19-08-17

11e zondag na Pinksteren

border047.jpg

11e zondag na Pinksteren

 

Het Rijk der Hemelen

 

koninkrijk der hemelen2.jpg

 

LEZINGEN

1 Korintiërs 9,2-12

 

2] Al ben ik voor anderen geen apostel, voor u toch zeker wel; want u bent in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. [3] Dit is mijn antwoord aan mijn critici. [4] Hebben wij niet het recht om te eten en te drinken? [5] Hebben wij niet het recht om een christenvrouw* mee te nemen, zoals de andere apostelen en de broers* van de Heer en Kefas? [6] Of zijn Barnabas* en ik de enigen die verplicht zijn te werken voor hun levensonderhoud?
[7] Welke* soldaat betaalt ooit zijn eigen soldij? Wie plant een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie weidt een kudde zonder de melk van de kudde te gebruiken? [8] Dit zijn niet enkel menselijke overwegingen, de wet zegt precies hetzelfde, of niet soms? [9] In de wet van Mozes staat immers: Een dorsende os mag men niet muilbanden. Bemoeit God zich hier werkelijk met de ossen, [10] of gaat het eigenlijk over ons? Natuurlijk, met het oog op óns staat er geschreven dat de ploeger* moet ploegen en de dorser moet dorsen in de hoop zijn deel te ontvangen. [11] Als wij in u een geestelijk gewas gezaaid hebben, is het dan te veel gevraagd als wij van u stoffelijke steun verwachten? [12] Als anderen zulke aanspraken op u hebben, dan wij toch zeker! Maar wij hebben van dit recht geen gebruik gemaakt, en willen liever alles verduren dan de prediking van Christus’ evangelie belemmeren.

 

EVANGELIE :

Matth.18,23-35

 

In dit opzicht gaat het met het koninkrijk der hemelen als met een koning die met zijn dienaren afrekening wilde houden. [24] Toen hij begonnen was met afrekenen, werd er iemand bij hem gebracht die een schuld had van tienduizend talenten*. [25] Omdat hij niet kon betalen, gaf de heer het bevel om hem met vrouw en kinderen en alles wat hij had te verkopen, zodat hij zou kunnen betalen. [26] Daarop viel de dienaar voor hem neer en vroeg: "Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen." [27] De heer kreeg met die dienaar te doen en liet hem vrij, en hij schold hem het geleende geld kwijt. [28] Toen die dienaar buiten kwam, trof hij een van zijn mededienaren, die hem honderd denariën* schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: "Betaal wat je me schuldig bent." [29] Daarop viel zijn mededienaar voor hem neer en smeekte hem: "Heb geduld met mij, en ik zal je betalen." [30] Dat wilde hij niet, integendeel, hij liet hem zelfs gevangenzetten tot hij het verschuldigde bedrag betaald zou hebben. [31] Toen zijn mededienaren zagen wat er gebeurd was, waren zij buitengewoon ontstemd en gingen alles wat er gebeurd was aan hun heer vertellen. [32] Toen riep zijn heer hem bij zich en zei: "Jij slechte dienaar, ik heb je heel die schuld kwijtgescholden, toen je mij daarom smeekte. [33] Had juist jij geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?" [34] En zijn heer werd zo kwaad, dat hij hem overleverde aan de beulen, totdat hij heel zijn schuld zou hebben terugbetaald. [35] Zo zal ook mijn hemelse Vader met jullie doen, als niet ieder van jullie zijn broeder van ganser harte vergeeft.’

 

koninkrijkrijk der hemelen 2.jpg

koninkrijk der hemelen gelijkt op een ....png

 

241318106_302fb2fb8e.jpg

 

 

14-08-17

Feest van de ontslaping van de Moeder Gods

border Ontslaping moeder Gods.jpg

Ontslaping van de Moeder Gods

15 augustus

 

ontslaping moeder Gods555.jpg

 

Lezingen :

 

Epistel : Fil.2,5-11

Die gezindheid moet onder heersen die ook in Christus Jezus was:

Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.

Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan een kruis.

Daarom ook heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen staat, 

opdat in de naam van Jezus
iedere knie zich zou buigen,
in de hemel, op aarde en onder de aarde,

en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
de Heer, dat is Jezus Christus.


Evangelie :Lucas 10,38-42; 11,27-28

Bij Marta en Maria
Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. [Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: 'Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.' De Heer gaf haar ten antwoord: 'Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.'

Gelukwensen
Tijdens zijn toespraak verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: 'Gelukkig de schoot die U heeft gedragen, en de borsten waaraan U hebt gezogen.' 'Inderdaad,' zei Hij, 'gelukkig zij die het woord van God horen en het bewaren.

 

 

tekst engels Moeder Gods.jpg

moeder Gods schrijn.jpg

 

 

11-08-17

10e zondag na Pinksteren

border altaar7.gif

10e zondag na Pinksteren

'Genezing van een bezeten jongen'

 

bezetene2.jpg

tafereel uit een oud handschrift uit Duitsland

bezeten man.jpg

Christus geneest een bezeten man

 

LEZINGEN

1 korintiërs 4,9-16

9 Want ons, apostelen, heeft God, dunkt mij, de minste plaats aangewezen, die van ter dood veroordeelden. Wij zijn een schouwspel geworden voor heel de wereld, voor engelen en voor mensen: 10wij zijn dwaas ter wille van Christus, gij zijt zo verstandig in Christus: wij zijn zwak, gij sterk; gij geëerd, wij geminacht. 11Tot op dit eigen ogenblik lijden wij honger en dorst, zijn wij naakt en krijgen wij slagen, zijn wij dakloos 12en matten ons af met handenarbeid. Worden wij beschimpt, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij dulden het; 13smaad beantwoorden wij met minzaamheid. Tot nu toe worden wij behandeld als het schuim der aarde, als het uitvaagsel van de maatschappij. 14Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u terecht te wijzen als mijn dierbare kinderen. 15Want al hadt gij in Christus duizend opvoeders, gij hebt maar een vader. Ik ben het die u door het evangelie in Christus Jezus heb verwekt. 16Ik mag u dus aansporen: volgt mij na. 

Matteüs 17,14-23 :

GENEZING VAN EEN BEZETEN JONGEN

14Toen zij bij het volk gekomen waren, kwam een man naar Hem toe, wierp zich op de knieën voor Hem neer 15en sprak: “Heer, ontferm U over mijn zoon, want hij lijdt aan vallende ziekte en is er slecht aan toe. Dikwijls valt hij in het vuur en in het water. 16Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar die waren niet bij machte hem te genezen.” 17Jezus gaf ten antwoord: “O, ongelovig en verworden geslacht, hoelang nog moet Ik bij u zijn, hoelang nog u verdragen? Brengt hem hier bij Mij.” 18En onder de dwang van Jezus’ woord ging de boze geest uit hem weg; op datzelfde ogenblik was de jongen genezen. 19Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen zij Hem: “Waarom hebben wij hem niet uit kunnen drijven?” 20Jezus zei hun: “Om uw gebrek aan geloof. Voorwaar, Ik zeg u: wanneer gij een geloof bezit, ook al is dit klein als een mosterdzaadje, dan kunt ge tot deze berg zeggen: verplaats u van hier naar daar, en hij zal zich verplaatsen. Niets zal u onmogelijk zijn.” 21(Maar dit soort wordt alleen uitgedreven door gebed en vasten.)
TWEEDE LIJDENSVOORSPELLING
22Terwijl zij nog in Galilea bijeen waren, sprak Jezus tot hen: “De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der mensen, 23en ze zullen Hem doden, maar op de derde dag zal Hij verrijzen.” Zij werden zeer bedroefd.

 

genezing458.jpg

04-08-17

feest van de Transfiguratie

border 543.jpg

TRANSFIGURATIE VAN ONZE HEER EN GOD EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

 

transfiguratie8.jpg

Transfiguratie

 

Lezingen :

2 Petrus 1,10-19:

Daarom, broeders en zusters, doe uw best om steeds meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden. Als u zo handelt, zult u nooit ten val komen, en wordt u royaal toegang verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.

Trouw aan de traditie
Ik zal dan ook niet ophouden u deze dingen in herinnering te brengen, ofschoon u ze weet en vast staat in de waarheid die u hebt ontvangen. Maar zolang ik nog woon in de tent van mijn lichaam, voel ik me verplicht om uw geheugen op te frissen. Ik weet dat deze tent weldra wordt neergehaald; onze Heer Jezus Christus heeft het mij gezegd. Maar ik zal ervoor zorgen, dat u zich dit alles ook na mijn heengaan telkens opnieuw voor de geest kunt halen.
Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen maar wij spraken als ooggetuigen van zijn glorie.Want Hij heeft van God de Vader eer en verheerlijking ontvangen, toen door de verheven majesteit dit woord tot Hem gericht werd: 'Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.' En deze stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem op de heilige berg verbleven. Hierdoor kreeg voor ons het woord van de profeten nog meer gezag. Ook u doet er goed aan dat in acht te nemen: het is de lamp die licht verspreidt in een donkere ruimte, tot het ogenblik dat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.

EVANGELIE :

Matth.17,1-9

Jezus met Mozes en Elia
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht. Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem. [ Petrus zei daarop tegen Jezus: 'Heer, het is maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.' Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: 'Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.' Toen de leerlingen dat hoorden, wierpen ze zich op de grond en werden ze vreselijk bang. Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: 'Sta op en wees niet bang.' Toen ze hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer dan Jezus alleen.
Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: 'Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.

 

transfiguratie1.jpg

FEEST VAN DE TRANSFIGURATIE VAN ONZE HEER EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

Op 6 augustus viert de Kerk het feest van de gedaanteverandering van onze Heer en Zaligmaker Jezus Christus op de berg Tabor.
‘Het is de theofanie van het licht. De liturgische teksten beklemtonen wat grote Byzantijnse mystici, zoals Symeon de Nieuwe Theoloog en Gregorius Palamas hebben uitgelegd : Gods participeerbaarheid in het licht dat Hij is en uitstraalt. Elke ikoon van de Verheerlijking(…) beeldt de pluriformiteit van dat licht uit, maar ook – in de houdingen van Petrus, Johannes en Jacobus – de totaal verschillende manier waarop de openbaring de mens overkomt ‘ (E.Voordekkers, Ikonen – Theofanie en gebed, p.61)
De leerlingen Petrus , Jacobus en Johannes zien in de gedaanteverandering de uitstraling van de goddelijke heerlijkheid, de verandering van het aardse lichaam in dat van de Verrijzenis (daarom wordt Christus altijd in het wit voorgesteld). Maar zij zijn door schrik bevangen en niet in staat de inhoud te begrijpen van de boodschap die hun wordt meegedeeld.
De ikoon is geschilderd volgens de teksten van het Nieuwe Testament, zoals deze bij Mattheüs (17,1-16), Marcus (9,28-36) worden aangetroffen : ‘En zie, een stem sprak uit de wolk :’Deze is mijn geliefde Zoon, in wien Ik mijn welbehagen heb; luistert naar Hem’. Toen de leerlingen dit hoorden, vielen zij op hun aangezicht neer en werden zeer bevreesd’. (Uit : Russische Ikonen, uitg.Atrium)

transfiguratie.jpg

 

tekst joh.Chrisostomos.jpg

 

border a en o.gif

12-07-17

6e zondag na Pinksteren : Het licht der wereld

border  NICA.jpg

6e zondag na Pinksteren

"Het licht van de wereld"

 

licht5.jpg

 

Lezingen
Hebreeën 13,7-16 :

13 , 7 Gedenkt uw leiders, die u het eerst het woord van God verkondigt hebben. Haalt u weer hun leven en de afloop van hun leven voor de geest; neemt een voorbeeld aan hun geloof. 8Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. 9Laat u niet van de wijs brengen door allerlei vreemde theorieën. Wij steunen terecht op Gods genade, niet op spijzen; zij die het daarin zochten, hebben er geen baat bij gevonden. 10Wij hebben een altaar waarvan de priesters van de tabernakel niet mogen eten. 11Zoals ge weet, verbrandt men buiten de legerplaats de lichamen van de dieren, waarvan het bloed door de hogepriester in het heiligdom wordt gebracht. 12Daarom heeft ook Jezus buiten de stadspoort geleden, om het volk te heiligen door zijn eigen bloed. 13Laten wij ons dan bij hem voegen, buiten de legerplaats, en zijn versmading dragen, 14want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zijn op zoek naar de stad van de toekomst. 15En door Jezus willen wij God voortdurend een lofoffer brengen, de hulde namelijk van lippen die zijn naam prijzen. 16Vergeet ook nooit elkaar goed te doen en te helpen, want dat zijn de offers die God behagen.

Evangelie :

JEZUS BIDT VOOR ZICHZELF

1Zo sprak Jezus. Toen sloeg Hij zijn ogen ten hemel en zei: “Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke. 2Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt. 3En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus. 4Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij Mij hebt opgedragen te doen. 5Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf en geef Mij de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld bestond.
JEZUS BIDT VOOR ZIJN LEERLINGEN
17 ,6 Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. U behoorden ze toe; Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden. 7Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt van U komt. 8Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld, heb Ik hun meegedeeld, en zij hebben ze aangenomen en naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden. 9Ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid Ik, maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren. 10Al het mijne is van U en het uwe is van Mij. Zo ben Ik in hen verheerlijkt. 11Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld, terwijl Ik naar U toe kom. Heilige Vader, bewaar in uw Naam hen die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals Wij. 12Toen Ik bij hen was, bewaarde Ik in uw Naam hen die Gij Mij hebt gegeven. Ik heb over hen gewaakt en niemand van hen is verloren gegaan, behalve de man des verderfs, want de Schrift moest vervuld worden. 13Maar nu kom Ik naar U toe en nog in de wereld zeg Ik dit, opdat zij mijn vreugde ten volle in zich zouden bezitten.

 

 

Licht.jpg

07-07-17

5e zondag na Pinksteren

border  e5e42.jpg

5e zondag na Pinksteren

"Uitdrijving van duivels"

 

 

varkens.jpg

Uitdrijving in Gerasa

Sebastian Bourdon (1653)

 

Romeinen 10, 1-10

10,1 Broeders, het is mijn vurige wens en ik bid tot God, dat zij gered worden. 2Ik moet erkennen dat zij godsdienstige ijver hebben, maar die ijver is zonder inzicht. 3Met hun miskenning van de gerechtigheid Gods en hun pogen een eigen gerechtigheid op te richten hebben zij geweigerd zich aan het heil van God te onderwerpen. 4Want Christus betekent het einde van de wet en gerechtigheid voor ieder die gelooft. 5Over de gerechtigheid door de wet schrijft Mozes: De mens die haar volbrengt, zal door haar tot het leven komen. 6Maar de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus: Zeg niet bij uzelf: Wie zal ten hemel stijgen? alsof het nodig was Christus te doen afdalen; 7of: Wie zal neerdalen in de onderwereld? alsof het nodig was Christus uit het dodenrijk te doen opstijgen. 8Neen, zegt de Schrift, het woord is vlak bij, het is in uw mond, het is in uw hart, het woord namelijk van het geloof, dat wij verkondigen. 9Want als uw mond belijdt, dat Jezus de Heer is, en uw hart gelooft, dat God Hem van de doden heeft opgewekt, zult gij gered worden. 10Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond het heil.

Evangelie: Matteus : 8,18-9,1

UITDRIJVEN VAN DUIVELS

8,28Toen Hij aan de overkant gekomen was in het land der Gadarenen, liepen Hem twee bezetenen tegemoet; zij kwamen uit de grafspelonken te voorschijn en waren zeer gevaarlijk, zodat niemand daarlangs kon gaan. 29Plotseling begonnen ze te schreeuwen: “Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te kwellen?” 30Een eind van hen vandaan was men een grote kudde zwijnen aan het hoeden. 31De duivels nu smeekten Hem: “Als Gij ons uitdrijft, stuur ons dan in die kudde zwijnen.” 32Hij zei hun: “Gaat heen.” En zij verlieten hen. Nauwelijks hadden zij bezit genomen van de zwijnen, of de hele kudde stortte zich van de steile oever in het meer en kwam in het water om. 33De zwijnenhoeders namen de vlucht, en in de stad gekomen vertelden zij alles, ook wat er met de bezetenen gebeurd was. 34Daarop liep de hele stad uit, Jezus tegemoet; en toen zij Hem zagen, verzochten zij Hem hun streek te verlaten.
9,1Hij ging in een boot, stak over en kwam in zijn stad.

 

07tekst Climacus een onrustige ziel.jpg

30-06-17

4e zondag na pinksteren

border sssss.gif

4e zondag na Pinksteren

Genezing van de knecht van een officier

genezing knecht officier2.jpg

LEZINGEN
Hebreeën 9, 1-7 :
Toch had ook het eerste verbond liturgische voorschriften en zijn eigen, aardse heiligdom. 2Er was een tabernakel, een tentheiligdom, ingericht, waarvan het voorste deel de kandelaar en de tafel met de toonbroden bevatte; dit noemde men het heilige. 3Achter het tweede voorhangsel was een gedeelte dat het allerheiligste werd genoemd. 4Daar stonden een gouden reukofferaltaar en de ark des verbonds, geheel met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden vaas met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had, en de tafelen van het verbond. 5Boven de ark waren de kerubs der heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden. Wij kunnen hier nu niet verder op ingaan. 6In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters bij de uitoefening van de eredienst geregeld de eerste ruimte binnen, 7maar de tweede wordt alleen door de hogepriesters betreden, slechts eenmaal in het jaar, en niet zonder het bloed dat hij opdraagt voor zichzelf en voor de tekortkomingen van het volk.

Evangelie , Matteus 8,5-13 :

GENEZING VAN DE KNECHT VAN EEN OFFICIER
5Toen Hij in Kafarnaüm aangekomen was, kwam een honderdman naar Hem toe die zijn hulp inriep met de woorden: 6“Heer, mijn knecht ligt verlamd in mijn huis en lijdt vreselijk pijn.” 7Hij sprak tot hem: “Ik zal hem komen genezen.” 8Maar de honderdman antwoordde: “Heer, ik ben het niet waard dat Gij onder mijn dak komt; maar een enkel woord van U is voldoende om mijn knecht te doen genezen. 9Want al ben ik zelf een ondergeschikte, ik heb weer manschappen onder mij; en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat; en tot een ander: kom, en hij komt; en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het.” 10Toen Jezus dit hoorde, stond Hij verwonderd en zei tot hen die Hem volgden: “Voorwaar Ik zeg u: Bij niemand in Israël heb Ik een zo groot geloof gevonden. 11Ik zeg u, dat velen uit het oosten en het westen zullen komen en met Abraham en Isaak en Jakob zullen aanzitten in het Rijk der hemelen; 12maar de kinderen van het Rijk zullen buitengeworpen worden in de duisternis; daar zal geween zijn en tandengeknars.” 13En tot de honderdman sprak Jezus: “Ga, zoals gij geloofd hebt, geschiede u.” En op datzelfde ogenblik werd de knecht gezond.

 

5ce1f1a78e09ceadf1cb00479280014c.jpg

22-06-17

aardse en hemelse

border a14.jpg

3e zondag na Pinksteren

Het aardse in vergelijking met het hemelse

aardse.jpg

LEZINGEN

Romeinen 5,1-10

Leven in vrede met God
[1] Gerechtvaardigd door het geloof leven* wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. [2] Hij is het die ons door het geloof* de toegang* heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen* op onze hoop op de heerlijkheid* van God. [3] Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, [4] volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop. [5] En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.
[6] Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde* tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren. [7] Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens. [8] God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren. [9] Des te zekerder is het dat wij, eenmaal gerechtvaardigd door zijn bloed, dankzij Hem gered worden van de toorn*. [10] Toen wij vijanden waren, zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder is het dat wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven. [11] En dat niet alleen: nu reeds roemen wij op God door Jezus Christus onze Heer, door wie wij de verzoening hebben ontvangen.

 

Evangelie, Mattheüs 6,22-33

22] De lamp van het lichaam is het oog. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. [23] Maar als je oog slecht is, zal heel je lichaam duister zijn. Als nu binnenin je het licht duisternis is, hoe erg zal dan de duisternis zijn! [24] Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel* niet tegelijk dienen. [25] Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en het lichaam niet meer dan de kleding? [26] Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? [27] Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven? [28] En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet. [29] Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen. [30] Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen? [31] Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken? [32] Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt. [33] Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles

 

aardse2.jpg

16-06-17

eerste leerlingen

border YTY.jpg

2e zondag na Pinksteren

Roeping van de eerste leerlingen

 

EERSTE LEZING :

Romeinen 2,10-16

10.heerlijkheid, eer en vrede wacht een ieder die het goede doet, de Jood in de eerste plaats, maar ook de Griek. [11] Want God kent geen aanzien* des persoons.
Wet en besnijdenis
[12] Zij die zonder de wet* hebben gezondigd, zullen ook zonder de wet omkomen; en zij die met de wet hebben gezondigd, zullen door de wet worden veroordeeld. [13] Want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig in Gods oog; alleen de onderhouders van de wet zullen worden gerechtvaardigd. [14] Wanneer heidenen, die de wet niet hebben, uit zichzelf* doen wat de wet verlangt, zijn zij zichzelf tot wet, ook al bezitten zij de wet niet. [15] Zij tonen dat wat de wet vereist, in hun hart geschreven staat. Hun geweten getuigt daarvan, en hun gedachten, die hen over en weer beschuldigen of ook wel vrijspreken [16] op de dag dat God volgens mijn evangelie over de verborgen daden van de mens zal oordelen, door Christus Jezus.

EVANGELIE :

Matth.4,18-23

Roeping van enkele vissers
[18] Toen Hij eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij twee broers - Simon*, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas - het net uitwerpen in het meer; want het waren vissers. [19] Hij sprak hen aan: 'Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken.' [20] Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem. [21] Verderop zag Hij nog twee broers, Jakobus van Zebedeüs en zijn broer Johannes; ze waren in de boot met hun vader Zebedeüs hun netten aan het klaren. Hij riep hen. [22] Meteen lieten ze de boot en hun vader achter en volgden Hem.

Een grote menigte volgt Hem
[23] Hij trok rond in heel Galilea, terwijl Hij in hun synagogen onderricht gaf, de goede boodschap verkondigde van het koninkrijk, en elke ziekte en elke kwaal onder het volk genas.

 

13bdca073a04b9c2a1fe406df441c145.jpg

09-06-17

allerheiligen

border 01040502.jpg

1e zondag na Pinksteren

 

ALLERHEILIGEN

 

alle heiligen.jpg

 

Eerste Lezing :

Hebr.11,32-33, 37-38, 9,27-30

11. [33] Door het geloof hebben zij koninkrijken omvergeworpen, gerechtigheid beoefend, beloften in vervulling zien gaan. Zij hebben leeuwen de muil gesloten, [34] de gloed van vuur gedoofd, ze zijn ontsnapt aan het scherp van het zwaard. Hun zwakheid werd kracht, ze werden machtig in de oorlog, en dreven vijandelijke legers op de vlucht. [35] Vrouwen kregen hun doden terug door opstanding uit de dood. Anderen werden doodgemarteld en wezen hun vrijlating af, om een betere opstanding te verwerven. [36] Weer anderen werden beproefd doordat ze bespot werden en geslagen, en ook nog werden geboeid en gevangengezet. [37] Zij werden gestenigd, doormidden* gezaagd, terechtgesteld met het zwaard. Zij zwierven rond in schapenvachten en geitenvellen, ten prooi aan ontbering, vervolging, mishandeling. [38] Zij waren te goed voor deze wereld. Ze hielden zich op in woestijnen en in de bergen, in spelonken en in de krochten van de aarde. [39] Ook deze mensen werden allen vermeld vanwege hun geloof. Toch heeft geen van hen de belofte in vervulling zien gaan. [40] Aangezien God voor ons nog iets beters had voorzien, wilde Hij niet dat zij hun voleinding zouden bereiken zonder ons. 12 :[1] Door zo'n wolk van getuigen omgeven moeten wij elke zondelast die ons hindert, van ons afschudden, om vastberaden de wedstrijd te lopen waarvoor we hebben ingeschreven. [2] Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof. Omwille* van de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterkant van Gods troon.

EVANGELIE :

Mattheüs : 10,32-33,37-38

10. [32] Als iemand partij kiest voor Mij bij de mensen, zal ook Ik partij kiezen voor hem bij mijn Vader in de hemel. [33] Wie Mij verloochent tegenover de mensen, die zal Ik ook verloochenen tegenover mijn Vader in de hemel. [37] Wie meer houdt van zijn vader of moeder dan van Mij, is Mij niet waard. Wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van Mij, is Mij niet waard. [38] Wie zijn kruis niet opneemt en Mij niet volgt, is Mij niet waard. 11 . 27] Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader behalve de Zoon, en ieder aan wie de Zoon Hem heeft willen onthullen. [28] Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en Ik zal u rust geven. [29] Neem mijn juk op en kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart, en u zult rust vinden voor uw ziel. [30] Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.'

 

alle heilige patriarchen can constantinopel.jpg

Alle heilige Patriarchen van Constantinopel

allerheiligen icoon.jpg

alle heiligen van schotland.jpg

Alle heiligen van Schotland

alle heiligen van de grote kerk.jpg

Alle heiligen van de Grote Kerk

alle heiligen van Afrika8.jpg

Alle heiligen van Afrika

alle heiligen van België.jpg

Alle heiligen van België

Alle heiligen  van Antiochië.jpg

Alle heiligen van Antiochië

Moeder Gods en alle heiligen Moscou.jpg

Moeder Gods en alle heiligen - Moscou

Alle heiligen van China _chinese martelaren.jpg

Alle heiligen van China

 

13bdca073a04b9c2a1fe406df441c145.jpg

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende