16-09-08

De Kerkelijke moderniteit als vernieuwing van de Traditie

DE  KERKELIJKE  MODERNITEIT

ALS VERNIEUWING VAN DE TRADITIE

Vader Marc-Antoine COSTA DE BEAUREGARD

 

 kerken 3

Naar aanleiding van de traditionele ontmoeting georganiseerd door de orthodoxe Fraterniteit van de parijse regio in het instituut Saint Serge, en in het kader van de Zondag van de orthodoxie, de 25e februari laatstleden, heeft Vader Marc-Antoine Costa De Beauregard een uitgebreide  reflexie gehouden over orthodoxie en moderniteit. In een eerste deel heeft hij het theologisch concept van de ‘moderniteit' behandeld, een ‘synchronie' van het eeuwige en het tijdelijke, waarvan Jezus Christus de icoon is, het Woord dat vlees geworden is. Hij heeft ons de moderniteit getoond als een vervulling van de Traditie, zich manifesterend zowel op het domein van de theologie, van de liturgie en van de icoon, als in de dagelijkse confrontatie met de problemen van onze tijd en als permanente vernieuwing van het leven.

Hij is frans priester behorend tot het metropolitaat van het patriarchaat van Roemenië in Zuid- en West-Europa . Vader Marc-Antoine Costa De Beauregard is vandaag rector van de franstalige parochie Saint-germain-et-Saint-Cloud te Louveciennes (Yvelines) en verantwoordelijke voor het dekenaat van de metropoliet voor Frankrijk. Hij is geaggregeerde in de letteren en auteur van een werk over Vader Dumitru Staniloaë (1903-1993), verschenen onder de titel Dumitru Staniloaë."Durf te begrijpen dat ik je liefheb" (Editions du Cerf, 1983). Hij bereidt momenteel een doctoraatsthesis in de theologie voor aan het instituut Saint-Serge te Parijs.

{...} De moderniteit van de kerkelijke orthodoxie als vernieuwing van de Traditie manifesteert zich in onze tijd op verschillende manieren {...} De vernieuwing van het doop-charisma is de eerste schittering van de hedendaagse orthodoxie. De grote theologen van het juiste inzicht, speciaal Vladimir Lossky, hebben op een duidelijk nieuwe wijze de nadruk gelegd op het mysterie van de persoon of geschapen hypostase (dit was niet zo duidelijk uitgedrukt door de ouderen). Zo gaven zij, onder impuls van de Geest, het ‘logisch' fundament - conform aan de Logos , of het Woord van God - voor een mooie theologie van de menselijke persoon en van een oorspronkelijk christelijk personalisme.Het tot zijn recht laten komen van de bijbelse en kerkelijke antropologie  is één van de grote gebeurtenissen van onze tijd en een opmerkelijk voorbeeld van de verdieping van de Traditie in het kader van de neo-patristieke theologie. Deze rijkdom is op eucharistische wijze uitgewerkt door de getuigen van de moderniteit van de orthodoxie zoals Paul Evdokimov, Olivier Clément, Vader Dumitru Staniloaë.....

 Een theologie van de communio van personen

 Echter, het is niet alleen in het geschreven of mondelinge getuigenis dat men in onze tijd een nieuwe waardering in de Kerk constateert voor de menselijke persoon .In het leven van onze kerk, in onze parochies, in onze monasteria, straalt de persoon ! Onze theologie is in de gemeenschap, daar is de orthodoxie, daar is haar moderniteit. Wij prijzen de toewijding voor de creativiteit, voor het engagement en voor het moedige spirituele getuigenis van zoveel leden van de orthodoxe  laos (=de gewone gelovigen): denken wij aan de stichters van de bewegingen voor jongeren, voornamelijk in de Kerk van Antiochië, aan de gangmakers van de orthodoxe Fraterniteit in West Europa, aan de  leke theologen die wij reeds vermeld hebben, en waaraan wij de namen van Elisabeth Behr-Sigel, zaliger gedachtenis, Christos Yannaras, Léonid Ouspensky en zoveel anderen moeten toevoegen..... Wij denken heel concreet ook aan de deelname, dikwijls zeer nederig en anoniem en nochtans zo persoonlijk, van leken binnen het parochiale leven, in de parochie-en bischoppelijke raden, voor hun inzet voor de dienst van de icoon, voor hun zending naar de zieken toe, in de gevangenissen, in de grote verenigingen die bloeien onder orthodoxe impuls of met hun actieve deelname - en dit in alle landen van een mondiaal geworden orthodoxie {...}

Het naar voor treden van de geschapen persoon en zijn onpeilbaar mysterie, in zijn goddelijk beeld, is de sleutel van de synchronie die wij moderniteit noemen. Het is de persoon die synchronieert, in de Heilige Geest .  Hij is het die het patrimonium, door Christus als Traditie aan  zijn Kerk heeft gegeven, actualiseert. Hij is, volgens Christos Yannaras , "de hypostatische vector van de waarheid en het leven". Het is door de persoon, door de vragen die hij stelt in synchronie met de tijd (vragen over het gezin, het werk, de wetenschap en haar opzoekingswerk, over de techniek de sexualiteit, over de opvoeding, de bio-ethiek enz...) dat de orthodoxie beleeft wordt als moderniteit, voor de persoon zelf en voor allen van deze tijd waarmee zij in dialoog is. De persoon en zijn getuigenis is een moderne kracht van de orthodoxie, omdat de persoon een gemeenschaps-identiteit is,  hij is een kerkelijke identiteit, een  ‘kerkelijk zijn', (être ecclésial), volgens de uitdrukking van metropoliet Jean (Zizioulas) - mens en vrouw van de kerk - een trinitaire identiteit door schepping en door het doopsel.

De bekering van de persoon

Wij spreken over de persoon, over de menselijke hypostase, die, op holistische wijze, ‘katholiek' is, en die in volheid, getuigt van de orthodoxie als rechtmatige verheerlijking van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, alsook over Jezus Christus, waarlijk God en waarlijk mens.  Hij getuigt ook terzelfdertijd van de orthopraxie, de manifestatie van de Vader door het geïncarneerde Woord in  zijn  door de Geest geheiligde leden. Onze tijd is deze van een christendom van bekering : het is door de bekering van de persoon, in zijn unieke ontmoeting met de goddelijke Persoon, dat het orthodoxe leven aangeduid kan worden als ‘een wijze van het trinitaire leven'(mode de vie trinitaire), volgens de uitdrukking van Yannaras.

De persoon is de apophatische dimensie van het menselijk zijn ten overstaan van het beeld van de drieene God, tri-hypostatisch . Hij is een absolute identiteit in communio met andere personen. De ‘persoon' is het gelaat dat gekeerd is naar een ander van deze identiteit. De  ‘hypostase' is de onpeilbare diepte van het zelf. Zij valt niet samen, noch met de ziel, noch met gelijk welk deel van de natuur. De persoon transcendeert de natuur en diegene die het kan ontroeren. Hij overstijgt ook het leven en de dood. De orthodoxe theologie van onze tijd (met hen die we hebben vermeld, vergeten wij nooit de griekse theoloog Panaïotis Nellas in ‘Le vivant divinisé' {Cerf,1989}. Hij heeft het in al haar nieuwheid  op de voorgrond geplaatst. Vader Dumitru Staniloaë - en hij is niet de enige - heeft benadrukt, dat de oorsprong van de persoon of geschapen hypostase het werk is van de Heilige Geest : de functie van de menselijke persoon is dus duidelijk de moderniteit van de menswording van het Woord in verband  te brengen met de actuele omstandigheden van de  tijd. Het getuigenis van de gedoopte persoon  behoort dus in hoge mate toe aan het pneumatologisch register van de moderniteit. De ervaring van de moderniteit door de ware verheerlijking van de Heer is slechts mogelijk in de Heilige Geest; wanneer de Geest zich van ons verwijdert, zien we slechts oppervlakkigheid in de wereld en in de Kerk,. Dan overvalt ons opnieuw de angst. De apostolische durf verdwijnt uit ons.

De liturgische vernieuwing en de liefde voor de schoonheid

Brengen wij heel in het bijzonder dank aan God voor het opnieuw herwaarderen van het priesterschap van het volk, het doop-priesterschap, waarin we man of vrouw niet meer onderscheiden, enkel personen die anticiperen aan het koninkrijk, en dat zich manifesteert in een echte traditionele liturgie. Hier hebben we een voorbeeld van moderniteit in de betekenis van het opnieuw actueel stellen van de Traditie door de Heilige Geest in een gegeven periode.De con-celebratie van de leken opwekken, onderrichten en leiden in de kerkelijke celebratie is juist geen modernisme {...} De moderniteit openbaart zich als verjonging : men her-ontdekt op die manier de genade om deel te nemen aan de regelmatige eucharistie, met een passende voorbereiding die in overeenstemming is met een  eucharistische houding die de heilige apostelen en de heilige Vaders waardig is. Herontdekken dat de goddelijke liturgie essentieel het mysterie van communio is, en van de Kerk als communio van de gedoopten met de Heer en  van de gedoopten onder elkaar, is één van de grote verwezenlijkingen van de orthodoxie in onze tijd.{...} Men is het verschuldigd aan de theologen en priesters van onze tijd, de vaders Nicolas Afanassieff en Alexander Schmemann, om slechts deze te vernoemen. {...}

Wat betreft de liefde voor de schoonheid : het voorbeeld  van de moderniteit is ons gegeven door de iconografische vernieuwing van onze tijd.  Wij hebben de moed gevonden om langzaamaan de heterodoxe beelden te vervangen door beelden van de goddelijke en heilige aanwezigheid die charismatisch verbonden zijn met de inspiratie van de heilige iconografische martelaren van de Kerk. De iconografische scholen bloeien op onze planeet in een patristieke geest - misschien niet altijd, maar toch  zeer dikwijls ! - in alle landen waar de orthodoxie leeft, niet alleen in Thessaloniki, maar ook in Rusland, in Japan. De icoon, het embleem van de moderniteit van de orthodoxie en van het mensgeworden Woord zelf, wij hebben het reeds gezegd, is in de moderne wereld aanwezig in haar  stilzwijgend getuigenis en ze redt ons ! Zij is niet altijd een voorzichtige copie van een antiek model dat ons overgeleverd werd door de Traditie : wanneer Leonide Ouspensky de aanwezigheid van de Heilige Genevieva heeft geschilderd, heeft hij  niet alleen een nieuwe icoon geschilderd, maar hij schilderde over de grenzen van elke stijl heen, in de enige iconografische ernstige cultuur, die deze is van de ontmoeting.{...} In het monasterie van Sint Jan de Doper in Engeland kan men eveneens het schilderij van de Kerk zien in al haar nieuwheid, die zowel de byzantijnse, de romeinse als de slavische stijl overstijgt : de icoon, in haar aan  de ouderen geïnspireerde canon , in al haar nieuwheid.

Theologische vernieuwing en neo-patristieke synthese

De orthodoxe theologische vernieuwing in onze tijd manifesteert zich door de herontdekking van het apophatisme en van de theologie zelf als ‘mystieke theologie', de titel van een werk van Vladimir Lossky : noch God, noch de mens, noch zelfs de kosmos zijn objecten van onze kennis. Zij worden gekend in een poging tot vereniging, communio. De Geest  Parakleet, de voorspreker, herinnert er ons aan dat ons tijdperk voor de orthodoxie een tijd van vernieuwing is, niet alleen van de patristieke studies, maar van de patristieke theologie zelf. Het is wonderbaar om te kunnen vaststellen dat de traditie van de Vaders niet eindigt met de heilige Johannes van Damascus, hoe groot hij ook is. Zij zet zich nog steeds voort, met alle soorten  bochten, tot in onze gezegende tijd. Brengen wij hier hulde aan het instituut Saint Serge te Parijs {...}, aan de grote neo-patristieke  ‘moderne' syntheses, 't is te zeggen,van alle tijden en van deze tijd.

Wij bewonderen allen de immense synthese gerrealiseerd onder de inspiratie van de Heilige Geest, enzerzijds van Vader Justin Popovitch, servisch monnik, en van de andere kant van vader Dumitru Staniloaë, roemeens theoloog. Kennen wij voldoende deze realiteit, deze moderniteit van de orthodoxie. Kennen wij het enorme werk dat geleverd werd door vader Dumitu Staniloaë, en dit gedurende de communistische onderdrukking, door het publiceren van de Philocalie in het Roemeens, en om aan onze tijdgenoten een her-schrijving  aan te bieden van de dogmatiek van de heilige Vaders ? {...} Vermelden wij ook de prachtige geschriften over mystieke theologie, aan onze tijd gegeven door archimandriet Sophrony : in zijn modernheid, her-formuleert hij, doorheen zijn persoonlijke ervaringen als monnik van de Athosberg en spirituele zoon van een grote heilige voor onze tijd, Silouan de Athoniet, de geloofsbelijdenis van het fundamentele orthodox geloof, de verheerlijking van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Er is niets academisch bij hem :  Beleefde strengheid in de ontmoeting met de levende Christus. Theologie is iconologie.

Het nieuwe van de orthodoxie in onze tijd is een verantwoordelijkheid tegenover de goddelijke schoonheid van de geopenbaarde waarheid, de god-menselijke schoonheid van Jezus Christus het mensgeworden Woord, de goddelijke schoonheid van de geschapen persoon, de menselijke hypostase door de genade van het doopsel. Het is een ‘philocalische' verantwoordelijkheid, geleid door de liefde voor de goddelijke schoonheid en voor de schoonheid van de goddelijke liefde voor elke hypostase, voor elke geschapen persoon, alsook voor alle schepselen zichtbaar en onzichtbaar {...}

"Het is in de confrontatie met het dagelijks leven dat Christus zich manifesteert door  de Heilige Geest"

In dezelfde zin manifesteert de kerkelijke moderniteit zich als welwillendheid, in het grieks aangeduide met hetzelfde woord als schoonheid. Het is in de confrontatie met de dagelijkse realiteit, dat de onzichtbare aanwezige Christus zich manifesteert door de Heilige Geest in het getuigenis van zijn  gedoopte leden. Zijn aanwezigheid is niet alleen zichtbaar door zijn ‘zeer zuivere icoon', door het beeld van zijn heilige en levendmakend kruis en door de icoon van zijn heilige Evangelie, ter verering voorgesteld aan de gelovigen door het 7e oecumenisch concilie. Zijn icoon is ook evenzeer zichtbaar door de kerkelijke bijeenkomst, één in het gebed en in het geloofsgetuigenis. {...}

De dagelijkse confrontatie met de onmetelijke moeilijkheden van onze tijd ( denken wij aan onze kinderen, die blootgesteld worden aan het beeld en aan een objectivering zonder voorgaande van de seksualiteit, denken wij aan de ontwrichting van de gezinnen, aan de banalisatie van de homoseksualiteit...), en weldra misschien aan het ongekende lijden welke de mensheid wellicht zal overkomen, vindt door de Heilige Geest, in het mensgeworden Woord, gans de moderniteit van zijn goddelijk medelijden ‘Wenen met hen die wenen' is niet enkel een goddelijk voorschrift : het is een goddelijke daad, het is dat wat de God-mens doet, bijvoorbeeld voor de ziekte en de dood van zijn vriend Lazarus, voor de rouw van zijn vrienden Martha en Maria. Het medelijden ,zo mooi voor de christenen - het is een nieuwigheid die de Oudheid niet kende - voor de dood en voor het lijden van onze tijd (denken wij aan hen die zich inzetten voor de palliatieve zorgen van de stervenden) kan slechts zijn kracht putten uit de liefde van God voor alle mensen, vooral wanneer hij ziet in welk lijden zij zichzelf en anderen meesleuren.

Orthodoxe christenen hebben  door hun gedragingen  dit medelijden van het Woord, empatisch, synchroon met deze tijd, ‘ge-iconografieerd'. Wij denken natuurlijk aan heiligen die onlangs gecanoniseerd zijn, moeder Marie (Skobtsov) en haar gezellen martelaren :  zij hebben ;het lot van hun verdrukte en gemartelde broeders gedeeld. Door de Menswording  is elk menselijk wezen in Christus, zelfs al zijn ze nog niet door de genade van de Heilige Geest tot deze realiteit  opgewekt door een  persoonlijk geloof in Jezus : de medelijdenden geven in de schoot van de mensengemeenschap blijk van de mensheid zelf van de God-mens.  Zij doen dit door zich te plaatsen tussen de verdrukten en de verdrukker, door hun plaats in te nemen in de kampen waar verdrukt wordt, zij doen het eveneens door hun aanklacht tegen elke vorm van des-humanisering van de mens, door alles wat achterhaald is met betrekking tot de moderniteit van de Menswording, van de Verrijzenis, van Pinksteren en van het mysterie van de Kerk, verblijfplaats van het geincarneerde Woord in zijn wereld als Traditie, zoals vader Boris Bobrinskoy er ons nog onlangs aan herinnerde.

Het sacrament van de broeder als manifestatie van de actualiteit van Gods liefde voor allen.

Het geïncarneerde Woord verkondigt de moderniteit van een Koninkrijk die niet van deze wereld is,  en hij klaagt , soms met een profetisch en goddelijk geweld, alles aan wat deze voltooiing van het koninkrijk in de weg staat. ‘Uw Rijk kome !', heeft hij ons geleerd te bidden tot de Vader. Maar het volstaat niet alleen om het te zeggen, te roepen en te zingen : Christus God doet het. Hij is het die dit gebed realiseert doorheen  gans zijn leven en gans zijn onverwoestbare tegenwoordigheid doorheen de geschiedenis. Door de transcendente eschatologie van het Koninkrijk van God te verheerlijken, weten wij goed , door de  Heilige Geest, dat de wereld waarin we leven er reeds het sacrament van is - ‘sacrament van de toekomst'- in  al zijn helderheid en doorzichtigheid, van de gekruisigde wereld door de zonde : de heiligen kondigen het licht aan van de komende eeuw, en zij bemerken het nu.reeds. Zij kondigen het reeds aan in het actieve medelijden, en in het ‘sacrament van de broeder', waarvan de heilige Vaders spreken, en waaraan metropoliet Daniel van Moldavië onlangs nog  herinnerde naar aanleiding van een recent West-Europees orthodox congres. De sociale aanwezigheid, een aanwezigheid in de wereld van de man of de  vrouw van de Kerk, is een twijg in de heilige Wijngaard dat het Woord wordt genoemd ,het is een heilige moderniteit, een afstraling van de heiligheid van de gedeifieerde mensheid van het Woord.

Deze uitstraling van het goddelijk licht in het sociale, humanitaire, in één woord : broederlijk getuigenis van de christenen is vast geworteld in het sacrament en het ministerie van de Kerk. De gedoopte is een geconsacreerde, gewijd in het priesterschap van Christus door het doopsel, de zalving met chrisma en de eucharistie.  Zijn getuigenis in de wereld, de meest nederige dienst die hij gedaan heeft aan een ‘menselijke broeder' zoals de dichter François Villon het zegt, in het hospitaal (het meest nederig bassin dat hij vervangt in een hospitaalbed...),in  de gevangenis, in de kampen, behoren tot de lijst van het priesterschap van de gedoopten. Het toont ons de actualiteit van de liefde van God voor allen, gelovigen of niet, gedoopten of niet, of ze God liefhebben of haten. ‘Het is aan mij dat je dit hebt gedaan', zegt Christus. Hij kan evengoed zeggen : ik ben het die het gedaan heb voor U, door het ministerie van mijn Kerk waarvan gij de actieve leden zijt. Dit getuigenis dat in het verleden gebeurde en in onze tijd  nog gebeurt door de actieve deelname van orthodoxen aan gelijk welk soort van verenigingen voor de verdediging van de menselijke persoon (CIMADE,ACAT,enz...) is geworteld in de liturgische concelebraties van de gedoopten.. De moderniteit van de orthodoxie is dus het zich in beslag laten nemen door  Christus, in  Geest van de Vader ten dienste van de ziekte van ziel en lichaam. Wij kennen de rijkdom van het sacramentele gebed van de Kerk : niet alleen de zalving en het gebed om genezing, maar ook deze mooie smeekbede die aansluit bij de bekommernis van onze tijdgenoten voor wat betreft de euthanasie : deze waar de gelovigen, zich buigend voor de wil van God, hem vragen om de banden die ziel en lichaam van de stervende verbinden te verbreken, en zijn dienaar te laten gaan in vrede {...}

De moderne geest van de orthodoxie voelen wij goed aan. Het bestaat erin om in communio te treden met wat Christus , waarvan wij de ledematen zijn, heeft gedaan : Hij draagt de wereld, hij redt allen, hij draagt, zoals de Voorloper zegt, de zonden der wereld. Wanneer wij, met de zegen van onze bisschoppen, in het gebed van de Kerk een gebed invoegen voor deze of gene gebeurtenis die wij tegenkomen in onze wereld ‘gezien op de televisie', dan doen we zoals Christus heeft gedaan.  Wanneer wij voor het kerkelijk gebed de namen van de levenden en doden aanbrengen, dan nemen wij deel aan zijn priesterlijke voorspraak. Dat is Christen zijn : in de Heilige Geest doen wat Christus heeft gedaan en nog doet om de wereld  te redden. De orthodoxe geest moet bezorgd zijn, niet om de leer, ideeën en waarden te doen triomferen, maar om het heil aan te kondigen voor zijn menselijke broeders, te beginnen met zichzelf, de eerste kleine broeder ! {...}.

Verrukt zijn en dank zeggen voor alles wat goed is en mooi

De moderniteit van de kerkelijke orthodoxie manifesteert zich nog door de lofprijzing ! De Kerk, het Volk van God, is een volk van celebranten, herhaalde Vader Aklexander Schmemann dikwijls. ‘Kom, vieren wij de Heer!' zegt de heilige profeet David in zijn psalm. Wij prijzen Hem, wij loven Hem, wij zeggen Hem  dank, wij zegenen Hem voor alle zichtbare en onzichtbare weldaden , gekende en ongekende, dat elke dag en overal en op elk uur Hij het waardig moge vinden, in zijn onmetelijke barmhartigheid, Zijn onuitsprekelijke medelijden, Zijn  ondoorgrondelijke wijsheid en de rechtvaardigheid van Zijn oordelen, weldadig en gratis over ons, over onze naasten, over onze gemeenschappen, over gans Zijn Kerk, over de ganse wereld, over hen die geloven en over hen die niet geloven, over hen die u liefhebben en over hen die  Hem haten ! Zijn zegen uit te storten{...}

Getuige zijn  in gans de moderniteit van de kerkelijke orthodoxie,  is dus eveneens zich verwonderen over alles wat anderen als mooi en goed doen, want elke goede daad, elke perfecte gave, elke mooie en goede daad heeft zijn bron in de hemelse Vader. Hij is de bron van alle goed, zoals de heilige Jacobus zegt. Zelfs tegenover het Golgotha van deze wereld en van de Geschiedenis, waar Christus ‘in doodstrijd is tot aan het einde der tijden', looft de gelovige de onvatbare wil van de Vader. Hij looft  de wil van de Vader  dikwijls tot tranen toe bewogen : in de doorschijnendheid van zijn tranen looft hij de onvatbare wijsheid en de onuitsprekelijke barmhartigheid van God ! Hij looft Hem in het mirakel, maar hij looft Hem ook in het lijden van onschuldige kinderen en in de doodstrijd, want hij weet door het geloof, dat zelfs in de hel Christus zich in zijn menselijkheid  aanwezig , actueel, synchroon met de verscheurde menselijke conditie stelt.

De bekommernis van de Kerk is om de moderniteit van de orthodoxie in de wereld, door middel van synchronisatie (=ons leven hier op aarde moet getoetst worden aan Christus'leven) te doen binnentreden, in zekere zin om hem te moderniseren in de geest van  Christus . Het is een kwestie van  een transfiguratie te ondergaan in de vrijheid die Christus  ons geeft. Onze bekommernis is , om in de moderniteit ook dezen te accepteren die uit de wereld komen : dat de Heer ons de moed geeft om ook hen waardig te achten door een waarachtig charisma van apostoliciteit ! {...}

De vertragingen in de moderniteit

{...}Mij moeten in alle eerlijkheid erkennen dat er vertragen zijn in de moderniteit van de kerelijke orthodoxie {...} Wij weten maar al te goed, dat de orthodoxie niet synoniem is met moderniteit, en dit niet omdat ze zich niet moderniseert, maar omdat ze nog altijd aan  haar eigen moderniteit niet volledig toe is{...} Het is de zonde die de moderniteit afremt. Wij weten dat de verrezen Christus in zijn zijde een gapende wonde draagt. Dit verheerlijkte lichaam, dat ons de toekomstige toestand van de verrezenen openbaart, bloedt nog altijd. Onze zonde onderhoudt deze blessure, waarvan de bloeding nochtans, en daar zijn we zeker van, de mensheid en de schepsels voedt. Deze wonde tekent het anachronisme van een leven dat nog altijd gevangen is door de zonde.

De tijd van bekering is nabij : laat ons orthodoxen worden, in de ganse kracht van dit woord ! {...} Laat ons vrijwillig verzaken, door een echte bekering,  aan het sektarisme waardoor wij opgesloten geraken in onszelf, om menselijke meesters te volgen. Laat ons verzaken  aan de geest van rivaliteit, van jaloersheid of van dominatie, dat de Heilige Efrem aanwijst in zijn mooi gebed dat gelezen wordt gedurende de vasten, laat ons verzaken aan  het integrisme (behoudsgezindheid) dat de ganse orthodoxie in zijn eenheid verduistert  en die agressiviteit veroorzaakt, laat ons verzaken aan  het traditionalisme dat de Traditie en de gewoonten die ook tradities worden genoemd, maar nog niet door  het kerkelijk geweten zijn goedgekeurd, met mekaar  verwart , laat ons verzaken  aan het modernisme, dikwijls gevoed door een slecht geweten of een minderwaardigheidsgevoel met betrekking tot andere christelijke gemeenschappen die meer op prestatie uit zijn, en uiteindelijk uitmonden in een secularisatie van de Kerk en de openbaring van haar leven en waarheid, laat ons verzaken aan het secularisme dat eigen is aan orthodoxen : nationalisme, ritualisme of formalisme. Laat ons verzaken aan de neiging om zijn talenten onder de grond te stoppen, en om datgene te doen voorkomen als oud en onbruikbaar wat nog zo jong is !{...}

Kerkelijke interesse voor projecten

De Kerk als plaats van zegen, blijft een plaats van de paasstrijd. Het Koninkrijk behoort toe aan de ontstuimigen, aan diegenen die zichzelf geweld aandoen en die met hartstocht verlangen naar het heil. Het berouw is een heftige terugkeer naar het leven en de zaligheid, ons aangeboden door de Schepper aan zijn schepsel . En het berouw is profetisch, want het zet aan om projecten te ontwikkelen. {...}

De moderniteit van de orthodoxie openbaart zich in de bekwaamheid om initiatieven en  creativiteit toe te juichen  in de maatschappij en in de eigen gemeenschap van gelovigen.  Haar project is alles wat goed is, waar en mooi, omdat de hemelse Vader er de bron van is. Laat ons het liturgisch en theologisch onderzoek en de creativiteit aanmoedigen. Dit is de rol van de theologische instituten in gans de wereld, alsmede van de parochiale en monastieke centra voor catechese en studie. Wij denken bijvoorbeeld aan de rol die gespeeld wordt door het monasterie van de ‘Protection-de-la-Mère-de-Dieu, te Solan , in de Gard (Frankrijk), voor wat betreft de reflectie en de christelijke ecologische praktijk. De jongerenbewegingen : het is zo goed deze te helpen ontwikkelen en te ondersteunen. Het zijn haarden van ideeën en creativiteit. Het hangt van de ouderen onder ons af om nooit de Geest te laten uitdoven.

Ook in de maatschappij handelt de Geest voor het goede, het mooie en het ware. De Kerk kan wellicht ook haar verantwoordelijken voor de wetenschappelijke cultuur vormen, opdat men zou weten waarover de mensen praten. Zij kunnen zich interesseren voor de ontdekkingen  en onderzoekingen, niet alleen  op het vlak van de bio-ethiek, zoals dit reeds gebeurt in het kader van het Institut Saint Serge, maar ook op andere domeinen van de cultuur - technologie, wetenschap, kunst... De Heilige Geest doet de ontdekkingen en de uitvindingen ontstaan. Paul Evdokimov schrijft dat ‘als de cultuur echt is, voortgekomen uit de cultus, dan herontdekt men haar liturgische wortels...De cultuur is in haar essentie het onderzoek in de Geschiedenis van datgene wat niet in de Geschiedenis kan gevonden worden, van datgene wat haar overstijgt en haar buiten haar limieten leidt' (L'Orthodoxie, 2e ed.,Desclée de Brouwer, p. 314)

‘De eschatologische houding, is de fundamentele houding van de kerkelijke moderniteit'.

De Kerk ‘eschatologische gemeenschap' en ‘ eschatologische bevestiging', zal zijn rol als getuige spelen : zij getuigt voor alles wat nobel en geniaal is in de gemeenschap van de mensen, in afwachting van het Oordeel{...}In  de wereld waarin wij leven moet wij ons voorbereiden op aangrijpende ervaringen door een passionele gebruik van de vrijheid.  Toch is het  een enthousiasmerende wereld, de eerste civilisatie die wij kennen in de Geschiedenis die op de proef wordt gesteld omwille van de vrijheid.  Deze wereld laat elke dag nieuwe zaden voor interessante ideeën ontkiemen. Elke dag opnieuw beleven wij er ingrijpende veranderingen op het domein van de moraal en de kennis, wij leven in het tijdperk van de grote ethische en spirituele keuzes ( een jongere riep onlangs op om te ‘kiezen in het geloof'), men wil de hoogste vrijheid in de confrontatie met de dood.  De Kerkelijke tussenkomst, in haar moderniteit, bestaat erin om in deze wereld over God te getuigen, om de verdediging van God op zich te nemen, om voor hem te bemiddelen op het Laatste oordeel. {...}

Het gaat erom, de glorievolle terugkomst van de onzichtbare en toch aanwezige Christus voor te bereiden ‘met ons tot aan het einde van de wereld'. ‘Hij komt in glorie terug om  levenden en doden te oordelen'. ‘De eschatologische instelling is het fundament van de kerkelijke moderniteit', volgens bisschop Athanase  van Herzegovina. {...}

De zending van de Kerk, in haar relatie met de wereld, bestaat er niet in om technieken bij te brengen, originele structuren. Haar zending is ‘het levende en profetische geweten van het drama van deze tijd te zijn'(Patriarch Ignace IV van Antiochië).{...} Laat ons kerkelijk leven, ‘eenvoudigweg : samen' : in de parochie, in het gezin, in het monasterie. Laat ons  de aanmaning van Christus ernstig au serieux nemen :' Indien uw broeder iets tegen u heeft...' opdat wij elk schisma zouden vermijden en de kwetsuren  die bestaan  zouden genezen.  Wij moeten ons een eschatologische mentaliteit eigen maken, die ook  deze was van de eerste Christenen.

Het is voor ons persoonlijk duidelijk dat het leven volgens het orthodoxe geloof, naast en tegenover onze tijdgenoten, even paradoxaal is als dat van de eerste Christenen in de Antieke wereld : ook voor hen weerklonk het appèl om in de wereld te zijn, zonder te zijn van de wereld. Ook voor hen bestond de roeping erin om alles te her-interpreteren. Ook zij wisten dat zij op één of andere dag zouden geconfronteerd worden met het martelaarschap. Wij, die leven in de 21e eeuw, wij weten niet met welke enorme en nieuwe beproevingen de mensheid morgen of overmorgen zal geconfronteerd worden. Maar wij weten wel dat onze zending erin bestaat om te getuigen volgens het ware geloof in Jezus Christus ‘totdat Hij komt'. Wij weten dat wij datgene moeten doorgeven wat Hij ons heeft gegeven en Hem navolgen, niet als een vreesachtig verborgen talent  maar als een mooi talent dat het honderdvoudige teruggeeft. Er zal ons gevraagd worden wat we hebben gedaan met de Traditie die ons werd toevertrouwd, en wij hopen door Hem als zijn ‘welbeminden' genoemd te worden. !

                                  banner 6

Uit SOP  318

Vrij vertaald door Kris B.

11-06-08

De ICOON van PINKSTEREN


DE ICOON VAN PINKSTEREN

Pinksteren 2587

Op Pinksteren vieren we de KERK!
"De lichamelijke aanwezigheid van Christus onder ons is ten einde, de handelingen van de Geest beginnen" (H. Gregorios van Nazianze, Homilie van Pinksteren, 81)
De dag van Zijn Hemelvaart naar de Vader, gaf Christus aan Zijn leerlingen de opdracht om "niet uit Jeruzalem heen te gaan, maar de Belofte van de Vader af te wachten" (Hand. I: 4). Hij vroeg hen om samen te blijven om de gave van de Geest te ontvangen:
"Gij zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt; en gij zult Mijn getuigen zijn in Jeruzalem en geheel Judea en Samaria, ja tot aan het einde der aarde" (Hand. I: 8).
De leerlingen waren bijeen in het Cenakel, toen dit gebeurde. In de Handelingen der Apostelen staat:
"Toen na vijftig dagen het Pinksterfeest aanbrak, waren allen op één plaats bijeen. Plotseling kwam er vanuit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, en vervulde het gehele huis waar zij waren samengekomen. Er verschenen hun tongen als van vuur, die zich verdeelden en zich op ieder van hen neerzetten. Allen werden vervuld met de Heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf om zich te uiten." (Hand. II: 1-4). Die dag gebeurden er drieduizend bekeringen.
Het feest van Pinksteren herdenkt de gave van de Heilige Geest aan de Apostelen, de geboorte van de Kerk en het begin van haar zending in de wereld.
Pinksteren komt van het Grieks pentecosti en duidt een periode aan van vijftig dagen, de vijftig dagen die volgen na de Opstanding (zoals saracosti staat voor de veertig dagen van de Vasten). Het is belangrijk om zich bewust te zijn van de continuïteit die Pasen, Hemelvaart en Pinksteren verbindt. Pinksteren vormt de afsluiting van deze periode.
Maar vooraleer Pinksteren een christelijk feest werd, is het een joods feest, Shavouot in het Hebreeuws, dat elk jaar trouw gevierd wordt door de Joden. Het joodse paasfeest herdenkt de bevrijding van de slavernij in Egypte en de doortocht van de Rode Zee. Vijftig dagen later ontvangt Mozes op de berg Sinaï de Stenen Tafelen der Wet waaronder het volk van Israël zal moeten leven. Het is de goddelijke openbaring van de Sinaï waarvan het joodse Pinksterfeest de herdenking is.
Het is niet zonder betekenis dat de Heilige Geest naar de Apostelen gezonden werd op deze verjaardag van het eerste Verbond met het volk der Hebreeërs. Na de tafelen der Wet komt het onderricht van Christus.

Wat stelt de icoon van Pinksteren voor?

De icoon is de geschilderde uitdrukking van de heilige Traditie van de Kerk, traditie die leeft in de heilige Schrift en in de liturgische teksten. Zij drukt de theologische inhoud van de gewijde teksten uit in grafische termen en is niet enkel een eenvoudige illustratie. Door middelen die behoren tot de zichtbare wereld brengt zij ons in contact met de onzichtbare wereld, zij drukt een geestelijke realiteit uit, en daardoor is zij altijd een beetje in discrepantie met de natuurlijke wereld. Zij staat boven de wet van tijd en ruimte: bij voorbeeld voor wat de ruimte betreft, bekommert ze zich niet om volume of perspectief, ze beperkt de voorstellingen niet tot een bepaald gebouw. Dit betekent dat de zin van de gebeurtenissen die de icoon voorstelt zich niet beperkt tot hun historische plaats, maar daar bovenuit stijgt. Zij wil ook de schijn van de werkelijke wereld overschrijden en zich situeren in een wereld die niet onderworpen is aan de wetten van de tastbare wereld. Voor wat betreft de tijd, maakt ze de toeschouwer tijdgenoot van de gebeurtenis, er is een deelname, hier en nu, van diegene die de icoon aanschouwt.

We bekijken nu een icoon van Pinksteren die zich bevindt in het klooster Stavronikita op de Athosberg en die dateert van de zeventiende eeuw.

ICOON PINKSTEEN 2222


We zien een bijeenkomst van mannen, die in een halve cirkel gezeten zijn, op een bank met hoge leuning. Het is een scène van een interieur, zoals blijkt uit de huizen op de achtergrond en het gordijn.
Er zijn twaalf protagonisten en ze dragen elk iets in de hand: de ene een perkamentrol, de andere een boek. Hun houding is kalm en plechtig, de sfeer lijkt hartelijk, ze onderhouden zich met elkaar. Men merkt ook een ruimte op tussen de twee middelste figuren, alsof de centrale plaats leeg gebleven is.
Boven het huis ziet men de hemel, van waaruit stralen komen die uitlopen in vlammen -vuurtongen- die afdalen en zich boven elk personage plaatsen.
Onderaan het beeld ziet men een donkere holte, waaruit een gekroonde figuur naar voren komt, met witte baard. Hij draagt een linnen doek met twaalf rollen.
De compositie is symmetrisch: zes mannen en zes vuurtongen langs elke kant.
De scène is lichtgevend: de hemel wordt voorgesteld als een gouden achtergrond, er is de zon en de lichtstralen op de banken, de lichtweerkaatsingen op de klederen.
De twaalf personages zijn de Apostelen, van het Grieks apostoloi, zij die gezonden zijn.
Bovenaan Petrus en Paulus, dan de vier evangelisten, die het Heilige Boek vasthouden, links Mattheus en Lucas en rechts Johannes en Marcus en verder waarschijnlijk Simon, Bartholomeus en Filippus (of Judas) links en Andreas, Jacobus en Thomas rechts.
Waarom is de heilige Paulus op deze icoon afgebeeld, kunt u zich afvragen, vermits hij niet aanwezig was op die dag en hij zelfs nog niet bekeerd was?
Dit komt omdat deze icoon niet enkel de gebeurtenissen beschreven in de teksten voorstelt, maar ook de zin en betekenis ervan toont. De betekenis van deze aanwezigheid lijkt klaar, de icoon toont niet enkel de historische ooggetuigen, maar de draagwijdte van het beeld wordt uitgebreid door een evocatie van de apostolische volheid en daardoor ecclesiale volheid; en kan men zich deze voorstellen zonder Paulus? Ze is ondenkbaar zonder hem en daarom zit hij tegenover Petrus. Doordat Paulus toegevoegd wordt, getuigt de icoon van de kerkelijke realiteit.
De icoon is niet een eenvoudige illustratie van de heilige Schrift, zij heeft een dogmatische en didactische inhoud, en onderwijst het geloof van de Kerk. Dit is zeker waar voor de icoon van Pinksteren die daarenboven het symbool is van de Kerk.

 De onderrichtscène

Wat betekent de lege plaats midden tussen de apostelen?
Deze plaats is die van Christus. De leeg gelaten plaats in het centrum betekent dat Christus aanwezig is, zelfs als Hij niet zichtbaar is. "Waar twee of meer in Mijn naam verenigd zijn, ben Ik in hun midden" (Mt. XVIII : 2).
De plaats van Christus is in het centrum, hij is de leider van de Gemeenschap, Hij is de leider (d.w.z. het hoofd) van de Kerk en het is de Kerk - Lichaam van Christus - die de taak heeft om Zijn Onderricht te verspreiden; met de gave van de Heilige Geest, "Die bij u zal blijven in eeuwigheid" (Jo. XIV, 16).
De Heilige Geest neemt in zekere zin het onderricht over, want Hij leert hen alles, zelfs dat wat ze niet konden dragen wanneer Christus onder hen was: "De Trooster, de Heilige Geest Die de Vader zenden zal in Mijn naam, Hij zal u alles leren, en u herinneren aan alles wat Ik u gezegd heb." (Jo. XIV, 26)
Christus zegt ook: "Nog veel meer heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet dragen. Maar wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, dan zal Hij u tot volle waarheid geleiden." (Jo. XVI, 12-13).
De Heilige Geest, die voor altijd gegeven is, zal de apostelen helpen om de apostolische zending te volbrengen die hun is toevertrouwd, toevertrouwd aan hen die niet erudiet of filosoof waren, maar eenvoudige mensen, zondaars...
Waarom kozen de iconografen een onderrichtscène die doet denken aan de filosofische onderrichtscènes van de Oudheid?
Bekijken we de icoon:
De apostelen zijn gezeten op een bank met hoge rugleuning in een halve cirkel, dezelfde die men gebruikte in de Oudheid in de scholen van filosofie. Men denkt onmiddellijk aan Plato, aan Pythagoras..., die hun leerlingen onderwezen.
De verwijzing naar de Oudheid is duidelijk, ze richt zich tot de Grieken, tot de vertegenwoordigers van het filosofisch denken, wat de absolute referentie was, en zegt dat het onderricht van Christus veel verder gaat dan de eenvoudige filosofie, die menselijk blijft. Het is een nieuw tijdperk dat aanvangt voor de mensheid, want het woord van Christus, "dit woord dat gij hoort," zegt Christus, "is niet van Mijzelf, maar van de Vader die Mij gezonden heeft" (Jo. XIV: 24).
Het is dus het Woord van de Vader dat ons werd overgebracht door de Zoon en dat de Geest verduidelijkt.
We weten ook dat Christus in het Oude Testament werd aangekondigd onder de naam Wijsheid, Christus is Sofia. Toen God Zijn Zoon schonk aan de mensen, heeft Hij deze Wijsheid medegedeeld, en deze Wijsheid heeft Hij aan de Apostelen doorgegeven en heeft hun gevraagd om ze aan de hele wereld te verkondigen: "Gaat uit over de gehele wereld en predikt het Evangelie aan alle schepselen". (Mc. XVI: 15).
Het beeld van de onderwijzende Christus is reeds vroeg voorgesteld in de vroegchristelijke iconografie. In de Catacomben van Domitilla, vierde eeuw, bevindt zich één van de eerste voorstellingen van Christus die onderricht geeft; Hij is gekleed als in de Oudheid, zoals de filosoof te midden van zijn leerlingen. De vroegchristelijke kunst is zeer geïnspireerd door de antieke kunst, de fresco's, de miniaturen, het half­verheven beeld­­houwwerk.

ICOON VAN PINKSTEREN IVOOR
p

Een ivoor uit de zesde eeuw (Rome of Noord-Italië) toont ons de twaalf apostelen, gezeten rond Christus. Op dit gebeeldhouwd ivoor, ziet men dat de plaats van Christus in het centrum is, bijna als een centrale zuil, en dat de apostelen zich rond Hem bevinden. Ze zitten op stoelen in een halve cirkel, en ze worden gezien in een verhoogd perspectief, men zou kunnen zeggen een ‘omgekeerd perspectief' (dus de personages worden kleiner afgebeeld, niet als ze verder van de toeschouwer verwijderd zijn, maar als ze dichterbij komen).
Indien we ons inbeelden dat de plaats van Christus leeg is, komen we tot de klassieke schikking van het college van apostelen van Pinksteren, het college van apostelen is de basis van de Kerk, de twaalf zuilen waarop het gebouw rust, gebouwd op de hoeksteen die Christus is (cfr. De twaalf stammen van Israël).
Dat Christus op de Pinkstericoon gesuggereerd wordt door een lege ruimte, is sterk, is symbolisch erg sterk: de aanwezigheid wordt gesuggereerd door de afwezigheid...

 Symbool van de Kerk

De icoon van Pinksteren is dus niet een eenvoudige illustratie van een historische gebeurtenis, zij is een symbool, zij is het symbool van de Kerk.
We moeten hier even stilstaan bij het woord symbool. Symbolon (Grieks; betekent: wat verzamelt) is het tegenovergestelde van diabolon (Gr., wat verdeelt). Oorspronkelijk was het symbolon een voorwerp dat men in twee had gesneden en dat slechts betekenis had wanneer de twee delen terug verenigd waren. Het was een teken van herkenning.
Het symbool verenigt twee delen, aan de ene kant een realiteit van de zichtbare wereld, en aan de andere kant een realiteit van de onzichtbare wereld die tegenwoordig wordt gesteld. Het symbool is niet een eenvoudig allegorisch beeld, er bestaat een organische band tussen de twee delen die het verenigt.
De icoon als symbool beïnvloedt ook diegene die haar aanschouwt. Zij kan ons helpen om ons om te vormen door ons uit te nodigen om ons te richten naar wat gesymboliseerd is en om ons ermee te vereenzelvigen.
De icoon handelt op deze wijze, ze verenigt een zichtbaar en onzichtbaar deel, een materieel deel en een spiritueel deel, ze openbaart ons een andere wereld met een volheid die niet te vergelijken is met het leven van de gevallen wereld.
Zich verenigen in de Kerk heeft betrekking op de natuur en het doel van de vereniging, niet op de plaats: het woord kerk komt van het Grieks ekklesia, wat bijeenkomst betekent (het werkwoord ekklesiazo betekent oproepen, een bijeenkomst samenroepen, een samenkomst bijwonen). De icoon toont ons het prototype van deze bijeenkomst, de eerste bijeenkomst, de stichtende vergadering, die van de apostelen. "Zich verenigen in de kerk" betekent dus zulke gemeenschap vormen, waarvan het doel is de Kerk te vertegenwoordigen, te realiseren. Deze eerste samenkomst bevestigt het bestaan van de Kerk.
Een orthodoxe theoloog, vader Alexander Schmemann, schrijft: "We moeten goed beseffen dat we ons naar de tempel begeven, niet om er individueel te bidden, maar om ons te verenigen in de Kerk. De zichtbare tempel is slechts de afbeelding van de onzichtbare waarmee hij zich bekleedt en die niet door mensenhanden gemaakt is... Wanneer ik zeg dat ik me naar de kerk begeef, betekent dit dat ik ga naar de gemeenschap van gelovigen om met hen de Kerk te vormen, om diegene te zijn die ik geworden ben op de dag van mijn doop: een lidmaat van het Lichaam van Christus, in de volle betekenis van het woord... Ik ga naar de kerk om mezelf als lid te manifesteren, om te getuigen voor God en de mensen van het Koninkrijk, reeds gekomen in kracht" (A. Schmemann: de Eucharistie). Dit is het mysterie van de Kerk, van het Lichaam van Christus dat wij vormen, nu, want Christus is met ons, zelfs al is Hij onzichtbaar zoals op de icoon.
De scène die wordt afgebeeld op de icoon is meer dan een onderrichtscène, het is de voorstelling van de Bijeenkomst van de Apostelen op het moment dat zij de doop van de Geest ontvangen.
Deze Gemeenschap is de initiële en fundamentele vorm van de Kerk. Het is het model van de Kerk die WIJ nu vormen, want WIJ zijn de Kerk, wij zijn in Christus en Christus is in ons. Wij zijn de Kerk en wij manifesteren en belijden de aanwezigheid van Christus in de wereld.
De aanwezigheid van Christus en Zijn Koninkrijk in de wereld bevestigen en belijden, was de eerste zending van de Apostelen, daarom draagt de ene een boek en de andere een schriftrol.

 Boek en schriftrol

Degenen die het Boek, het Evangelie, vasthouden, zijn: Paulus, Johannes, Lucas, Mattheus en Marcus. De overigen houden een schriftrol in de hand. Op andere iconen houden de apostelen allemaal een schriftrol vast; de schrift­rol symboliseert het Woord van God, dat ze gaan overbrengen dankzij de Heilige Geest.
We zien hier tegelijkertijd de parallel en de overstijging van de parallel tussen Christelijk en joods Pinksteren: de Tafelen der Wet zijn aan Mozes gegeven vijftig dagen na de doortocht van de Rode Zee. De Heilige Geest, die alles leert aan de Apostelen (dus aan de Kerk) en hen herinnert aan alles wat Christus hun gezegd had, is gezonden aan de Kerk in wording op de dag van het joodse Pinksterfeest. Het onderricht van Christus, dat komt van de Vader, is daar bovenop gegeven aan de mensheid op de weg van het heil.

 Harmonie en kalmte

In de Handelingen der apostelen staat dat de Nederdaling van de Heilige Geest gebeurde met groot lawaai en in een totale verwarring. Nochtans zien we op de icoon helemaal het tegenovergestelde: een harmonische orde, een nauwkeurige compositie. De strakke houding van de Apostelen drukt kalmte en plechtigheid uit. De icoon toont ons het gebeuren van binnen, zoals het beleefd werd door de apostelen, en zo laat ze ons deelnemen aan het innerlijke gebeuren, wij beleven het zoals de apostelen het beleefd hebben. De icoon openbaart ons de innerlijke betekenis van de gebeurtenissen, zij openbaart de eschatologische betekenis

De vuurtongen: de doop van de Kerk door het vuur


 
De icoon van Pinksteren is de voorstelling van de Bijeenkomst van de Apostelen, d.w.z. van de Kerk, op het moment dat deze de Doop van de Geest ontvangt.
 "Want Johannes doopte met water, maar gij zult gedoopt worden met de Heilige Geest" (Hand. I: 5), zegt Christus tegen de apostelen. "Er verschenen hun tongen als van vuur, die zich verdeelden en zich op ieder van hen neerzetten." (Hand. II: 3).
De icoon toont ons de doop van de apostelen, dus van de Kerk, met het vuur van de Heilige Geest. Het is tegelijkertijd de geboorte en de doop van de Kerk.
De duif is soms afgebeeld op de icoon van Pinksteren (ook op de icoon die hier getoond wordt), maar er is geen enkele reden om dit te doen. Noch de Schrift, noch de hymnografie maken er melding van voor Pinksteren. Dit beeld behoort tot de icoon van de Doop van Christus, een andere openbaring van de Heilige Drieëenheid.
De vuurtongen die op de apostelen vallen zijn essentieel in de oudste Pinkstericoon die we kennen, bewaard in het klooster van de H. Katarina van de Sinaï.
De Apostelen zijn verenigd in de Heilige Geest, maar elk van hen ontvangt persoonlijk het vuur van de Geest: de tongen verdelen zich. Uit dit verbond van eenheid in verscheidenheid van de apostelen komt heel de geschiedenis van de Kerk voort met haar concilies.

 De zending van de apostelen

 Een heel bijzonder gevolg van de Nederdaling van de Geest op de apostelen was dat ze begonnen te spreken tegen mensen "van alle volkeren onder de hemel", verenigd in Jeruzalem en dat "iedereen hen hoorde spreken in zijn eigen taal". De H. Lucas zegt: "Nu verbleven er te Jeruzalem Joden, godvrezende mannen uit alle volkeren onder de hemel. Toen dit gerucht zich verspreidde, stroomde het volk te samen, uitermate verbaasd, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken." (Hand. II: 5-6)
Pinksteren herstelt dat wat gebroken was bij de toren van Babel. Bij de toren van Babel had zich het onbegrip tussen de mensen gevestigd, met als gevolg de verdeeldheid onder de volkeren. In de Heilige Geest is de communicatie tussen de mensen hersteld, en de eenheid wordt weer mogelijk in het respect voor het anders-zijn (alle volkeren).
Het volk van God is uitgebreid tot zover dat er geen enkele scheiding meer is van ras, cultuur, ruimte noch tijd. Het heil is ook gegeven aan de niet-Joden.
De icoon toont dit op verschillende wijzen:

Ten eerste door haar compositie die niet gesloten is: men ziet dat de rangen van apostelen open blijven. De opening van de icoon zelf (en van alle iconen) die de scènes niet opsluit in een bepaald gebouw -men ziet de gebouwen op de achtergrond- maakt duidelijk dat de betekenis van de gebeurtenissen die de icoon voorstelt, zich niet beperkt tot hun historische plaats, maar de plaats en het moment waarop ze plaatshadden overstijgt.

 De oude koning - kosmos

ICOON VAN PINKSTEREN DEtail


Ten tweede ziet men onderaan op de icoon een keizerlijk personage, dat de tijdelijke wereld voorstelt. Deze allegorische figuur ziet men op de icoon vanaf de XIVe eeuw. Zij benadrukt de kosmische dimensie van Pinksteren. Byzantium, het nieuwe Rome, was uitverkoren als hoofdstad door de Romeinse keizer Constantijn, die haar herdoopte met de naam Constantinopel. Constantijn was de eerste keizer die zich bekeerde tot het christendom. Het Romeinse Rijk dat christelijk geworden was werd nadien om administratieve redenen in twee verdeeld. Constantinopel werd de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk.

 

Deze keizer op de icoon houdt in een gebaar van dankzegging aan God een linnen doek vast met de twaalf schriftrollen van de apostolische verkondiging.
Dit soort linnen doek ziet men ook in de antieke kunst bij de afbeelding van de allegorieën van de seizoenen van de aarde; het doek bevat dan meestal vruchten en verbeeldt de overvloed van de vruchten van de aarde. Men kan dit linnen doek ook zien als een bootje. Het schip is vaak gebruikt om de Kerk voor te stellen. De H. Clemens (IIIe eeuw) zegt: "Het lichaam van de Kerk is als een groot schip dat in een grote storm mensen van verschillende herkomst vervoert, die in het Koninkrijk willen wonen. Beschouw dus God als de kapitein van dit schip, Christus als de stuurman, de bisschop als de man op de uitkijkpost, de priesters als de bemanningsleden, de gemeenschap van broeders als de passagiers, de wereld als de onpeilbare diepte van de dood..."
De apostelen waren eenvoudige vissers en werden geroepen om in zee te gaan aan boord van het schip dat de Kerk is, om vissers van mensen te worden. Alle volkeren moeten de Blijde Boodschap horen: dat de gave van de Heilige Geest voor iedereen is.

De icoon laat het Koninkrijk intreden in de geschiedenis.
De Nederdaling van de Heilige Geest is de eerste dag van een nieuw tijdperk. Pinksteren is de vijftigste en de eerste dag. De vijftigste dag: 7 x 7 + 1 (zo ook het joodse feest van de zeven weken: Sjavoeot). Deze periode van vijftig dagen is een week van weken (7x7); de achtste dag (Pink­steren) is zoals de zondag de achtste en de eerste dag.
De Heilige Geest deelt Zichzelf mede aan de leden van het Lichaam van Christus en vergoddelijkt hen door Zijn genade. Dit is het eigenlijke onderwerp van de icoon: de vergoddelijking van de mens, zijn deelhebben aan de genade en door de genade aan het Koninkrijk, hier en nu. De aangezichten van de icoon tonen de mens die getransformeerd is door de werking van de Heilige Geest, de mens in het licht van de Heilige Drieëenheid.
Dit is de weg die wordt aangeboden aan elke Christen, de weg van de Transfiguratie, en de icoon toont ons de weg, want sinds het goddelijke zich heeft vermengd met onze menselijke natuur, is onze natuur in waarheid verheerlijkt. (H. Johannes van Damascus)

 Marie Lavie - iconograaf
Vertaling uit het Frans: Mia (Orthodoxe Parochie van de Heilige Georgios - Antwerpen)

13-04-08

Van laatste Avondmaal tot Verrijzenis


 Van Laatste Avondmaal tot  Verrijzenis 
lijdende christus 3