20-07-10

Kerk in dialoog

Kerk in dialoog

Prof.Archimandriet Grigorios D. PAPATHOMAS

 

“Eén van de problemen die gesteld zijn door de kruisvaarten – zegt Steven Runciman – was dat zij de relaties tussen christenen en moslims onherstelbaar en definitief vernietigden. Voor de kruisvaarten getuigden de orthodoxe Kerk in het bijzonder en de wereld van de moslims van een verstandhouding en een wederzijdse tolerantie, alsook van een wederzijdse dialectiek , onder andere, dank zij de dialogen door de byzantijnse theologen met deze wereld (cf. Johannes Damascenos en veel anderen tot Gregorius Palamas). Onder andere, verbood de orthodoxe Kerk het idee van de heilige oorlog. Het bewijs hiervan is dat de Patriarch van Constantinopel Polyeucte (956-970) zijn zegen niet gaf aan het leger van Nicéphorus Phocas (963-969), wanneer hij op veldtocht vertrok tegen de Sarrazenen, om de goede reden, zoals hij zei, dat geen enkele oorlog als heilig kan genoemd worden. Het concept van heilige oorlog werd ingevoerd door de kruisvaarders die hem verheerlijkten, niet enkel in hun eigen rangen, maar ook bij de moslims die begonnen waren met het op te geven “

Met deze woorden signaleert Runciman historisch het bestaan en de praktijk van de dialoog van de kant van de byzantijnse theologen. Hij onderlijnt  de spectaculaire doeltreffendheid  welke deze dialoog heeft gehad met de moslims, in tegenstelling met de westerse christenen die, tezelfdertijd  hadden geopteerd voor een “heilige oorlog” in plaats van de dialoog. Anders gezegd,  bewees hij in zijn historisch discours , behalve zijn recent verleden, dat de orthodoxe Kerk een “Kerk van de dialoog” was, gekenmerkt door zijn theologie en niet een “Kerk van de heilige oorlog” die gebaseerd was op een ideologie. Immers, één van de structurele kenmerken van de kerkelijke praxis (pastoraal) en het woord (theologie) van de Kerk is, dat zij werkt (moet werken) op een soteriologische wijze en niet op een theoretische (ideologie). Want, heel eenvoudig, de essentiële en ultieme visie van de Kerk – en van haar theologie – is het redden van het menselijk wezen. Het is de eerste, de voornaamste en essentiële vraag die onze goddelijke liturgie richt vanaf het begin : “Voor…het heil van onze zielen (=levens)”. Onze kerkelijke theologie en onze pastoraal, indien zij redding brengend willen blijven, zonder af te glijden en een ideologie te worden, kan slechts gebeuren in een permanente dialoog met de anderen (personen en instituties), maar ook in een permanente openheid ten overstaan van de wereld ”in zijn geheel”. Dit betekent, in dialoog met allen en openheid naar allen, intra et extra muros, naar allen die dichtbij of veraf zijn, binnen of buiten de Kerk.

De periode in de geschiedenis die wij nu beleven – een tijdperk van  volstrekte moderniteit, zeg maar meta-moderniteit, maar ook de tijd-ruimtelijke context van onze eigen historisch leven zijn per definitie vastgelegd in een domein van dialoog  met meerdere luiken, die minstens vier fundamentele aspecten inhoudt : 1.De interorthodoxe dialoog, om met onze eigen huishouding te beginnen, want deze wordt meer en meer een noodzaak, vooral vandaag, tussen de andere homodoxen (die dezelfde leer verkondigen). 2. De inter-christelijke dialoog, omdat de werelwijde secularisatie alsook  het kerkelijke culturalisme niet ophouden om het voortouw te nemen in het empirische getuigenis van de Kerk, en daardoor meer heterodoxen doet ontstaan.3. De inerreligieuze dialoog, omdat de auto-apocalyptische werking van God in de wereld niet alleen onbegrijpelijker wordt, maar het is de plicht, vooral van de Kerk, om de openbaring van God die zij in hun schoot dragen te stellen, “in een berg van dialoog” en “dragers te zijn van de brandende lamp” vooral tussen de religieuze verscheidenheid.4. De interculturele dialoog, in de schoot van de maatschappij en met de maatschappij, in de nieuwe Multi-culturele context van ons meta-moderne tijdperk. Context, niet alleen de europese eenmaking, maar vooral van de mondialisatie in de brede zin van het woord. Op dit punt komt precies de voornaamste vraag naar voor die de goddelijke liturgie ons stelt : “Voor…(…) de eenheid van allen”. Deze allen, wie zijn zij ? Om de correspondentie te onderhouden met wie wij in dialoog zijn, met wie wij geroepen zijn om te dialogeren, met wie wij worden uitgenodigd om ons te engageren in de dialoog. Laten wij hen definiëren. Het gaat respectievelijk om de dialoog tussen :1.Christenen van dezelfde belijdenis (orthodoxen);2. Christen van verschillende belijdenissen (heterodoxen);3. Gelovigen van een andere religie (heteroreligieus) en 4. Zij van “buiten”, wie zij ook zijn, vertegenwoordigers van verschillende sociale en culturele opvattingen. En deze vraag van onze goddelijke Liturgie, “de eenheid van allen”, zoals ook het gebed van Christus “opdat zij één zijn”, zal zich verwezenlijken door de dialoog, de openheid en het overleg; en indien dit niet gebeurt, dan zal het ten minste door de dialoog een aanvang krijgen.

Nadat wij  bepaald hebben wat de dialoog is in haar verschillende aspecten die zich onverbiddelijk voor ons afspeelt, vooral op onze dagen, en dit als een universele verzameling van de maatschappij en haar verscheidene uitdrukkingsvormen, zullen wij  nu een belangrijk aspect aansnijden van het kerkelijk leven, datgene wat wij vandaag gemeenschappelijk noemen “de Kerk in dialoog”. Dit feit, dat wij vandaag gemeenschappelijk zullen zien als een houding tegenover het leven in deze tijd en in de geschriften van de vaders – en dit als voorbeeld – door de apostolische apologetische Vaders  die de eersten waren om zich te engageren in de dialoog met de maatschappij, de dominerende filosofie en de Stad van hun tijd, met een toename in de tijd van vervolging van de christenen. Het zet zich op dezelfde wijze voort ten tijde van de Cappadocische Vaders, Maximos de belijder en Johannes van Damascus en, voor de val van Constantinopel (1453)en  in een zelfde perspectief, met de heilige Gregorius Palamas en de heilige Marcus Evgénikos, bisschop van Efese.

Dit feit van de “Kerk in dialoog” heeft een achteruitgang gekend tijdens de ottomaanse bezetting (1423/1453 – 1821/1913)in onze streken en, vooral tijdens het verschijnen van het christelijk confessionalisme (=ideologie dat zegt dat de religie binnen de politiek ten uitvoer dient gebracht)in het Westen en in het Oosten. Het heeft zich vooral gemanifesteerd in de tweede eeuw direct na de Kruisvaarten (1095-1204) en heeft haar hoogtepunt bereikt in de 19e en de 20e eeuw. In deze recessie van de 19e en de 20e eeuw, en tot op onze dagen, werden alle confessionele faculteiten geëngageerd en gemobiliseerd. Deze scholen zijn opgericht en ontwikkeld  in een klimaat van academische theologie die  het confessionalisme en de verzuiling hebben aangemoedigd, en die daardoor de dialoog hebben verhinderd. De laatste jaren is “de kerk in dialoog” begonnen met de oude patristieke dimensie te hernemen, deze van voor de val van het communisme, en dit ondanks de reacties van confessionele kant. Dergelijk perspectief van herneming en de ontwikkeling van de dialoog in alle richtingen heeft van de kant van de orthodoxe Kerk gestalte gekregen door het oecumenisch Patriarchaat in 1902, 1920 en verder, en in Griekenland, omwille van historische geopolitieke omstandigheden, kort voor de dictatuur , voornamelijk na de herstelling van de democratie (1974) en bij het einde van de 20e eeuw.

De dialoog is een polyvalente onderneming die verschillende uitdagingen bevat. Bij de inspanning voor de dialoog, opdat zij waarachtig theologisch zou zijn, mag de dialoog geen confessionele toon bevatten. Zij wordt voortdurend opgeroepen om theologisch te zijn, zonder confessioneel te zijn. Om dialectisch te zijn, zonder datgene wat zij belooft uit de hand te doen lopen noch te vervalsen :  de waarheid van de Kerk en haar Theologie. Om openheid te creëren  en zeker geen verbrokkeling. Elke wijze tot dialoog is er om voor de dialoog te opteren “op zijn initiatief” en niet om te handelen “uit reactie” op de theologische feiten. Bij deze willen wij wijzen op een nuance die een enorm verschil aantoont tussen de twee. Er bestaan twee wijzen van handelen in het leven van elke dag : “op zijn initiatief” en “uit reactie”. Er is een afgrond in het uit mekaar houden van “te handelen volgens zijn eigen initiatief” en dit van “te handelen uit reactie”. Het eerste betekent een globaal zicht hebben op de dingen, een visie hebben en zich toewijden om het om te buigen in het perspectief van zijn visie, geen enkele reden hebben om zich te verzetten tegen de hindernissen of de neiging hebben om hindernissen op te werpen aan zijn naaste die zich ook inspant om eventueel op dezelfde manier te handelen, of verschillend of zelfs tegengesteld. Anderzijds “handelen uit reactie” betekent een gebrek hebben aan een globale visie op een fundamentalistische en hevige wijze, door zelfs een heilige oorlog te voeren indien het nodig is, datgene weigeren wat zijn naaste “op eigen initiatief” heeft gedaan. Wat er ook van zij, het feit van te handelen “op eigen initiatief” betekent een theologische kracht en een liefde voor de Waarheid !.... Immers, het is slechts dan dat de Waarheid een oefening van communio van personen wordt – wat de essentie uitmaakt van de Kerk – en een oefening in relatievorming .

In de loop van de geschiedenis, in de schoot van de vervallen schepping, zijn wij door onze daden en ons leven geroepen om datgene te doen wat de Kerk belooft in de geschiedenis en de wereld, ’t is te zeggen : zich engageren voor een polyvalente dialoog. Dit betekent het opnemen van een verantwoordelijkheid ten overstaan van de gescheiden christenen en een wereld die verdeeld is door de val, van de verdeelde maatschappij, waar iedereen uitwegen  en verschillende wijzen van handelen zoekt, de dialoog tussen anderen is het middel om uit de impasses te geraken. Indien de Kerk niet in het centrum staat van dit perspectief om uit de impasses te geraken, door middel van de ontologische weg die ook gaat via de dialoog, dan heeft zij “de smaak verloren”, en in dit geval,, “hoe zal zij opnieuw het zout worden?”. Is het mogelijk dat een Kerk gelijkt op zout dat zijn smaak verloren heeft ? Ja, het is mogelijk, zegt Christus ons, en de mensen smijten het buiten en zullen het aan de kant zetten. Vanuit historisch en diachronisch(= doorheen de tijd) standpunt heeft de orthodoxe Kerk getoond het zout te zijn, pionier te zijn in de dialoog door wegen te openen om de problemen te boven te komen, en om op een eschatologische manier de menselijke impasses te boven te komen, in het perspectief “de ganse wereld” te omvatten, en het “heil van alle mensen”.

 Vertaling Kris Biesbroeck

13-02-09

Nicolas Lossky : Eucharistische gestvrijheid

EUCHARISTISCHE GASTVRIJHEID

 

Vader Nicolas Lossky

 

Laatste avondmaal ethiopisch

In de inter-confessionele context waarin we leven, wordt dikwijls de vraag gesteld waarom er niet zuiver en eenvoudig vrijheid wordt gelaten op het domein van de deelname aan de Eucharistie. Men weet dat de orthodoxen, die toch deelnemen aan de oecumenische Beweging, en dit sedert het begin van de XXe eeuw, zich hebben verzet tegen wat men moemt de 'eucharistische gastvrijheid'.  Met uitzondering van een aantal gevallen waar de bisschop of zijn afgevaardigde die de celebratie uitvoert, om pastorale redenen, die deel uitmaken van zijn verantwoordelijkheid tegenover God, toch sommige niet-orthodoxen toelaat tot de communie. De regel wil dat alleen  leden  van de orthodoxe Kerk die niet geëxcommuniceerd zijn toegelaten worden. De uitzonderlijke gevallen waarvan sprake zijn het gevolg van wat de orthodoxen de 'economia' noemen, een begrip dat dikwijls verkeerd begrepen wordt. Het gaat hier niet om een  'afschaffing' van een regel, maar om een ' niet toepassen' ervan en dit in specifieke gevallen die voortkomen uit pastorale noodzaak. De regel blijft bestaan. Het is dus van belang om te onderzoeken waarom de orthodoxe Kerk slechts orthodoxen toelaat tot de communie.

De eerste reden  houdt verband met de orthodoxe opvatting van de eucharistie - een opvatting welke de orthodoxen trouwens delen met de katholieken. De eucharistie vertegenwoordigt de ultieme uitdrukking van de eenheid van de Kerk. Zij is de Kerk. Dit impliceert een totale eenheid in de belijdenis van het geloof, voor alles het geloof in de goddelijke Drieeenheid dat zich aan ons geopenbaard heeft in de menswording van Jezus Christus, de God-mens die 'één is van de Heilige Drieeenheid'. Deze eenheid in de trinitaire geloofsbelijdenis impliceert een juiste ecclesiologie, wat de heilige Paulus uitdrukt als hij schrijft aan de Kerken, bijvoorbeeld 'tot de Kerk van God te Korintië...'(1Kor.1,2 en 2 Kor.1,1). 'Kerk van God' betekent hier wat een weinig later Ignatius van Antiochië zal noemen 'katholieke Kerk', niet in de betekenis van 'universeel', maar wél de Kerk die de volheid van het geloof belijdt, die de volheid van de Openbaring (kath'olou = volgens alles)ontvangt. Men herinnert zich dat de heilige Ignatius deze uitdrukking gebruikt in verband met het Godsvolk, verzameld rond de bisschop, dat tegelijk universeel is, omdat het in communio is met alle eucharistische  bijeenkomsten 'die overal de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen' (1 Kor.1,2).

 De orthodoxe ecclesiologie veronderstelt dus een band tussen het volk van God en de bisschop die voorgaat maar die in zijn hoedanigheid van voorganger niet ophoudt deel uit te maken van dit Godsvolk.

 Dit brengt ons tot een ander aspect van de orthodoxe ecclesiologie, een aspect die ons beter zal toelaten, zelfs als onze christelijke broeders en zusters het er niet mee eens zijn, de zeer belangrijke reden van de orthodoxe  aarzeling ten overstaan van de eucharistische gastvrijheid te begrijpen. De verzameling van het Godsvolk, voorgezeten door de bisschop, is een vergadering die verenigd is in geloof en waar allen mede-verantwoordelijkheid dragen voor dit geloof. Er zijn in de Kerk geen passieve leden. Er zijn  in de orthodoxe ecclesiologie geen begrippen als 'de lerende Kerk' en de 'onderwezene Kerk'. Allen zijn verenigd in een communio die zich aldus uitdrukt (zoals in de Goddelijke Liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos) : 'Laat ons elkander beminnen, om in eenheid te belijden : de Vader, de Zoon en de heilige Geest, Drieeenheid, die éénwezenlijk en ondeelbaar is'. Het gevolg is, dat de verzameling van gelovigen en de clerus geroepen zijn om gericht te zijn naar de eenheid in verscheidenheid (of  naar de verscheidenheid in de eenheid), waarvan het mysterie van de absolute eenheid in de verscheidenheid niet minder absoluut is dan deze van de Heilige Drieeenheid, twee absoluut-heden, wat filosofisch gezien een absurditeit is, een 'tegenstrijdigheid' zoals de heilige Gregorius van Nazianze het zegt. Hij wordt dan ook voor niets 'de Theoloog' genoemd.

 Indien de eucharistische bijeenkomst geroepen is tot de eenheid in verscheidenheid naar het beeld van de Heilige Drieeenheid, dan impliceert de orthodoxe ecclesiologie, maar dan begrepen als een theologie en niet als een beschrijving van een organisatie of eenvoudigweg een institutie, dat elk lid niet simpelweg een lid is van een Kerkvergadering ; elk lid is dusdanig verbonden met de anderen in Jezus Christus dat hijzelf 'Kerk' is. Hieruit vloeit voort, dat waar hij communiceert, het de Kerk is die communiceert. De communie kan dus niet gezien worden als een individuele daad. Als ik in een katholieke, anglikaanse of protestantse Kerk ga communiceren, en dit in het licht van wat boven gezegd is, dan stem ik in met die Kerk. Anderzijds, als men mij zegt dat het slechts een uitzondering is, een 'profetische'daad, dan vergeet men dat niet ik alleen communiceer maar de ganse kerkelijke gemeenschap waaraan ik deelheb communiceert met mij, want in de Kerk zijn wij geroepen om de staat van individualisme te overstijgen, om een persoon te worden, dit wil zeggen ,een 'zijn-in-communio', zoals metropoliet Jean van Pergame (Zizioulas) het uitdrukt. Hij laat geen gelegenheid voorbijgaan om er aan te herinneren dat er binnen de Kerk gaan plaats is voor individualisme.

 Tot besluit kan men zeggen dat, indien men in de orthodoxe Kerk de praktijk van de eucharistische gastvrijheid systematisch en zonder discriminatie zou toepassen krachtens het zo dikwijls geciteerde  principe volgens hetwelke het de Heer is die uitnodigt en  leidt, dit zou betekenen, indien men aanvaard wat gezegd is, dat ieder die men de communie zou geven, of hij het wilt of niet, ingelijft  wordt in de orthodoxe Kerk. Maar men zou niet toelaten dat deze persoon elders te communie gaat.

Vrij vertaald uit 'Contacts'

No 210 - 2005 door Kris B.

 

27-08-08

De Orthodoxe kerk in Europa

DE ORTHODOXE KERK IN EUROPA

UITDAGINGEN EN VERLANGEN NAAR EENHEID

 Tekst van een uiteenzetting door Christos Yannaras, naar aanleiding van de 40e verjaardag van het interepiscopaal orthodox Comité in Frankrijk, de 17e november laatstleden gehouden te Parijs.

Christis Yannares  is een alom bekend filosoof en theoloog in het Westen. Hij is professor emeritus van het instituut voor politieke wetenschappen te Athene en lid van de internationale Academie voor religieuze wetenschappen. Hij heeft in de loop van de laatste veertig jaar veel bijgedragen tot de vernieuwing van de orthodoxe theologie, vooral door zijn boeken die in verschillende talen werden vertaald, waaronder het frans : ‘De l'absence et de l'inconnaissance de Dieu d'aptès les écrits aréopagitiques et Martin Heidegger' (Cerf,1971), ‘La liberté de la morale' (Labor et fides, 1983, collection "Perspective orthodoxe"), ‘La foi vivante de l'Eglise. Introduction à la théologie orthodoxe'(Cerf , 1989), ‘Vérité et unité de l'Eglise' (Axios,1990).

De éénheid van de Kerk is geen organisatorisch probleem. Wij spreken van éénheid om de nieuwe wijze van bestaan aan te duiden die de Kerk verkondigt, een wijze die zich realiseert en openbaart in elke locale eucharistische gemeenschap.

Alvorens te worden uitgedrukt als "evangelie", blijde verkondiging, is het getuigenis van de Kerk een concreet gegeven : de beleving van een maaltijd waar de realisatie ervan de kerkelijke gemeenschap vormt. Deze maaltijd getuigt en openbaart een nieuwe wijze om het voedsel te ontvangen, 't is te zeggen, om ons leven te verwezenlijken : ons leven verwezenlijken als relatie, als  bestaan, niet als individu die zich voedt en handelt om zich staande te houden en te overleven, om voort te bestaan, om te overleven, maar een bestaan als persoon die existeert als ‘communio' in liefde, die existeert omdat hij bemint en aangezien hij bemint.

 "DE KERK IS GEEN RELIGIE"

De Kerk is geen religie. De religie is een individualistische noodzaak, egocentrisch. De Kerk is een bestaan als communio. De religie is individualistisch, omdat zij de vrucht is van een  instinctieve impuls, van een natuurlijke noodzaak die elk menselijk individu domineert. Noodzaak om de angst voor de dood te neutraliseren,angst ook voor het onbekende transcendente . Noodzaak om het individu te versterken met ‘geopenbaarde' zekerheden, met juridische garanties voor de individuele onsterfelijkheid.

De Kerk heeft haar naam ontleend aan de‘ekklèsia' (van ‘dèmos'), van de griekse stad, van de vergadering van burgers.  De burgers kwamen bijeen in de ‘ekklèsia', vooral om datgene wat gebeurde in de stad verder te realiseren en te ontwikkelen, dit wil zeggen : een andere wijze van co-existentie (samenleven) te realiseren. De ‘stad' was voor de oude grieken  geen samenleven dat op het ‘nut' gericht was (‘koinônia tès chreias'), het was veeleer een gemeenschappelijke strijd opdat het leven ‘in waarheid' een ‘waarachtig', een reëel  leven zou zijn. De ‘ekklèsia' van de burgers was bij uitstek de uitdrukkingswijze om een politiek van waarheid te realiseren.

De waarheid betekende voor de grieken de realiteit van het zijn (‘ontôs on').  Zij erkenden hun eeuwige oordeel en gelijk van het waarachtig zijn uit ervaring, als iets onaantastbaar, onveranderlijk, die de ‘zijnden' vormt en de  betrekkingen  tussen de ‘zijnden' , de logische relaties, van harmonie en schoonheid, die het universum tot ‘cosmos' omvormden : een waarachtig sieraad.  De ‘stad', de ‘polis' en het politieke leven waren de plaats van de vrijwillige strijd van alle burgers om de collectiviteit te bepalen volgens de logica (de modus) van het reële zijn, van de wijze (modus) van de waarheid, de logica van de harmonische relaties en van de schoonheid.

 De communio van de Personen van de Drieene Godals wijze van bestaan.

Zelfs voor christenen, verwijst de waarheid niet naar ‘bruikbare informaties', maar naar de wijze van bestaan van het reële zijn. Maar het reële zijn is volgens de kerkelijke ervaring niet de rationaliteit a priori en de ondoorgrondelijkheid van de cosmische orde. Het reële zijn, het ware bestaan die de beperkingen van de tijd, de ruimte, de vergankelijkheid en de dood niet kent, is de communio van Personen, van het oorzakelijk trinitaire principe van het levend wezen. De wijze van bestaan van de trinitaire God, is de wijze van vrijheid met betrekking tot elke noodzakelijkheid en elke voorbeschikking, het is de onbegrensde vrijheid van de liefde. De God van christenen is liefde.

De liefde heeft zich geopenbaard in de Kerk vanaf het allereerste moment van haar historische aanwezigheid als onbegrensde vrijheid, door middel van drie woorden die het oorzakelijke trinitaire principe definiëren : de woorden Vader, Zoon Geest. Vrij van elke noodzakelijkheid en van elke voorbestemming van haar onuitsprekelijk bestaan. God de Vader bestaat omdat Hij wil bestaan en Zijn vrije wil ‘hypostaseert' (tot hypostase maken') Zijn zijn door Zijn Zoon te doen ‘geboren' worden en door de ‘voortkomst' van de Heilige Geest : Vader, Zoon, Geest zijn woorden uit de menselijke taal die echter niet de betekenis hebben van individuele existenties (zoals gewoonlijk de namen van individuen: Peter, Paul, Jan enz...), maar het zijn hypostatische eenheden die bestaan in ‘relatie', bestaanswijzen die uit zichzelf ontstaan. Zij ontstaan de één uit de andere, met de band van de liefde. Het kerkelijk leven beoogt deze wijze van trinitair leven te bereiken, een wijze om lief te hebben, een wijze om waarachtig te existeren.  De Kerk wil ‘deze éénheid die de Heilige Geest als meester heeft' realiseren, zoals de heilige Isaac de Syriër het zegt. Wij verstaan deze éénheid vooral als communio aan dezelfde kelk, als het zoeken naar een leven als communio van liefde, een communio en zoeken die het lichaam van elke locale eucharistische gemeenschap vormt. En de kerkelijke ervaring getuigt van deze éénheid als wijze van bestaan, ze vormt tegelijk één enkel en uniek lichaam van alle afzonderlijke locale kerken samen, zij vormt ook de Kerk als universele realiteit.

Eucharistie en éénheid van de KerkDe éénheid van het universele lichaam van de Kerk wordt ook gerealiseerd door een gemeenschappelijke deelname van alle christenen aan dezelfde eucharistische kelk, 't is te zeggen, aan dezelfde wijze van bestaan. De uiting van deze ware éénheid realiseert zich in een concrete institutie : de bisschoppensynode.

De bisschoppensynode heeft niets te zien met een vergadering van directeurs van een onderneming of van een maatschappij. Ten eerste, omdat de bisschop niet de leider of de bestuurder is van een eucharistische gemeenschap, maar haar vader en dienaar.Verder, omdat de synode een verlengstuk is van het eucharistisch sacrament, een verlengstuk van de eucharistische wijze van bestaan.

Elke bisschop die zich in de schoot van een bisschoppensynode uitdrukt, spreekt niet om zijn eigen gedachten uit te drukken, zijn eigen opinies en zijn bevindingen, zijn persoonlijke wijsheid, zijn theologische bekwaamheid, zijn godsvrucht en zijn deugden. Neen ! De bisschop spreekt op de synode als getuige van de eucharistische gemeenschap, in dienst van hen die onder zijn gezag staan. Hij drukt enkel zijn ervaring uit van de strijd welke zijn gemeenschap heeft met betrekking tot de wijze van eucharistische bestaan.

Vanuit het gegeven, dat de deelneming aan de eucharistische kelk de realisatie is van een verandering in onze manier van bestaan, zo is het ook met betrekking tot de deelname van de bisschoppen aan een synode. Het is de realisatie en de manifestatie van de wijze(manier) die het bestaan bevrijdt van de tijd, de ruimte, van het verval en de dood, van de wijze waarop de existentiële realiteit van de Kerk overal ter wereld wordt bepaald. En zoals het ondenkbaar is dat aan de eucharistische maaltijd, Grieken, Russen of Fransen elk  aan verschillende spijzen communiceren, en niet aan hetzelfde brood en wijn van de gemeenschappelijke tafel, zo is het ook ondenkbaar dat elke bisschop naar voor komt met zijn eigen belangen, individuele of nationale.  Dat wat de eucharistie en de bisschoppelijke synode gemeenschappelijk hebben, is de mogelijkheid te bieden om onze manier van bestaan te veranderen, om de hoop uit te drukken van een overwinning op de dood. Een vervalsing van deze hoop is een zware verantwoordelijkheid.

"Een dienst ten gunste van de realisatie van het ware leven"

Wanneer de bisschoppen van de verschillende locale kerken tezamen de eucharistie celebreren, is er altijd maar één die in de celebratie ‘voorgaat' naar het beeld van de monarchie van de vader , die de vorm is van de trinitaire éénheid. Zo gaat het ook bij een synode : er is altijd slechts één bisschop die voorgaat, nooit meerdere, nooit beurtelings. Voorgaan op de synode is geen macht, het is een dienst ten gunste van het realiseren van het ware leven.

Hoe stelt men vast wie er in elke synode van bisschoppen moet voorgaan ? De kerkelijke ervaring van de vijftien eerste eeuwen heeft bijgedragen om het metropolitaans systeem tot stand te brengen : bij elke regionale synode gaat de bisschop van de grootste stad van de regio voor, van de moeder-stad (in het grieks : ‘metropolis'). Hij was de verantwoordelijke voor het bisdom met de meeste inwoners, hij had bijgevolg de bekwaamheden om een antwoord te bieden op de grootste verantwoordelijkheden, en bijgevolg ook de ervaring om de meest complexe problemen het hoofd te bieden.

Op de synode van bisschoppen van een ganse provincie in het verenigd romeinse Rijk van die tijd, ging de bisschop van de belangrijkste stad voor : Rome in het Westen, het Nieuwe Rome - Constantinopel in het Oosten, Alexandrië in Egypte, Antiochië in het Midden-Oosten. Aan deze vier bisschoppen van de grootste administratieve centra van het Keizerrijk, die patriarchen genoemd werden, heeft men als bewijs van eer, de bisschop van Jeruzalem toegevoegd.

Het criterium om deze vijf patriarchen aan te duiden, - zij vormden de pentarchie,  en drukten de zichtbare éénheid van de Kerk  uit -  was niet enkel de bekwaamheid om het voorzitterschap van de synode, als eucharistische dienst, waar te nemen. Het criterium was eveneens gebaseerd op de realiteit dat deze steden werden erkend als de grootste centra van het kerkelijk leven, van de theologische studie, van het liturgisch leven, van de christelijke kunst. Wij merken tot op onze dagen de vruchtbare theologische arbeid van de ‘school' van Alexandrië, evenals de bijdrage van de Antiocheense ‘school', alhoewel zeer verschillend van de vorige. Op het vlak van de christelijke kunst kennen wij de hoogtepunten die bereikt werden door de ‘school' van Constantinopel alsook de inbreng van de traditie van Jeruzalem voor wat betreft de vorming van de kerkelijke cyclus.

Orthodoxie of ‘nationale religie'

De eenheid van de universele Kerk is tenietgedaan toen het nationalisme is komen opdagen als een politieke band van samenhang der volkeren. In een eerste etappe, is de ambitie van een natie om een rijk te vormen gepaard gegaan met de aanspraak om haar nationale Kerk de rang van patriarchaat te geven. De studie van deze band tussen de idee van het Rijk en het verlangen om een nationaal patriarchaat in te stellen was werkelijk fascinerend, men hoeft slechts de voorbeelden te nemen zoals deze van Karel de Grote (9e eeuw), van de tsaar der Bulgaren Symeon (10e eeuw), van de koning van Servië Etienne Dusan (14e eeuw, van de russische tsaar Ivan III (15e eeuw). In een tweede etappe, in de 19e eeuw,is de verbrokkeling van de kerkelijke éénheid volgens ethnische criterea  op een medogenloze wijze doorgevoerd. De één na de andere orthodoxe volkeren hebben zich bevrijd van het ottomaanse juk en zij hebben Staten gecreëerd  die het karakteristieke van de moderne westerse staten van die tijd kopieerden .( dit van de "Staat-natie"), wat hen ook ertoe bracht om de kerkelijke onafhankelijkheid te eisen. Zij hebben dus gekozen om het systeem van de patriarchale pentarchie te verlaten, en , in de meeste gevallen, om op hun beurt erkend te worden als een ‘patriarchaat', aldus gaven zij hun status van locale Kerk op en werden zij ‘een Staatsreligie'.

Er was reeds een precedent op het einde van de 16e eeuw, met de aanneming van de titel van patriarch door de metropoliet van Moscou in 1589, en die samenviel met de opkomende ambitie van Moscou om erkend te worden als het ‘Derde Rome'.  Later, in de 19e eeuw was er de oprichting van het nieuwe Koninkrijk der Grieken, in het zuiden van de Balkan , een Staat die 4/5e van de griekse bevolking buiten haar grenzen had en waarvan de Kerk die afgescheiden was van het oecumenisch patriarchaat  zich proclameerde tot ‘autocefale Kerk'. Vervolgens kwam er in 1879 de autocefalie  van de servische Kerk, en de toekenning van de titel van patriarchaat aan deze nationale Kerk in 1920. Vanaf 1855 heeft ook de Roemeense Kerk haar autofalie afgekondigd en werd op haar beurt in 1925 een patriarchaat. In 1937 werd de Kerk van Albanië erkend als autocefaal, en in 1945 de Kerk van Bulgarije, die in 1953 ook een patriarchaat werd.

Daarom is de orthodoxie, die vroeger synoniem was van kerkelijke katholiciteit, geworden  tot een nationale religie (en dit tot op de dag van vandaag), ze is een autonome ideologische entiteit geworden in al die landen die ‘historisch als Orthodox' worden bestempeld. Zo wordt de Orthodoxie geïdentificeerd met alle bijzondere kenmerken van elk van deze naties, met hun riskante politieke avonturen en de ambities van elk van deze kerken. Zij is een aanvullend element geworden van de heersende Staatsideologie. De term "patriarchaat" heeft vandaag de dag geen enkele kerkelijke betekenis meer, zij heeft geen enkel verband meer met de betekenis die ze had in het synodale kader van de pentarchie. Het verwijst alleen nog maar naar administratieve instellingen, die min of meer geseculariseerd zijn.

"De éénheid van de Kerk is een wijze van bestaanen niet een wijze van administratief organiseren"

Vandaag de dag begrijpt niemand meer wat de belijdenis van het geloof,namelijk dat de éénheid van de Kerk een wijze van bestaan is en niet een wijze van administratief organiseren,waarom de eenheid het geïncarneerde Evangelie van de overwinning op de dood is en geen ideologische en eenvormig disciplinaire organisatie die het Vaticaans  model zou willen kopiëren. Wij constateren voortdurend, dat zowel priesters als theologen van onze nationale orthodoxe kerken een verbazingwekkende ecclesiologie ontwikkelen die slechts een onrealiseerbare utopie is. Wij beleven werkelijk een tragedie.

Deze tragedie bereikt haar hoogtepunt buiten de zogenaamde ‘orthodoxe ‘ landen, in de orthodoxe ‘diaspora'. Niemand zal de noodzaak afwijzen om in dezelfde stad orthodoxe parochies te hebben van verschillende talen. Maar het feit van verschillende bisschoppen te hebben voor elke taal, 't is te zeggen, voor elke verschillende nationaliteit in dezelfde stad, vormt een negatie van wat de Kerk is. Hoe kunnen wij ons ‘broeders' en ‘zusters' noemen als we elk een verschillende vader hebben ?

Het probleem kan niet opgelost worden door een beroep te doen op goede gevoelens, of door morele aansporingen. Het nationalisme is noch een dwaling van de geest, noch een fout met betrekking tot de regels van de christelijke moraal. Het is de negatie zelf van de waarheid van de Kerk, van de "religiosering" van het kerkelijk gebeuren.

"Een engagement van alle orthodoxe in Frankrijk"(Geldt ook voor België)

 

Bij deze herdenking van de 40e verjaardag van de stichting van het interepiscopale Comité in Frankrijk, brengen wij hulde aan de pioniers van deze beweging, opdat de éénheid van de Kerk als geïncarneerd Evangelie niet in de vergetelheid geraakt. Deze verjaardag zal een daadwerkelijk feest worden, een bron van vreugde, indien het echt het begin betekent van een engagement van alle orthodoxen van Frankrijk en hun bisschoppen, en dit met een dubbel objectief :

- Vooreerst, dat de Vergadering van bisschoppen die het interepiscopaal Comité heeft opgevolgd haar waarachtige kerkelijke naam aanneemt, deze van een locale synode,die fungeert als een synode en met een voorzitter van de synode;

- En vervolgens dat allen zich ertoe zouden engageren, dat de vertegenwoordiging van de orthodoxen bij de autoriteiten en bij de Europese instellingen te Brussel, één en enig zou zijn. Alleen zo kan de uitdrukking en het symbool van onze kerkelijke eenheid gestalte krijgen en niet het beeld van een verdeelde vertegenwoordiging zoals dat vandaag is, in kleine nationale groepjes, wat ronduit belachelijk is.

Uit SOP 323/December 2007

Vertaling : Kris B.

 

 

           

04-05-08

De Kerk als het lichaam van Christus

 

DE KERK ALS HET LICHAAM VAN CHRISTUS

Hij (Christus) is het hoofd

van het lichaam, de Kerk (Coll.1,18)

..en alles heeft Hij onder Zijn voeten gesteld.

En Hij heeft Hem aan de Kerk geschonken

als Hoofd van alles.

         In de Heilige Schrift wordt de Kerk herhaalde malen het Lichaam van Christus genoemd.

Thans verheug ik (Paulus) mij, dat ik voor u lijden mag,...ten bate van zijn Lichaam, de Kerk (Coll.1,24) schrijft de Apostel Paulus over zichzelf.

Apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars zegt hij, zijn ons door Christus gegeven...om  het Lichaam van Christus op te bouwen (Ef.4,11-12).

Terzelfdertijd worden in de Goddelijke Liturgie brood en wijn gemaakt tot het Lichaam en Bloed van Christus, en de gelovigen nemen er deel aan. Christus zelf heeft dit zo bevolen, in gemeenschap met Zijn Apostelen tijdens het Mystieke Avondmaal. En dit met de woorden : Neemt en eet, dit is Mijn Lichaam;....drinkt allen hieruit, want dit is Mijn Bloed van het Nieuwe Verbond.(Matt.26,26-28).

Hoe is het Lichaam van Christus tegelijk de Kerk en het Heilig Mysterie ?

         Zijn de gelovigen zelf tegelijk  leden van het Lichaam, de Kerk, en deelnemers aan het Lichaam van Christus in het Heilig Mysterie ?

In geen van beide gevallen wordt de naam ‘Lichaam van Christus' figuurlijk gebruikt, maar eerder in de meest actuele betekenis van het woord. Wij geloven dat de Heilige Mysteriën, ondanks het feit  dat zij uiterlijk de substantie hebben van brood en wijn, het waarachtige Lichaam en Bloed van Christus zijn. Op dezelfde wijze geloven en belijden wij dat Christus de Zoon van de levende God is die in de wereld is gekomen om de zondaars te redden, Hij is de ware mens en Zijn Vlees, genomen uit de Maagd Maria was werkelijk menselijk vlees.  In lichaam en ziel was Christus een echt mens ,zoals alle andere mensen,  uitgezonderd de zonde. Tezelfdertijd bleef Hij ook de ware God. In deze menswording was de Goddelijke natuur noch verminderd noch veranderd door Zijn ‘Zoon van God'-zijn; bovendien was ook de menselijke natuur niet veranderd in deze menswording, maar behield alle menselijke kwaliteiten.

Voor altijd onveranderd en niet verward, ondeelbaar en onscheidbaar, Godheid en mens-zijn waren voor altijd verenigd in de éne persoon van onze Heer Jezus Christus.

De Zoon van God is mens geworden om de mensen deelgenoten te maken van de Goddelijke natuur (2 Petr.1,4), om hen te bevrijden van zonde en dood, en om hen onsterfelijk te maken.

Door onszelf met Christus te verenigen ontvangen wij de Goddelijke genade die mensen de kracht geeft voor de overwinning over de zonde en de dood. Door Zijn lering heeft de Heer Jezus Christus de mensen de weg getoond hoe zij de zonde kunnen overwinnen, en hij schenkt hen het eeuwige leven door hen door Zijn verrijzenis deelgenoten te maken van Zijn eeuwig koninkrijk.  Om deze genade te ontvangen is het noodzakelijk om intens contact met Hem te hebben. Hij trekt allen naar zich toe door Zijn goddelijke liefde, en verenigt hen met Hemzelf. De Heer verenigt allen die Hem liefhebben met elkaar door hun deelname aan het leven van de ene Kerk.

De Kerk is de eenheid in Christus, de innigste vereniging met Christus van allen die waarlijk in Hem geloven en Hem liefhebben. Hun eenheid is door Christus.

De Kerk bestaat uit beide aspecten : haar aardse en haar hemelse, want de Zoon van God kwam op aarde en werd een mens, opdat Hij alle mensen naar de hemel zou kunnen leiden, en hen onderdanen  van het Paradijs zou kunnen maken.Hij bracht hen terug tot de oorspronkelijke staat van zondeloosheid en ongeschondenheid, en bracht hen terug in eenheid met Hem.

Dit wordt ons gegeven door de Goddelijke genade, maar ook de mens moet een inspanning leveren. God redt Zijn gevallen schepselen door Zijn liefde voor hen, maar ook de liefde van de mens voor zijn Schepper is even noodzakelijk. Zonder dat kan hij niet gered worden. Door ons streven te richten op God en trouw te blijven aan de nederige liefde van de Heer krijgt de menselijke ziel de kracht om zichzelf te zuiveren van de zonde en sterker te worden om de strijd tegen de zonde tot een goed einde te brengen.

Het lichaam neemt ook aan deze strijd deel, het is nu een verzamelplaats en een instrument van de zonde, maar toch is het voorbestemd om een instrument van  rechtschapenheid en een vat van heiligheid te zijn.

God schiep de mens door Zijn goddelijke adem in het bezielde lichaam dat Hij eerder uit aarde had geschapen, te blazen . Het lichaam was  voorbestemd om een instrument van de geest te worden, een subject waardoor God zich zou manifesteren in de materiële wereld. Doorheen het lichaam en zijn afzonderlijke ledematen, openbaart de geest  de  eigenschappen en kwaliteiten welke God hen gegeven heeft naar Zijn eigen beeld ,  Het is daarom ook dat het lichaam een openbaring van het beeld van God wordt genoemd, en beiden worden genoemd en het is de waarheid : ‘ons sieraad geschapen naar het beeld van God' (sticheron uit de begrafenisdienst).

Nadat de eerst geschapen mensen zich van hun schepper hadden verwijderd, begon het lichaam meester te worden over de ziel. Daarvoor was het omgekeerd : het lichaam was ondergeschikt aan de ziel. In plaats van Gods wet, begon de wet van het vlees de mens te overheersen.

De zonde, die de mens had afgesneden van de levensbron trok de mens uit elkaar. De eenheid van geest, ziel en lichaam was geschonden en de dood kwam in de wereld. De ziel was niet langer omringd door stromen van leven , het voedsel voor de ziel. Daardoor werd het lichaam bederfelijk en begon de ziel weg te kwijnen.

Christus is in de wereld gekomen om het gevallen beeld in de mens te herstellen en om terug te keren tot de vereniging met Hem Wiens beeld hij is. God herstelt de mens tot zijn oorspronkelijke goedheid  in al haar volheid.

Door genade en heiligheid aan de geest te verlenen, zuivert  Christus ons ook , Hij maakt ons sterker, geneest ons en heiligt ziel en lichaam.

         Hij daarentegen die de Heer aanhangt, is één geest met Hem (1 Cor.6,17). De mens die de vereniging met de Heer heeft bereikt, moet  een instrument worden van de heer, moet Hem dienen voor de vervulling van Zijn wil, en moet zo zelf een deel worden van het Lichaam van Christus.

         Voor de volledige heiliging is het nodig dat het lichaam van de dienaar van de Heer in eenheid is met het Lichaam van Christus. Dit krijgt zijn vervulling in het Mysterie van de Heilige Communie. Het waarachtige Lichaam en het waarachtige Bloed van Christus welke wij ontvangen wordt een deel van het grote Lichaam van Christus.

         Natuurlijk is het zo, dat de vereniging met Christus niets anders is dan een vereniging van ons lichaam met het Lichaam van Christus, maar het volstaat niet. Het communiceren aan het Lichaam van Christus wordt pas heilzaam wanneer wij in de geest naar Hem toe willen gaan en ons op die manier met Hem verenigen. Als we communiceren aan het Lichaam en Bloed van Christus en we ondertussen ons in de geest van Hem afkeren, dan is dit gelijk aan hen die Hem geselden, Hem bespotten en Hem kruisigden. hun contact met Hem leidt dan niet tot hun redding en genezing, maar tot hun veroordeling.

         Maar zij, die in vroomheid, liefde en bereidheid eraan deelnemen, verenigen zich heel intens met Hem en worden zo instrumenten van Zijn Goddelijke wil.

         Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en ik in Hem, zei de Heer (Joh.6,57)

         In vereniging met de Verrezen Heer, en door hem met de eeuwige Drie-eenheid ,ontvangt men de kracht voor het eeuwig leven en wordt men zelf onsterfelijk.

         Zoals de Vader die leeft, Mij heeft gezonden, en Ik leef voor de Vader, zó zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij (Joh.6,57)

         Allen die in God geloven en zichzelf met Hem verenigen door zichzelf aan Hem weg te schenken en ook door het ontvangen van Zijn Goddelijke genade, bouwen tesamen aan de Kerk van Christus, wiens hoofd Christus zelf is, en zij die er zich bij aansluiten zijn haar leden.

         Christus, die onzichtbaar is voor het menselijk oog, heeft Zichzelf duidelijk op aarde geopenbaard in Zijn Kerk, op dezelfde wijze als de onzichtbare menselijke geest zichzelf openbaart doorheen het lichaam. De Kerk is om twee redenen het Lichaam van Christus  : enerzijds, omdat haar leden verenigd zijn met Christus door middel van Zijn Goddelijke Mysterieën, en anderzijds, omdat Christus door haar werkt in de wereld.

         Wij nemen deel aan het Lichaam en Bloed van Christus als we naderen tot de heilige Mysterieën. Zo worden wij leden van Christus'Lichaam : de Kerk.

         Dit gebeurt niet onmiddellijk. Het volledig deelnemen aan het leven van de Kerk is reeds een overwinning over de zonde en een volledige zuivering ervan. Alles wat zondig is vervreemdt ons in zekere zin van de Kerk, en houdt ons buiten de Kerk. Dit is de reden waarom er gebeden wordt over elke penitent gedurende de biecht, "verzoen ons en verenig hem/haar met de Heilige Kerk". Door berouw wordt een christen gereinigd en is hij dichter met Christus verenigd om tot de Heilige Mysterieën te naderen. Later echter zal het kwaad van de zonde zich opnieuw meester van hem maken en hem van Christus en de Kerk doen vervreemden. Telkens opnieuw is er berouw en communio nodig.

         Zolang het leven van een mens duurt, tot aan het heengaan van zijn ziel uit het lichaam, zolang men leeft zal de strijd tussen zonde en rechtschapenheid duren. Hoe groot de spirituele en morele staat van iemand ook mag zijn, de mogelijkheid zal altijd blijven bestaan van een min of meer terugvallen in de afgrond van de zonde. Daarom is het communiceren aan het heilig Lichaam en Bloed van Christus, dat onze relatie met Hem versterkt en ons verkwikt met de levende stromen van de genade van de Heilige Geest, door middel van de Kerk, noodzakelijk voor iedereen. Het grote belang om deel te nemen aan de heilige Mysterieën hebben we gezien in het leven van de heilige Onuphrius de grote. Engels brachten hem en andere kluizenaars de Heilige Communie, en in het leven van de Heilige Maria van Egypte zien we waaruit haar laatste wil na jaren als kluizenares te hebben geleefd bestond : deel te kunnen nemen aan de heilige Mysterieën. Er zijn nog gelijkaardige voorbeelden te noemen in het leven van de Heilige Sabbatius van Solovki en vele anderen. Niet ten onrechte zei de Heer, "voorwaar,voorwaar Ik zeg u : zo gij het vlees van de mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, dan hebt gij het leven niet in u" (Joh.6,53).

         Als wij deelnemen aan de heilige Communie dan ontvangen wij de Verrezen Christus in ons, de overwinnaar van de dood. Hij schenkt ons de overwinning over zonde en dood.

         Als wij in onszelf de genadevolle gave van de Communie bewaren, dan ontvangen wij de verzekering en de voorsmaak van het gezegende eeuwige leven voor ziel en lichaam.

         Tot aan de ‘Dag van Christus', Zijn Tweede Komst en het Oordeel over de gehele wereld zal de strijd tegen  de zonde in individueel in elke persoon afzonderlijk en gezamenlijk in de gehele mensheid, doorgaan.

         De aardse kerk verenigt allen die herboren zijn door het doopsel en die het kruis op zich hebben genomen van de strijd tegen de zonde en die Christus volgen, de krijgsheer van deze strijd. De Goddelijke Eucharistie, het bloedeloos offer en het deelnemen daaraan, heiligt en sterkt ons en maakt hen die het Lichaam en Bloed van Christus ontvangen, waarachtige leden van Zijn Lichaam, de Kerk. Alleen bij de dood zal bepaald worden of iemand een waarachtig lid van de Kerk is gebleven tot zijn laatste adem, of integendeel de zonde over hem heeft gezegevierd die de genade in hem heeft uitgedoofd die hij in de Heilige Mysterieën heeft ontvangen en die hem met Christus verenigden.

Wie als lid van de aardse Kerk zijn vertrouwen heeft gesteld  op de genade, gaat van de aardse Kerk over tot de hemelse Kerk; maar hij die de aardse Kerk verlaat gaat niet over tot de hemelse, want de aardse kerk is de weg naar de hemelse.

         Hoe meer iemand staat onder de invloed van de genade van de Communie en hoe sterker iemand zich heeft verenigd met Christus, hoe meer iemand het genoegen mag beleven in de gemeenschap met Christus in Zijn komend Rijk.

         Het is belangrijk om aan de Mysterieën van Christus deel te nemen  vlak voor het sterven, wanneer het lot van de mens voor eeuwig wordt bepaald. Het is noodzakelijk om juist voor de dood te trachten, als daar zelfs maar de geringste gelegenheid toe is, om de Heer te smeken ons waardig te achten eraan deel te nemen,en de zorg voor anderen af te smeken, opdat ook zij de Communie niet wordt onthouden voor het einde.

         Aangezien de zonde tot aan de dood voortgaat met haar werken uit te voeren in de ziel, zo is het lichaam verantwoordelijk voor de gevolgen ervan door in zichzelf het zaad van ziekte en dood te zaaien. Alleen de dood kan daar een einde aan maken. Alleen in de algemene opstanding zal de mens volledig vrij zijn. Hij die zichzelf in geest en lichaam in dit leven met Christus verenigt, zal bij Hem zijn in geest en lichaam in het komende leven. De genadevolle stromen van de levensscheppende Mysterieën van het Lichaam en Bloed van Christus zijn de bron van onze eeuwige vreugde in de relatie met de Verrezen Christus en in de beschouwing van Zijn glorie.

         Dezelfde gevolgen van de zonde, die nog niet volledig uit het menselijke ras zijn verdreven, zijn niet alleen werkzaam in de mens afzonderlijk, maar door hem zijn ze werkzaam in de aardse activiteiten van ganse delen van de Kerk. Ketterijen, schisma's en twisten steken voortdurend de kop op. Zij zaaien tweedracht onder de gelovigen. Misverstanden tussen locale Kerken of delen ervan hebben de Kerk sedert de oudheid in beroering gebracht. Gebeden om daar een einde aan te stellen worden herhaaldelijk gehoord in de Goddelijke Liturgieën.

         "Wij bidden voor de éénheid van de Kerken", "éénheid tot de Kerken" (Triadic, Canon van de Verrijzenis, Toon 8) "maak de onenigheid binnen de kerk ongedaan" (dienst van de Aartsengelen, 8 Movember, 26 Maart, 13 Juli). Gelijkaardige  gebeden zijn eeuwenlang opgezegd door de Orthodoxe kerk. Zelfs op de Heilige en Grote Zaterdag, vóór het epitaphion van Christus, zegt de Kerk : "O gans onberispelijke Maagd, die het leven voortbracht, stop de schandalen binnen de Kerk, en geef vrede, want Gij zijt goed" (laatste vers van de tweede Stasi van de Treurzangen).

         Alleen wanneer Christus zal verschijnen op de wolken zal de verleider verbrijzeld worden, en zullen alle schandalen en verleidingen verdwenen zijn. Dan zal de strijd tussen goed en kwaad, tussen leven en dood ophouden, en de aardse kerk zal opgaan in de Triomferende Kerk, waarin God alles in allen zal zijn(1 Cor.15,28).

         In het komende Koninkrijk van Christus, zal er geen nood meer zijn om het Lichaam en Bloed van Christus te ontvangen. Als men waardig bevonden wordt zal men in de meest intieme gemeenschap met Hem zijn. Hij zal de vreugde vinden in het voor-eeuwige licht van de Levensschenkende Drie-eenheid. Hij  zal de gelukzaligheid ondervinden welke geen tong kan uitdrukken en wat onbegrijpelijk is voor onze zwakke geest. Om deze redenen wordt, nadat wij deelgenomen hebben aan de Heilige Mysterieën in de Liturgie, aan het altaar altijd het gebed gezegd die wij zingen gedurende de tijd van Pasen :"O Christus,Gij groot en heilig Pascha ! O Wijsheid, Woord en Kracht van God ! Verleen ons om volkomen te mogen deelnemen aan de komende dag van Uw Koninkrijk" (9e Ode, Canon van Pasen)

30-09-07

De uitdagingen voor de Kerk op de drempel van het derde millennium

 

WELKE ZIJN DE UITDAGINGEN VOOR DE KERK OP DE DREMPELVAN HET DERDE MILLENIUM 

                                     

De  Kerk in haar bestaan en in haar tastbare aanwezigheid situeren ten overstaan van de uitdagingen die haar op een  directe of een meer indirecte  manier vanuit de maatschappij tegemoet komen. Een Kerk, wiens taak het is er- te-zijn voor mens en wereld . Dit is het onderwerp van een uiteenzetting van Michel  STAVROU, tijdens het XXIIe  Westeuropees orthodox congres te Blankenberge.  Michel STAVROU, 46 jaar, is gediplomeerde van de ‘Ecole centrale de Lyon’ en van het Instituut voor orthodoxe theologie te Parijs (Instituut Saint-Serge), waar hij momenteel dogmatische theologie doceert. Hij combineert dit met zijn werk als informaticaingenieur. Hij is tevens mede-secretaris van het comité voor  Katholiek-Orthodoxe dialoog in Frankrijk, en toegevoegd directeur aan het Instituut voor Oecumenische studies te Parijs. Hij is gehuwd en vader van een kind. In december 2004 heeft hij zijn doctoraatsthesis verdedigd aan de Sorbonne over het thema ‘La doctrine trinitaire de Nicéphore Blemmydès’.     (…)Het tijdperk waarin wij ons heden ten dage bevinden,op de drempel van het derde millenium is er een van  grote omwentelingen die te wijten zijn aan de technologische , politieke en economische veranderingen van de laatste tientallen jaren van vorige eeuw. Wij bevinden ons in een onomkeerbaar proces ,namelijk dat van de mondialisering, ondersteund door een revolutie op het gebied van techniek,electronika informatica en op het gebied van netwerken met de exponentiële ontwikkeling van het internet en van de spitstechnologieeën.Door de mondialisering wordt op wereldschaal een soort mega-samenleving geschapen die door allerlei netwerken met elkaar verbonden zijn. De informatica schept een situatie waarbij elke analyst-programmateur met de  anderen uit zijn werkomgeving verbonden is door bemiddeling van zijn  computer. Het is méér dan een voorstelling welke wij ons hiervan  maken, het is een voorbeeld van een leven in een gemondialiseerde wereld waarin wij zijn terechtgekomen. Binnen de context van deze wereldwijde veranderde situatie, stelt zich de vraag naar ons bestaan en dat van de gehele wereld. In onze post-moderne samenleving stelt zich bovendien het probleem van de verwerping van onze overgeërfde  waardensystemen en ideologieën die in het verleden zoveel betekenis hadden voor ons . Zo is er onder andere  de verwerping door velen van de traditionele religies, die verondersteld worden ouderwets en dogmatisch te zijn. Men constateert binnen het modernisme ook een vermindering van het naïve volksgeloof  en het opkomen van  een wetenschappelijk humanisme en een sectair laïcisme. Men constateert nochtans binnen onze samenleving een echte spirituele honger, vooral bij mensen  beneden de dertig jaar.. Velen gaan dan op zoek naar alternatieve vormen van religie  die echter dikwijls een ambigu en bedenkelijk karakter hebben  ; (…) De praktijk echter van de traditionele religies stort ineen. 

Religie, eucharistie, Kerk,

DE KERK EN HAAR VERHOUDING TOT DE EUCHARISTIE

Tegenover deze situatie van een wezenlijk veranderende wereld en tegenover de crisissen die dergelijke wereld met zich meebrengt, moeten wij om deze het hoofd te kunnen bieden, op de eerste plaats trachten terug te keren dot de eenvoudige vragen : wat betekent de Kerk voor ons ? Wat is de Kerk in wezen ? en wat is haar roeping ? In het credo, dat wij gezamenlijk opzeggen tijdens de goddelijke liturgie, zeggen wij over de Kerk : ‘Ik geloof in één,heilige, katholiek en apostolische Kerk’. Daardoor plaatsen wij ons geloof in de Kerk. De Kerk doet zich niet voor als een ‘menselijke’ onderneming, ze is een gave van God, die wij gemeenschappelijk hebben ontvangen en die ons gegeven is door hen die door Hem daartoe waren geroepen.(Dat is de betekenis zelf van het griekse woord ek-kaleô, waarvan het woord Kerk is afgeleid). En hoe schenkt de Kerk ons dit leven in God ? Doorheen de eucharistische bijeenkomst, die in haar liturgie begint met het Woord van God en eindigt met de communie van de Heilige Gaven van brood en wijn, door de Heilige Geest veranderd in het lichaam en bloed van Christus. En dit op vraag van de ganse gemeenschap. Anderzijds wordt de eucharistie altijd gecelebreerd in naam van de plaatselijke bisschop. Daardoor wordt de éénheid beleden met, enerzijds de plaatselijke gemeenschap, en anderzijds met de andere Kerken, zowel ruimtelijk  (conciliariteit) als in de tijd (apostolische opvolging). Aldus wordt de katholiciteit van de Kerk daadwerkelijk  gerespecteerd. De eenheid en de verscheidenheid worden op deze manier samengesmolten op een concrete plaats, en dit in de volheid van het leven dat wij ontvangen van de Al-hoge (…) De Kerk kan dus concreet worden gedefinieerd als de gemeenschap die samenkomt om de eucharistie te celebreren, met alles wat dit vooronderstelt,en met alles wat daaruit voortvloeit.(….) Dit betekent twee dingen : 1) Door in zijn bestaan te putten uit zijn toekomstig bestaan, smaakt de Kerk reeds op een reële wijze de eerste vruchten van het Koninkrijk. De Eucharistische communio is een voorafbeelding van de bijeenroeping van allen op het laatste oordeel. In het licht van de laatste dagen (eschata), is de Kerk in zijn authentiek bestaan het volk van God, verenigd uit alle natieën, uit alle menselijke condities, uit alle tijden.2) Als zijnde de ‘icoon’ van het Koninkrijk Gods, is de Kerk nog altijd niet de gelijke van haar prototype. Zij onderscheidt zich van het Koninkrijk. Zij draagt als een schat in lemen vaten de realiteit van het Koninkrijk met zich mee (2 Kor.4,7) 

DE MISSIONAIRE ROEPING VAN DE KERK 

De Kerk is niet enkel goddelijk, zij is God-menselijk. God heeft mensen nodig.’De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig’(Matt.,9,37)

Wij leven slechts door God en voor God opdat de mens zichzelf zou ontplooien en zijn vervulling zou vinden in God. De Kerk is dus niet enkel een bijeenroepen van Gods volk, maar evenzeer is ze het verspreide Godsvolk dat in de wereld de taak heeft om de wereld te ‘verkerkelijken’. Het einde van de liturgische Eucharistie geeft dit duidelijk weer : ‘ Laat ons in vrede heengaan.-In de Naam des Heren’. Dit heengaan is geen post-liturgisch gebeuren, maar maakt integraal deel uit van de eucharistische liturgie. Elk ogenblik van ons bestaan moeten we werken aan de komst van het Rijk Gods. De Heilige Gregorius van Nyssa heeft dit op een schitterende manier verwoord : Zolang mensen hun vervulling nog niet gevonden hebben in Christus, is onze taak als Christen nog niet ten einde. Christus is niet alleen in de menswording gevormd door de Heilige Geest, door een onophoudelijke werkzaamheid in de geschiedenis groeit Zijn lichaam nog voortdurend en verzamelt Hij het als ‘Kerk’.De Kerk, lichaam van Christus is dus een dynamische realiteit, een voortdurend groeien tot aan de laatste dag. Wij verwijzen hier ook naar de bijbelse beeldspraak over de Kerk: Volk van God op weg naar het Koninkrijk ; de Kerk,’Heilige stad’, gebouwd op de hoeksteen die Christus is en die zijn vervulling vindt in de komst van het Koninkrijk Gods (cf.Ef.2,22 ; 1 Kor.3,16)De Kerk als bruid die zich voorbereid op de bruidsgemeenschap met haar hemelse bruid (….) 

HET LEVEN VERKERKELIJKEN

 Het is in dit licht dat wij de verhouding van de Kerk met de Wereld moeten zien.De Kerk is geroepen om daadwerkelijk goede gist te zijn in het deeg van de wereld, om zo het Koninkrijk God op aarde tot vervulling te brengen. Kerk en wereld liggen in mekaars verlengde. Zoals Christus zichzelf heeft geofferd, zo  leeft ook de Kerk die zijn lichaam is, niet voor zichzelf. De Kerk leeft voor de wereld die God geschapen heeft uit zuivere goedheid, en die Hij geschapen heeft om in volle gemeenschap met Hem te treden op het feestmaal van de laatste dagen die het einde betekent van de Geschiedenis .Dit gegeven mogen we nooit vergeten, maar spijtig genoeg vergeten wij het zo dikwijls. Met Patriarch Athenagoras kunnen we zeggen dat :’de Kerk onze moeder is (…), de spil van de geschiedenis en het hart van de wereld’ , ‘zelfs als de Kerk zijn eigen hart verloochent’, voegt Mgr. Georges Khodr, metropoliet van de Berg-Libanon er scherpzinnig aan toe (….) ‘Het leven verkerkelijken’, dit was het ordewoord van de stichters van het ‘ACER’ (Action chrétienne des étudiants russes – mouvement de jeunesse orthodoxe), om te onderlijnen dat geen enkel dimensie van ons leven mag ontsnappen aan de christianisering.Een christianisering die een gevolg moet zijn van onze gemeenschappelijke deelname aan de eucharistische maaltijd. Terzelfdertijd, wij moeten dit sterk onderlijnen, gaat dit proces van verkerkelijking van ons hart en van de wereld niet vanzelf ; als dit geleid wordt door de Heilige Geest vraagt het ook van ons een actieve medewerking in geduldige ascese en gebed, en dit in een tegendraadse , verscheurde wereld, waar ook wij nog deel van uitmaken. De ascese vertegenwoordigt het innerlijk werken aan onszelf  om ons te bevrijden van de fascinerende invloed die de wereld op ons uitoefent, opdat wij geen idolen zouden worden, maar ‘theofanieën’. De Kerk heeft zijn bestaansreden vanuit het komende Rijk ‘dat niet van deze wereld is’(Joh.18,36). Dat maakt, dat de kerk altijd in conflict zal komen met de wereld, zij kan met geen enkele menselijke institutie samenvallen. Wij zijn hier als pelgrims op doortocht, in de wereld, maar niet van de wereld. 

DE ONTMOETING TUSSEN  KERK  EN  CULTUREN

 

Op alle tijdstippen en op alle plaatsen is de Kerk geroepen om zich te engageren

voor een verkerkelijking van de cultuur, dit is haar roeping, haar missie. Dit proces noemen we : de inculturatie. Het is een dynamisch proces, door hetwelke

de boodschap van het evangelie en de kerkelijke Traditie worden binnengebracht in de locale cultuur, er zich als het ware in nestelt. Cultuur betekent de wijze waarop een groep mensen waarneemt, zich uitdrukt en uiteindelijk de werkelijkheid beleeft. Men ziet zich als het ware getransformeerd en tot op zekere hoogte gëevangeliseerd.

 Zonder dat dit eigenlijk ooit  theoretisch werd gefundeerd, heeft deze wijze van handelen, vanaf het begin van het Christendom een noodzakelijk element geweest voor de missionering.(….) De inculturatie is een vereiste vanuit het dogma van de incarnatie. ‘Het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond’(Joh.1,14). Dit is het model van elke inculturatie. Het feit dat de Zoon van God gekomen is onder een bepaald volk, betekent niet dat Hij de specifieke cultuur van dat volk heeft geheiligd., de joodse cultuur in dit geval, en  waarvan men deel moet uitmaken om geheiligd te worden. Het concilie van Jeruzalem (Hand.15) heeft zich tegen deze joodse interpretatie uitgesproken. In het leven van de Kerk is de plaats van de Heilige Geest essentieel : het is de Geest die haar toestaat ‘eschatologisch’ te zijn (gericht op de voltooiing van de geschiedenis),met als gevolg, dat zij open moet staan voor elke cultuur ,waarvan de nederdaling  van de vurige tongen op Pinksteren hiervan een getuigenis is. Er bestaat geen twijfel over, dat wanneer de ‘inculturatie’ geslaagd is, zij beantwoordt aan de meest vruchtbare houding voor de kerkelijke missionering. Het onderscheidingsvermogen dat de Kerk in dit proces moet uitoefenen is van kapitaal belang. Zij moet zich in dit proces laten bijstaan door de dogmatische en liturgische Traditie , zodat de nieuwe culturele vormen zich kunnen laten leiden door het existentiële fundamentele perspectief dat ons het Evangelie van Christus brengt. Men kan zich de belangrijke gebeurtenis herinneren uit de tijd van de Kerkvaders, dat wat men genoemd heeft ‘ het hellenistisch doopsel’, de christianisering van de dominante grieks-latijnse cultuur, die op een ingewikkelde en progressieve manier tot stand is gekomen, zoals de geschriften van de apologetische Vaders van de 3e eeuw er een getuigenis over hebben afgelegd. Later was ook de evangelisatie van de Slaven in de 9e eeuw een zeer belangrijke vorm van inculturatie ‘….). 

EEN VERNIEUWING IN DE ERVARING VAN DE KATHOLICITEIT 

Iedereen weet dat de lange geschiedenis van de orthodoxie er een is geweest van tegenstand en tragische momenten : de invasies van de arabieren, de mongolen , de Turken, de kruisvaarders, de scheiding van de Westerse Kerk, de onafhankelijkheidsoorlogen, de Russische revolutie. Alhoewel de orthodoxe Kerk altijd heeft geleefd vanuit de volheid en het leven dat van God komt, zo constateert Vader Jean Meyendorff,’zijn de locale Kerken nog veraf zich overal aan te passen aan deze waarheid’. Het gevolg daarvan is een tekort aan samenwerking en uitwisseling , maar ook van spanningen en zelfs crisis-momenten tussen de autokefale Kerken onderling.Deze Kerken geven soms het gevoel dat de kerkelijke autokefalie voor hen een isolement inhoudt. Zelfs als een lokale Kerk de katholiciteit ontvangt in de eucharistie, dan nog ontkent elke houding van zelfgenoegzaamheid deze katholiciteit.  De orthodoxie , verspreid over de gehele wereld, lijkt vandaag de dag meer op een confederatie van Kerken die geen andere band hebben met elkaar dan deze van het geloof en de sacramenten. Geen enkele inter-orthodoxe structuur is er tot op heden in geslaagd om in het  dagelijks leven een oplossing te bieden aan de gemeenschappelijke problemen van de Kerken, en om een eenvormig getuigenis te geven van de orthodoxie (….).Dit is geen gevolg van een bepaalde tijdsgeest. Veel orthodoxe priesters vinden het al  langer  een dwingende noodzaak.Het concilie van Moscou van 1917-1918, waarvan de daadkracht ongelukkiglijk is teniet gedaan door de Revolutie, heeft toch, via de Russiche diaspora een groot deel van de orthodoxie beinvloedt. Verwijzen wij ook naar  metropoliet Sint Chrisostomos van Smyrna, die in 1918, vier jaar voor zijn martelaarschap ook gewezen heeft op de noodzaak van hervormingen. Hij vond het noodzakelijk dat niet alleen het theologisch en doctrineel onderwijs, maar ook het canoniek recht, het liturgisch leven, de muziek en de predicatie zouden geactualiseerd worden. Bijna een eeuw later is er wel een zekere vooruitgang te bespeuren op al deze domeinen, maar men wacht nog steeds op daadwerkelijk overleg en op een groot pan-orthodox concilie dat zich zou buigen over alle belangrijke en noodzakelijke domeinen in het leven van milioenen gelovigen. 

EEN NOODZAKELIJKE VERNIEUWING VAN HET THEOLOGISCH BEWUSTZIJN

 Bij gebrek aan tijd kunnen we hier niet alle actuele thema’s in de theologie behandelen. Ik zal mij beperken tot de dringende noodzaak van een verdieping van  de ecclesiologie en van de verandering in de benadering van de theologie.De orthodoxe theologie heeft de laatste eeuw een opmerkelijke periode gekend van vernieuwing, vooral in het Westen. Door veranderingen te brengen in de manier van aan theologie te doen is er een vernieuwende soteriologische (= leer van de verlossing – nvd vert.) en existentiële orientatie ontstaan ten aanzien van de Vaders. Nochtans dient opgemerkt dat deze vernieuwing de Kerken van de traditioneel orthodoxe landen weinig naar de diepte toe heeft doen veranderen.Zelfs bij hun bisschoppen en priesters niet. In het licht van de recente spanningen en crisisituaties onder de zusterkerken , constateert men dat hun hedendaagse ecclesiologische  structuren nog altijd meer onder de invloed staan van de socio-politieke situaties uit het verleden, dan onder de conciliaire beslissingen uitgedrukt in de theologie. Wenu, dit immobilisme is een hinderpaal voor de evangelisatie van de wereld. Wij moeten bijvoorbeeld constateren dat er, ondanks de eenstemmigheid die er is in verband met de terugkeer naar een eucharistische ecclesiologie, dit niet algemeen aanvaard en toegepast wordt. Men bemerkt een droevige tweespalt die dogma en spiritueel leven, ecclesiologie en canonisch recht, of nog theologie en geschiedenis tegenover mekaar plaatsen. Metropoliet Jean van Pergamo noteert in deze zin : ‘ De bisschoppen zijn beheerders geworden en het is haast een diskwalificatie voor hen  als ze theologen willen zijn. Dit alles leidt tot een marginalisering van de theologie met betrekking tot het leven, daarin begrepen het leven van de Kerk’. (….) Wij moeten ook vermijden om van onze theologie een wapen te maken tegen andersdenkenden, en dit met het besef het allemaal beter te weten. Het gaat er niet om het dogma te relativeren, maar het terug te brengen tot haar levende bron, veeleer dan het terug te brengen tot een steriele woordenstrijd.‘De ware theologie (….) vinden wij in de ontmoeting met Christus en in de beschouwing van Zijn mysterie’. Ons theologisch werk maakt deel uit van de exeprimentele stroom van de gemeenschap van de Heiligen, en kan niet beperkt worden door ze te plaatsen in een confessioneel getto door ideologische muren op te trekken. Als wij het orthodox geloof belijden, moeten we met meer aandacht de waarheid proberen te zoeken, in plaats van het kaf op te sporen in de ogen van onze gescheiden broeders.(….)Zo moet het orthodoxe geloof dat wij belijden op de hoogte staan van datgene wat wij belijden. 

DE LITURGISCHE VERNIEUWING

 Zoals wij hebben gezien is de liturgie geen vlucht uit de wereld, maar een voortdurende transformatie van onszelf  als leden van het lichaam van Christus.De celebratie van de liturgie moet de diepste essentie van ons menszijn raken.Er dient wel opgemerkt te worden, dat de eucharistie in vele gevallen niet meer beleefd wordt als een icoon van de bijeenroeping op de laatste dagen rond de Heer die komt, maar als een heilig ‘iets’, dat tegemoet moeten komen aan onze persoonlijke godsvrucht, een soort van ‘vlucht’ uit de wereld naar God toe. De betekenis van de gebaren, de tekens, de woorden van de diensten, soms ook de taal vormen heel dikwijls voor problemen. Veel gelovigen en priesters verwarren Traditie met ‘verstening’, en beschouwen de liturgie als een blok waaraan niet mag geraakt worden. Een zekere actualisering in de wijze van celebreren  zou zeker, zoals trouwens altijd is geweest,  welkom zijn. Moet  het liturgisch leven ook niet vergezeld gaan van een catechese, die vooral de nadruk zou leggen op de theologische betekenis van de diensten. Het antwoord op de uitdagingen  van de wereld aan het adres van de Kerk, kan slechts fundamenteel gegeven worden door de eucharistische gemeenschappen zelf, waar de Kerk zich in zijn volheid manifesteert. In de ons omringende antropocentrische en individualistische wereld, kan alleen een duidelijke beleving van het Evangelie, indien het zonder compromissen gebeurt, ons een antwoord geven op de bijna onbewuste verwachtingen die in de harten van de mensen leven. Onze zending in de wereld vereist dat er goed ingeplante, soliede en zichtbare gemeenschappen zouden zijn ; gemeenschappen  die werken op basis van een open christelijke cultuur, gevoed door het evangelie, de liturgie en de kerkelijke Traditie. Tegelijk moeten ze aandacht hebben voor de taal, de cultuur en de vragen van hun tijdgenoten. 

HET IS OP DE EERSTE PLAATS IN DE PAROCHIE DAT DE KATHOLICITEIT MOET BELEEFD WORDEN

 De ‘Weltanschauung’ van de orthodoxie, is de liturgie. De voornaamste plaats waar onze zending begint is de parochie. Het eerste getuigenis van de Kerk als eucharistische gemeenschap is een ‘teken’ te zijn , een sacrament van het goddelijk leven dat wij  van de verrezen Christus hebben ontvangen, zelfs voor er ook maar aan een bepaalde actie,  welke dan ook, gedacht wordt. Onze parochies moeten dus open en ontvankelijke  plaatsen blijven. Het is op de eerste plaats in de parochie dat men de katholiciteit moet beleven en dit door de eenwording van allen rond de eucharistische tafel. Dan pas kan  de katholiciteit uitstralen over de gehele wereld.’ Enkel het parochiaal leven, noteert Christos Yannaras, kan bijdragen tot een priesterlijke dimensie in de politiek, een profetische in de wetenschap, een  filantropische houding in de economie, en een sacramenteel karakter aan de liefde’. Ook de monasteries, als plaatsen van herbronning en getuigenis, hebben een grote rol te spelen. De monniken zijn geroepen om getuigenis af te leggen van de komst van Gods Koninkrijk, en dit door een leven van voortdurend berouw voor de Oude gevallen mens die in ons verblijft, maar ook door een leven te leiden in  nederigheid en vreugde omwille van het nieuwe heil  in Christus. Door hun sober leven en hun beschikbaarheid voor de naaste, brengen de monniken een evangelische boodschap zowel binnen  de Kerk als erbuiten , waar men hen dikwijls als raadselachtige , mysterieuze mensen beschouwd. Zij zijn de getuigen van Gods liefde en van de gratuiteit van het geloof in een wereld die in beslag genomen wordt door utilitarisme en activisme. Diegenen die de noodzaak van het bestaan van monniken niet inzien, zouden de tekst uit het evangelie eens moeten lezen over Martha en Maria, om te zien wie van beiden het beste deel heeft gekozen. Ten slotte heeft men de ontmoetingsgroepen, de bedevaarten, de verenigingen en broederschappen zoals het ACER-MJO of de orthodoxe Fraterniteit die dit grote congres hebben georganiseerd. Al deze groepen, verenigingen, broederschappen hebben een grote rol te spelen,  namelijk : de gelovigen helpen zich bewust te worden van het feit dat de Kerk  katholiek en conciliair  is omdat ze eucharistisch is. Dat help ons om verlost te geraken  uit de routine, uit de groepsmentaliteit, uit het phyletisme, en om beter bewust te worden van onze eigen taak in de maatschappij .Verenigingen zoals de orthodoxe Fraterniteit, of op wereldvlak Syndesmos dragen bij om de katholiciteit van de Kerk , dat een gave van Christus is,  nieuw leven in te blazen en aan te zetten tot daadwerkelijk engagement . 

EEN PROFETISCHE AANWEZIGHEID IN EEN GESECULARISEERDE MAATSCHAPPIJ

 Zoals Olivier Clément het  beschrijft : ‘ Christenen kunnen, met nederige kracht een zekere gevoeligheid, een zeker vuur, een zeker licht doen opstralen. Indien ze dat niet doen, dan zullen ze hun plaats niet vinden binnen de geseculariseerde samenleving. Hun plaats zal dan ingenomen worden door allerhande pseudo-religies’. Als christenen  hun   energie putten uit de eucharistische gemeenschap, eerste bron van elke zending,  is het zelfs mogelijk dat de Kerk  haar getuigenis op verschillende manier kan realiseren, volgens de omstandigheden en charisma’s van het Godsvolk. In het ene geval zal dat zijn als één lichaam, terwijl in andere gevallen groepen of personen geroepen zullen  worden in naam van allen te werken. Noch het gesloten communautarisme, noch het individueel piétisme zijn geschikt voor dergelijke opdracht. Alleen mensen ‘in gemeenschap ‘kunnen uitstralen, en hun getuigenis zal een profetische vorm aannemen door een woord of een opwekking die ‘de waarheid’ nastreeft, of door bepaalde concrete acties die het Evangelie in daden omzet.(….) Elke Christen wordt op het einde van de liturgie opgeroepen om Christus uit te stralen doorheen zijn activiteiten in de wereld. Het is een ‘ liturgie na de liturgie’Vooreerst moeten wij getuigen zijn van de vreugde en het vertrouwen in de toekomst, omdat Christus verrezen is.Vervolgens moeten wij een daadwerkelijke interesse vertonen voor de mensen die wij op onze weg tegenkomen. Het gaat om een ononderbroken inspanning om mensen te bevrijden van onrechtvaardige situaties, van slaafsheid, van angst en eenzaamheid  door gemeenschap te stichten.  Men mag niet vergeten dat elke orthodox tijdens van zijn doopsel de drievoudige waardigheid van ‘koning, priester en profeet’ heeft ontvangen, en dit door de handoplegging tijdens de zalving. En omdat we, zoals de Apostel Paulus niet de mogelijkheid hebben om naar andere volkeren te gaan, zullen we het  getuigenis van Christus, binnen onze eigen leefwereld moeten brengen. 

HET IS GOD ZELF, DIE DOORHEEN DE KERK, DE WERELD VERNIEUWT

 Hoe  kunnen we beter een  voorlopig besluit nemen, dan met deze woorden uit de apocalyps :‘zie, ik maak alles nieuw’? De Kerk waarin wij geloven , waarvan wij de leden zijn en waarin wij mogen meewerken aan haar groei, kan voor ons zijn zoals de bejaarde vrouw met haar altijd jonge gezicht waarvan de Pastor van Hermas in de 2e eeuw sprak.  Maar doorheen de Kerk is het uiteindelijk de gehele wereld zelf die God vernieuwt om haar voor te bereiden op de grote bruiloft van het Lam, op het grote mysterie dat  verborgen is sedert de grondvesting der wereld’ (Mat.13,35). En deze voltooing wil God realiseren met onze samenwerking., met Zijn volk. Deze grote uitdagingen waarvoor de Kerk bij het begin van het 3e millenium is komen te staan, belangen ons allemaal aan, zowel collectief als individueel. In deze wereld van voortdurende en irreversibele veranderingen zijn wij als gedoopten, als leden van het Godsvolk, geroepen om te werken aan het tegenwoordigstellen van de Kerk in ons hart, in ons gezin, in ons werk, kortom : in het volle leven. Maar dit kan maar als wij zelf leven vanuit de eucharistische gemeenschap, waaruit men het leven in Christus put. Zo wordt de Kerk een beetje meer zichtbaar in de wereld.De verwijzing naar het verleden, naar de nationale wortels en de familiale erfenis, die ons zo dierbaar is in de orthodoxie, heeft  maar een relatief balang ‘sub species aeternitatis’ . Het heeft maar  een betekenis  als we er een offerande aan God kunnen van maken , want dit is ‘eucharistie doen’ !Dan wordt alles getransfigureerd, overbodige zaken verdwiinen, en er blijft alleen de smaak over van het Evangelie in de levende ‘adem’ van de Traditie, en het parfum van het komende Rijk.  Overgenomen vanuit  de franse vertaling uit‘SOP’Vrij vertaald door Kris B.