13-02-09

Nicolas Lossky : Eucharistische gestvrijheid

EUCHARISTISCHE GASTVRIJHEID

 

Vader Nicolas Lossky

 

Laatste avondmaal ethiopisch

In de inter-confessionele context waarin we leven, wordt dikwijls de vraag gesteld waarom er niet zuiver en eenvoudig vrijheid wordt gelaten op het domein van de deelname aan de Eucharistie. Men weet dat de orthodoxen, die toch deelnemen aan de oecumenische Beweging, en dit sedert het begin van de XXe eeuw, zich hebben verzet tegen wat men moemt de 'eucharistische gastvrijheid'.  Met uitzondering van een aantal gevallen waar de bisschop of zijn afgevaardigde die de celebratie uitvoert, om pastorale redenen, die deel uitmaken van zijn verantwoordelijkheid tegenover God, toch sommige niet-orthodoxen toelaat tot de communie. De regel wil dat alleen  leden  van de orthodoxe Kerk die niet geëxcommuniceerd zijn toegelaten worden. De uitzonderlijke gevallen waarvan sprake zijn het gevolg van wat de orthodoxen de 'economia' noemen, een begrip dat dikwijls verkeerd begrepen wordt. Het gaat hier niet om een  'afschaffing' van een regel, maar om een ' niet toepassen' ervan en dit in specifieke gevallen die voortkomen uit pastorale noodzaak. De regel blijft bestaan. Het is dus van belang om te onderzoeken waarom de orthodoxe Kerk slechts orthodoxen toelaat tot de communie.

De eerste reden  houdt verband met de orthodoxe opvatting van de eucharistie - een opvatting welke de orthodoxen trouwens delen met de katholieken. De eucharistie vertegenwoordigt de ultieme uitdrukking van de eenheid van de Kerk. Zij is de Kerk. Dit impliceert een totale eenheid in de belijdenis van het geloof, voor alles het geloof in de goddelijke Drieeenheid dat zich aan ons geopenbaard heeft in de menswording van Jezus Christus, de God-mens die 'één is van de Heilige Drieeenheid'. Deze eenheid in de trinitaire geloofsbelijdenis impliceert een juiste ecclesiologie, wat de heilige Paulus uitdrukt als hij schrijft aan de Kerken, bijvoorbeeld 'tot de Kerk van God te Korintië...'(1Kor.1,2 en 2 Kor.1,1). 'Kerk van God' betekent hier wat een weinig later Ignatius van Antiochië zal noemen 'katholieke Kerk', niet in de betekenis van 'universeel', maar wél de Kerk die de volheid van het geloof belijdt, die de volheid van de Openbaring (kath'olou = volgens alles)ontvangt. Men herinnert zich dat de heilige Ignatius deze uitdrukking gebruikt in verband met het Godsvolk, verzameld rond de bisschop, dat tegelijk universeel is, omdat het in communio is met alle eucharistische  bijeenkomsten 'die overal de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen' (1 Kor.1,2).

 De orthodoxe ecclesiologie veronderstelt dus een band tussen het volk van God en de bisschop die voorgaat maar die in zijn hoedanigheid van voorganger niet ophoudt deel uit te maken van dit Godsvolk.

 Dit brengt ons tot een ander aspect van de orthodoxe ecclesiologie, een aspect die ons beter zal toelaten, zelfs als onze christelijke broeders en zusters het er niet mee eens zijn, de zeer belangrijke reden van de orthodoxe  aarzeling ten overstaan van de eucharistische gastvrijheid te begrijpen. De verzameling van het Godsvolk, voorgezeten door de bisschop, is een vergadering die verenigd is in geloof en waar allen mede-verantwoordelijkheid dragen voor dit geloof. Er zijn in de Kerk geen passieve leden. Er zijn  in de orthodoxe ecclesiologie geen begrippen als 'de lerende Kerk' en de 'onderwezene Kerk'. Allen zijn verenigd in een communio die zich aldus uitdrukt (zoals in de Goddelijke Liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos) : 'Laat ons elkander beminnen, om in eenheid te belijden : de Vader, de Zoon en de heilige Geest, Drieeenheid, die éénwezenlijk en ondeelbaar is'. Het gevolg is, dat de verzameling van gelovigen en de clerus geroepen zijn om gericht te zijn naar de eenheid in verscheidenheid (of  naar de verscheidenheid in de eenheid), waarvan het mysterie van de absolute eenheid in de verscheidenheid niet minder absoluut is dan deze van de Heilige Drieeenheid, twee absoluut-heden, wat filosofisch gezien een absurditeit is, een 'tegenstrijdigheid' zoals de heilige Gregorius van Nazianze het zegt. Hij wordt dan ook voor niets 'de Theoloog' genoemd.

 Indien de eucharistische bijeenkomst geroepen is tot de eenheid in verscheidenheid naar het beeld van de Heilige Drieeenheid, dan impliceert de orthodoxe ecclesiologie, maar dan begrepen als een theologie en niet als een beschrijving van een organisatie of eenvoudigweg een institutie, dat elk lid niet simpelweg een lid is van een Kerkvergadering ; elk lid is dusdanig verbonden met de anderen in Jezus Christus dat hijzelf 'Kerk' is. Hieruit vloeit voort, dat waar hij communiceert, het de Kerk is die communiceert. De communie kan dus niet gezien worden als een individuele daad. Als ik in een katholieke, anglikaanse of protestantse Kerk ga communiceren, en dit in het licht van wat boven gezegd is, dan stem ik in met die Kerk. Anderzijds, als men mij zegt dat het slechts een uitzondering is, een 'profetische'daad, dan vergeet men dat niet ik alleen communiceer maar de ganse kerkelijke gemeenschap waaraan ik deelheb communiceert met mij, want in de Kerk zijn wij geroepen om de staat van individualisme te overstijgen, om een persoon te worden, dit wil zeggen ,een 'zijn-in-communio', zoals metropoliet Jean van Pergame (Zizioulas) het uitdrukt. Hij laat geen gelegenheid voorbijgaan om er aan te herinneren dat er binnen de Kerk gaan plaats is voor individualisme.

 Tot besluit kan men zeggen dat, indien men in de orthodoxe Kerk de praktijk van de eucharistische gastvrijheid systematisch en zonder discriminatie zou toepassen krachtens het zo dikwijls geciteerde  principe volgens hetwelke het de Heer is die uitnodigt en  leidt, dit zou betekenen, indien men aanvaard wat gezegd is, dat ieder die men de communie zou geven, of hij het wilt of niet, ingelijft  wordt in de orthodoxe Kerk. Maar men zou niet toelaten dat deze persoon elders te communie gaat.

Vrij vertaald uit 'Contacts'

No 210 - 2005 door Kris B.

 

17-08-08

Waarom de goddelijke liturgie ?

WAAROM DE GODDELIJKE LITURGIE ?

 

1.GEHOORDE OPWERPINGEN. 

Te dikwijls is men geneigd om de Goddelijke Liturgie of Eucharistische Celebratie te beschouwen als een "plechtigheid" of een "viering", waarop wij moeten aanwezig zijn, die wij moeten bijwonen, die een deel van onze zondag in beslag neemt, die ons belet van een volledige vrije dag te hebben, die ons belet van vele andere plannen uit te voeren, die ons belet van gedurende die tijd te werken, te studeren of op bezoek te gaan of misschien anderen te ontvangen.

 Is de Goddelijke Liturgie dan de "spelbreker" van onze zondag?

Daarbij - zo hoorde ik soms opwerpen - om naar God toe te gaan is er toch geen "Liturgie" nodig ! "Ik voel me echt «gelovige» ook zonder Goddelijke Liturgie. Ik heb er echt geen behoefte aan. Ik kan thuis ook bidden. Daarom ben ik toch geen slechte christen omdat ik niet naar de Liturgie kom !"

 2. CHRISTEN ZIJN IS NIET ALLEEN CHRISTUS' LEER VOLGEN.

Het is echt nodig ons over dit alles even te bezinnen. Inderdaad (orthodox) christen zijn is niet alleen Christus' leer, ons gebracht door Zijn Heilige Evangeliën, willen volgen. Dan zou onze godsdienstige beleving gewoon de uitbouw betekenen

van een levensregel, die we weliswaar aankleven, doch die "paralel" zou kunnen geplaatst worden naast vele andere

overtuigingen die aan het menselijk gedrag richting kunnen geven.

Orthodox christen zijn is heel iets anders : het is Christus ontmoeten, Christus in ons leven plaatsen, leven in Christus.

Dit kan slechts door het voortdurend persoonlijk gebed (dat ons tot deïficatie brengt) en door de Goddelijke Mysteriën (of Sacramenten) en dan vooral in en door de Eucharistie, het communautair gebed, tijdens hetwelk wij ons axeren op het groot Godmenselijk heilsgebeuren.

3. ONZE ROEPING TOT DEÏFICATIE.

Ons persoonlijk gebed brengt ons tot "deïficatie", d.w.z. tot deelachtig­heid aan de goddelijke genade. God dringt dit niet op. God nodigt ons hiertoe uit. En die uitnodiging is voortdurend tot ieder van ons gericht. God strekt als het ware voortdurend Zijn hand naar ons uit. Ieder van ons kan dit vrijelijk beantwoorden. Niemand wordt ertoe gedwongen. Of wij zouden het ook nog op een andere wijze kunnen duidelijk stellen : de Heilige Geest straalt voortdurend Zijn goddelijk Licht naar ons uit en ieder van ons is geroepen om zich open te stellen om dit Licht te ontvangen. Pas dàn zal het ons "doordringen", "transfigureren", "deïfieren", "vergoddelijken". Of nog duidelijker gezegd : pas dàn zal het ons deelachtig maken aan de goddelijke natuur.

De mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Het beeld bezitten wij door de Schepping. De gelijkenis kunnen wij verwerven door onze samenwerkende vrije wil. Wij bezitten ze "in vermogen". Het leven van de christen zal er een zijn van

opgang tot verwerving van de "gelijkenis aan God". Van de "voltooiing van het goddelijk beeld in hem". Door de samenbundelende krachten van God en de mens zelf (we noemen dit "synergie") kan hij tot "vergoddelijking" komen.

Immers : zoals Christus-God onze menselijke natuur heeft aangenomen kunnen ook wij deelachtig worden aan Zijn goddelijke natuur.

Christen zijn is dus geen leer volgen met geboden en verboden. De christen is geroepen om, in alle vrijheid, door het voortdurend persoonlijk gebed (vooral door het Jezusgebed : "Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij.") de Heilige Geest in zich te laten doordringen, en derhalve als Ikoon van God medewerker te worden aan Zijn "voortdurende" Schepping, dààr waar Hij ons zal weten te plaatsen.

In deze context spreekt men niet van een "moraal", die ons moet leiden of die wij moeten volgen, zelfs niet van een christelijke moraal. De enige realiteit van ons bestaan als christen, de enige echt-menselijke natuur is er één van vereniging met God. Geenszins een onderwerping aan een wet, die ons het leven zuur maakt, wel een getrouwheid aan het beeld van God.

4. ONZE PERSOONLIJKE ONTMOETING EN    MYSTERIE­VOLLE VERENIGING MET CHRISTUS.

Er is echter veel meer : Christus-God is niet alleen Diegene, die wij gewoonlijk in ons tijdsgebeuren weten te situeren, wiens Menswording omzeggens 2.000 jaren geleden heeft plaatsgehad.

In de dimensie van de eeuwigheid, die realiteit die buiten elke tijd staat, brengt dezelfde Christus-God zijn goddelijke aanwezigheid in ons midden. In de dimensie van de eeuwigheid actualiseert zich de getuigenis van Jezus' Leven, Dood en Verrijzenis ook voor ons. Deze getuigenis, dit gebeuren dringt echter slechts tot ons door IN de kerk, DOOR de HEILIGE GEEST.

En het is de Goddelijke Liturgie die ons de "dimensie van het Rijk Gods", de "dimensie van de eeuwigheid" opent.

In en door de Goddelijke Liturgie worden wij aan het "tijdsgebondene" van deze wereld (met zijn zorgen en lasten) onttrokken om deelachtig te worden aan het Goddelijk gebeuren. Naast het persoonlijk spiritueel leven (persoonlijk gebed of gebed-ademhaling zouden wij kunnen zeggen) vinden wij in de Goddelijke Liturgie, dit mysterievol Eucharistisch gebeuren, het gebed-voedsel, waar het gebed voedsel wordt en het voedsel gebed.

Slechts in de Kerk, in en door de Eucharistie, kan de mens "deelnemen" aan Christus, wiens aanwezigheid de Heilige Geest ons brengt in de "Mysteriën". Als wij tot Hem willen naderen, komen wij in de Kerk tot een persoonlijke ontmoeting van personen, tot de intieme vereniging met de Levende Christus, dank zij de Heilige Geest. Christus treedt langs de Kerk tot het intiemste van ons bestaan.

Zo is de Eucharistie de uitdrukking en de beleving van de ganse Kerk. In de Eucharistie ontmoet ieder van ons Christus, en rond en door dezelfde Eucharistie zijn wij verenigd in hetzelfde geloof en in dezelfde liefde. De Heilige Geest, die niet

ophoudt neer te dalen over het "Lichaam van Christus" maakt van de Kerk (dit is het geheel der christenen, die persoonlijk door de Eucharistie verenigd zijn) de bewaarster van de Waarheid. De Eucharistie is derhalve het beeld van de "eenheid" bij uitstek.

De sacramentele handeling van de priester bestaat erin de komst van de Heilige Geest af te smeken over de gemeenschap

en van te attesteren (te getuigen) van het verhoren hiervan. De leken-gelovigen zijn dank zij de Epiklesis mede-liturgen in een samen handelen met de apostolische getuigenis van het priesterschap.

5. DE GODDELIJKE LITURGIE "OMVORMT" ONS LEVEN.

Bij het overwegen van al het voorgaande is het duidelijk dat alwie nalaat van regelmatig te participeren aan de Goddelijke Liturgie, meteen ook de mysterievolle vereniging van God zelf met zijn persoon uitsluit.

Onze regelmatige participatie aan de Goddelijke Liturgie "omvormt" ons leven van mogelijke eenzaamheid, zwakheid, tegenslag en ontmoediging in een leven van "Goddelijke Aanwezigheid", van sterkte en vreugde. Ons "tijdelijk aards leven" wordt voortdurend opnieuw geënt, geaxeerd op de "eeuwige Goddelijke dimensie", waar alles zonder einde is.

Door de Goddelijke Liturgie wordt ons christenzijn niet langer meer een "religieuze situering" of een "godsdienstige opvatting". Het wordt de intiemste vereniging van ons bestaan met God zelf, dank zij de kracht van de Heilige Geest. Als

getransfigureerde wezens putten wij in de Goddelijke Liturgie de kracht om onze zending in de wereld te vervullen, om "Gods Licht te weerkaatsen", om Zijn Boodschap uit te dragen bij allen, die Hij op onze weg zal weten te plaatsen.

Zonder de Goddelijke Liturgie is tenslotte ook de christelijke Communauteit een dode letter. Want Christus alleen, dank zij dezelfde kracht van de Heilige Geest, brengt ons in de Eucharistie tot éénheid, tot gemeenschap, tot Kerk.

6. CONCLUSIE.

De vraag "moet een orthodox christen iedere zondag aan de Goddelijke Liturgie deelnemen" is zinloos.

Inderdaad: ons christenzijn definieert zich niet met een reeks geboden of verboden. Ons christenzijn realiseert zich slechts door de vrije beantwoording van onze roeping tot "deïficatie" en door onze aanvaarding tot voortdurende intieme vereniging met Christus. De Goddelijke Liturgie - en zij alleen - biedt ons die mogelijkheid in de Goddelijke Mysteriën.

Het is derhalve duidelijk dat iemand, die zich aan de Goddelijke Liturgie onttrekt, die niet regelmatig participeert,

zichzelf ook buiten die "Goddelijke vereniging" plaatst, het Voedsel zal missen dat onontbeerlijk is voor zijn spiritueel leven.

Wie niet eet en drinkt, sterft. Wie spiritueel niet eet en drinkt, "sterft" ook. En dit reikt veel verder dan de vraag naar "moeten" of "niet moeten" ! Het gaat om ons "leven in Christus", om ons christenzijn !

 Vader Ignace Peckstadt

 

03-08-08

Theologie en Mystiek

 

 crossoooop

THEOLOGIE EN MYSTIEK

of

OVER HET WOORD VAN GOD EN DE MYSTIEKE ERVARING ERVAN

Veelal hoort men dat men het goddelijk mysterie niet moet verdiepen om het te behoeden voor een verstandelijke uitleg. Men moet het eerder beleven... Maar zijn wij met onze belevenis, ons geloof en onze houding wel steeds op de weg van de waarheid ?

Men mag dus bijgevolg het geloof in het goddelijk mysterie niet herleiden tot een zuivere intellectuele of een zuiver mystieke aangelegenheid. Denken we aan de woorden van de H. Evagrius van Pontus (4de e): "Indien je theoloog bent, dan zal je werkelijk bidden, en indien je werkelijk bidt, dan ben je theoloog".  Hoe ben ik zeker van dit "werkelijk"  bidden ?

De orthodoxe Kerk benadrukt met aandrang dat de ganse goddelijke liturgie een sacrament is waarbij het sacrament van het Woord één is met het sacrament van de Gaven; (cfr. "L'eucharistie: sacrament du royaume" V. Alexander Schmemann).

De leer van de Kerk verdiepen is niets anders dan deelnemen, communiceren zeggen de Vaders, aan het Woord van God. Het Woord van God is Jezus Christus; Hij is de "theologos";  Hij is het Woord dat

"waarachtig leven"  schenkt vrij van verderf, lijden en dood. Het is toch betekenisvol dat wij Christus niet 'bloed of lichaam van God' noemen maar wel Woord van God.

Dit "waarachtig leven"  is het ware geloof van de Kerk, is de waarheid van de Kerk, met welke ik in gemeenschap, in communio kan treden. Dit veronderstelt een ontlediging van mijn vooroordelen, mijn hardnekkigheid, mijn egocentrisme, mijn onwetendheid om mij te zuiveren en om werkelijk het Woord van de Ander te aanvaarden en lief te hebben. Het sacrament van de Heilige Eucharistie is communiceren aan het Woord van God, Jezus Christus werkelijk aanwezig in de Heilige Communie.

Door participatie word ik deelachtig aan het leven-schenkende Woord, de enige waarheid en realiteit voor de Kerk. De Kerk kan dus bijgevolg niet de waarheid onderwijzen, maar kan enkel de weg naar die waarheid tonen. De Kerk, in zijn liturgische bijeenkomsten, viert niet alleen het sacrament van de bijeenkomst van de gelovigen maar ook hun samen op weg zijn naar het eeuwige leven dat geen scheiding, verderf, lijden en dood kent.

Deze deelname aan het goddelijk mysterie vindt zijn uitdrukking in de spiritualiteit, of beter nog in de mystieke theologie van de Kerk. Voor de Kerk en haar traditite bestaat er geen echt onderscheid tussen theologie en mystiek, tussen het woord en de deelname aan dit woord, tussen de leer van de Kerk en de persoonlijke ervaring van het goddelijke mysterie. Een onderscheid zou een tegenstrijdigheid zijn, want Jezus Christus is het Woord van God en het leven van de wereld. Het Woord van God redt de wereld juist omdat dit Woord leven is.

Theologie en mystiek vervolledigen elkaar en het ene is ondenkbaar zonder het andere. De theologie staat in dienst van de mystiek. Weliswaar moeten we nu theologie begrijpen als het Woord-Christus dat leven geeft. De mystieke ervaring is een persoonlijkewaardering, de theologie is een uitdrukking voor het nut van allen, maar ervaren door elkeen. De theologie behoedt de waarheid van de Kerk in haar geheel, anders zou de mystieke ervaring van ieder van ons ontdaan zijn van zekerheid, van objectiviteit; het zou een mengsel zijn van hetgeen waar en vals is, van realiteit en illusie en wij vervallen in "mysticisme".

Anderzijds heeft het Woord van God als theologie, als het onderricht van de Kerk, geen enkele vat op de ziel, indien deze geen intieme ervaring uitdrukt van de gegeven waarheid, waarin elke gelovige zich kan terugvinden. Er is geen mystiek zonder theologie, en geen theologie zonder mystiek. Het is geen toeval dat de titel "theoloog"  werd toegekend door de Kerk aan de drie meest mystieke kerkleraren: de heilige Johannes, de heilige Gregorios en de heilige Symeon.

Indien er zich, om een of andere reden, toch een kloof voordoet tussen mystiek en theologie dan krijgen we te kampen met het verschijnsel "secularisatie";  waarbij de ziel in haar ervaring vervreemdt van het onderricht van de Kerk. Dit verschijnsel werd een historische realiteit in de loop der tijden. Ook de orthodoxe Kerk kan aan dit gevaar ten prooi vallen; indien niet langer de mystieke ervaring van de gedoopten geldt als autoriteit, als canon om de waarheid van de Kerk verder te behoeden en te bepalen.

Het onderricht en de kennis van het Woord van God, realiteit en waarheid van de Kerk, is in laatste instantie een middel, een geheel dat ons verlicht - waarbij ons christen-zijn voor onszelf en anderen een oneindige en onschatbare verkenning wordt op de weg naar het eeuwig leven - en moet dienen om ons te verenigen met Diegene die alle kennis te boven gaat: de vereniging met God, ook theosis genoemd.

De christelijke leer is dus praktisch gericht enheeft een mystieke bedoeling: de vereniging met God.

De ganse geschiedenis van de Kerk is een dogmatische stijd, een voortdurende bezorgdheid om op elk moment van de geschiedenis voor de christenen de mogelijkheid te vrijwaren de volheid van de mystieke vereniging te realiseren, die zich als volgt resumeert: "God is mens geworden opdat de mens vergoddelijkt worde".

Het zich inwijden in het leven, in de theologie van de Kerk is dus meer dan noodzakelijk om haar spiritualiteit en haar leer te kennen die de basis vormen van een mystiek. De Kerk is bijgevolg ook bezorgd over de inwijding van haar gedoopten, waarbij zij op het einde der tijden - in naam van haar gezagdragers - verantwoording zal moeten afleggen over haar pedagogische rol. Vandaar dat wij binnen deze Kerk de gelegenheid hebben om ons verder in te wijden bij middel van persoonlijke lectuur: boeken, tijdschriften, kunstboeken enz.; maar ook door catechetische besprekingen, cursussen die hier en daar ingericht worden, reizen, pelgrimstochten en dergelijke meer.

De mystieke theologie is niets anders dan een spiritualiteit die een houding uitdrukt gebaseerd op de leer van de Kerk. Wij kunnen dus de vereniging met God niet ten volle realiseren zonder ingewijd te zijn in het Woord van God, waarvan ons de volheid zal geopenbaard worden in die vereniging. Dit lijkt wat tegenstrijdig, maar op de inwijding van de mens zal de verdere inwijding in en door de Heilige Geest plaats vinden. "Ik plaatste het vuur op aarde... ik verlang dat alles vuur vatte".  Door de doop en de myronzalving ben ik in de mogelijkheid om door de Geest die over mij is, de boodschap uit te dragen en het ware licht te geven. Ik drink deze kelk niet tot veroordeling maar tot heiliging van ziel en lichaam. De theologie moet een praxis, een houding veroorzaken.

Immers, Jezus heeft ons geen nieuwe filosofie,systeem, ideeënleer of een eenvoudige godsdienst achtergelaten; maar Hij heeft Zijn Lichaam achtergelaten, Zijn Geest gezonden om de mens herboren te laten worden van water en geest, de enige ware renaissance voor de menselijke ziel. Dit herboren worden is zich bekleden met Christus, het Woord van de Vader, de drager van de Geest. Het Evangelie spreekt ons over "nog vele dingen die niet in boeken te vervatten zijn".  Al deze zaken kunnen we kennen in en door de Kerk.  Zo ook met het Evangelie: buiten de Kerk betekent dit zo goed als niets. Het is geen toeval dat het Evangelie op het altaar staat.

Onder invloed van andere historische gebeurtenissen, zal de Kerk later dogma's formuleren. Oorspronkelijk zijn het "hori"  in het Grieks of "termini"  in het Latijn. Dit wil zeggen "grenswaarheden"  of de grenzen aanduiden binnen dewelke de waarheid van de mystieke ervaring blijft behouden. Een dogma zal niets anders doen dan dezelfde waarheid "Christus is verrezen uit de doden"  in een ander verwoording uitdrukken, naargelang de historische omstandigheden of de ketterse leer, die moet weerlegd worden. Zowel het Evangelie als het dogma drukken de volheid van het nieuwe verborgen leven uit. Het leven van de Kerk, haar traditie en dogma's, moeten niet alleen behouden blijven, maar ook ons leven veranderen. Anders heeft de theologie geen praxis veroorzaakt en betekent dit dat het Woord Gods niet naar zijn waarheid wordt geschat, in een steriele afgrond is gestikt en geen vlees en bloed geworden is in de mens. Wanneer wij bidden zeggen wij woorden. De bedoeling echter is dat wij zelf gebed worden en zijn door ons dagdagelijkse handelingen uit te drukken in een onafgebroken liturgische handeling met de zondagsliturgie.

De grootste inspanning binnen de theologische kringen van de eerste eeuwen is het op punt stellen van de leer van dit Woord Gods, te weten de leer in verband met Christus of christologie. Dit wil zeggen:

Christus is de tweede persoon van de Heilige Drie-Eenheid en is volkomen God en volkomen Mens. De gehele christelijke leer, en dus bijgevolg ook de orthodoxe leer, is een christologische leer. Alles concentreert zich om het mysterie van de God-mens Christus. De leer over de Kerk of ecclesiologie, de leer over de Heilige Geest of pneumatologie, de leer over de Heilige Drie-Eenheid of triadologie, de leer over Maria of mariologie, de heiligenleer of hagiologie, de leer over het heelal of cosmologie, de leer over de mens of anthropologie, de leer over het beeld of iconologie enz. zijn geen gevolgen of uitlopers van de christologie. Neen. De ecclesiologie is christologie, de pneumatologie is christologie, de triadologie is christologie, de cosmologie is christologie, de anthropologie is christologie, de iconologie is christologie; met andere woorden alles laat zich begrijpen, kennen ervaren en beschouwen door en in het mysterie van Christus, het Woord van God dat in de wereld kwam.

"Mijn ziel kleeft aan de grond, maak uw dienaar levend naar uw Woord"  zegt de psalm. De theologie is een catechetische uiteenzetting, geen wetenschap voor intellectuelen, ieder die bidt is theoloog. Toch huiveren heel wat mensen bij het horen van het woordje theologie. Vergeten we niet dat de zwakheid van een Kerk ligt in de zwakheid van haar theologie. Binnen de theologie moeten we echter opnieuw de methode van de kerkvaders invoeren: de patristieke methode, die erin bestaat de leer te verbinden aan de spiritualiteit, het geloof aan de liturgie, het gebed aan de ethiek; m.a.w. de innerlijk vitale band te zien tussen de verschillende onderdelen binnen de theologische studie. Het komt er op aan, zoals dit ook het geval is in een historische benadering van aan totaal-geschiedenis te doen; terug de band te ontdekken tussen de leer, het gebed, de eucharistie, de kunst, de muziek, de canons, de uitleg van de bijbel, de spiritualiteit, de ethiek enz. die alle

vertrekken en uitmonden in het mysterie van Christus, hernomen, tegenwoordig gesteld en naar het einde verwijzend in de Eucharistie.

En zoals de H. Ireneus van Lyon (2de e) het samenvat: "onze leer  (lees onze theologie) is in overeenkomst met de eucharistie, en de eucharistie bevestigt haar".

 

Vader Dominique

 

 



 

 

 

Soms kan de vlam (van een lamp)

oplaaien en hevig branden.

Andere keren brandt hij zacht en stil.

Soms licht de vlam plotseling op

en geeft een sterk licht af.

Andere keren verspreidt de kleine vlam

(van de lamp) slechts een flauw licht.

Zo is het ook gesteld met de lamp

(van de genade in de ziel).

Hij is altijd ontstoken en

geeft onophoudelijk licht,

Maar als hij opvlamt en

zijn bijzondere straling verspreidt,

is het alsof de ziel dronken is van de liefde Gods.

Andere keren, bepaald door God Zelf,

is het licht er nog wel,

Maar is het slechts een zachte gloed.

 

Makarios de Grote

 



 

 

 

 

 

 

15-04-07

 Ontwikkeling van de anaphora (euch.gebed) in de byzantijnse liturgie

ONTWIKKELING VAN DE ANAPHORA (EUCHARISTISCH GEBED)

  IN DE OOSTERSE LITURGIE    

 

 1. DE HANDELINGEN VAN JEZUS TIJDENS HET LAATSTE AVONDMAAL.

 
Voor het ontstaan van de liturgie moeten wij teruggaan naar het laatste avondmaal. We vinden de verhalen hierover bij de drie synoptische evangeliën en bij Paulus.Bij Johannes vinden we de instellingsverhalen niet. Als we deze vier verhalen (1.Kor.11,23-33 ; Mark.14,12-25 ; Matt.26,26-29 en Lc.22,15-20) met mekaar vergelijken, dan  valt ons op dat het verhaal bij Marcus en Mattheüs sterk op mekaar gelijken, evenals het verhaal van Paulus en Lucas, alhoewel Lucas zich duidelijk door Marcus heeft laten inspireren. Het verhaal van Paulus is het oudse (de brief zou geschreven zijn rond 55), maar hij verwijst naar een hem overgeleverde traditie die terug zou gaan op Jezus zelf : ‘Want zelf heb ik bij overlevering  van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb…(v23). Het is namelijk zo, dat door de praktijk van de eerste Christenen de gebeurtenissen van de instelling tot ons zijn gekomen. Samengevat komt het hier op neer :  Jezus heeft bij het begin brood in zijn handen genomen ,Hij heft het brood omhoog  , Hij heeft vervolgens een gebed van lofprijzing uitgesproken. . Dan heeft Hij het brood gebroken het aan zijn leerlingen gegeven,

Hij heeft van dat brood verklaard : Dit is mijn Lichaam (Paulus voegt hier nog aan toe :’ voor u, doet dit tot mijn gedachtenis‘, en Lucas : ‘dat voor u gegeven wordt’). Dan had de  eigenlijke maaltijd plaats.Pas op het einde van de maaltijd volgde  het eucharistisch handelen met de wijn gemengd met water.In de versie van Lucas luidt dit :’Evenzo, de beker, na de maaltijd, zeggende : deze beker is  het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt’ (Lc.v 30) Ook bij Paulus vinden wij deze toevoeging.. Bij  Mattheüs en Paulus vinden wij de constructie  enigszins anders : ‘”Dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden’(Matt.28b-29a). Bij Paulus is het ongeveer dezelfde constructie., maar voegt eraan toe :’ doet dit, zo dikwijls gij die drinkt tot mijn gedachtenis’(1 Kor..11,26). Het verbond waarvan sprake verwijst naar het verbond dat God sloot met Mozes : ‘Zie, het bloed van het verbond dat de Here met u sluit, op grond van al deze woorden’ (Exodus, 24, 8). Een verwijzing  naar het nieuwe verbond vinden we  bij Jeremias : ‘Zie de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal..’(Jeremias, 31,31).

 

Uit bovenstaande kunnen we besluiten dat de instelling van de eucharistie plaatsvond tijdens een ‘maaltijd’. Vervolgens is hier reeds een eerste structuur merkbaar van een liturgie : brood nemen, dankgebed uitspreken, brood breken en uitdelen,   Hetzelfde met de beker. Ook inhoudelijk heeft jezus een belangrijk nieuw element aan toegevoegd : het brood en de wijn, worden tot lichaam en bloed van Hemzelf. Vervolgens de verwijzing naar het nieuwe verbond : het oude neemt hier een einde. Jezus sluit een nieuw verbond, dat reeds in het oude testament werd aangekondigd. Jezus is de vervulling van het oude verbond. En tenslotte : het is een gedachtenisviering , niet in de zin dat Zijn woorden louter symbolisch moeten worden opgevat, maar wel , dat telkens wanneer wij hetzelfde doen als Hij, Hijzelf zichzelf opnieuw tegenwoordig stelt.

 

2. DE JOODSE ACHTERGROND VAN DE EUCHARISTIE


Het ontstaan van de eucharistie  moet begrepen worden vanuit de praktijk van de Joodse religieuze maaltijden.. Jezus heeft de eucharistie ingesteld in het kader van het Joodse Paasmaal. In feite is het hier van minder belang, of dit was in het kader van een Paasmaal, dan wel gedurende een gewoon vriendenmaal ‘Het Joodse paasmaal is immers ritueel gezien een plechtiger vorm van een religieuze vriendenmaaltijd’ (A.Verheul : Grondstructuren van de eucharistie,Emmaüs, Brugge 1974).

.Om dergelijke maaltijden beter te begrijpen , moeten wij eerst iets zeggen over de ‘Beracha’ of zegenspreuken.

 
De ‘Beracha’ is de meest volmaakte gebedsvorm in de Joodse traditie. In de Beracha staat de Heer centraal. Hij wordt erkend in zijn liefdevol handelen. In de zegenspreuken wordt de Heer met name om drie dingen, die voor Hem het meest wezenlijk zijn geprezen.

In de eerste plaats wordt de Heer erkend als Schepper. Hij is de eigenaar, de koning en de schenker van alle dingen. Om al Zijn scheppingsgaven wordt Hij geloofd. Vervolgens wordt Hij geloofd, omdat Hij zich aan zijn volk geopenbaard heeft. Tenslotte wordt de Heer geprezen om Zijn belofte van de uiteindelijke Verlossing.

De ‘Beracha’ of zegenspreuk stelt de biddende gelovige in staat om ruimte te geven aan zijn gevoelens van verwondering en bewondering. Hij eert God om de wonderen die Hij verricht. Het handelen van de Heer boezemt de gelovige ontzag in. De aanspreekvorm in de ‘ Beracha’ is deels in de tweede persoon –‘Geprezen zijt Gij’ – deels in de derde persoon ‘(Hij) die ons ‘gesteld’ heeft…

 
Hoe verliep zo’n religeuze maaltijd ?

We baseren ons hiervoor op het boekje van A.Verheul, boven geciteerd.

 

Kort samengevat kunnen we zo’n maaltijd schematisch als volgt samenvatten :


Bij het begin van de maaltijd staat de voorzitter op ( men lag aan tafel) .

1.       Na een rituele handwassing drinkt iedereen uit de drinkbeker-          Ieder spreekt voor zich een zegengebed uit (Beracha)

2.       Begin maaltijd :  De voorzitter staat op (men lag aan tafel.)-          Hij spreekt een zegengebed tot Jahweh :’ Gezegend zijt Gij, heer onze God, koning van het heelal, die de aarde het brood doet voortbrengen ‘. Allen antwoorden : ‘Amen‘. Hij brak het brood en gaf ieder van de mede aanliggenden een stuk dat zij nuttigden.

3.       Eigenlijke maaltijd – naar einde toe opnieuw zegengebed – -          tweede rituele handwassing

4.       Wijnbeker wordt aan de tafelvoorzitter gebracht, samen met  Water. Wijn wordt gemengd met water .

5.      Tafelvoorzitter vraagt toestemming aan mede-aanligge om Het zegengebed uit te spreken (Birkat-ha-zimmoen)  :-          Bij drie gasten zei hij : ‘laat ons lofprijzen’-          Bij vier :’ ‘zegent’-          Bij tien en meer : ‘Laat ons de Heer onze God lofprijzen’-           Bij honderd en meer : ‘Laat ons de Heer onze God lof-prijzen.

6.       Mede-aanzittenden geven hun toestemming met een lofspreuk :

7.       Opheffen van de drinkbeker en uitspreken van het grote  Zegengebed of Birkat-ha-mazon.

8.       Nadat hij het zegengebed had uitgesproken, liet hij ‘de beker der Zegeningen’ onder de medeaanliggenden rondgaan.

 
Staan we nog even stil bij de ritus met de beker (punt 7). De rite bestond hieruit, dat de tafelvoorzitter de beker een beetje hoog voor zich hield en na het gebed haar liet rondgaan en dat men daaruit dronk. Let er op, dat elke strofe eindigt met een korte zegenformule ‘Gezegend zijt gij Heer die…’ die het thema nog eens aangeeft. Er is dus sprake van een keten van Berachot (= meervoud van ‘Beracha’; ‘Beracha’ wordt in woordconstructies ‘birkat’.)Volgen we nu even de ritus van het grote zegengebed :

Inleidende dialoog : (V = Tafelvoorzitter ; A = antwoord van de mede-aanliggenden).

V : Laat ons de Heer, onze God lofprijzen. A.Gezegend zij de Naam van de Heer nu en altijd.

V. Met uw instemming zullen wij Hem zegenen, die ons in Zijn goederen heeft doen delen.

A.Gezegend zij Hij van Wiens gaven we hebben gegeten. Door zijn goedheid

Leven wij.

Dan volgt het uitspreken van de Birkat-ha-mazon ( bestaat uit drie afzonderlijke zegengebeden) :


Birkat-ha-zan
: Gezegend zijt Gij, Heer onze God, Koning van het heelal, die heel de wereld voedt met uw goedheid, uw mildheid en uw barmhartigheid. Gij geeft aan alle vlees zijn voedsel, want Gij voedt en houdt in leven iedereen. Al wat Gij, Heer, geschapen hebt geeft Gij te eten. Gezegend zijt Gij, Heer, die aan allen hun voedsel schenkt.

 
Birkat-ha-aretz : Wij zeggen U dank, Heer onze God, voor het goede en uitgestrekte begerenswaardige land, waarnaar uw liefde is uitgegaan en dat Gij aan onze vaderen als erfenis hebt geschonken. Wij zeggen U dank voor uw verbond dat Gij in ons vlees hebt bevestigd, voor de Wet, die Gij ons gegeven hebt, voor het leven, de mildheid, de genade en het voedsel dat Gij ons verschaft voortdurend en altijd. Voor al deze weldaden, Heer onze God, zeggen wij U dank en zegenen wij uw Naam. Moge uw Naam voortdurend door ons gezegend worden. Gezegend zijt Gij , Heer, voor het land en voor het voedsel.

 
Birkat-Yeroesjalayim : Heb medelijden, Heer onze God, met Israël, uw volk, Jeruzalem, uw stad, met Sion, het verblijf van uw heerlijkheid, met het koninklijk huis van David, uw gezalfde, het grote en heilig huis waarover Uw Naam is aangeroepen. God, onze Vader en onze koning, voed ons en houd ons in leven, verschaf ons spoedig hulp in onze tegenslagen. Laat ons niet afhankelijk zijn van de gaven der mensen want hun gaven zijn gering en hun beledigingen zonder maat. Moge uw heilige en vreeswekkende Naam voor ons een borg zijn. Dat Elia en ook de Messias, de zoon van David, nog komen tijdens ons leven. Moge het koninklijk huis van David, uw gezalfde, weer terugkomen en over ons heersen want Gij zijt de Enige, die ons redt ter wille van uw Naam. Doe ons weer opgaan naar Jeruzalem, geef ons weer de vreugde om haar, troost ons om Sion, uw stad. Gezegend zijt Gij , Heer, die Jeruzalem weer herbouwt.

 
De Birkat-ha-mazon, de Beracha bij uitstek bij de 3e bekerrite, is de kern, terwijl de brood-beracha aan belangrijkheid verliest.

Omwille van het grote belang van deze Joodse maaltijdriten, is het voor ons ook duidelijk waarom de eerste Christenen zo vaak verwijzen naar gemeenschaps-

maaltijden en dat daar vroeg of laat de idee ‘Maaltijd van de Heer’ werd  aan gekoppeld.In de evangelieën staan veel verhalen van Jezus die de maaltijd neemt met zondaars, tollenaars, farizeeërs, grote massa mensen. Het lijkt wel of de

evangelisten naar DE maaltijd toe werken. Met als hoogtepunt de maaltijd met de voetwassing (Joh.13). Philippus heeft het gezien : ‘Zalig hij die met u aanzit in het Koninkrijk’.

 
De tekst die Jezus zal gebruikt hebben is zeker deze van de Joods-zeligieuze maaltijd . De tekst spreekt voor zich en is in het licht van wat met Jezus aan de hand was ontzettend beladen. Hij voegde er immers aan toe ‘…want dit is mijn Bloed dat voor u wordt uitgegoten’ ter bekrachtiging van het nieuwe verbond. Jezus heeft er dus een andere , ‘nieuwe ‘ betekenis aan gegeven. Marcus en Mattheüs gebruiken voor de broodritus het woord ‘eulogein’ (zegenen) : ‘Gezegend zijt gij, Heer onze God, Koning van het heelal, die de aarde het brood doet voortbrengen’, Amen antwoordden allen. Jezus voegde aan die formule zijn woorden toe : ‘ Dit is mijn lichaam’’. Pas voor de uitgebreidere formule van de bekerrite gebruiken zij ‘eucharistein’ (danken). Lucas en paulus (1 Kor.11,23-26) gebruiken ‘eucharistein voor beide riten.  Dit is begrijpelijk : Lucas was geen Jood en Paulus schreef voor christenen uit de ‘heidenen’ voor wie dat onderscheid niet meer van belang was. Het ‘doet dit tot mijn gedachtenis’ staat alleen bij Lucas en Paulus, dus na ‘eucharistein’, dat kennelijk het begripswoord ‘EUCHARISTIE’ is geworden. ‘Eulogein’ komt in latere geschriften niet meer voor !.

 

 

3. VERDERE ONTWIKKELING IN DE VROEGE KERK

 

‘ En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk ; en telkens waren er die hun bezittingen en have verkochten, en ze uitdeelden aan allen die er behoefte aan hadden ; en voortdurend  waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst van het gehele volk. En de Heer voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden’. (Hand.2,44-47).

 

De praktijk van de maaltijden werden door de eerste christenen in ere gehouden

Er was op dit moment nog geen sprake  van een afzonderlijke  rite, los van een maaltijd..

De ons als oudste bewaarde tekst komt uit de ‘Didachè’, een ‘onderricht van de apostelen’. Dit gebed erin is nog een maaltijdgebed te noemen. Vermoedelijk te Antiochië ontstaan in ca 100 na X. De joodse drieledige beracha is herkenbaar :

‘ Inzake de eucharistie dankt als volgt :

 

eerst omtrent de beker :

 

1 ‘Onze Vader, wij danken U

voor de heilige wijnstok van David, Uw dienaar,

die ons door Uw dienaar Jezus hebt geopenbaard..

Aan u de eer in de eeuwen’

 

2.Vervolgens met betrekking tot het gebroken brood :

‘Onze Vader, wij danken U

voor het leven en voor het inzicht,

dat U ons door Jezus, Uw dienaar, hebt geopenbaard.

U zij lof in eeuwigheid !.

 

3.Zoals dit gebroken brood op de bergen verstrooid  was

En bijeengebracht  één  werd,

Laat zo uw Kerk van de uiteinden der aarde

In Uw Rijk bijeengebracht worden,

Want aan U is de heerlijkheid

en de macht door Jezus Christus in eeuwigheid

 

4.Niemand ete en drinken van uw eucharistie buiten diegenen die In de naam van de Heer gedoopt zijn. Want hierover heeft de Heer gezegd : ‘ Geeft het heilige niet aan de honden’ (Matt.7,6).

 

5. Nadat Gij u verzadigd hebt, dankt aldus :

Heilige Vader, wij danken U voor Uw heilige Naam

Waaraan U een woonplaats in onze harten hebt bereid,

En voor de kennis, het geloof en de onsterfelijkheid

Die U ons door Jezus, Uw dienaar, hebt geopenbaard.

U zij lof in eeuwigheid !

 

6.Gij, almachtige Heer, hebt alles geschapen

Omwille van Uw Naaam.

Voedsel en drank hebt U de mensen gegeven om te nuttigen,

Opdat zij U danken ;

Maar aan ons hebt U geestelijk voedsel en drank geschonken

En eeuwig leven door Uw dienaar.

Wij danken U voor alles, omdat U machtig zijt.

U zij lof in eeuwigheid.

 

7.Gedenk, Heer, Uw Kerk, haar te verlossen van alle kwaad

En haar in Uw liefde te voltooien,

En brengt haar, de geheiligde, van de vier windstreken

bijeen in Uw Rijk.

 

Dat Gij U Bereid hebt.

Want aan U is de macht en de heerlijkheid in eeuwigheid.

 

8.Dat de genade kome en de wereld verga.

Wie heilig is, kome  nabij ; wie het niet is, moet boete doen.

Heer, kom !

Amen.( genomen uit het boek : ‘De bijbel en het Christendom’ verschill.auteurs

4 delen. Deel 1 pp.64-65) De nummering van de bladz. is van mij.Strofe  1-4 vormt hst. 9/ strofe 5-8 vormt hst.10.

.

 

Commentaar :

 

Vers 1 : ‘eerst omtrent de beker’ : de tekst doelt op de eerste bekerritus. Zie: lc.22,17.

‘Dienaar’ : letterlijk ‘knecht’, kind, hulp, rechterhand

Aan U de eer in de eeuwen : de joodse zegenformule is een ‘eringsformule’(doxologie ) geworden.

 

Vers 2. : vervolgens met betrekking tot het gebroken brood : Verwijst naar de broodrite. Want aan U is de heerlijkheid …: weer een doxologie.

 

Vers 3 : op de bergen :  een mooi woord voor groene heuvels ? een associatie met de Berg van Jezus , van Mozes ?

Bijeengebracht worden : Eenheid was toen al een aandacht-vragend , want wezenlijk element

Door Jezus Christus in eeuwigheid : doxologie door ( en met en in) Hem.

 

Vers 4 : Niemend ete en drinke :  zie Paulus’aanwijzing in Kor.11,17vv : eerbiedig eten ; dit soort maaltijd is niet om je honger te stillen ; het gaat om iets heiligs.

 

Vers 5. : Nadat gij u verzadigd hebt : = na de maaltijd.Een goed moment om te danken. : Danken om Jezus Christus..Om dat dankzeggen gaat het nu.

U zij lof…: doxologie.

 

Vers 6 : Danking om eten en drinken

Gij hebt alles geschapen : Joods (Gezegend zijt Gij, Heer onze God, koning van het heelal)

U zij lof.. : weer afsluiting met een doxa-woord.

 

Vers 7 : Smeking om de Kerk.

De vier windstreken …: ‘Uit het Oosten breng Ik uw kroost terug en uit het Westen verzamel Ik u. Tegen het Noorden zeg ik : Geef hier ! en tegen het Zuiden : Houd hen niet vast…’Jes.43,5vv.

Want aan U is de macht….. : slotdoxologie.

 

Vers 8. : Uitnodiging tot de communie

Heer kom (Maranatha) : de Heer komt (of : is gekomen).

 

Hier ontbreekt het instellingsverhaal. De apostelen deden wat de Heer deed en dat hebben zij doorgegeven aan hen die volgeling van Jezus wilden zijn. Het instellingsverhaal zal pas later komen, als legitimatie of inspiratie daartoe. Later, toen de maaltijd uitviel, en de eucharistie een aparte dienst ging vormen zijn de verzen 1-4 verdwenen. Maar het ter zake stellen van brood en wijn, evenals het naar voren brengen, aan het begin van de maaltijd is gebleven en heeft die plaats behouden, wat wij anaphora (offerande ), noemen.

 
Geleidelijk aan zal de maaltijd verdwijnen. Vinden wij hier een voorbeeld van in de ‘Traditio apostolica’ van Hippolytus (ca.250 te Rome) ? Hier verschijnen de instellingsverhalen wél.

We geven als voorbeeld de tekst van Hippolytus uit de ‘Traditio apostolica’ (uitg.ed Botte, Münster,1963). De vertaling is van Prof. H.Wegman (+) :

 
‘Wij danken U, God, door uw welbeminde Zoon Jezus Christus, die Gij op het einde der tijden als Redder naar ons hebt gezonden, als Verlosser en Boodschapper van uw wil. Hij is Uw Woord,

onafscheidelijk met U verbonden. Door Hem hebt Gij alles geschapen, in Hem uw welbehagen gesteld. Gij hebt Hem vanuit uw hemel gezonden in de schoot van een Maagd. In haar ontvangen is Hij mens geworden. Hij heeft zich geopenbaard als uw Zoon, geboren uit de Heilige Geest en uit de Maagd.

Hij heeft om Uw Wil te volbrengen en u een heilig volk te bereiden zijn handen uitgestrekt toen Hij leed : om door te lijden allen die in U vertrouwen van het lijden te verlossen.

Toen Hij zich vrijwillig overgaf de lijdensweg te gaan, om de dood te vernietigen, de hel met voeten te treden, de rechtvaardigen te verlichten, de geloofsregel te bevestigen en de opstanding te openbaren, nam Hij brood, sprak de dankzegging en zei : ‘Neemt en eet, dit is mijn lichaam, dat voor u zal worden gebroken’.

Zo ook de kelk en Hij sprak : ‘Dit is Mijn bloed dat voor u gegoten wordt. Als gij dit doet, doet het ter gedachtenis aan Mij’.

(Derhalve) Zijn dood en opstanding gedenkend bieden wij U aan het brood en de beker, terwijl wij U danken dat Gij ons waardig hebt gekeurd voor uw aangezicht te staan en U te dienen.

 
Wij vragen U Uw Heilige Geest te zenden over de gave van de heilige Kerk, in eenheid te verenigen al degenen, die deelnemen aan het heilige (mysterie). Vervul hen met de Heilige Geest ter bevestiging van het geloof en de waarheid, zodat wij U loven en verheerlijken door Uw Zoon Jezus Christus.

 
Door Hem mogen U worden gebracht glorie en eer, Vader, Zoon met de Heilige Geest, in de heilige Kerk, nu en in de eeuwen der eeuwen.

Amen’

 
Hier hebben we dus waarschiinlijk  reeds te maken met een eucharistieviering, die los staat van een maaltijd, met daarin – op het einde- een eerste aanzet van een epiclese.

Ik wil er tenslotte nog op wijzen, dat  Augustinus gewag maakt van zowel een eucharistie mét maaltijd als een eucharistie zonder maaltijd, en dit op witte donderdag:’ De  avonddienst  is toch voor de vasters  zo laat gezet ? Want nu is het overal verschillend, en dat hangt samen met dat al of niet eten en baden, en sommigen zeggen bovendien dat er tenminste één offer na de coena (=avondmaal) gecelebreerd moet worden omdat er geschreven staat  simili modo postquam coenatum est (= zo ook na de maaltijd).Wel, dit laatste argument is onzinnig. En wat de dubbele dienst betreft, ik houd het er voor dat de morgendienst er is voor de niet-vasters die een bad nemen (dus zonder maaltijd – noot van mijzelf), en de avonddienst voor de consequente vasters die wel geen bad nemen doch eerst laat hun coena gebruiken en dan ter kerke gaan. En wat dit laatste punt betreft, dat er bij ons hier dan des avonds en nog wel ontnuchterend wordt gecelebreerd en gecommuniceerd, dat gebeurt alleen op deze dag, en is een historische herinnering, aan het uur en de omstandigheden van het Laatste Avondmaal’Augustinus, uit de brieven aan Januarius.geciteerd in ‘Augustinus de zielzorger – F Van der Meer- deel II, p 22)

(nb.het baden stamt uit de tijd na 313, toen er elk jaar zeer veel dopelingen waren, die zich veertig dagen niet hadden gewast. Maar dan werd er niet gevast.Baden en vasten gingen niet samen.

Dat in de oudste teksten de instellingswoorden niet altijd voorkomen, wil daarom niet zeggen dat het niet gebeurde. Er zijn teksten bekend waarin deze wel vermeld worden :

Zoals bv. Bij Justinus (rond 165) in zijn ‘eerste apologie’ : we citeren : ‘ Na de voorlezing (van de apostelen of de profeten) houdt de voorganger een toespraak….Dan wordt brood, wijn en water gehaald, en de voorganger spreekt met krachtige stem de gebeden en dankzeggingen uit waarmee het volk instemt door met ‘Amen’ te antwoorden.Daarna wordt het geconsacreerde uitgedeeld waarvan iedereen zijn deel krijgt. (geciteerd in Bijbel en Christendom, verschillende auteurs, deel 1, p.62. ) In dezelfde apologie zegt hij nogmaals ongeveer hetzelfde, maar daar is wél sprake van het uidelen van de wijn :’Na de dankzegging….delen de diakens het brood, het water en de wijn uit aan alle aanwezigen en brengen de gave ook naar diegenen die afwezig zijn’( Bijbel en Christendom, op.cit.deel 1, p.67.)

De reden waarom de instellingsverhalen niet altijd voorkwamen is waarschijnlijk omdat het hier gaat om te  ‘doen wat de Heer deed’. Kennelijk was het gemeenschap zijn in Jezus Christus  voldoende basis voor de Eucharistie, zonder consecratiewaarden. De consecratie is anamnese, desnoods

het toppunt ervan, ‘ons’ brood hier en nu verbonden met ‘Zijn  Brood’ toen en

ginds

 
We vinden hier echter nog geen ‘Onze Vader’ :   ‘.Noch bij Justinus (rond 150), noch in de ‘Traditio apostolica’ van Hippolytus (rond 215) vinden we enige vermelding van het Onze Vader tijdens een eucharistieviering. De nuttiging sloot toen nog onmiddellijk bij het eucharistisch gebed aan . Zelfs wanneer wij in de eerste helft van de vierde eeuw, o.a. in de zgn Clementijnse liturgie en het euchologion van Serapion van Thmuïs de tendens gewaarworden om aan de communie enkele voorbereidende gebeden te laten voorafgaan, dan vinden wij daaronder nog  steeds niet het Onze Vader vermeld’ (A.Verheul, op.cit. p. 98-99)

Het is pas in de vierde eeuw dat zowel in Oost als West het  Onze Vader als voorbereidingsgebed op de communie verschijnt.  In het Oosten is er sprake van bij de schrijver van de mystagogische catechesen, bij Cyrillus van Jeruzalem (rond 385) of diens voorganger en in sommige homilieën van Johannes Chrysostomos., bij Gregorius van Nyssa en Faustus van Byzantium In het Westen zijn het vooral Ambrosius en Augustinus en Hiëronomus die er gewag van maken. (A.verheul : op.cit.p99)

 

4. VERDERE ONTWIKKELING VAN DE ANAPHORA IN DE    BYZANTIJNSE LITURGIE

 

 Waar tot nog toe de ontwikkeling voor Oost en West gelijklopend waren, gaan we ons nu vooral toespitsen op de ontwikkeling van de Byzantijnse liturgie.

Er zijn heel veel bronnen te vinden voor de liturgie in het Oosten, indirekte en direkte. We beperken ons tot de direkte bronnen :

Deze direkte bronnen hebben vooral betrekking op de liturgie van Jeruzalem, die van grote invloed is geweest. Jeruzalem en Palestina waren sinds Constantijn de pelgrimsoorden bij uitstek. Daar, in de grote kerken, gebouwd door de keizer en de keizerin, ontplooide zich een plaatselijke liturgie die een grote uitstraling heeft gekend. Een tweede belangrijk centrum was Antiochië.

We steunen ons voor dit onderzoek op het boek : ‘Geschiedenis van de christelijke eredienst in het Westen en in het Oosten, H.A.J Wegman, Gooi en sticht bv, Hilversum,1976.’

 

Direkte bronnen :

‘Itinerarium Aetheriae’ : rond 400- beschrijving van de eredienst te Jeruzalem – geen teksten

Het Armeens lectionarium : over de organisatie van de viering van het kerkelijk jaar – een leesrooster en de keuze van de kerkgebouwen voor de liturgie – alles te Jeruzalem.(420-450).

Het Georgisch lectionarium.

De catechesen van Cyrillus van Jeruzalem.

Constitutiones apostolicae : 5e eeuw – met betrekking tot de kerkorde in Antiochië. Boek VIII : gedetailleerde beschrijving van de Eucharistie.

Testamentum Domini nostri Jesu Christi : monophysitisch – gegevens ook over de eucharistie.

 

Belangrijk is, dat wij vooral uit deze bronnen veel kunnen leren over de christelijke initiatie : doopsel-zalving-eucharistie.

We hebben een zeer afgewogen voorbeeld van de ‘anaphora’ van Jeruzalem. We geven hiervan een poging tot reconstructie. (Wegman : p69 – franse tekst / vrije.vertaling is van mij) (we nemen alleen de tekst vanaf de instellingswoorden.:

1.Er is eerst een lofprijzing tot de Vader

2.dan volgt het Sanctus

3.vervolgens een Embolisme van het Sanctus

4.dan worden de wonderdaden van God in de geschiedenis aangegeven

5.De instellingswoorden :

‘Daar Hij zich ging onderwerpen aan de vrijwillige dood, Hij zonder zonden, voor ons zondaars, de nacht waarin Hij zou worden overgeleverd voor het leven en het heil van de wereld.

(De priester richt zich op, neemt het brood en zegent het met het teken van het kruis, en zegt : )

Het brood in zijn heilige en onbevlekte handen nemend en zonder zonden, en het aan U aanbiedend, God en Vader, dankte Hij U, sprak de zegen uit, Hij heiligde het,brak het en gaf het aan Zijn leerlingen  en apostelen zeggend :

Neemt, eet, dit is Mijn lichaam gebroken voor U en uitgedeeld tot vergeving der zonden.

(Het volk :) Amen

(Vervolgens, na de kelk te hebben genomen, zegt hij met zachte stem, na het met het kruisteken te hebben gezegend )

Hetzelfde, nadat zij gegeten hadden, mengde hij de wijn en het water.Hij sprak de zegenbede uit,deelde het uit aan Zijn leerlingen en apostelen, zeggend:

(en het opheffend)

Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het nieuwe Verbond, vergoten voor u en voor velen en uitgedeeld tot vergeving der zonden.

(Het volk : )Amen.

Vervolgens, zich oprichtend zegt hij met zachte stem )

Telkens Gij van dit brood eet en deze beker drinkt doe dit tot gedachtenis aan Mij.Verkondigend de dood des Heren totdat Hij wederkomt.

(En de aanwezige diakens antwoorden :)

Wij geloven en belijden.

(Het volk)

Wij verkondigen Uw dood, Heer, en wij belijden Uw Verrijzenis.

 

Anamnese (gedenken)

(Vervolgens maakt de priester het kruisteken en zich buigend zegt hij : )

Gedenken wij Zijn dood en verrijzenis uit de doden op de derde dag, van Zijn hemelvaart waar Hij zit aan Uw rechterhand, God en Vader, en van zijn tweede glorierijke wederkomst, wanneer Hij komt om levenden en doden te oordelen elk naar zijn werken ;  Wij offeren U dit heilig en onbloedig offer opdat wij niet naar onze fouten  en schulden zouden beoordeeld worden, maar volgens uw barmhartigheid en menslievendheid. Delg de zonden uit van hen die tot U bidden.

(En Hij roept uit : )

Want Uw volk en Uw Kerk smeken U

 
(Het volk):

Heb medelijden met ons o Vader almachtig.

 

Epiclese

(En de priester terug rechtstaande zegt met zachte stem )

Heb medelijden met ons, o God, o Vader Almachtig, en zend over ons en over Uw gaven hier aanwezig, Uw Heilige Geest ;

(knielend zegt hij : )

De Heer en Levendmaker, die met U God en Vader en met uw Zoon troont, Hij die met U regeert, één in wezen en eeuwig met U. Hij die gesproken heeft door de Wet en de Profeten en in het Nieuwe Verbond, die gekomen is onder de gedaante van een duif over onze Heer Jezus Christus in de rivier de Jordaan, die is neergedaald over uw Heilige Apostelen onder de vorm van vurige tongen;

(en hij roept uit : )

Opdat Hij zou komen en hij van dit brood, het lichaam van Christus zou maken.

(Het volk : ) Amen

(De priester : ) en van deze beker het kostbaar bloed van Christus.

(Het volk : ) Amen

(De priester, zich oprichtend : ) Opdat zij het zouden worden voor allen die eraan deelnemen tot vergeving der zonden en voor het eeuwig leven voor de heiliging van zielen en lichamen, tot vruchbaarheid van onze goede werken, voor de bevestiging van Uw Heilige Kerk die Gij gebouwd hebt op de rots van het geloof, dat ze zou weerstaan aan de machten der hel, haar bevrijdend van elke ketterij en ergernissen die onrust brengen tot aan de voltooiing der tijden.

(En alleen de aanwezige geestelijken antwoorden : ) Amen

 

We hebben hier duidelijk te maken met een Antiochische anafora die als kenmerk heeft :

1.       Lofprijzing tot God, uitlopend op het driemaal heilig

2.       De gedachtenis van Gods heilshandelen (dankzegging – anamnese – met als centrum : het instellingsverhaal

3.       Jezus opdracht : doet dit tot mijn gedachtenis

4.        Epiclese.

 

(In de Alexandrijnse anafora is er ook een epiclese voor het instellingsverhaal)

 

De liturgie van Jeruzalem is model geweest voor de verdere ontwikkeling van de liturgie voor zowel het Oosten als het Westen.Alhoewel Jeruzalem reeds lang geen politiek centrum meer was, dat was eerst Antiochië en later Constantinopel), toch werd het door de Keizer een Kerkelijk centrum. Velen gingen er de heilige plaatsen bezoeken. Zo kwam ook  de rest van de Oosterse

 

Christenheid onder invloed van de liturgie van Jeruzalem.

 Het is ongeveer in dit tijdperk (300-600) dat de meeste ritussen vorm hebben

gekregen, zowel in Oost als in West. Meestal gecentreerd rond een bepaald centrum, een bepaalde lokale kerk. Vanuit een drang naar eenheid ontstond er een soort groepsvorming rond één centrale Kerk. Het gevolg hiervan was het ontstaan van verschillende ritussen (zowel in oost als in west).

 

5. DE VOORNAAMSTE RITUSSEN WELKE IN DEZE PERIODE ONTSTONDEN :

 

Alexandrië :

 

De metropool van Egypte – kerkelijk centrum

Door het monophysitisme (451) is de Kerk van Egypte verdeeld in :

 

-          Orthodoxen : die hun eigenheid opgaven en zich met Constantinopel conformeerden

-          De Kopten (monophysitisch)

De oude Alexandrijnse traditie moet men bij de Kopten zoeken (en Ethiopië)

 

Antiochië :

 

De Griekse stad in Syrië was lange tijd het politiek centrum, en daarom ook kerkelijk van grote betekenis.Daar ontwikkelde zich een eigen ritus die een grote uitstraling heeft gekend en met name Constantinopel heeft beinvloed.

In 451 werd de Kerk van Antiochië verdeeld in :

     

-          Orthodoxen : (melkieten, volgelingen van de Keizer) die verbonden blijven met Constantinopel en de eredienst ervan overnamen( die zelf in oorsprong  Antiocheens is)

-          De monofphisitische ritus van de Jacobieten, : hierin leeft vooral de Antiocheense traditie voort.Christenen van India (Malabar) hebben in de 17e eeuw deze traditie overgenomen Ook bij de Kopten was de invloed ervan groot.

-          De Maronieten : Ontstaan in 681 (monotheletisme ) Zij hebben  de Syrische traditie bewaard, maar zijn sterk gelatisiseerd toen ze zich met Rome unieerden.

 

 

 Perzië :

 

Kwam met het Christendom in aanraking via Antiochië en vooral Edessa . Het Christendom is Syrisch, de Oost Syrische traditie  genoemd, met eigen acce,nten en gebruiken, die te maken hebben met hun geïsoleerd bestaan, die leefden buiten het Romeinse imperium. Deze Kerk is Nestoriaans geworden en heeft zich bijna geheel van de andere Kerken afgesloten (einde 5e eeuw). Hier zijn de oudste lagen van de eredienst goed bewaard gebleven en de gedachteniswereld van de joods-christelijke gemeenten is er nog in voelbaar .

 

Constantinopel :

 

Ondervond invloed van Antiochië en is theologisch bepaald door Capadocië (Gregorius van Nazianze was aartsbisschop van Constantinopel.). Constantinopel werd steeds machtiger, ook Kerkelijk, door de groeiende invloed van de Keizer, het overweldigde Antiochië en Jeruzalem.

De Byzantijnse ritus is een merkwaardige synthese van verschillende tradities. Er is een merkwaardige inbreng merkbaar van gans het oosters christendom.Het oosten heeft ook steeds over alle dwalingen gezegevierd, en er telkens rijker uit voortgekomen..Wat wij tegenwoordig de oosterse liturgie noemen is de Byzantijnse liturgie. In Alexandrië, in Oost-Europa, zelfs in Syrië, de koptische en Armeense traditie is de Byzantijnse invloed merkbaar.’ Door de opname van vele tradities en verwerking daarvan is de Byzantijnse traditie de uitdrukking van het Oosters christendom’ ‘The Byzantine synthese’(Schmemann)

(Bron : Geschiedenis van de Christelijke eredienst in het westen en het oosten, op.cit. pp.75-76)

 

6. DE ANAPHORA, INGEDEELD VOLGENS DE RITEN OF FAMILIES

 

De oosterse anaphora stemmen hierin overeen, dat zij als compositie geen veranderlijke gedeelten kennen.

 

De Oost-Syrische anaphora : een keuze :

 

1.       De anaphora van de Apostelen Addaï en Mari :

Het zijn de oudst bekende teksten (3e eeuw ?).Er is geen instellingsverhaal .Bovendien zijn er latere toevoegingen : sanctus en misschien de epiclese.Het is een gebed, semietisch van kleur : verheerlijking van de Naam Gods, vermelding van de zondigheid en begenadiging van de mens als heilseconomie van God. Het lijkt nog op een tafelgebed.: de verkondiging van Gods grote daden in Jezus tot op vandaag.

           

                                               

 2.       De anaphora van de apostel Petrus (maronietisch)

     Staat in verband met het vorige, maar door toevoegingen ontwikkeld.

 

3.      De anaphora van  Theodorus van Mopsueste

 

4.       De anaphora van Nestorius : Beïnvloedt door de west Syrische (Jeruzalemse ) traditie(zo ook die van Theodorus van Mopsueste)



De West-syrische anaphora :

 

1.        De anaphora van de 12 apostelen

 

2.         De anaphora van de H.Chrysostomos

          De teksten schijnen terug te gaan op een gemeenschappelijk ouder

          origineel uit het begin van de 4e eeuw (Antiochië).Kan overeenkomt

          hebben vertoond met die van Addai en  Mari en had waarschijnlijk geen

          sanctus met inleiding. Het auteurschap van Chrysostomos is omstreden.

          Het oude origineel heeft in de loop der tijden theologische toevoegingen

          gekregen.

Structuur :

a.in het eerste deel en de dankzeggen werden vermengd

b.Sanctus  met inleiding lijkt inderdaad een latere toevoeging. Er is een duidelijke onderbreking van de compositie.

c.Na het sanctus is er geen duidelijke anamnese (gedenken)van de

heilsdaden van God : één zin vormt de overgang naar het instellingsverhaal.

d. Anamnese

e. Epiclese

f. De smeekbeden

g. De doxologie.

De opbouw is eenvoudig, typisch Antiocheens.

. 

3.    De anaphora van Basilius.

          Er is een Byzantijnse lange versie en een Alexandrijnse korte versie.  Het

          is een typisch Griekse anaphora, die elke semitische trek heeft verloren

          en     waarin harmonie en theologische reflexie voorop staan.

     De opbouw is Antiocheens :

      a.Lofprijzing : waartoe de mens alleen in staat is door de Zoon en in de  

          Geest(Triniteitshymne)

      b.uitlopend in het Sanctus

.     c.Anamnese van Gods heilsdaden in de schepping en de herschepping,

         dat het werk is van de Zoon

      d. Het instelingsverhaal

      e.anamnese (offer-gedachtenis)

      f.De intercessiones

      g.De slotdoxologie

 

Vermelden wij ten slotte ook nog kort de Alexandrijnse anaphora.Deze verschillen van de Antiocheense door de opbouw van de anaphora. Meest opvallend is dat er ook een epiclese is voor de instellingsverhalen.

 

1.       De anaphora van Marcus : Grieks geschreven, de koptische vertaling is bekend.

Structuur :

a.Lofprijzing en dank tot God, die de mens geschapen heeft.

b.Het offer ( dankzeggend offeren wij een geestelijke en smetteloze cultus)

c.De smeekbeden voor de Kerk en de volkeren en allen die in nood verkeren.

d.Sanctus, met inleiding.

e.Eerste Epiclese, in aansluiting op ‘Vol zijn hemel en aarde van uw glorie’ –‘maak ook deze gaven vol van uw zegen door de Heilige Geest.

f.instellingsverhaal met anamnese

g. Epiclese

h. Doxologie.

  

2.       De anaphora van de papyrus Dêr-Balyzeh.

3.        De anaphora van Serapion : opvallende tekst waarin de Didachè wordt geciteerd en het instellingsverhaal wordt uitgelegd. De epiclese is een ‘logos’epiclese  

.(Bron : Geschiedenis van de eredienst in het Westen en het Oosten, op.cit.pp.101-103)

 

Voor ons is de anaphora van de H.Chrisostomus van belang. De andere anaphora zijn eveneens van belang in die mate dat ze de anaphora van Chrisostomus hebben beïnvloed, maar ook omwille van hun eigen inbreng .Toch vinden we in alle anaphora ongeveer vergelijkbare elementen terug , zij het soms op een andere wijze en structuur.

In de verdere ontwikkeling zien we een grote Byzantijnse synthese naar voor komen.De Byzantijnse liturgie is vooral beïnvloed door de Antiochische ritus, maar anderzijns hebben de andere ritussen grote invloed ondergaan van de

Byzantijnse.

Ter afsluituing geef ik hier nog de structuur van de huidige anaphora binnen de Liturgie van de H.Chrisostomus , aan ons om de teksten met mekaar te vergelijken :

 

            DE EUCHARISTISCHE CANON :

 

a.      oproep om aandacht : Laat ons in vreze staan

b.      HET EUCHARISTISCH GEBED

-          Het is recht en waardig….

-          Heilig …(driemaal heilig)

-          Herdenken van het Avondmaal

-                C. CONSECRATIE

-          De  instellingswoorden

-          Offer van het lichaam en bloed met lied : ‘Wij prijzen U’

-          Epiclese of aanroeping van de Heilige Geest

           D. GROOT GEBED

-          Gedachtenis aan de heiligen, de overledenen en levenden

-          Lofzang voor de moeder Gods

-          Samenvattende litanie + stil gebed van de priester

-          Onze Vader

           E  OPHEFFING, BROODBREKING en COMMUNIE

-          Zegening, gebed

-          Het heilige voor de Heiligen

-          Broodbreking en gedachtenis

-          Communiegebed

           F  COMMUNIE VAN PRIESTER EN DIAKEN

           G  ZEGENING VAN VOLK MET DE KELK

           H  COMMUNIE VAN DE GELOVIGEN

    I   OVERBRENGING VAN DE GAVEN NAAR DE      PROTHESIS

          J   WEGZENDING VAN DE GELOVIGEN - KUSSEN VAN HET  

                      KRUIS EN UITDELEN VAN HET ANTIDORON.

 

 

BESLUIT

 

Deze uiteenzetting is verre van volledig , er is té weinig nog ingegaan op het tekstmateriaal.Té weinig is ook de geschiedenis van het ontstaan van de anaphora beschreven, omdat hiervoor dikwijls de nodige gegevens ontbreken. Toch is misschien iets naar voor gekomen van de rijkdom van de Byzantijnse synthese, welke wij in onze Kerk nu kennen, en dat het oosters Christendom zo heeft gekenmerkt. Het was mijn bedoeling ,kort maar toch verhelderend, een stukje geschiedenis van de anaphora naar voor te brengen. Het moge ons helpen tot een beter begrijpen van de orthodoxe liturgie in zijn geheel.

 

Kris Biesbroeck