofie. Men denkt onmiddellijk aan Plato, aan Pythagoras..., die hun leerlingen onderwezen.
De verwijzing naar de Oudheid is duidelijk, ze richt zich tot de Grieken, tot de vertegenwoordigers van het filosofisch denken, wat de absolute referentie was, en zegt dat het onderricht van Christus veel verder gaat dan de eenvoudige filosofie, die menselijk blijft. Het is een nieuw tijdperk dat aanvangt voor de mensheid, want het woord van Christus, "dit woord dat gij hoort," zegt Christus, "is niet van Mijzelf, maar van de Vader die Mij gezonden heeft" (Jo. XIV: 24).
Het is dus het Woord van de Vader dat ons werd overgebracht door de Zoon en dat de Geest verduidelijkt.
We weten ook dat Christus in het Oude Testament werd aangekondigd onder de naam Wijsheid, Christus is Sofia. Toen God Zijn Zoon schonk aan de mensen, heeft Hij deze Wijsheid medegedeeld, en deze Wijsheid heeft Hij aan de Apostelen doorgegeven en heeft hun gevraagd om ze aan de hele wereld te verkondigen: "Gaat uit over de gehele wereld en predikt het Evangelie aan alle schepselen". (Mc. XVI: 15).
Het beeld van de onderwijzende Christus is reeds vroeg voorgesteld in de vroegchristelijke iconografie. In de Catacomben van Domitilla, vierde eeuw, bevindt zich één van de eerste voorstellingen van Christus die onderricht geeft; Hij is gekleed als in de Oudheid, zoals de filosoof te midden van zijn leerlingen. De vroegchristelijke kunst is zeer geïnspireerd door de antieke kunst, de fresco's, de miniaturen, het half­verheven beeld­­houwwerk.

icoon ivoor pinksteren (2).jpg


Een ivoor uit de zesde eeuw (Rome of Noord-Italië) toont ons de twaalf apostelen, gezeten rond Christus. Op dit gebeeldhouwd ivoor, ziet men dat de plaats van Christus in het centrum is, bijna als een centrale zuil, en dat de apostelen zich rond Hem bevinden. Ze zitten op stoelen in een halve cirkel, en ze worden gezien in een verhoogd perspectief, men zou kunnen zeggen een ‘omgekeerd perspectief' (dus de personages worden kleiner afgebeeld, niet als ze verder van de toeschouwer verwijderd zijn, maar als ze dichterbij komen).
Indien we ons inbeelden dat de plaats van Christus leeg is, komen we tot de klassieke schikking van het college van apostelen van Pinksteren, het college van apostelen is de basis van de Kerk, de twaalf zuilen waarop het gebouw rust, gebouwd op de hoeksteen die Christus is (cfr. De twaalf stammen van Israël).
Dat Christus op de Pinkstericoon gesuggereerd wordt door een lege ruimte, is sterk, is symbolisch erg sterk: de aanwezigheid wordt gesuggereerd door de afwezigheid...

Symbool van de Kerk

De icoon van Pinksteren is dus niet een eenvoudige illustratie van een historische gebeurtenis, zij is een symbool, zij is het symbool van de Kerk.
We moeten hier even stilstaan bij het woord symbool. Symbolon (Grieks; betekent: wat verzamelt) is het tegenovergestelde van diabolon (Gr., wat verdeelt). Oorspronkelijk was het symbolon een voorwerp dat men in twee had gesneden en dat slechts betekenis had wanneer de twee delen terug verenigd waren. Het was een teken van herkenning.
Het symbool verenigt twee delen, aan de ene kant een realiteit van de zichtbare wereld, en aan de andere kant een realiteit van de onzichtbare wereld die tegenwoordig wordt gesteld. Het symbool is niet een eenvoudig allegorisch beeld, er bestaat een organische band tussen de twee delen die het verenigt.
De icoon als symbool beïnvloedt ook diegene die haar aanschouwt. Zij kan ons helpen om ons om te vormen door ons uit te nodigen om ons te richten naar wat gesymboliseerd is en om ons ermee te vereenzelvigen.
De icoon handelt op deze wijze, ze verenigt een zichtbaar en onzichtbaar deel, een materieel deel en een spiritueel deel, ze openbaart ons een andere wereld met een volheid die niet te vergelijken is met het leven van de gevallen wereld.
Zich verenigen in de Kerk heeft betrekking op de natuur en het doel van de vereniging, niet op de plaats: het woord kerk komt van het Grieks ekklesia, wat bijeenkomst betekent (het werkwoord ekklesiazo betekent oproepen, een bijeenkomst samenroepen, een samenkomst bijwonen). De icoon toont ons het prototype van deze bijeenkomst, de eerste bijeenkomst, de stichtende vergadering, die van de apostelen. "Zich verenigen in de kerk" betekent dus zulke gemeenschap vormen, waarvan het doel is de Kerk te vertegenwoordigen, te realiseren. Deze eerste samenkomst bevestigt het bestaan van de Kerk.
Een orthodoxe theoloog, vader Alexander Schmemann, schrijft: "We moeten goed beseffen dat we ons naar de tempel begeven, niet om er individueel te bidden, maar om ons te verenigen in de Kerk. De zichtbare tempel is slechts de afbeelding van de onzichtbare waarmee hij zich bekleedt en die niet door mensenhanden gemaakt is... Wanneer ik zeg dat ik me naar de kerk begeef, betekent dit dat ik ga naar de gemeenschap van gelovigen om met hen de Kerk te vormen, om diegene te zijn die ik geworden ben op de dag van mijn doop: een lidmaat van het Lichaam van Christus, in de volle betekenis van het woord... Ik ga naar de kerk om mezelf als lid te manifesteren, om te getuigen voor God en de mensen van het Koninkrijk, reeds gekomen in kracht" (A. Schmemann: de Eucharistie). Dit is het mysterie van de Kerk, van het Lichaam van Christus dat wij vormen, nu, want Christus is met ons, zelfs al is Hij onzichtbaar zoals op de icoon.
De scène die wordt afgebeeld op de icoon is meer dan een onderrichtscène, het is de voorstelling van de Bijeenkomst van de Apostelen op het moment dat zij de doop van de Geest ontvangen.
Deze Gemeenschap is de initiële en fundamentele vorm van de Kerk. Het is het model van de Kerk die WIJ nu vormen, want WIJ zijn de Kerk, wij zijn in Christus en Christus is in ons. Wij zijn de Kerk en wij manifesteren en belijden de aanwezigheid van Christus in de wereld.
De aanwezigheid van Christus en Zijn Koninkrijk in de wereld bevestigen en belijden, was de eerste zending van de Apostelen, daarom draagt de ene een boek en de andere een schriftrol.

Boek en schriftrol

Degenen die het Boek, het Evangelie, vasthouden, zijn: Paulus, Johannes, Lucas, Mattheus en Marcus. De overigen houden een schriftrol in de hand. Op andere iconen houden de apostelen allemaal een schriftrol vast; de schrift­rol symboliseert het Woord van God, dat ze gaan overbrengen dankzij de Heilige Geest.
We zien hier tegelijkertijd de parallel en de overstijging van de parallel tussen Christelijk en joods Pinksteren: de Tafelen der Wet zijn aan Mozes gegeven vijftig dagen na de doortocht van de Rode Zee. De Heilige Geest, die alles leert aan de Apostelen (dus aan de Kerk) en hen herinnert aan alles wat Christus hun gezegd had, is gezonden aan de Kerk in wording op de dag van het joodse Pinksterfeest. Het onderricht van Christus, dat komt van de Vader, is daar bovenop gegeven aan de mensheid op de weg van het heil.

Harmonie en kalmte

In de Handelingen der apostelen staat dat de Nederdaling van de Heilige Geest gebeurde met groot lawaai en in een totale verwarring. Nochtans zien we op de icoon helemaal het tegenovergestelde: een harmonische orde, een nauwkeurige compositie. De strakke houding van de Apostelen drukt kalmte en plechtigheid uit. De icoon toont ons het gebeuren van binnen, zoals het beleefd werd door de apostelen, en zo laat ze ons deelnemen aan het innerlijke gebeuren, wij beleven het zoals de apostelen het beleefd hebben. De icoon openbaart ons de innerlijke betekenis van de gebeurtenissen, zij openbaart de eschatologische betekenis

De vuurtongen: de doop van de Kerk door het vuur

De icoon van Pinksteren is de voorstelling van de Bijeenkomst van de Apostelen, d.w.z. van de Kerk, op het moment dat deze de Doop van de Geest ontvangt.
"Want Johannes doopte met water, maar gij zult gedoopt worden met de Heilige Geest" (Hand. I: 5), zegt Christus tegen de apostelen. "Er verschenen hun tongen als van vuur, die zich verdeelden en zich op ieder van hen neerzetten." (Hand. II: 3).
De icoon toont ons de doop van de apostelen, dus van de Kerk, met het vuur van de Heilige Geest. Het is tegelijkertijd de geboorte en de doop van de Kerk.
De duif is soms afgebeeld op de icoon van Pinksteren (ook op de icoon die hier getoond wordt), maar er is geen enkele reden om dit te doen. Noch de Schrift, noch de hymnografie maken er melding van voor Pinksteren. Dit beeld behoort tot de icoon van de Doop van Christus, een andere openbaring van de Heilige Drieëenheid.
De vuurtongen die op de apostelen vallen zijn essentieel in de oudste Pinkstericoon die we kennen, bewaard in het klooster van de H. Katarina van de Sinaï.
De Apostelen zijn verenigd in de Heilige Geest, maar elk van hen ontvangt persoonlijk het vuur van de Geest: de tongen verdelen zich. Uit dit verbond van eenheid in verscheidenheid van de apostelen komt heel de geschiedenis van de Kerk voort met haar concilies.

De zending van de apostelen

Een heel bijzonder gevolg van de Nederdaling van de Geest op de apostelen was dat ze begonnen te spreken tegen mensen "van alle volkeren onder de hemel", verenigd in Jeruzalem en dat "iedereen hen hoorde spreken in zijn eigen taal". De H. Lucas zegt: "Nu verbleven er te Jeruzalem Joden, godvrezende mannen uit alle volkeren onder de hemel. Toen dit gerucht zich verspreidde, stroomde het volk te samen, uitermate verbaasd, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken." (Hand. II: 5-6)
Pinksteren herstelt dat wat gebroken was bij de toren van Babel. Bij de toren van Babel had zich het onbegrip tussen de mensen gevestigd, met als gevolg de verdeeldheid onder de volkeren. In de Heilige Geest is de communicatie tussen de mensen hersteld, en de eenheid wordt weer mogelijk in het respect voor het anders-zijn (alle volkeren).
Het volk van God is uitgebreid tot zover dat er geen enkele scheiding meer is van ras, cultuur, ruimte noch tijd. Het heil is ook gegeven aan de niet-Joden.
De icoon toont dit op verschillende wijzen:

Ten eerste door haar compositie die niet gesloten is: men ziet dat de rangen van apostelen open blijven. De opening van de icoon zelf (en van alle iconen) die de scènes niet opsluit in een bepaald gebouw -men ziet de gebouwen op de achtergrond- maakt duidelijk dat de betekenis van de gebeurtenissen die de icoon voorstelt, zich niet beperkt tot hun historische plaats, maar de plaats en het moment waarop ze plaatshadden overstijgt.

De oude koning - kosmos

Ten tweede ziet men onderaan op de icoon een keizerlijk personage, dat de tijdelijke wereld voorstelt. Deze allegorische figuur ziet men op de icoon vanaf de XIVe eeuw. Zij benadrukt de kosmische dimensie van Pinksteren. Byzantium, het nieuwe Rome, was uitverkoren als hoofdstad door de Romeinse keizer Constantijn, die haar herdoopte met de naam Constantinopel. Constantijn was de eerste keizer die zich bekeerde tot het christendom. Het Romeinse Rijk dat christelijk geworden was werd nadien om administratieve redenen in twee verdeeld. Constantinopel werd de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk.

Deze keizer op de icoon houdt in een gebaar van dankzegging aan God een linnen doek vast met de twaalf schriftrollen van de apostolische verkondiging.
Dit soort linnen doek ziet men ook in de antieke kunst bij de afbeelding van de allegorieën van de seizoenen van de aarde; het doek bevat dan meestal vruchten en verbeeldt de overvloed van de vruchten van de aarde. Men kan dit linnen doek ook zien als een bootje. Het schip is vaak gebruikt om de Kerk voor te stellen. De H. Clemens (IIIe eeuw) zegt: "Het lichaam van de Kerk is als een groot schip dat in een grote storm mensen van verschillende herkomst vervoert, die in het Koninkrijk willen wonen. Beschouw dus God als de kapitein van dit schip, Christus als de stuurman, de bisschop als de man op de uitkijkpost, de priesters als de bemanningsleden, de gemeenschap van broeders als de passagiers, de wereld als de onpeilbare diepte van de dood..."
De apostelen waren eenvoudige vissers en werden geroepen om in zee te gaan aan boord van het schip dat de Kerk is, om vissers van mensen te worden. Alle volkeren moeten de Blijde Boodschap horen: dat de gave van de Heilige Geest voor iedereen is.

De icoon laat het Koninkrijk intreden in de geschiedenis.
De Nederdaling van de Heilige Geest is de eerste dag van een nieuw tijdperk. Pinksteren is de vijftigste en de eerste dag. De vijftigste dag: 7 x 7 + 1 (zo ook het joodse feest van de zeven weken: Sjavoeot). Deze periode van vijftig dagen is een week van weken (7x7); de achtste dag (Pink­steren) is zoals de zondag de achtste en de eerste dag.
De Heilige Geest deelt Zichzelf mede aan de leden van het Lichaam van Christus en vergoddelijkt hen door Zijn genade. Dit is het eigenlijke onderwerp van de icoon: de vergoddelijking van de mens, zijn deelhebben aan de genade en door de genade aan het Koninkrijk, hier en nu. De aangezichten van de icoon tonen de mens die getransformeerd is door de werking van de Heilige Geest, de mens in het licht van de Heilige Drieëenheid.
Dit is de weg die wordt aangeboden aan elke Christen, de weg van de Transfiguratie, en de icoon toont ons de weg, want sinds het goddelijke zich heeft vermengd met onze menselijke natuur, is onze natuur in waarheid verheerlijkt. (H. Johannes van Damascus)

Marie Lavie - iconograaf
Vertaling uit het Frans: Mia (Orthodoxe Parochie van de Heilige Georgios - Antwerpen)

 

pinksterenpla321%20(2).jpg

19-05-17

zondag van de blindgeborene

 

borders1458 (2).jpg

6e zondag na Pasen 

Zondag van de blindgeborene

 

blindgeborene0.jpg

blindgeborene8.jpg

 

LEZINGEN :

Handelingen : 16,16-34

[16] Onderweg naar die gebedsplaats kwam er eens een slavin op ons af die een helderziende geest had en met haar waarzeggerij voor haar eigenaren veel geld verdiende. [17] Zij liep Paulus en ons achterna en schreeuwde aldoor: 'Deze mensen zijn dienaren van de allerhoogste God. Ze verkondigen u de weg naar de redding.' [18] Dat deed ze vele dagen achtereen. Toen het Paulus te veel werd, draaide hij zich om en zei tegen de geest: 'In naam van Jezus Christus beveel ik je uit haar weg te gaan.' Op dat ogenblik ging hij weg. [19] Toen haar eigenaren hun hoop op inkomsten vervlogen zagen, grepen ze Paulus en Silas vast en sleurden hen naar het stadsbestuur op het plein; [20] ze brachten hen voor de pretoren* en zeiden: 'Deze mensen brengen onrust in onze stad. Het zijn Joden [21] en ze verkondigen zeden en gewoonten die wij als Romeinen niet mogen overnemen of volgen.' [22] Ook het volk keerde zich tegen hen en de pretoren rukten hun de kleren van het lijf en lieten hen met stokken afranselen. [23] Toen men hun een flink aantal slagen had toegediend, zetten ze hen in de gevangenis, en ze gaven de cipier het bevel om hen streng te bewaken. [24] Op dit bevel zette hij hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok.
[25] Rond middernacht zongen Paulus en Silas hun gebeden voor God, terwijl de gevangenen toeluisterden. [26] Plotseling deed zich een zo zware aardschok voor dat de fundamenten van de gevangenis schudden. Meteen gingen alle deuren open en sprongen bij iedereen de boeien los. [27] De cipier schoot wakker en toen hij de deuren van de gevangenis open zag staan, trok hij zijn zwaard en wilde hij zelfmoord plegen, omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. [28] Maar Paulus schreeuwde: 'Doe uzelf geen kwaad, we zijn er nog allemaal!' [29] Hij vroeg om licht, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas neer; [30] daarop ging hij met hen naar buiten en zei: 'Heren, wat moet ik doen om gered te worden?' [31] Zij antwoordden: 'Geloof in de Heer Jezus; dan zult u gered worden, u en al uw huisgenoten.' [32] En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan al zijn huisgenoten. [33] Nog op dat uur van de nacht nam hij hen mee om hun wonden te wassen. Meteen daarna liet hij zich met al de zijnen dopen. [34] Hij nam hen mee naar zijn woning en zette hun een maaltijd voor; met al zijn huisgenoten verheugde hij zich omdat hij nu in God geloofde

EVANGELIE :

Joh.9,1-38 :

Genezing van een blindgeborene[1] Bij het naar buiten gaan zag Hij een man die al vanaf zijn geboorte blind was. [2] Zijn leerlingen vroegen Hem: 'Rabbi, waarom is hij blind geboren? Heeft hij dat te wijten aan zijn eigen zonde of aan die van zijn ouders?' [3] Jezus antwoordde: 'Niet aan zijn eigen zonde, en evenmin aan die van zijn ouders. Nee, de daden* van God moeten in hem openbaar worden. [4] We moeten de daden van Hem die Mij gezonden heeft, verrichten zolang* het dag is; de nacht komt, en dan kan men niet werken. [5] Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld.' [6] Na deze woorden spuwde Hij op de grond, maakte wat slijk van zand en speeksel en streek dat op de ogen van de blinde. [7] Daarna zei Hij tegen hem: 'Vooruit, ga u wassen in het Siloambad*.' (Siloam wil zeggen: gezondene.) De man ging ernaartoe, waste zich en kwam ziende terug.
[8] Zijn buren en degenen die hem voordien vaak hadden gezien - hij was namelijk een bedelaar - zeiden: 'Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?' [9] 'Inderdaad', zeiden sommigen. 'Welnee,' zeiden anderen, 'maar hij lijkt er wel op.' Maar hijzelf zei: 'Toch wel, ik ben het.' [10] 'Maar wat is er dan met je ogen gebeurd, dat je nu ineens kunt zien?' vroegen ze. [11] Hij antwoordde: 'Een zekere Jezus maakte wat slijk en streek dat op mijn ogen. Toen zei Hij: "Ga nu naar de Siloam om u te wassen." Ik ben dus gegaan, en toen ik mij gewassen had, kon ik zien.' [12] 'Waar is die man?' vroegen ze. 'Dat weet ik niet', zei hij.
[13] Ze brachten de man die blind geweest was bij de farizeeën. [14] Nu was de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen had geopend, een sabbat. [15] Daarom stelden ook de farizeeën hem de vraag hoe het kwam dat hij nu kon zien. Hij antwoordde: 'Hij deed wat slijk op mijn ogen, ik heb me gewassen en nu zie ik.' [16] 'Zo iemand komt niet van God,' oordeelden sommige farizeeën, 'want Hij houdt de sabbat niet.' Anderen merkten op: 'Maar hoe zou een zondaar zulke tekenen kunnen verrichten?' Kortom, er was verdeeldheid onder hen. [17] Ze richtten zich toen opnieuw tot de blinde: 'Wat denk jij ervan? Hij heeft toch je ogen geopend!' 'Dat Hij een profeet is', antwoordde hij.
[18] De Joden wilden niet geloven dat de man die nu kon zien ooit blind was geweest, zolang ze zijn ouders er niet bij geroepen hadden [19] en hun de vraag hadden gesteld: 'Is dit wel degelijk die zoon van u die volgens uw zeggen blind geboren is? Hoe komt het dan dat hij nu kan zien?' [20] De ouders antwoordden: 'We weten dat dit onze zoon is en dat hij blind geboren is. [21] Maar hoe het komt dat hij nu kan zien, dat weten we niet. En wie zijn ogen geopend heeft, dat weten we evenmin. Dat kunt u beter aan hem vragen: hij is oud genoeg, hij kan zelf zijn woord wel doen.' [22] Zijn ouders spraken zo omdat ze bang waren voor de Joden. Want die hadden ondertussen besloten dat iedereen die Jezus als de Messias erkende, uit de synagoge gebannen* zou worden. [23] Dat was de reden waarom zijn ouders zeiden: 'Hij is oud genoeg, vraag het maar aan hem.'
[24] Toen riepen ze de man die blind was geweest voor een tweede verhoor bij zich: 'Wees nu eens eerlijk voor God! We weten dat die man een zondaar is.' [25] Maar hij antwoordde: 'Of Hij een zondaar is, daar weet ik niets van. Wat ik wel weet, is dat ik eerst blind was en nu kan zien.' [26] 'Wat heeft Hij met je gedaan?' vroegen ze. 'Hoe heeft Hij je ogen geopend?' [27] 'Dat heb ik toch al verteld,' antwoordde hij, 'maar u hebt niet geluisterd. Waarom wilt u het nog eens horen? Wilt u soms ook leerlingen van Hem worden?' [28] Toen werden ze grof en zeiden: 'Jij* bent een leerling van Hem, wij zijn leerlingen van Mozes. [29] Wij weten dat God heeft gesproken tot Mozes; maar waar* Hij vandaan komt, daar weten we niets van.' [30] Hierop gaf de man ten antwoord: 'Maar is dat nu juist niet merkwaardig, dat mensen als u niet weten waar Hij vandaan komt? En Hij heeft mij nog wel de ogen geopend. [31] Naar zondaars luistert God niet, dat weet toch iedereen. Maar naar iemand die ontzag voor Hem heeft en zijn wil doet, naar zo iemand luistert Hij. [32] Nog nooit heeft men gehoord dat een mens de ogen heeft geopend van iemand die als blinde geboren was. [33] Als die man niet van God kwam, had Hij dat nooit gekund.' [34] Toen voeren ze tegen hem uit: 'Wat? Jij die vanaf* je geboorte een en al zonde bent, jij wilt ons de les lezen?' En ze* gooiden hem eruit.
[35] Jezus hoorde dat ze hem eruit gegooid hadden, en toen Hij hem teruggevonden had, zei Hij: 'Gelooft u in de Mensenzoon?' [36] Hij antwoordde: 'Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.' [37] Toen zei Jezus: 'U hebt Hem ontmoet*: het is degene die met u spreekt.' [38] 'Heer, ik geloof', zei hij, en hij wierp zich voor Hem neer

 

tekst bijbel spreuken2.jpg

Hemelvaart

border hemelvaart (2).jpg

HEMELVAART VAN CHRISTUS

 

hemelvaart258.jpg

Apostellezing :

Handelingen 1, 1-12 :

Jezus' laatste opdracht en hemelvaart

Mijn eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. Aan hen heeft Hij veertig dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: 'Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.' Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: 'Heer, herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?' Maar Hij zei tegen hen: 'Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.' Na deze woorden werd Hij voor hun ogen omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan het gezicht. Terwijl Hij zo heenging en zij nog naar de hemel stonden te turen, stonden er opeens twee mannen naast hen in witte kleren, die zeiden: 'Galileeërs, wat staan jullie daar toch naar de hemel te kijken? Deze Jezus, die van jullie is weggenomen en in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde manier terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan.' Daarna keerden ze van de zogeheten Olijfberg, die dichtbij Jeruzalem ligt, op een sabbatsreis afstand, terug naar Jeruzalem

 

Evangelie : Lucas 24,36-53 :

Verschijning aan de elf en hun metgezellen

Terwijl zij dit aan het vertellen waren, stond Hij opeens in hun midden. 'Vrede!' zei Hij tegen hen. In hun opwinding en hun schrik dachten ze dat ze een geest zagen. 'Waarom zijn jullie zo in de war?' vroeg Hij. 'Waarom die twijfel in je hart? Bekijk mijn handen en mijn voeten maar, Ik ben het zelf. Betast Me en je zult het zien. Een geest heeft immers vlees noch been, zoals jullie zien dat Ik heb.' Nadat Hij dat gezegd had, liet Hij hun zijn handen en voeten zien. Omdat ze het van blijdschap nog niet konden geloven, en verbaasd waren, vroeg Hij hun: 'Hebben jullie hier iets te eten?' Ze gaven Hem een stukje gebakken vis. Hij nam het aan en at het op waar ze bij waren. Hij zei: 'Dit is wat Ik jullie heb gezegd toen Ik nog bij jullie was: alles wat er in de Wet van Mozes en bij de Profeten en in de Psalmen over Mij geschreven staat, moet in vervulling gaan.' Toen opende Hij hun verstand om de Schriften te begrijpen. Hij zei: 'Er staat geschreven dat de Messias zou lijden en op de derde dag uit de doden zou opstaan, en dat in zijn naam de bekering zou worden verkondigd aan alle volken, tot vergeving van zonden. Jullie zullen hiervan getuigen, te beginnen in Jeruzalem. Ik zend jullie wat mijn Vader heeft beloofd. Jullie moeten in de stad blijven totdat je wordt toegerust met kracht van boven.'

Jezus in de hemel opgenomen
Toen bracht Hij hen buiten de stad tot bij Betanië. Daar hief Hij zijn handen en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen heen en werd Hij in de hemel opgenomen. Zij vielen voor Hem op de knieën en keerden daarna in grote vreugde terug naar Jeruzalem. Zij bleven voortdurend in de tempel en prezen God.

hemelvaart.jpg

hemelvaart48.jpg

 

border hemelvaart 6.gif

eerste oecumenisch concilie

border hfj.jpg

 


7e zondag na Pasen

GEDACHTENIS VAN HET 1e OECUMENISCH

CONCILIE EN DE 318 GODDRAGENDE VADERS DIE

ERAAN DEEL HADDEN.

 

 

concilie van nicea2.jpg

Onderaan ziet men Arius die veroordeeld werd. 

concilie van nicea22.jpg

De Keizer zit in het midden

 

Lezingen :

Handelingen 20,16-18, 28-36

[16] Want Paulus had besloten Efeze voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen. Hij had haast omdat hij zo mogelijk met Pinksteren in Jeruzalem wilde zijn. [17] Van Milete uit stuurde hij een bode naar Efeze om de oudsten van de gemeente bijeen te roepen. [18] Toen die bij hem gekomen waren, zei* hij tegen hen: 'U weet hoe ik mij heb gedragen vanaf de eerste dag dat ik in Asia kwam, de hele tijd dat ik bij u was

28] Zorg goed voor uzelf en voor heel de kudde waarover de heilige Geest u als leiders heeft aangesteld om de kerk* van God te weiden, die Hij door het bloed van zijn eigen Zoon heeft verworven. [29] Ik weet dat na mijn vertrek gevaarlijke wolven bij u zullen binnendringen die de kudde niet sparen; [30] zelfs mensen uit uw eigen kring zullen de waarheid gaan verdraaien om de leerlingen achter zich aan te krijgen. [31] Wees daarom op uw hoede en houd in gedachten dat ik drie jaar lang dag en nacht onophoudelijk iedereen onder tranen gewaarschuwd heb. [32] En nu draag ik u op aan God en aan het woord van zijn genade, dat bij machte is om op te bouwen en het erfdeel te geven, met alle geheiligden. [33] Zilver of goud of kleding heb ik van niemand verlangd; [34] u weet zelf dat deze handen in mijn eigen behoeften en die van mijn metgezellen hebben voorzien. [35] In alles heb ik u laten zien dat men zo, door hard te werken, de zwakken moet helpen, gedachtig de woorden van de Heer Jezus, die zelf* heeft gezegd: "Het is zaliger te geven dan te ontvangen." ' [36] Na deze woorden knielde hij met hen allen neer en sprak een gebed.

EVANGELIE :

Johannes 17,1-13

Afscheidsgebed van Jezus [1] Na deze toespraak sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en bad: 'Vader, het uur is gekomen! Verheerlijk* uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijkt. [2] Laat Hem, krachtens de macht die U Hem gegeven hebt over alle mensen, eeuwig leven schenken aan al degenen die U aan Hem hebt toevertrouwd. [3] Eeuwig leven! Dat betekent dat ze U, de enige waarachtige God, leren kennen*, en ook degene die U gezonden hebt: Jezus Christus. [4] Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat U Mij te doen hebt gegeven. [5] Verheerlijk Mij nu, Vader, aan uw zijde, en bekleed Mij met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat*de wereld bestond. [6] Ik* heb uw naam geopenbaard aan de mensen* uit de wereld, die U Mij had toevertrouwd. Ze waren van U, en U hebt hen aan Mij toevertrouwd. Ze hebben uw woord ter harte genomen. [7] Nu erkennen ze dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U komt. [8] Want de woorden die U Mij gegeven had, heb Ik aan hen doorgegeven, en zij hebben die aangenomen: ze hebben naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan; ze hebben geloofd dat U Mij hebt gezonden. [9] Voor hen bid Ik. Niet* voor de wereld, maar voor hen die U Mij hebt toevertrouwd bid Ik, omdat ze de uwen zijn - [10] al het mijne is trouwens het uwe en al het uwe is het mijne - en omdat in* hen mijn heerlijkheid zichtbaar is geworden. [11] Ik ben al niet meer in de wereld, maar zij, zij blijven in de wereld achter, terwijl Ik naar U toe kom. Heilige Vader, bewaar* hen in uw naam, die U Mij hebt toevertrouwd, opdat ze één mogen zijn zoals Wij. [12] Zolang Ik bij hen was, was het mijn taak hen te bewaren in uw naam, die naam die U Mij hebt toevertrouwd; Ik heb over hen gewaakt, en geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling zou gaan. [13] Nu kom Ik naar U toe, maar terwijl Ik nog in de wereld ben, zeg Ik dit alles opdat ze volkomen vervuld mogen zijn van mijn vreugde.

 

12-05-17

5e zondag na Pasen : van de Samaritaanse

border 4a5e (2).jpg

samaritaanse vrouw romeins missaal.jpg

Jezus en de Samaritaanse vrouw( Romeins missaal)

christus en de samaritaanse.jpg

 

ZONDAG VAN DE SAMARITAANSE

5e zondag na Pasen

 

 

LEZINGEN

Hand.11,19-26,29-30:

In Antiochië ontstaat een christelijke gemeente
Zij die sinds de noodtoestand na Stefanus' dood verspreid waren geraakt, trokken verder tot Fenicië Cyprus en Antiochië terwijl zij aan niemand het woord verkondigden dan alleen aan de Joden. Maar er waren ook mensen uit Cyprus en Cyrene bij, die in Antiochië ook aan de hellenisten de goede boodschap gingen verkondigen dat Jezus de Heer is. De Heer stond hen ter zijde: een groot aantal mensen kwam tot geloof en bekeerde zich tot de Heer. [ Berichten over hen kwamen de gemeente in Jeruzalem ter ore en men stuurde Barnabas naar Antiochië. Toen hij daar zag hoezeer God hen begunstigde, verheugde hij zich, en hij spoorde iedereen aan om met hart en ziel trouw te blijven aan de Heer, want hij was een voortreffelijk man, vol heilige Geest en geloof. Een grote groep sloot zich aan bij de Heer. [ Daarna vertrok hij naar Tarsus om Saulus te zoeken. Toen hij hem gevonden had, nam hij hem mee naar Antiochië. Een vol jaar lang maakten zij deel uit van de gemeente en gaven ze onderricht aan een grote groep mensen. Het was ook in Antiochië dat de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd.

De leerlingen besloten dat ieder van hen naar vermogen zou bijdragen aan de ondersteuning van de broeders die in Judea woonden. Dat deden ze en ze stuurden Barnabas en Saulus naar de oudsten om de opbrengst te overhandigen

EVANGELIE

Johannes 4,5-42 :

5] Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, die in de buurt ligt van het stuk grond* dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven, [6] en waar zich de Jakobsbron bevindt. Jezus, die afgemat was van de tocht, was bij de bron gaan zitten. Het was ongeveer het zesde* uur. [7] Een* Samaritaanse vrouw kwam water putten. Jezus sprak haar aan: ‘Geef Mij wat te drinken.’ [8]Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad. [9] De Samaritaanse vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?’ Joden* willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben. [10] Jezus hernam: ‘Als u de gave van God kende, als u wist wie het is die tegen u zegt: geef Mij te drinken, dan had u Hem erom gevraagd en Hij had u levend* water gegeven.’ [11] ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘U hebt niet eens een emmer en het is een diepe put. Waar wilt U dat levende water dan vandaan halen? [12] Of bent u soms groter dan onze vader Jakob, die ons de put heeft nagelaten en er zelf uit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn kudden?’ [13] Jezus antwoordde: ‘Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst, [14] maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel: het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’ [15] ‘Heer,’ zei de vrouw, ‘geef mij van dat water, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik hier niet telkens te komen putten.’
[16] Daarop zei Jezus: ‘Ga uw man roepen en kom hier terug.’[17] ‘Ik heb geen man’, antwoordde de vrouw. ‘Dat zegt u terecht, dat u geen man hebt,’ zei Jezus. [18] ‘Want u hebt vijf mannen gehad, en die u nu hebt is uw man niet. Wat u daar zegt, is waar.’ [19] ‘Heer,’ zei de vrouw, ‘ik zie dat U een profeet*bent. [20] Onze voorouders hebben op die berg* daar God aanbeden, maar volgens jullie is Jeruzalem de plaats waar men moet aanbidden.’ [21] ‘Geloof Me,’ zei Jezus, ‘er komt een uur dat men niet meer op die berg daar en ook niet in Jeruzalem de Vader zal aanbidden. [22] – Jullie aanbidden wat je niet kent, wij aanbidden wat we wel kennen; de redding komt immers uit de Joden. – [23] Er komt een uur, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest* en waarheid: dat zijn de aanbidders waar de Vader naar uitziet. [24] God* is geest, en zij die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.’ [25] De vrouw antwoordde: ‘Ja, er komt een messias, dat weet ik.’ (Messias betekent: gezalfde.) ‘Als die er is, zal Hij ons alles verkondigen.’ [26] Daarop zei Jezus tegen haar: ‘Dat* ben Ik, degene die met u spreekt.’
[27] Juist op dat moment kwamen zijn leerlingen terug. Het verwonderde* hen dat Hij in gesprek was met een vrouw. Toch vroeg geen van hen: ‘Wat wilt U eigenlijk?’ of ‘Wat hebt U met haar te bepraten?’ [28] De vrouw liet haar kruik staan, liep naar de stad en zei tegen de mensen: [29] ‘Kom eens kijken, daar is iemand die mij wist te vertellen wat ik allemaal gedaan heb. Zou Hij soms de Messias zijn?’ [30] Toen liepen ze de stad uit, naar Hem toe.
[31] Ondertussen drongen de leerlingen bij Hem aan: ‘Eet toch iets, rabbi.’ [32] Maar Hij zei: ‘Ik heb al iets te eten, voedsel dat jullie niet kennen.’ [33] De leerlingen zeiden onder elkaar: ‘Zou iemand Hem al eten gebracht hebben?’ [34] Daarop zei Jezus: ‘Mijn voedsel is: de wil* doen van Hem die Mij gezonden heeft en het werk volbrengen dat Hij Mij heeft opgedragen. [35] Zeggen jullie niet: Nog vier* maanden en dan komt de oogst*? Welnu, Ik zeg jullie: kijk eens goed naar de velden, ze staan wit, rijp voor de oogst. [36] Nu al krijgt de maaier zijn loon en verzamelt hij vruchten voor het eeuwig leven; zo kan de zaaier delen in de vreugde van de maaier. [37] Want het gezegde ‘de een zaait en de ander maait’ is waar: [38] Ik* heb jullie uitgezonden om een oogst binnen te halen waarvoor je je niet hebt afgemat: anderen*hebben zich afgemat en jullie plukken de vruchten van hun werk.’
[39] Uit die stad waren vele Samaritanen in Hem gaan geloven op grond van het woord van de vrouw die getuigd had: ‘Hij wist me alles te vertellen wat ik gedaan heb.’ [40] Toen de Samaritanen naar Hem toe gekomen waren, vroegen ze Hem bij hen te blijven. Hij bleef daar twee dagen. [41] En nog veel meer kwamen er tot geloof door zijn woord. [42] En ze zeiden het ook tegen de vrouw: ‘Nu geloven we niet meer op grond van wat jij verteld hebt; we hebben Hem zelf gehoord en nu weten we: dit is werkelijk de redder* van de wereld.’

 

tekst bijbel ned efesiers.jpg

06-05-17

4e zondag na Pasen : van de lamme

border036.jpg

 

4e zondag na Pasen

Van de Lamme

lamme genezing van.jpg

LEZINGEN

Handelingen 9,32-42 :

Petrus in Lydda en Joppe
[32] Op een grote rondreis kwam Petrus ook bij de heiligen die in Lydda* woonden. [33] Hij trof daar een man aan die Eneas heette en al acht jaar op bed lag omdat hij verlamd was. [34] Petrus zei tegen hem: 'Eneas, Jezus Christus geneest je. Sta op en maak je bed op.' En meteen stond hij op. [35] Alle bewoners van Lydda en Saron* zagen hem en bekeerden zich tot de Heer.
[36] In Joppe woonde een leerlinge die Tabita heette, dat wil zeggen Gazelle. Ze deed veel goede werken en bewees liefdadigheid in overvloed. [37] Juist in die dagen werd ze ziek en stierf. Men waste haar en legde haar in een bovenvertrek. [38] Omdat Lydda dicht bij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar was, twee mannen naar hem toe met het verzoek: 'Kom zonder uitstel naar ons toe.' [39] Petrus ging direct met hen mee. Na zijn aankomst brachten ze hem naar het bovenvertrek. Daar kwamen alle weduwen bij hem en ze lieten hem onder tranen de kledingstukken zien die Gazelle maakte toen ze nog bij hen was. [40] Petrus stuurde ze allemaal weg, knielde neer en bad. Toen keerde hij zich naar het lichaam en zei: 'Tabita, sta op.' Zij deed haar ogen open en toen ze Petrus zag ging ze overeind zitten. [41] Hij reikte haar de hand en hielp haar opstaan. Daarna riep hij de heiligen*, ook de weduwen, en liet hun zien dat ze weer leefde. [42] Dit werd bekend in heel Joppe en velen gingen geloven in de Heer.

Evangelie : Joh.5,1-15 :

Hoofdstuk 5

Genezing van een lamme
[1] Enige tijd later ging Jezus voor een van de Joodse feesten naar Jeruzalem. [2] Nu is er in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badinrichting, in het Hebreeuws Betzata* geheten, met vijf zuilengangen. [3] Daar lag gewoonlijk een groot aantal zieken, blinden, lammen en kreupelen*. [5] Er* was ook een man bij die al achtendertig jaar ziek was. [6] Jezus zag hem liggen, en omdat Hij begreep dat hij al lang ziek was, sprak Hij hem aan: 'Wilt u graag gezond worden?' [7] 'Maar Heer,' zei de zieke, 'ik heb geen mens om mij in het bad te helpen wanneer het water in beweging komt, en terwijl ik mij erheen sleep, is een ander mij voor.' [8] Daarop zei Jezus: 'Sta op, pak uw bed en loop.' [9] Meteen werd de man gezond: hij pakte zijn bed en liep.
[9] Nu was die dag een sabbat. [10] De Joden zeiden dus tegen de genezen man: 'Het is sabbat, u mag uw bed niet dragen!' [11] Maar hij antwoordde: 'Hij die mij gezond heeft gemaakt, heeft mij bevolen: "Pak uw bed en loop." ' [12] 'Wie is de man die tegen u gezegd heeft: "Pak uw bed en loop"?' vroegen ze. [13] Maar wie het was geweest, wist de man niet. Jezus was in de menigte verdwenen. [14] Later vond Jezus hem in de tempel terug. 'U bent nu gezond', zei Hij. 'Zorg dat u niet meer zondigt, anders zou u nog iets ergers*kunnen overkomen!' [15] De man ging aan de Joden meedelen dat het Jezus was die hem gezond gemaakt had.

 

tekst5556 (2).jpg

 

27-04-17

3e zondag na Pasen : de myrondraagsters

ZONDAG VAN DE MYRONDRAAGSTERS

en de heilige Jozef van Arimathea

3e zondag na Pasen

gview4.png

myrondraagsters bij het graf van Jezus.jpg

De myrondraagsters

Jozef van Arimathea23.jpg

Jozef van Arimathea

 

Lezingen van de zondag :

 

Apostellezing:

Handelingen,6, 1-7

Zeven medewerkers gekozen; groei van de gemeente
In die dagen, toen het aantal leerlingen steeds groter werd, begonnen de hellenisten te mopperen op de Hebreeën; ze vonden dat hun weduwen bij de dagelijkse ondersteuning* werden achtergesteld. De twaalf riepen daarop de hele groep leerlingen bij elkaar en zeiden: 'Het is onverantwoord dat wij het woord van God verwaarlozen om te kunnen zorgen voor de ondersteuning. Zie daarom uit, broeders, naar zeven personen uit jullie midden, die goed bekend staan, vol van de Geest en van wijsheid. Hen zullen wij dan met deze taak belasten, terwijl wíj ons blijven toeleggen op het gebed en de bediening van het woord.' De hele groep stemde met dit voorstel in. Zij kozen Stefanus, een man vol geloof en heilige Geest, en verder Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. Ze droegen hen voor aan de apostelen, en die legden hun na gebed de handen op.
Het woord van God bleef zich verbreiden; het aantal leerlingen in Jeruzalem werd nog veel groter, en ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.

Evangelie :

Marcus 15,43 - 16,8

de dag vóór de sabbat - durfde Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de raad, die zelf ook leefde in de verwachting van het koninkrijk van God, het aan om naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen. Pilatus was verbaasd dat Hij al dood zou zijn, en hij riep de centurio bij zich en vroeg hem of Hij al gestorven was. Toen hij dat van de centurio vernomen had, gaf hij het lijk aan Jozef. Deze kocht een linnen doek, nam Hem van het kruis af, en wikkelde Hem in het linnen; hij legde Hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen, en hij rolde een steen voor de ingang van het graf.

De vrouwen bij het graf
Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala, Maria van Jakobus, en Salome kruiden om Hem te gaan zalven. In alle vroegte op de eerste dag van de week gingen ze na zonsopgang naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: 'Wie zal voor ons de steen bij de ingang van het graf wegrollen?' Toen ze opkeken, zagen ze dat de steen weggerold was; hij was overigens buitengewoon groot. Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een jongeman zitten met een wit kleed om, en ze schrokken hevig. Maar hij zei hun: 'Schrik niet. U zoekt Jezus van Nazaret, die gekruisigd is. Hij is tot leven gewekt, Hij is niet hier. Kijk, hier is de plaats waar ze Hem neergelegd hadden. Maar ga tegen zijn leerlingen en tegen Petrus* zeggen: "Hij gaat u voor naar Galilea. Daar zult u Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft." ' Ze vluchtten naar buiten, van het graf weg, bevend van angst en buiten zichzelf. Ze zeiden niemand iets, want ze waren bang.

 

TROPARION :


De rechtvaardige Jozef nam Uw allerzuiverste Lichaam van het Kruis. Hij wikkelde het met zuivere specerijen in een zuiver linnen doek; daarna legde hij Het in een nieuw graf. Maar Gij, Heer, zijt opgestaan op de derde dag en schenkt aan de wereld de grote genade.


Eer ...nu...


De Engel bij het graf riep tot de Myrondraagsters : Myron past voor gestorvenen. Christus echter bleef vrij van bederf. Roept daarom luide : "de Heer is opgestaan en schenkt aan de wereld de grote genade.


KONDAKION :


Toen Gij tot de Myrondraagsters het ‘verheug u' riep, kwam er een eind aan de klacht van de Voormoeder Eva, door Uw Opstanding, Christus God. En Gij hebt aan Uw Apostelen bevolen om te verkondigen : De Verlosser is opgestaan uit het graf.

 

Wat betekent Myron en Myrondraagsters ?

Myron betekent ‘geur'. Het is een geurige en zeer kostbare olie. Rijke mensen lieten er hun doden mee inwrijven. Samen met andere kruiden balsemde men het lichaam, zodat het kon bewaard blijven. De Myron zorgde voor een aangename geur.

Myron wordt ook voor veel andere gelegenheden gebruikt : doopsel , Myronzalving (vormsel), inwijding altaar van een nieuwe Kerk , bij een wijding enz...

Olie maakt ook sterk, soepel :

Bijvoorbeeld bij Aaron. Dan druipte de olie over zijn baard tot op zijn kleed. Het moest hem sterken om zijn hogepriesterschap te kunnen dragen.

Myrondraagsters : dat zijn dan de vrouwen die aan het graf aankwamen om Jezus lichaam met Myron in te wrijven.

Myron heeft ook nog voor de Kerk een andere betekenis voor ogen : het wordt gewijd door de bisschop. In feite heeft elke autokefale kerk (is elke Kerk die zelf zijn opvolgers kiest : bv. het Patriarchaat van Constantinopel, de Kerk van Griekenland , enz...) het recht om zelf de Myron te wijden, maar bijna alle kerken betrekken het uit Constantinopel. Dat doen ze om de éénheid van de Orthodoxie aan te tonen. In elke plaatselijke Kerk wordt dus Myron gebruikt die van dezelfde hoofdkerk afkomstig is.

De myronzalving noemt men ook : CHRISMATIE : de grote zalving door de Heilige Geest om kracht en sterkte in het geloof.

 

tekst ç!è.jpg

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende