16-02-09

Klein spiritueel compas voor onze tijd

 

Klein spiritueel kompas voor onze tijd

Een boek van Olivier Clément

 Kruis444

« West Europa zit gewrongen tussen de keuze van het niets en de heiligheid, tussen de dwaasheid en de Drie-enheid... Datgene wat in de zogenaamde christelijke maatschappijen kon blijven voortbestaan stort ineen of verinnerlijkt zich. Een ganse jeugd groeit op, begerig naar een eenvoudig geloof, eenvoudig uitgedrukt....» Hoe kan men ten volle zijn roeping van leek in navolging van Christus «in Christus» op zich nemen ? De zorg voor de armen, de dialoog met andere religies en christelijke belijdenissen ?  En vooral, een ander kijk op de dingen, een welwillendheid van het hart.... « Alleen het christendom dat diep en grootmoedig is kan het kompas vormen die ons moet toestaan te zeilen op de oceaan van deze moeilijke en gecompliceerde wereld », aldus Olivier Clément in de klein boekje dat verschenen is bij uitgeverij Desclée de Brouwer, onder de titel «Klein spiritueel kompas voor onze tijd  (Petite boussole spirituelle pour notre temps) (144 pp., 15 €). Het voorwoord is van Andréa RICCARDI, stichter van de Sint Egidiusgemeenschap te Rome. Het werk brengt meerdere essais samen die tot stand zijn gekomen in het kader van deze gemeenschap. Wij geven hieruit enkele goede bladzijden.

De verwereldlijking, is de werkelijkheid waarin we ondergedompeld zijn. De seculiere maatschappij is in zekere zin onze leefomgeving, de lucht die wij inademen, zelfs wanneer wij slapen. Christen zijn vandaag vertrekt vanuit deze vaststelling.

Elke leek ( van het grieks laikos) is lid van de laos, het volk, in ons geval, van het volk van God. Als gedoopte, gezalfd in de Geest (Chrisma), is hij «koning, priester en profeet». Koning, om zijn bestemming te trachten te ordenen in de diepste betekenis van het woord; priester, om als offergave te zijn voor de mensen en de dingen van de wereld; profeet, om zich in te schrijven in het uitzicht op het meer, het andere, in het dagelijks leven van de mensen, en daardoor hun de toekomst te openen.

Er kunnen geen professionelen zijn van het christendom. Men heeft dit wel zo geloofd in de loop van de eeuwen christendom, met de leidende rol die aan  de clerus werd gegeven, en deze van inspiratie en voorbeeld gegeven aan de monniken.

Vandaag nochtans bemerkt men in ons land dat de clerus geen geprivilegieerde oligarchie meer is maar dat ze samengesteld is uit mensen die moeten gedefinieerd worden als dienaars, onder, veeleer dan boven de anderen . Wat het monnikendom betreft, het vormt nog altijd zoals de heilige Johannes Chrysostomos het uitdrukte, een « heilige afwijking », noodzakelijk geworden door de lauwheid van de christelijke wereld. In de 13e eeuw bijvoorbeeld, wanneer gans de Oosterse wereld was gedoopt, betekende zich bekeren monnik worden. Vandaag betekent dit eerder : trachten christen te worden, 't is te zeggen, zich ernstig engageren in de Kerk, in dienst van Christus, en dus, in de kracht van de Verrijzenis, in dienst van de anderen.

Tussen de verwereldlijking en de liturgie,

Een verrassende vruchtbaarheid.

De afstand tussen leken en monniken, negatief voor de eerste, is vandaag een afstand geworden tussen atheïsten, agnostici, gnostiekers (is voor niemand nog negatief) en Christenen die hun christen zijn proberen te beleven.

Een christelijke leek is dus volledig verantwoordelijk ( met alle anderen «een stem in het koor»» zoals Siniavski het zei) voor de Kerk en haar uitstraling. Het is dus goed, zelfs al is het moeilijk, dat hij ondergedompeld  wordt in de seculariteit, waaraan hij deelheeft, hoe weinig het ook is, om de vernietigende neigingen af te wenden en de kiemen van het ware leven in zich te verdiepen.

Gedurende vele jaren, ik heb geschiedenis gedoceerd in een groot lyceum van Parijs. Ik heb nooit getracht om mijn leerlingen te bekeren (ik was ertoe gehouden door mijn plicht als leek), maar ik heb wel getracht om hen wakker te schudden, om hen vragen te stellen, hen op weg te zetten. Hun wegen benaderden dikwijls de mijne, soms ook waren ze verder ervan verwijderd.  Er zijn beroepen waar dit onrechtstreekse getuigenis bijna niet mogelijk is; maar men kan het altijd te kennen geven in de arbeidsrelaties. De liturgie wordt, hoe dan ook, het centrum van ons leven; het gebed, die haar interioriseert en haar doet verder beleven, geeft ons de kracht om niet te vervallen in ontmoediging, bitterheid, en dikwijls om een gebaar te stellen, om een woord te spreken, dat de goede richting oppert.

Er is geen recept, het is het feit zelf van te leven tussen de verwereldlijking en de liturgie die aan ons bestaan een onverwachte vruchtbaarheid kan geven. Er zijn ook, in Sant'Egidio bijvoorbeeld, systematische engagementen in de seculariteit om dit getuigenis uit te dragen. Ik heb dat ook meegemaakt, al werkende en naast mijn professionele activiteiten,  om kleine orthodoxe gemeenschappen die in Frankrijk zelf ontstaan zijn te helpen versterken en om hen te richten op een getuigenis en een samen delen. En ik heb het gevoel dat mijn leerlingen geïnteresseerd waren in mijn lessen, juist omdat zij in mij andere bekommernissen voelden, een openheid op een andere dimensie van het bestaan.

De Bijbel doet ons houden van de actualiteit en de geschiedenis

De Bijbel maakt ons niet vreemd aan de geschiedenis . Hij is integendeel een belangrijke onuitputtelijke bron voor alles wat menselijk is. Hij is de bron van de onbewingbare belangstelling van een mensheid in haar verzuchting naar de volheid en de god-menselijkheid.

Het is Friedrich Hegel die het dagblad in onze theologische problematiek heeft binnengebracht. Voor hem realiseert de Geest, het goddelijke zich in de geschiedenis. Een geschiedenis waarvan het dagblad het symbool is. De lezing van het dagblad, zei hij, vervangt vandaag de dag het morgengebed ( men zou kunnen zeggen dat vandaag de televisie het avond gebed heeft vervangen..) Vervolgens hebben de theologen geprobeerd de zaken te regelen door te zeggen dat een christen de Bijbel in de ene hand moeten houden en het dagblad in de andere.

Men zou in de eerste plaats kunnen leren om de bijbel kritisch te laten bestuderen door de geschiedenis en de geschiedenis door de Bijbel ! De Bijbel kritisch laten bestuderen door de geschiedenis is het ontzaglijk werk van de exegese die de menselijke dimensie van de openbaring bestudeert, de oorsprong van de teksten in hun psychosociologische structuren van een bepaald tijdperk. IN de structuren en niet  de teksten die voorgebracht zijn DOOR de structuren : want de ultieme betekenis, het goddelijke deel , om aan het licht te brengen dat  de traditie niets anders is dan de Heilige Geest die aan het werk is in het Lichaam van Christus, dat ontsnapt altijd aan de geschiedenis ( en dus aan de exegese). Het is niet voor niets dat de laatste editie van La Bible de Jérusalem in voetnoot interpretatiesleutels aanreikt die dikwijls ontleen zijn aan de Kerkvaders.

De ultieme betekenis komt toe aan het spirituele

Het zijn in de grond dezelfde overwegingen die wij terugvinden wanneer het gaat over een kritische studie van de geschiedenis door de Bijbel. Men moet eerst en vooral de geschiedenis op de meest  eerlijkste manier bestuderen, door elke ideologische verklaring uit te sluiten.  Bijvoorbeeld de onderbouw en de bovenbouw van de marxistische vulgaat, in de mate dat alle structuren niet ophouden de één over de andere te domineren. Het is een benadering die bruikbaar kan zijn (economisch, sociaal, psychologisch, religieus), zonder dat één ervan, door middel van een gewetensvolle analyse,de pretentie zou hebben het laatste woord te hebben. Voor mij is hét model in dit domein de historische en religieuze anthropologie van Alphonse Dupront.

Ook hier is de ultieme betekenis, de «mèta-historie» zoals Nicolas Berdaev het gezegd heeft :  tegelijk een globale visie en een overschrijding ervan. Een eschatologische verlichting in het weigeren van  elke «ont-menselijking» door het millenarisme of het messianisme.

Maar men moet antwoorden en niet vluchten. Bemin God  met gans uw wezen, zegt Jezus, en de naaste als uzelf. En deze twee geboden kunnen niet gescheiden worden. De mens en vooreerst de armste, is het sacrament van God voor de mens, zegt de parabel van het laatste Oordeel, hoofdstuk 25 van het evangelie volgens Mattheüs. Iedere keer dat je concreet goed doet aan de kleinsten, heb je het aan Mij gedaan. Men kan «beschouwen» zonder zijn naaste te dienen : God zien in het gelaat van de andere, in het arme en naakte gelaat, zo broos (Emanuel Levinas). Indien er tijdens uw gebed een bedelaar een bol soep komt vragen, twijfel niet, stop uw gebed  en maak een bol soep klaar en geef het hem, heeft een Mystieker ooit gezegd (Meester Eckhart, ik geloof).

En wederkerig : geen dienst van de naaste zonder innerlijke openheid op een ander licht. Alleen dit kan uitputting, vermoeidheid en bitterheid vermijden. Alleen dit kan aan de verbeelding onverwachte initiatieven tot stand brengen die dikwijls door anderen als onmogelijk werden bestempeld....

Een theologie van de vriendschap

Er is in onze samenleving een grote aansporing om aan onszelf te denken. En alleen hieraan. Het is de enige mantra die haar lokroep niet vermindert, zelfs in de grote veranderingen die wij nu moeten ondergaan, deze van de denkbeeldige wereld, van de waanzin van de grote steden, op het einde van het optimisme die volgt op 11 september 2001.

De christelijke broederschap kan alleen maar afstand nemen van een gejaagde, individualistische maatschappij. Het veronderstelt tijd en een zekere graad van communio. Het veronderstelt stil te staan dicht bij de ander. De vriendschap is hier een fundamentele dimensie. In het Oud Testament, is «zijn zonder vriend» verwand met « zijn zonder God ». De mens in een liberale maatschappij heeft slechts zelden vrienden : hij heeft relaties, kennissen , waarvan hij gebruik maakt voor eigen belang. Men vindt anderzijds in het Oude Testament, voornamelijk in het boek Ecclesiasticus  en in het boek der Spreuken een gelijkaardige opvatting van vriendschap : De vriend is een steun, een verdediging, maar weldra wordt alles gedragen door een spirituele opvatting van vriendschap. De horizontale lijn, gericht op het nut, wordt afgesneden door de verticale lijn die de transcendentie aanduidt. Zo is een vriend helpen « een offerande aan de Heer » (spr.14,11), « Een broer die gesterkt wordt door een andere broer is sterk als een vesting » (Spreuken 18,19). De vriendschap tussen David en jonathan staat boven elke utilitaire conceptie : « de ziel van Jonathan hecht zich aan de ziel van David, en Jonathan beminde hem zoals zichzelf» (1 Sam.18,1). Een tragisch element verschijnt, als een vooruitlopen op het kruis .

Jezus realiseert in zich de éénheid van alle mensen. Deze eenheid drukt zich uit in verschillende gradaties van bewustzijn en intensiteit om uiteindelijk uit te monden in de persoonlijke vriendschappen van Christus, vooral met Martha, Maria en Lazarus. Het is betekenisvol, dat de enige volwassene die hij van de dood heeft gered, één van zijn persoonlijke vrienden was, Lazarus. Op de drempel van Zijn lijden, noemt hij de apostelen zijn «vrienden». « Wanneer twee of drie in Mijn Naam verenigd zijn, ben Ik in hun midden» (Matth.18,20).

De vriendschap verschijnt als een voorrecht van de christelijke gemeenschap. Dat wat ook het persoonlijk karakter en niet enkel het gemeenschappijke van de vriendschap van Christus onderlijnt, is, dat Hij Zijn apostelen twee aan twee uitzendt. (...)

De kracht van het gebed

Het is wonderlijk om te zien met welk gemak velen onder ons zich verstoken voelen van het noodzakelijke. Het gaat hier niet om voedsel, maar van het gebed die ons helpt om onszelf terug te vinden, om afstand te nemen en ons dichter te brengen tot het leven en de relaties met anderen in het persoonlijk en gemeenschappelijk gebed. Het is een bron van energie die nooit uitgeput kan geraken.

Het gebed opent de mens op God en opent dus de geschiedenis op God. Tegelijk staat het ons toe om volledig zichzelf te zijn, want in het diepst van zijn wezen is hij in relatie met God, deze God waarvan hij het beeld is. Zo wordt het gebed niet uit ons geboren, maar het is ons gegeven. De Heilige Geest, zegt sint Paulus, bidt in onze harten murmelend «Abba, Vader» (Gal.4,6); Rom.8,15). Zeker «wij weten niet wat we moeten vragen om te bidden zoals het hoort», maar de Geest «komt onze zwakheden te hulp» (Rom.8,26).

Het gebed is altijd dicht bij mij. In een zekere zin is mijn bestaan zelf gebed, maar op een onbewuste manier. Op momenten van crisis, op hoogtepunten of bij een intense stilte kan het gebed opwellen uit het hart. De kerkelijke discipline, het avond en morgengebed, de zondaagse Liturgie, zelfs indien ze beleefd wordt in een zekere dorheid, dragen bij om ons hart te ontlasten van verstrooidheden en zorgen die ons onttrekken aan onze kostbare schat. De meditatie, bij voorkeur uit de Heilige Schrift, kan ons doen openstaan voor de adem van de Geest ( het volstaat om te weerstaan aan de bekoring om voldoening te vinden in zichzelf, in een soort kinderlijke eenwording...) Het gemeenschappelijk gebed, gedragen door de zang, indien zij ten minste niet vervalt in ritualisme of  in de cultus van de schoonheid, is ook een belangrijke weg. Wij zijn geroepen om te worden wat wij in het diepste van onszelf zijn :  «levende gebeden» (André Louf).

Zeker, in onze huidige cultuur is het moeilijk om tot bezinning te komen. Maar wij kunnen elke dag, 's avonds, met de deur gesloten, telefoon afgehaakt, enkele minuten stilte in acht nemen. Wij moeten onze relatie met de tijd losser beleven om meer en meer tijd vrij te maken voor verwondering, om «de eucharistie te beleven in alle dingen», zoals de heilige Paulus het ons heeft gevraagd. (...)

De liturgie is de vurige gloed van Christus die ons vrij maakt

Wij leven in een overdonderend lawaai en zijn soms niet in staat tot een waarachtig woord over onszelf en de anderen, over de schepping. Er is ook een verdovende stilte, maar zij bevindt zich juist in het innerlijke leven. Ook hiervan moet men zich bevrijden.

Het christelijk leven wordt ervaren en voedt zich door de liturgie.  Het griekse woord betekent «het werk van het volk». Zij is immers de communio die God ons geeft in de mate dat wij ze in ons opnemen door Zijn Woord te horen, door het brood in ons op te nemen die Zijn Lichaam is geworden.  In het hart van elke liturgische ontplooiing  bevindt zich de eucharistie, en dit woord drukt onze dankbaarheid uit : eucharistô in het grieks betekent ook nog vandaag eenvoudigweg : dank u.

Zo is de liturgie fundamenteel het celebreren van de verrezen Christus die de Heilige Geest in ons tegenwoordig stelt. Elke officie, hoe kort ze ook mag zijn, is een zonnestraal van Pasen. Wij aanvaarden het in vriendschap en verzoening, het vereist een «vredeskus». De liturgie is noodzakelijk persoonlijk en noodzakelijk gemeenschappelijk, over de grenzen van elke passiviteit en eenzaamheid heen. Zij offert onze zorgen en ons lijden, zij biedt ons de grote zon die God is aan, en maakt ons vredig en geneest ons. Ze geeft ons ook de sterkte - hoe weinig het ook mag zijn - om te bedaren en te genezen. (...)

De wereld is geschapen om eucharistie te worden. (...) Er is in het hart van de dingen een stille celebratie. Het is aan de mens om er op in te gaan. God vraagt in Genesis om de levenden een «naam te geven ». Want de mens is tegelijk van de hemel en van de aarde.  En God heeft de wereld aan de mens gegeven opdat de twee, God en mens, van de wereld één groot liturgisch gedicht zouden maken (...)

Christus is niet alleen het hoofd, aldus een byzantijns mystieker uit de 14e eeuw, Nicolas Cabasilas, maar hij is ook het hart van de Kerk. Door de eucharistie wordt Hij ons hart. In dit hart, waar het vuur voortaan brandt, is het van belang dat de intelligentie van het hoofd en de vervoering  van de eros zich transformeren in  de smeltkroes van Christus. Dan opent zich, wat de oude asceten noemden het «oog van het hart», het «oog van het vuur», en dit oog, deze kijk openbaart in de menselijke relaties evenals in de relatie tussen de mens en het universum uiterst kleine dingen die nochtans oneindige eucharistische mogelijkheden inhouden.« Brengt dankzegging voor alles» 't is te zeggen verwezenlijkt eucharistie, zegt de apostel (1 Thess.5,18). Het is wellicht de beste definitie van het christelijk leven.

Een grote nood aan het Evangelie

Er is een grote nood aan het Evangelie in onze maatschappijen. Hoe meer het het patrimonium is geworden van een minderheid, hoe meer we er nood aan hebben, niet als een beknopt handboek van tegengestelde waarheden, maar veel meer als een taal die de absolute liefde van de vader uitdrukt voor de zoon die gans zijn bezit had verkwanseld en zonder enig bezit overbleef.

In de geseculariseerde en ontwikkelde maatschappij ontwikkelen zich tegelijkertijd fenomenen die in contradictie schijnen te zijn met elkaar, maar die sterk met elkaar verbonden zijn :  een gekleurde onverschilligheid  en een zekere vijandschap tegenover het christianisme (...); een verwarrende ideologische handel die het succes van het geld, het verlangen en het vermaak ophemelen (...);  ongebreidelde ideologieën die het accent leggen op de éros en de cosmos, op wetenschappelijk gefundeerde meditaties (...). het gemeenschappelijk punt is het zoeken naar een geheel van gevoelstoestanden, wellicht het hoogtepunt van narcisme; de groeiende oppositie tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden. (...)

In deze context kan het getuigenis van het Evangelie slechts gaan via het bewustzijn, de vrijheid. Ook via een strijd voor een betere herverdeling van de bronnen van de planeet. Via het voorbeeld en het leven (...)

Gaan naar een nieuwe heiligheid

Wij moeten gaan naar een nieuwe heiligheid, open zowel op de Geest als op gans de complexiteit van het sociale, culturele en kosmisch leven. Maar in dit kader eist het getuigenis ook een grondige verandering van zijn inhoud. Wij maken een fundamentele wijziging mee in het beleven van het christendom.  Een vernieuwd nadenken over het kwaad dient zich aan, over de God van de kénose, over de notie zelf van almacht - en dus over de hel (...)-, over de geschiedenis en de eschatologie, over de eros en over de cosmos, over de persoon en de communio, en dit in het licht van de Drie-eenheid die tegelijk volheid van de eenheid en volheid van de verscheidenheid is. Er moet eveneens een nieuwe bezinning komen over de techniek : want niet alles wat mogelijk is, is ook wenselijk.

De christelijke monniken van Oost en west kunnen ons veel zeggen. Zij kennen de wegen naar de «plaats van het hart», maar zij plaatsen de innerlijkheid altijd in het perspectief van de communio en de kennis in het perspectief van de liefde. De innerlijkheid heft het mysterie van de ander niet op maar openbaart het. Het gezicht en het oneindige zijn gedeeltelijk verbonden. Men moet dus, naar mijn mening, het moderne humanisme onderzoeken en tegelijk de nabijheid van het mysterie in de innerlijkheid levend houden, zoals de kosmische symbolen. Er is geen oppositie tussen deze twee bewegingen van het hart en de geest, zelfs indien wij in het Westen gewoon zijn een soort van natuurlijk scheiding te zien tussen de ruimte van God en de ruimte van de mens alsof het mogelijk was om er een scheidingslijn door te trekken. Maar indien de scheidingswand die er bestaat tussen de eisen om God te ontmoeten door de mens te miskennen of de mens te begrijpen door abstractie te maken van God, afgebroken wordt, zal men ontdekken dat de kosmos en de geschiedenis de enige mogelijke plaatsen en de taal zijn voor hun ontmoeting (...)

Uit SOP 334 - Januari 2009

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

13-02-09

Nicolas Lossky : Eucharistische gestvrijheid

EUCHARISTISCHE GASTVRIJHEID

 

Vader Nicolas Lossky

 

Laatste avondmaal ethiopisch

In de inter-confessionele context waarin we leven, wordt dikwijls de vraag gesteld waarom er niet zuiver en eenvoudig vrijheid wordt gelaten op het domein van de deelname aan de Eucharistie. Men weet dat de orthodoxen, die toch deelnemen aan de oecumenische Beweging, en dit sedert het begin van de XXe eeuw, zich hebben verzet tegen wat men moemt de 'eucharistische gastvrijheid'.  Met uitzondering van een aantal gevallen waar de bisschop of zijn afgevaardigde die de celebratie uitvoert, om pastorale redenen, die deel uitmaken van zijn verantwoordelijkheid tegenover God, toch sommige niet-orthodoxen toelaat tot de communie. De regel wil dat alleen  leden  van de orthodoxe Kerk die niet geëxcommuniceerd zijn toegelaten worden. De uitzonderlijke gevallen waarvan sprake zijn het gevolg van wat de orthodoxen de 'economia' noemen, een begrip dat dikwijls verkeerd begrepen wordt. Het gaat hier niet om een  'afschaffing' van een regel, maar om een ' niet toepassen' ervan en dit in specifieke gevallen die voortkomen uit pastorale noodzaak. De regel blijft bestaan. Het is dus van belang om te onderzoeken waarom de orthodoxe Kerk slechts orthodoxen toelaat tot de communie.

De eerste reden  houdt verband met de orthodoxe opvatting van de eucharistie - een opvatting welke de orthodoxen trouwens delen met de katholieken. De eucharistie vertegenwoordigt de ultieme uitdrukking van de eenheid van de Kerk. Zij is de Kerk. Dit impliceert een totale eenheid in de belijdenis van het geloof, voor alles het geloof in de goddelijke Drieeenheid dat zich aan ons geopenbaard heeft in de menswording van Jezus Christus, de God-mens die 'één is van de Heilige Drieeenheid'. Deze eenheid in de trinitaire geloofsbelijdenis impliceert een juiste ecclesiologie, wat de heilige Paulus uitdrukt als hij schrijft aan de Kerken, bijvoorbeeld 'tot de Kerk van God te Korintië...'(1Kor.1,2 en 2 Kor.1,1). 'Kerk van God' betekent hier wat een weinig later Ignatius van Antiochië zal noemen 'katholieke Kerk', niet in de betekenis van 'universeel', maar wél de Kerk die de volheid van het geloof belijdt, die de volheid van de Openbaring (kath'olou = volgens alles)ontvangt. Men herinnert zich dat de heilige Ignatius deze uitdrukking gebruikt in verband met het Godsvolk, verzameld rond de bisschop, dat tegelijk universeel is, omdat het in communio is met alle eucharistische  bijeenkomsten 'die overal de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen' (1 Kor.1,2).

 De orthodoxe ecclesiologie veronderstelt dus een band tussen het volk van God en de bisschop die voorgaat maar die in zijn hoedanigheid van voorganger niet ophoudt deel uit te maken van dit Godsvolk.

 Dit brengt ons tot een ander aspect van de orthodoxe ecclesiologie, een aspect die ons beter zal toelaten, zelfs als onze christelijke broeders en zusters het er niet mee eens zijn, de zeer belangrijke reden van de orthodoxe  aarzeling ten overstaan van de eucharistische gastvrijheid te begrijpen. De verzameling van het Godsvolk, voorgezeten door de bisschop, is een vergadering die verenigd is in geloof en waar allen mede-verantwoordelijkheid dragen voor dit geloof. Er zijn in de Kerk geen passieve leden. Er zijn  in de orthodoxe ecclesiologie geen begrippen als 'de lerende Kerk' en de 'onderwezene Kerk'. Allen zijn verenigd in een communio die zich aldus uitdrukt (zoals in de Goddelijke Liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos) : 'Laat ons elkander beminnen, om in eenheid te belijden : de Vader, de Zoon en de heilige Geest, Drieeenheid, die éénwezenlijk en ondeelbaar is'. Het gevolg is, dat de verzameling van gelovigen en de clerus geroepen zijn om gericht te zijn naar de eenheid in verscheidenheid (of  naar de verscheidenheid in de eenheid), waarvan het mysterie van de absolute eenheid in de verscheidenheid niet minder absoluut is dan deze van de Heilige Drieeenheid, twee absoluut-heden, wat filosofisch gezien een absurditeit is, een 'tegenstrijdigheid' zoals de heilige Gregorius van Nazianze het zegt. Hij wordt dan ook voor niets 'de Theoloog' genoemd.

 Indien de eucharistische bijeenkomst geroepen is tot de eenheid in verscheidenheid naar het beeld van de Heilige Drieeenheid, dan impliceert de orthodoxe ecclesiologie, maar dan begrepen als een theologie en niet als een beschrijving van een organisatie of eenvoudigweg een institutie, dat elk lid niet simpelweg een lid is van een Kerkvergadering ; elk lid is dusdanig verbonden met de anderen in Jezus Christus dat hijzelf 'Kerk' is. Hieruit vloeit voort, dat waar hij communiceert, het de Kerk is die communiceert. De communie kan dus niet gezien worden als een individuele daad. Als ik in een katholieke, anglikaanse of protestantse Kerk ga communiceren, en dit in het licht van wat boven gezegd is, dan stem ik in met die Kerk. Anderzijds, als men mij zegt dat het slechts een uitzondering is, een 'profetische'daad, dan vergeet men dat niet ik alleen communiceer maar de ganse kerkelijke gemeenschap waaraan ik deelheb communiceert met mij, want in de Kerk zijn wij geroepen om de staat van individualisme te overstijgen, om een persoon te worden, dit wil zeggen ,een 'zijn-in-communio', zoals metropoliet Jean van Pergame (Zizioulas) het uitdrukt. Hij laat geen gelegenheid voorbijgaan om er aan te herinneren dat er binnen de Kerk gaan plaats is voor individualisme.

 Tot besluit kan men zeggen dat, indien men in de orthodoxe Kerk de praktijk van de eucharistische gastvrijheid systematisch en zonder discriminatie zou toepassen krachtens het zo dikwijls geciteerde  principe volgens hetwelke het de Heer is die uitnodigt en  leidt, dit zou betekenen, indien men aanvaard wat gezegd is, dat ieder die men de communie zou geven, of hij het wilt of niet, ingelijft  wordt in de orthodoxe Kerk. Maar men zou niet toelaten dat deze persoon elders te communie gaat.

Vrij vertaald uit 'Contacts'

No 210 - 2005 door Kris B.

 

16-09-08

De Kerkelijke moderniteit als vernieuwing van de Traditie

DE  KERKELIJKE  MODERNITEIT

ALS VERNIEUWING VAN DE TRADITIE

Vader Marc-Antoine COSTA DE BEAUREGARD

 

 kerken 3

Naar aanleiding van de traditionele ontmoeting georganiseerd door de orthodoxe Fraterniteit van de parijse regio in het instituut Saint Serge, en in het kader van de Zondag van de orthodoxie, de 25e februari laatstleden, heeft Vader Marc-Antoine Costa De Beauregard een uitgebreide  reflexie gehouden over orthodoxie en moderniteit. In een eerste deel heeft hij het theologisch concept van de ‘moderniteit' behandeld, een ‘synchronie' van het eeuwige en het tijdelijke, waarvan Jezus Christus de icoon is, het Woord dat vlees geworden is. Hij heeft ons de moderniteit getoond als een vervulling van de Traditie, zich manifesterend zowel op het domein van de theologie, van de liturgie en van de icoon, als in de dagelijkse confrontatie met de problemen van onze tijd en als permanente vernieuwing van het leven.

Hij is frans priester behorend tot het metropolitaat van het patriarchaat van Roemenië in Zuid- en West-Europa . Vader Marc-Antoine Costa De Beauregard is vandaag rector van de franstalige parochie Saint-germain-et-Saint-Cloud te Louveciennes (Yvelines) en verantwoordelijke voor het dekenaat van de metropoliet voor Frankrijk. Hij is geaggregeerde in de letteren en auteur van een werk over Vader Dumitru Staniloaë (1903-1993), verschenen onder de titel Dumitru Staniloaë."Durf te begrijpen dat ik je liefheb" (Editions du Cerf, 1983). Hij bereidt momenteel een doctoraatsthesis in de theologie voor aan het instituut Saint-Serge te Parijs.

{...} De moderniteit van de kerkelijke orthodoxie als vernieuwing van de Traditie manifesteert zich in onze tijd op verschillende manieren {...} De vernieuwing van het doop-charisma is de eerste schittering van de hedendaagse orthodoxie. De grote theologen van het juiste inzicht, speciaal Vladimir Lossky, hebben op een duidelijk nieuwe wijze de nadruk gelegd op het mysterie van de persoon of geschapen hypostase (dit was niet zo duidelijk uitgedrukt door de ouderen). Zo gaven zij, onder impuls van de Geest, het ‘logisch' fundament - conform aan de Logos , of het Woord van God - voor een mooie theologie van de menselijke persoon en van een oorspronkelijk christelijk personalisme.Het tot zijn recht laten komen van de bijbelse en kerkelijke antropologie  is één van de grote gebeurtenissen van onze tijd en een opmerkelijk voorbeeld van de verdieping van de Traditie in het kader van de neo-patristieke theologie. Deze rijkdom is op eucharistische wijze uitgewerkt door de getuigen van de moderniteit van de orthodoxie zoals Paul Evdokimov, Olivier Clément, Vader Dumitru Staniloaë.....

 Een theologie van de communio van personen

 Echter, het is niet alleen in het geschreven of mondelinge getuigenis dat men in onze tijd een nieuwe waardering in de Kerk constateert voor de menselijke persoon .In het leven van onze kerk, in onze parochies, in onze monasteria, straalt de persoon ! Onze theologie is in de gemeenschap, daar is de orthodoxie, daar is haar moderniteit. Wij prijzen de toewijding voor de creativiteit, voor het engagement en voor het moedige spirituele getuigenis van zoveel leden van de orthodoxe  laos (=de gewone gelovigen): denken wij aan de stichters van de bewegingen voor jongeren, voornamelijk in de Kerk van Antiochië, aan de gangmakers van de orthodoxe Fraterniteit in West Europa, aan de  leke theologen die wij reeds vermeld hebben, en waaraan wij de namen van Elisabeth Behr-Sigel, zaliger gedachtenis, Christos Yannaras, Léonid Ouspensky en zoveel anderen moeten toevoegen..... Wij denken heel concreet ook aan de deelname, dikwijls zeer nederig en anoniem en nochtans zo persoonlijk, van leken binnen het parochiale leven, in de parochie-en bischoppelijke raden, voor hun inzet voor de dienst van de icoon, voor hun zending naar de zieken toe, in de gevangenissen, in de grote verenigingen die bloeien onder orthodoxe impuls of met hun actieve deelname - en dit in alle landen van een mondiaal geworden orthodoxie {...}

Het naar voor treden van de geschapen persoon en zijn onpeilbaar mysterie, in zijn goddelijk beeld, is de sleutel van de synchronie die wij moderniteit noemen. Het is de persoon die synchronieert, in de Heilige Geest .  Hij is het die het patrimonium, door Christus als Traditie aan  zijn Kerk heeft gegeven, actualiseert. Hij is, volgens Christos Yannaras , "de hypostatische vector van de waarheid en het leven". Het is door de persoon, door de vragen die hij stelt in synchronie met de tijd (vragen over het gezin, het werk, de wetenschap en haar opzoekingswerk, over de techniek de sexualiteit, over de opvoeding, de bio-ethiek enz...) dat de orthodoxie beleeft wordt als moderniteit, voor de persoon zelf en voor allen van deze tijd waarmee zij in dialoog is. De persoon en zijn getuigenis is een moderne kracht van de orthodoxie, omdat de persoon een gemeenschaps-identiteit is,  hij is een kerkelijke identiteit, een  ‘kerkelijk zijn', (être ecclésial), volgens de uitdrukking van metropoliet Jean (Zizioulas) - mens en vrouw van de kerk - een trinitaire identiteit door schepping en door het doopsel.

De bekering van de persoon

Wij spreken over de persoon, over de menselijke hypostase, die, op holistische wijze, ‘katholiek' is, en die in volheid, getuigt van de orthodoxie als rechtmatige verheerlijking van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, alsook over Jezus Christus, waarlijk God en waarlijk mens.  Hij getuigt ook terzelfdertijd van de orthopraxie, de manifestatie van de Vader door het geïncarneerde Woord in  zijn  door de Geest geheiligde leden. Onze tijd is deze van een christendom van bekering : het is door de bekering van de persoon, in zijn unieke ontmoeting met de goddelijke Persoon, dat het orthodoxe leven aangeduid kan worden als ‘een wijze van het trinitaire leven'(mode de vie trinitaire), volgens de uitdrukking van Yannaras.

De persoon is de apophatische dimensie van het menselijk zijn ten overstaan van het beeld van de drieene God, tri-hypostatisch . Hij is een absolute identiteit in communio met andere personen. De ‘persoon' is het gelaat dat gekeerd is naar een ander van deze identiteit. De  ‘hypostase' is de onpeilbare diepte van het zelf. Zij valt niet samen, noch met de ziel, noch met gelijk welk deel van de natuur. De persoon transcendeert de natuur en diegene die het kan ontroeren. Hij overstijgt ook het leven en de dood. De orthodoxe theologie van onze tijd (met hen die we hebben vermeld, vergeten wij nooit de griekse theoloog Panaïotis Nellas in ‘Le vivant divinisé' {Cerf,1989}. Hij heeft het in al haar nieuwheid  op de voorgrond geplaatst. Vader Dumitru Staniloaë - en hij is niet de enige - heeft benadrukt, dat de oorsprong van de persoon of geschapen hypostase het werk is van de Heilige Geest : de functie van de menselijke persoon is dus duidelijk de moderniteit van de menswording van het Woord in verband  te brengen met de actuele omstandigheden van de  tijd. Het getuigenis van de gedoopte persoon  behoort dus in hoge mate toe aan het pneumatologisch register van de moderniteit. De ervaring van de moderniteit door de ware verheerlijking van de Heer is slechts mogelijk in de Heilige Geest; wanneer de Geest zich van ons verwijdert, zien we slechts oppervlakkigheid in de wereld en in de Kerk,. Dan overvalt ons opnieuw de angst. De apostolische durf verdwijnt uit ons.

De liturgische vernieuwing en de liefde voor de schoonheid

Brengen wij heel in het bijzonder dank aan God voor het opnieuw herwaarderen van het priesterschap van het volk, het doop-priesterschap, waarin we man of vrouw niet meer onderscheiden, enkel personen die anticiperen aan het koninkrijk, en dat zich manifesteert in een echte traditionele liturgie. Hier hebben we een voorbeeld van moderniteit in de betekenis van het opnieuw actueel stellen van de Traditie door de Heilige Geest in een gegeven periode.De con-celebratie van de leken opwekken, onderrichten en leiden in de kerkelijke celebratie is juist geen modernisme {...} De moderniteit openbaart zich als verjonging : men her-ontdekt op die manier de genade om deel te nemen aan de regelmatige eucharistie, met een passende voorbereiding die in overeenstemming is met een  eucharistische houding die de heilige apostelen en de heilige Vaders waardig is. Herontdekken dat de goddelijke liturgie essentieel het mysterie van communio is, en van de Kerk als communio van de gedoopten met de Heer en  van de gedoopten onder elkaar, is één van de grote verwezenlijkingen van de orthodoxie in onze tijd.{...} Men is het verschuldigd aan de theologen en priesters van onze tijd, de vaders Nicolas Afanassieff en Alexander Schmemann, om slechts deze te vernoemen. {...}

Wat betreft de liefde voor de schoonheid : het voorbeeld  van de moderniteit is ons gegeven door de iconografische vernieuwing van onze tijd.  Wij hebben de moed gevonden om langzaamaan de heterodoxe beelden te vervangen door beelden van de goddelijke en heilige aanwezigheid die charismatisch verbonden zijn met de inspiratie van de heilige iconografische martelaren van de Kerk. De iconografische scholen bloeien op onze planeet in een patristieke geest - misschien niet altijd, maar toch  zeer dikwijls ! - in alle landen waar de orthodoxie leeft, niet alleen in Thessaloniki, maar ook in Rusland, in Japan. De icoon, het embleem van de moderniteit van de orthodoxie en van het mensgeworden Woord zelf, wij hebben het reeds gezegd, is in de moderne wereld aanwezig in haar  stilzwijgend getuigenis en ze redt ons ! Zij is niet altijd een voorzichtige copie van een antiek model dat ons overgeleverd werd door de Traditie : wanneer Leonide Ouspensky de aanwezigheid van de Heilige Genevieva heeft geschilderd, heeft hij  niet alleen een nieuwe icoon geschilderd, maar hij schilderde over de grenzen van elke stijl heen, in de enige iconografische ernstige cultuur, die deze is van de ontmoeting.{...} In het monasterie van Sint Jan de Doper in Engeland kan men eveneens het schilderij van de Kerk zien in al haar nieuwheid, die zowel de byzantijnse, de romeinse als de slavische stijl overstijgt : de icoon, in haar aan  de ouderen geïnspireerde canon , in al haar nieuwheid.

Theologische vernieuwing en neo-patristieke synthese

De orthodoxe theologische vernieuwing in onze tijd manifesteert zich door de herontdekking van het apophatisme en van de theologie zelf als ‘mystieke theologie', de titel van een werk van Vladimir Lossky : noch God, noch de mens, noch zelfs de kosmos zijn objecten van onze kennis. Zij worden gekend in een poging tot vereniging, communio. De Geest  Parakleet, de voorspreker, herinnert er ons aan dat ons tijdperk voor de orthodoxie een tijd van vernieuwing is, niet alleen van de patristieke studies, maar van de patristieke theologie zelf. Het is wonderbaar om te kunnen vaststellen dat de traditie van de Vaders niet eindigt met de heilige Johannes van Damascus, hoe groot hij ook is. Zij zet zich nog steeds voort, met alle soorten  bochten, tot in onze gezegende tijd. Brengen wij hier hulde aan het instituut Saint Serge te Parijs {...}, aan de grote neo-patristieke  ‘moderne' syntheses, 't is te zeggen,van alle tijden en van deze tijd.

Wij bewonderen allen de immense synthese gerrealiseerd onder de inspiratie van de Heilige Geest, enzerzijds van Vader Justin Popovitch, servisch monnik, en van de andere kant van vader Dumitru Staniloaë, roemeens theoloog. Kennen wij voldoende deze realiteit, deze moderniteit van de orthodoxie. Kennen wij het enorme werk dat geleverd werd door vader Dumitu Staniloaë, en dit gedurende de communistische onderdrukking, door het publiceren van de Philocalie in het Roemeens, en om aan onze tijdgenoten een her-schrijving  aan te bieden van de dogmatiek van de heilige Vaders ? {...} Vermelden wij ook de prachtige geschriften over mystieke theologie, aan onze tijd gegeven door archimandriet Sophrony : in zijn modernheid, her-formuleert hij, doorheen zijn persoonlijke ervaringen als monnik van de Athosberg en spirituele zoon van een grote heilige voor onze tijd, Silouan de Athoniet, de geloofsbelijdenis van het fundamentele orthodox geloof, de verheerlijking van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Er is niets academisch bij hem :  Beleefde strengheid in de ontmoeting met de levende Christus. Theologie is iconologie.

Het nieuwe van de orthodoxie in onze tijd is een verantwoordelijkheid tegenover de goddelijke schoonheid van de geopenbaarde waarheid, de god-menselijke schoonheid van Jezus Christus het mensgeworden Woord, de goddelijke schoonheid van de geschapen persoon, de menselijke hypostase door de genade van het doopsel. Het is een ‘philocalische' verantwoordelijkheid, geleid door de liefde voor de goddelijke schoonheid en voor de schoonheid van de goddelijke liefde voor elke hypostase, voor elke geschapen persoon, alsook voor alle schepselen zichtbaar en onzichtbaar {...}

"Het is in de confrontatie met het dagelijks leven dat Christus zich manifesteert door  de Heilige Geest"

In dezelfde zin manifesteert de kerkelijke moderniteit zich als welwillendheid, in het grieks aangeduide met hetzelfde woord als schoonheid. Het is in de confrontatie met de dagelijkse realiteit, dat de onzichtbare aanwezige Christus zich manifesteert door de Heilige Geest in het getuigenis van zijn  gedoopte leden. Zijn aanwezigheid is niet alleen zichtbaar door zijn ‘zeer zuivere icoon', door het beeld van zijn heilige en levendmakend kruis en door de icoon van zijn heilige Evangelie, ter verering voorgesteld aan de gelovigen door het 7e oecumenisch concilie. Zijn icoon is ook evenzeer zichtbaar door de kerkelijke bijeenkomst, één in het gebed en in het geloofsgetuigenis. {...}

De dagelijkse confrontatie met de onmetelijke moeilijkheden van onze tijd ( denken wij aan onze kinderen, die blootgesteld worden aan het beeld en aan een objectivering zonder voorgaande van de seksualiteit, denken wij aan de ontwrichting van de gezinnen, aan de banalisatie van de homoseksualiteit...), en weldra misschien aan het ongekende lijden welke de mensheid wellicht zal overkomen, vindt door de Heilige Geest, in het mensgeworden Woord, gans de moderniteit van zijn goddelijk medelijden ‘Wenen met hen die wenen' is niet enkel een goddelijk voorschrift : het is een goddelijke daad, het is dat wat de God-mens doet, bijvoorbeeld voor de ziekte en de dood van zijn vriend Lazarus, voor de rouw van zijn vrienden Martha en Maria. Het medelijden ,zo mooi voor de christenen - het is een nieuwigheid die de Oudheid niet kende - voor de dood en voor het lijden van onze tijd (denken wij aan hen die zich inzetten voor de palliatieve zorgen van de stervenden) kan slechts zijn kracht putten uit de liefde van God voor alle mensen, vooral wanneer hij ziet in welk lijden zij zichzelf en anderen meesleuren.

Orthodoxe christenen hebben  door hun gedragingen  dit medelijden van het Woord, empatisch, synchroon met deze tijd, ‘ge-iconografieerd'. Wij denken natuurlijk aan heiligen die onlangs gecanoniseerd zijn, moeder Marie (Skobtsov) en haar gezellen martelaren :  zij hebben ;het lot van hun verdrukte en gemartelde broeders gedeeld. Door de Menswording  is elk menselijk wezen in Christus, zelfs al zijn ze nog niet door de genade van de Heilige Geest tot deze realiteit  opgewekt door een  persoonlijk geloof in Jezus : de medelijdenden geven in de schoot van de mensengemeenschap blijk van de mensheid zelf van de God-mens.  Zij doen dit door zich te plaatsen tussen de verdrukten en de verdrukker, door hun plaats in te nemen in de kampen waar verdrukt wordt, zij doen het eveneens door hun aanklacht tegen elke vorm van des-humanisering van de mens, door alles wat achterhaald is met betrekking tot de moderniteit van de Menswording, van de Verrijzenis, van Pinksteren en van het mysterie van de Kerk, verblijfplaats van het geincarneerde Woord in zijn wereld als Traditie, zoals vader Boris Bobrinskoy er ons nog onlangs aan herinnerde.

Het sacrament van de broeder als manifestatie van de actualiteit van Gods liefde voor allen.

Het geïncarneerde Woord verkondigt de moderniteit van een Koninkrijk die niet van deze wereld is,  en hij klaagt , soms met een profetisch en goddelijk geweld, alles aan wat deze voltooiing van het koninkrijk in de weg staat. ‘Uw Rijk kome !', heeft hij ons geleerd te bidden tot de Vader. Maar het volstaat niet alleen om het te zeggen, te roepen en te zingen : Christus God doet het. Hij is het die dit gebed realiseert doorheen  gans zijn leven en gans zijn onverwoestbare tegenwoordigheid doorheen de geschiedenis. Door de transcendente eschatologie van het Koninkrijk van God te verheerlijken, weten wij goed , door de  Heilige Geest, dat de wereld waarin we leven er reeds het sacrament van is - ‘sacrament van de toekomst'- in  al zijn helderheid en doorzichtigheid, van de gekruisigde wereld door de zonde : de heiligen kondigen het licht aan van de komende eeuw, en zij bemerken het nu.reeds. Zij kondigen het reeds aan in het actieve medelijden, en in het ‘sacrament van de broeder', waarvan de heilige Vaders spreken, en waaraan metropoliet Daniel van Moldavië onlangs nog  herinnerde naar aanleiding van een recent West-Europees orthodox congres. De sociale aanwezigheid, een aanwezigheid in de wereld van de man of de  vrouw van de Kerk, is een twijg in de heilige Wijngaard dat het Woord wordt genoemd ,het is een heilige moderniteit, een afstraling van de heiligheid van de gedeifieerde mensheid van het Woord.

Deze uitstraling van het goddelijk licht in het sociale, humanitaire, in één woord : broederlijk getuigenis van de christenen is vast geworteld in het sacrament en het ministerie van de Kerk. De gedoopte is een geconsacreerde, gewijd in het priesterschap van Christus door het doopsel, de zalving met chrisma en de eucharistie.  Zijn getuigenis in de wereld, de meest nederige dienst die hij gedaan heeft aan een ‘menselijke broeder' zoals de dichter François Villon het zegt, in het hospitaal (het meest nederig bassin dat hij vervangt in een hospitaalbed...),in  de gevangenis, in de kampen, behoren tot de lijst van het priesterschap van de gedoopten. Het toont ons de actualiteit van de liefde van God voor allen, gelovigen of niet, gedoopten of niet, of ze God liefhebben of haten. ‘Het is aan mij dat je dit hebt gedaan', zegt Christus. Hij kan evengoed zeggen : ik ben het die het gedaan heb voor U, door het ministerie van mijn Kerk waarvan gij de actieve leden zijt. Dit getuigenis dat in het verleden gebeurde en in onze tijd  nog gebeurt door de actieve deelname van orthodoxen aan gelijk welk soort van verenigingen voor de verdediging van de menselijke persoon (CIMADE,ACAT,enz...) is geworteld in de liturgische concelebraties van de gedoopten.. De moderniteit van de orthodoxie is dus het zich in beslag laten nemen door  Christus, in  Geest van de Vader ten dienste van de ziekte van ziel en lichaam. Wij kennen de rijkdom van het sacramentele gebed van de Kerk : niet alleen de zalving en het gebed om genezing, maar ook deze mooie smeekbede die aansluit bij de bekommernis van onze tijdgenoten voor wat betreft de euthanasie : deze waar de gelovigen, zich buigend voor de wil van God, hem vragen om de banden die ziel en lichaam van de stervende verbinden te verbreken, en zijn dienaar te laten gaan in vrede {...}

De moderne geest van de orthodoxie voelen wij goed aan. Het bestaat erin om in communio te treden met wat Christus , waarvan wij de ledematen zijn, heeft gedaan : Hij draagt de wereld, hij redt allen, hij draagt, zoals de Voorloper zegt, de zonden der wereld. Wanneer wij, met de zegen van onze bisschoppen, in het gebed van de Kerk een gebed invoegen voor deze of gene gebeurtenis die wij tegenkomen in onze wereld ‘gezien op de televisie', dan doen we zoals Christus heeft gedaan.  Wanneer wij voor het kerkelijk gebed de namen van de levenden en doden aanbrengen, dan nemen wij deel aan zijn priesterlijke voorspraak. Dat is Christen zijn : in de Heilige Geest doen wat Christus heeft gedaan en nog doet om de wereld  te redden. De orthodoxe geest moet bezorgd zijn, niet om de leer, ideeën en waarden te doen triomferen, maar om het heil aan te kondigen voor zijn menselijke broeders, te beginnen met zichzelf, de eerste kleine broeder ! {...}.

Verrukt zijn en dank zeggen voor alles wat goed is en mooi

De moderniteit van de kerkelijke orthodoxie manifesteert zich nog door de lofprijzing ! De Kerk, het Volk van God, is een volk van celebranten, herhaalde Vader Aklexander Schmemann dikwijls. ‘Kom, vieren wij de Heer!' zegt de heilige profeet David in zijn psalm. Wij prijzen Hem, wij loven Hem, wij zeggen Hem  dank, wij zegenen Hem voor alle zichtbare en onzichtbare weldaden , gekende en ongekende, dat elke dag en overal en op elk uur Hij het waardig moge vinden, in zijn onmetelijke barmhartigheid, Zijn onuitsprekelijke medelijden, Zijn  ondoorgrondelijke wijsheid en de rechtvaardigheid van Zijn oordelen, weldadig en gratis over ons, over onze naasten, over onze gemeenschappen, over gans Zijn Kerk, over de ganse wereld, over hen die geloven en over hen die niet geloven, over hen die u liefhebben en over hen die  Hem haten ! Zijn zegen uit te storten{...}

Getuige zijn  in gans de moderniteit van de kerkelijke orthodoxie,  is dus eveneens zich verwonderen over alles wat anderen als mooi en goed doen, want elke goede daad, elke perfecte gave, elke mooie en goede daad heeft zijn bron in de hemelse Vader. Hij is de bron van alle goed, zoals de heilige Jacobus zegt. Zelfs tegenover het Golgotha van deze wereld en van de Geschiedenis, waar Christus ‘in doodstrijd is tot aan het einde der tijden', looft de gelovige de onvatbare wil van de Vader. Hij looft  de wil van de Vader  dikwijls tot tranen toe bewogen : in de doorschijnendheid van zijn tranen looft hij de onvatbare wijsheid en de onuitsprekelijke barmhartigheid van God ! Hij looft Hem in het mirakel, maar hij looft Hem ook in het lijden van onschuldige kinderen en in de doodstrijd, want hij weet door het geloof, dat zelfs in de hel Christus zich in zijn menselijkheid  aanwezig , actueel, synchroon met de verscheurde menselijke conditie stelt.

De bekommernis van de Kerk is om de moderniteit van de orthodoxie in de wereld, door middel van synchronisatie (=ons leven hier op aarde moet getoetst worden aan Christus'leven) te doen binnentreden, in zekere zin om hem te moderniseren in de geest van  Christus . Het is een kwestie van  een transfiguratie te ondergaan in de vrijheid die Christus  ons geeft. Onze bekommernis is , om in de moderniteit ook dezen te accepteren die uit de wereld komen : dat de Heer ons de moed geeft om ook hen waardig te achten door een waarachtig charisma van apostoliciteit ! {...}

De vertragingen in de moderniteit

{...}Mij moeten in alle eerlijkheid erkennen dat er vertragen zijn in de moderniteit van de kerelijke orthodoxie {...} Wij weten maar al te goed, dat de orthodoxie niet synoniem is met moderniteit, en dit niet omdat ze zich niet moderniseert, maar omdat ze nog altijd aan  haar eigen moderniteit niet volledig toe is{...} Het is de zonde die de moderniteit afremt. Wij weten dat de verrezen Christus in zijn zijde een gapende wonde draagt. Dit verheerlijkte lichaam, dat ons de toekomstige toestand van de verrezenen openbaart, bloedt nog altijd. Onze zonde onderhoudt deze blessure, waarvan de bloeding nochtans, en daar zijn we zeker van, de mensheid en de schepsels voedt. Deze wonde tekent het anachronisme van een leven dat nog altijd gevangen is door de zonde.

De tijd van bekering is nabij : laat ons orthodoxen worden, in de ganse kracht van dit woord ! {...} Laat ons vrijwillig verzaken, door een echte bekering,  aan het sektarisme waardoor wij opgesloten geraken in onszelf, om menselijke meesters te volgen. Laat ons verzaken  aan de geest van rivaliteit, van jaloersheid of van dominatie, dat de Heilige Efrem aanwijst in zijn mooi gebed dat gelezen wordt gedurende de vasten, laat ons verzaken aan  het integrisme (behoudsgezindheid) dat de ganse orthodoxie in zijn eenheid verduistert  en die agressiviteit veroorzaakt, laat ons verzaken aan  het traditionalisme dat de Traditie en de gewoonten die ook tradities worden genoemd, maar nog niet door  het kerkelijk geweten zijn goedgekeurd, met mekaar  verwart , laat ons verzaken  aan het modernisme, dikwijls gevoed door een slecht geweten of een minderwaardigheidsgevoel met betrekking tot andere christelijke gemeenschappen die meer op prestatie uit zijn, en uiteindelijk uitmonden in een secularisatie van de Kerk en de openbaring van haar leven en waarheid, laat ons verzaken aan het secularisme dat eigen is aan orthodoxen : nationalisme, ritualisme of formalisme. Laat ons verzaken aan de neiging om zijn talenten onder de grond te stoppen, en om datgene te doen voorkomen als oud en onbruikbaar wat nog zo jong is !{...}

Kerkelijke interesse voor projecten

De Kerk als plaats van zegen, blijft een plaats van de paasstrijd. Het Koninkrijk behoort toe aan de ontstuimigen, aan diegenen die zichzelf geweld aandoen en die met hartstocht verlangen naar het heil. Het berouw is een heftige terugkeer naar het leven en de zaligheid, ons aangeboden door de Schepper aan zijn schepsel . En het berouw is profetisch, want het zet aan om projecten te ontwikkelen. {...}

De moderniteit van de orthodoxie openbaart zich in de bekwaamheid om initiatieven en  creativiteit toe te juichen  in de maatschappij en in de eigen gemeenschap van gelovigen.  Haar project is alles wat goed is, waar en mooi, omdat de hemelse Vader er de bron van is. Laat ons het liturgisch en theologisch onderzoek en de creativiteit aanmoedigen. Dit is de rol van de theologische instituten in gans de wereld, alsmede van de parochiale en monastieke centra voor catechese en studie. Wij denken bijvoorbeeld aan de rol die gespeeld wordt door het monasterie van de ‘Protection-de-la-Mère-de-Dieu, te Solan , in de Gard (Frankrijk), voor wat betreft de reflectie en de christelijke ecologische praktijk. De jongerenbewegingen : het is zo goed deze te helpen ontwikkelen en te ondersteunen. Het zijn haarden van ideeën en creativiteit. Het hangt van de ouderen onder ons af om nooit de Geest te laten uitdoven.

Ook in de maatschappij handelt de Geest voor het goede, het mooie en het ware. De Kerk kan wellicht ook haar verantwoordelijken voor de wetenschappelijke cultuur vormen, opdat men zou weten waarover de mensen praten. Zij kunnen zich interesseren voor de ontdekkingen  en onderzoekingen, niet alleen  op het vlak van de bio-ethiek, zoals dit reeds gebeurt in het kader van het Institut Saint Serge, maar ook op andere domeinen van de cultuur - technologie, wetenschap, kunst... De Heilige Geest doet de ontdekkingen en de uitvindingen ontstaan. Paul Evdokimov schrijft dat ‘als de cultuur echt is, voortgekomen uit de cultus, dan herontdekt men haar liturgische wortels...De cultuur is in haar essentie het onderzoek in de Geschiedenis van datgene wat niet in de Geschiedenis kan gevonden worden, van datgene wat haar overstijgt en haar buiten haar limieten leidt' (L'Orthodoxie, 2e ed.,Desclée de Brouwer, p. 314)

‘De eschatologische houding, is de fundamentele houding van de kerkelijke moderniteit'.

De Kerk ‘eschatologische gemeenschap' en ‘ eschatologische bevestiging', zal zijn rol als getuige spelen : zij getuigt voor alles wat nobel en geniaal is in de gemeenschap van de mensen, in afwachting van het Oordeel{...}In  de wereld waarin wij leven moet wij ons voorbereiden op aangrijpende ervaringen door een passionele gebruik van de vrijheid.  Toch is het  een enthousiasmerende wereld, de eerste civilisatie die wij kennen in de Geschiedenis die op de proef wordt gesteld omwille van de vrijheid.  Deze wereld laat elke dag nieuwe zaden voor interessante ideeën ontkiemen. Elke dag opnieuw beleven wij er ingrijpende veranderingen op het domein van de moraal en de kennis, wij leven in het tijdperk van de grote ethische en spirituele keuzes ( een jongere riep onlangs op om te ‘kiezen in het geloof'), men wil de hoogste vrijheid in de confrontatie met de dood.  De Kerkelijke tussenkomst, in haar moderniteit, bestaat erin om in deze wereld over God te getuigen, om de verdediging van God op zich te nemen, om voor hem te bemiddelen op het Laatste oordeel. {...}

Het gaat erom, de glorievolle terugkomst van de onzichtbare en toch aanwezige Christus voor te bereiden ‘met ons tot aan het einde van de wereld'. ‘Hij komt in glorie terug om  levenden en doden te oordelen'. ‘De eschatologische instelling is het fundament van de kerkelijke moderniteit', volgens bisschop Athanase  van Herzegovina. {...}

De zending van de Kerk, in haar relatie met de wereld, bestaat er niet in om technieken bij te brengen, originele structuren. Haar zending is ‘het levende en profetische geweten van het drama van deze tijd te zijn'(Patriarch Ignace IV van Antiochië).{...} Laat ons kerkelijk leven, ‘eenvoudigweg : samen' : in de parochie, in het gezin, in het monasterie. Laat ons  de aanmaning van Christus ernstig au serieux nemen :' Indien uw broeder iets tegen u heeft...' opdat wij elk schisma zouden vermijden en de kwetsuren  die bestaan  zouden genezen.  Wij moeten ons een eschatologische mentaliteit eigen maken, die ook  deze was van de eerste Christenen.

Het is voor ons persoonlijk duidelijk dat het leven volgens het orthodoxe geloof, naast en tegenover onze tijdgenoten, even paradoxaal is als dat van de eerste Christenen in de Antieke wereld : ook voor hen weerklonk het appèl om in de wereld te zijn, zonder te zijn van de wereld. Ook voor hen bestond de roeping erin om alles te her-interpreteren. Ook zij wisten dat zij op één of andere dag zouden geconfronteerd worden met het martelaarschap. Wij, die leven in de 21e eeuw, wij weten niet met welke enorme en nieuwe beproevingen de mensheid morgen of overmorgen zal geconfronteerd worden. Maar wij weten wel dat onze zending erin bestaat om te getuigen volgens het ware geloof in Jezus Christus ‘totdat Hij komt'. Wij weten dat wij datgene moeten doorgeven wat Hij ons heeft gegeven en Hem navolgen, niet als een vreesachtig verborgen talent  maar als een mooi talent dat het honderdvoudige teruggeeft. Er zal ons gevraagd worden wat we hebben gedaan met de Traditie die ons werd toevertrouwd, en wij hopen door Hem als zijn ‘welbeminden' genoemd te worden. !

                                  banner 6

Uit SOP  318

Vrij vertaald door Kris B.

03-08-08

Theologie en Mystiek

 

 crossoooop

THEOLOGIE EN MYSTIEK

of

OVER HET WOORD VAN GOD EN DE MYSTIEKE ERVARING ERVAN

Veelal hoort men dat men het goddelijk mysterie niet moet verdiepen om het te behoeden voor een verstandelijke uitleg. Men moet het eerder beleven... Maar zijn wij met onze belevenis, ons geloof en onze houding wel steeds op de weg van de waarheid ?

Men mag dus bijgevolg het geloof in het goddelijk mysterie niet herleiden tot een zuivere intellectuele of een zuiver mystieke aangelegenheid. Denken we aan de woorden van de H. Evagrius van Pontus (4de e): "Indien je theoloog bent, dan zal je werkelijk bidden, en indien je werkelijk bidt, dan ben je theoloog".  Hoe ben ik zeker van dit "werkelijk"  bidden ?

De orthodoxe Kerk benadrukt met aandrang dat de ganse goddelijke liturgie een sacrament is waarbij het sacrament van het Woord één is met het sacrament van de Gaven; (cfr. "L'eucharistie: sacrament du royaume" V. Alexander Schmemann).

De leer van de Kerk verdiepen is niets anders dan deelnemen, communiceren zeggen de Vaders, aan het Woord van God. Het Woord van God is Jezus Christus; Hij is de "theologos";  Hij is het Woord dat

"waarachtig leven"  schenkt vrij van verderf, lijden en dood. Het is toch betekenisvol dat wij Christus niet 'bloed of lichaam van God' noemen maar wel Woord van God.

Dit "waarachtig leven"  is het ware geloof van de Kerk, is de waarheid van de Kerk, met welke ik in gemeenschap, in communio kan treden. Dit veronderstelt een ontlediging van mijn vooroordelen, mijn hardnekkigheid, mijn egocentrisme, mijn onwetendheid om mij te zuiveren en om werkelijk het Woord van de Ander te aanvaarden en lief te hebben. Het sacrament van de Heilige Eucharistie is communiceren aan het Woord van God, Jezus Christus werkelijk aanwezig in de Heilige Communie.

Door participatie word ik deelachtig aan het leven-schenkende Woord, de enige waarheid en realiteit voor de Kerk. De Kerk kan dus bijgevolg niet de waarheid onderwijzen, maar kan enkel de weg naar die waarheid tonen. De Kerk, in zijn liturgische bijeenkomsten, viert niet alleen het sacrament van de bijeenkomst van de gelovigen maar ook hun samen op weg zijn naar het eeuwige leven dat geen scheiding, verderf, lijden en dood kent.

Deze deelname aan het goddelijk mysterie vindt zijn uitdrukking in de spiritualiteit, of beter nog in de mystieke theologie van de Kerk. Voor de Kerk en haar traditite bestaat er geen echt onderscheid tussen theologie en mystiek, tussen het woord en de deelname aan dit woord, tussen de leer van de Kerk en de persoonlijke ervaring van het goddelijke mysterie. Een onderscheid zou een tegenstrijdigheid zijn, want Jezus Christus is het Woord van God en het leven van de wereld. Het Woord van God redt de wereld juist omdat dit Woord leven is.

Theologie en mystiek vervolledigen elkaar en het ene is ondenkbaar zonder het andere. De theologie staat in dienst van de mystiek. Weliswaar moeten we nu theologie begrijpen als het Woord-Christus dat leven geeft. De mystieke ervaring is een persoonlijkewaardering, de theologie is een uitdrukking voor het nut van allen, maar ervaren door elkeen. De theologie behoedt de waarheid van de Kerk in haar geheel, anders zou de mystieke ervaring van ieder van ons ontdaan zijn van zekerheid, van objectiviteit; het zou een mengsel zijn van hetgeen waar en vals is, van realiteit en illusie en wij vervallen in "mysticisme".

Anderzijds heeft het Woord van God als theologie, als het onderricht van de Kerk, geen enkele vat op de ziel, indien deze geen intieme ervaring uitdrukt van de gegeven waarheid, waarin elke gelovige zich kan terugvinden. Er is geen mystiek zonder theologie, en geen theologie zonder mystiek. Het is geen toeval dat de titel "theoloog"  werd toegekend door de Kerk aan de drie meest mystieke kerkleraren: de heilige Johannes, de heilige Gregorios en de heilige Symeon.

Indien er zich, om een of andere reden, toch een kloof voordoet tussen mystiek en theologie dan krijgen we te kampen met het verschijnsel "secularisatie";  waarbij de ziel in haar ervaring vervreemdt van het onderricht van de Kerk. Dit verschijnsel werd een historische realiteit in de loop der tijden. Ook de orthodoxe Kerk kan aan dit gevaar ten prooi vallen; indien niet langer de mystieke ervaring van de gedoopten geldt als autoriteit, als canon om de waarheid van de Kerk verder te behoeden en te bepalen.

Het onderricht en de kennis van het Woord van God, realiteit en waarheid van de Kerk, is in laatste instantie een middel, een geheel dat ons verlicht - waarbij ons christen-zijn voor onszelf en anderen een oneindige en onschatbare verkenning wordt op de weg naar het eeuwig leven - en moet dienen om ons te verenigen met Diegene die alle kennis te boven gaat: de vereniging met God, ook theosis genoemd.

De christelijke leer is dus praktisch gericht enheeft een mystieke bedoeling: de vereniging met God.

De ganse geschiedenis van de Kerk is een dogmatische stijd, een voortdurende bezorgdheid om op elk moment van de geschiedenis voor de christenen de mogelijkheid te vrijwaren de volheid van de mystieke vereniging te realiseren, die zich als volgt resumeert: "God is mens geworden opdat de mens vergoddelijkt worde".

Het zich inwijden in het leven, in de theologie van de Kerk is dus meer dan noodzakelijk om haar spiritualiteit en haar leer te kennen die de basis vormen van een mystiek. De Kerk is bijgevolg ook bezorgd over de inwijding van haar gedoopten, waarbij zij op het einde der tijden - in naam van haar gezagdragers - verantwoording zal moeten afleggen over haar pedagogische rol. Vandaar dat wij binnen deze Kerk de gelegenheid hebben om ons verder in te wijden bij middel van persoonlijke lectuur: boeken, tijdschriften, kunstboeken enz.; maar ook door catechetische besprekingen, cursussen die hier en daar ingericht worden, reizen, pelgrimstochten en dergelijke meer.

De mystieke theologie is niets anders dan een spiritualiteit die een houding uitdrukt gebaseerd op de leer van de Kerk. Wij kunnen dus de vereniging met God niet ten volle realiseren zonder ingewijd te zijn in het Woord van God, waarvan ons de volheid zal geopenbaard worden in die vereniging. Dit lijkt wat tegenstrijdig, maar op de inwijding van de mens zal de verdere inwijding in en door de Heilige Geest plaats vinden. "Ik plaatste het vuur op aarde... ik verlang dat alles vuur vatte".  Door de doop en de myronzalving ben ik in de mogelijkheid om door de Geest die over mij is, de boodschap uit te dragen en het ware licht te geven. Ik drink deze kelk niet tot veroordeling maar tot heiliging van ziel en lichaam. De theologie moet een praxis, een houding veroorzaken.

Immers, Jezus heeft ons geen nieuwe filosofie,systeem, ideeënleer of een eenvoudige godsdienst achtergelaten; maar Hij heeft Zijn Lichaam achtergelaten, Zijn Geest gezonden om de mens herboren te laten worden van water en geest, de enige ware renaissance voor de menselijke ziel. Dit herboren worden is zich bekleden met Christus, het Woord van de Vader, de drager van de Geest. Het Evangelie spreekt ons over "nog vele dingen die niet in boeken te vervatten zijn".  Al deze zaken kunnen we kennen in en door de Kerk.  Zo ook met het Evangelie: buiten de Kerk betekent dit zo goed als niets. Het is geen toeval dat het Evangelie op het altaar staat.

Onder invloed van andere historische gebeurtenissen, zal de Kerk later dogma's formuleren. Oorspronkelijk zijn het "hori"  in het Grieks of "termini"  in het Latijn. Dit wil zeggen "grenswaarheden"  of de grenzen aanduiden binnen dewelke de waarheid van de mystieke ervaring blijft behouden. Een dogma zal niets anders doen dan dezelfde waarheid "Christus is verrezen uit de doden"  in een ander verwoording uitdrukken, naargelang de historische omstandigheden of de ketterse leer, die moet weerlegd worden. Zowel het Evangelie als het dogma drukken de volheid van het nieuwe verborgen leven uit. Het leven van de Kerk, haar traditie en dogma's, moeten niet alleen behouden blijven, maar ook ons leven veranderen. Anders heeft de theologie geen praxis veroorzaakt en betekent dit dat het Woord Gods niet naar zijn waarheid wordt geschat, in een steriele afgrond is gestikt en geen vlees en bloed geworden is in de mens. Wanneer wij bidden zeggen wij woorden. De bedoeling echter is dat wij zelf gebed worden en zijn door ons dagdagelijkse handelingen uit te drukken in een onafgebroken liturgische handeling met de zondagsliturgie.

De grootste inspanning binnen de theologische kringen van de eerste eeuwen is het op punt stellen van de leer van dit Woord Gods, te weten de leer in verband met Christus of christologie. Dit wil zeggen:

Christus is de tweede persoon van de Heilige Drie-Eenheid en is volkomen God en volkomen Mens. De gehele christelijke leer, en dus bijgevolg ook de orthodoxe leer, is een christologische leer. Alles concentreert zich om het mysterie van de God-mens Christus. De leer over de Kerk of ecclesiologie, de leer over de Heilige Geest of pneumatologie, de leer over de Heilige Drie-Eenheid of triadologie, de leer over Maria of mariologie, de heiligenleer of hagiologie, de leer over het heelal of cosmologie, de leer over de mens of anthropologie, de leer over het beeld of iconologie enz. zijn geen gevolgen of uitlopers van de christologie. Neen. De ecclesiologie is christologie, de pneumatologie is christologie, de triadologie is christologie, de cosmologie is christologie, de anthropologie is christologie, de iconologie is christologie; met andere woorden alles laat zich begrijpen, kennen ervaren en beschouwen door en in het mysterie van Christus, het Woord van God dat in de wereld kwam.

"Mijn ziel kleeft aan de grond, maak uw dienaar levend naar uw Woord"  zegt de psalm. De theologie is een catechetische uiteenzetting, geen wetenschap voor intellectuelen, ieder die bidt is theoloog. Toch huiveren heel wat mensen bij het horen van het woordje theologie. Vergeten we niet dat de zwakheid van een Kerk ligt in de zwakheid van haar theologie. Binnen de theologie moeten we echter opnieuw de methode van de kerkvaders invoeren: de patristieke methode, die erin bestaat de leer te verbinden aan de spiritualiteit, het geloof aan de liturgie, het gebed aan de ethiek; m.a.w. de innerlijk vitale band te zien tussen de verschillende onderdelen binnen de theologische studie. Het komt er op aan, zoals dit ook het geval is in een historische benadering van aan totaal-geschiedenis te doen; terug de band te ontdekken tussen de leer, het gebed, de eucharistie, de kunst, de muziek, de canons, de uitleg van de bijbel, de spiritualiteit, de ethiek enz. die alle

vertrekken en uitmonden in het mysterie van Christus, hernomen, tegenwoordig gesteld en naar het einde verwijzend in de Eucharistie.

En zoals de H. Ireneus van Lyon (2de e) het samenvat: "onze leer  (lees onze theologie) is in overeenkomst met de eucharistie, en de eucharistie bevestigt haar".

 

Vader Dominique

 

 



 

 

 

Soms kan de vlam (van een lamp)

oplaaien en hevig branden.

Andere keren brandt hij zacht en stil.

Soms licht de vlam plotseling op

en geeft een sterk licht af.

Andere keren verspreidt de kleine vlam

(van de lamp) slechts een flauw licht.

Zo is het ook gesteld met de lamp

(van de genade in de ziel).

Hij is altijd ontstoken en

geeft onophoudelijk licht,

Maar als hij opvlamt en

zijn bijzondere straling verspreidt,

is het alsof de ziel dronken is van de liefde Gods.

Andere keren, bepaald door God Zelf,

is het licht er nog wel,

Maar is het slechts een zachte gloed.

 

Makarios de Grote