07-06-17

Oecumene en spiritualiteit

Oecumene.jpg

Oecumene en spiritualiteit


Gods Oproep aan Zijn Kerk

 

Vassiliki Rydén

 


Heer, ik bid zoals U hebt gebeden : mogen wij allen één zijn zoals de Vader in U en U in Hem, opdat de wereld gelove dat het de Vader was die U heeft gezonden. Daarom bidden wij ook voor de schapen die niet van Uw schaapstal zijn, opdat ook zij zullen luisteren naar Uw Stem. Wij bidden dat de wereld U vanaf vandaag gaat beminnen. Amen

Introductie

Eerst en voorop dank ik onze Heer voor Zijn geestelijke verzameling, want het is een genade van God voor ons allen, die ons de gelegenheid geeft Zijn Koninkrijk uit te breiden, en ons dichter bij verzoening te brengen. Elke gevoeligheid van onze kant om het wankelende huis van Christus te herstellen raakt de Heer ten diepste. Elke stap naar een geestelijke eenheid, en heel de hemel verheugt zich ! Elk gebed dat wordt geofferd voor het herstel van het Lichaam van Christus, vermindert de toorn van de Vader. Elke bijeenkomst in Zijn Heilige naam voor eenheid, en Zijn zegeningen worden uitgestort over hen die vergaderd zijn. Hiervoor geef ik eer aan God die ons nooit in de steek laat.

In dit uur zou ik u deelachtig willen maken aan een introductie over de rol van de leken in de Kerk en daarna drie thema's willen behandelen. Het eerste thema betreft de metanoia, vrucht van nederigheid, die tot verzoening en eenheid leidt, het tweede thema gaat over onze zonde van verdeeldheid en het derde over de rol van de Heilige Geest als Hij ons leidt naar eenheid.

Toen ik deze uitnodiging ontving om te spreken over een oecumenische spiritualiteit, was ik niet bereid mijn persoonlijke ervaring met God onder woorden te brengen. Ik durf niet een geclassificeerde 'spiritualiteit' te formuleren vanuit mijn eigen intieme 'conversaties met Christus'. Ik wil het liever aan de vrijheid van God overlaten, die profeten deed opstaan en die sprak en Zichzelf openbaarde 'op velerlei wijzen' (Hebr. 1:1) om opnieuw Zijn boodschap mee te delen door een zwakke hand, een lid van het Lichaam van Christus. In deze zin is wat nu volgt een verschillend soort getuigenis van de mystieke traditie van de kerk. Daarom is wat u zult horen in dit uur geen academisch theologische verhandeling, eenvoudig omdat ik geen theologe ben, maar eerder een geleefd voorbeeld van een getuigenis van een leek over eenheid die door God in Zijn dienst is geroepen.

Ikzelf kom uit de Grieks Orthodoxe Kerk. In ons boek over de leer van de Orthodoxe Kerk, Boek 1, gepubliceerd in 1997, door Dhr. Trembelas, staat op blz. 70 : "Openbaringen worden omschreven als een door God ondernomen actie waardoor Hij aan Zijn redelijke schepselen iets bekend maakt over de mysteries van Zijn bestaan, natuur en wil, overeenkomstig hun begrensde intellectuele capaciteit, etc…Het zal de moeite waard zijn blz. 78 te lezen, waar de noodzaak wordt beschreven dat God Zelf Zijn volk leidt. Er zijn veel meer verwijzigingen naar de rol van de leek in onze Orthodoxe Kerk, maar beperkte tijd belet ons ze hier in detail te behandelen.

Het is ook bekend dat het Tweede Vaticaans Concilie heeft onderstreept hoe belangrijk het is dat de leek bijdraagt aan het verspreiden van het Goede Nieuws, volgens de verschillende gaven waarmee God Zijn Kerk begiftigt; In Lumen Gentium verklaart het Concilie duidelijk dat de leek deel heeft aan de profetische dienst van Christus. Christus vervult deze profetische dienst niet alleen door de hiërarchie, maar ook door de leek. Hij bevestigt bijgevolg beide als getuigen en voorziet hen van het gevoel van het geloof en de genade van het woord (L.G. 35). Elke leek heeft een aandeel te leveren aan deze dienst aan het Evangelie overeenkomstig het charisma dat God hem heeft gegeven en door deze gaven die hem zijn geschonken, is hij tegelijkertijd de getuige en het levende instrument van de zending van de Kerk zelf, overeenkomstig de maat die Christus heeft toegemeten (Ef. 4:7). Het is duidelijk uit wat de kerken bepalen, dat de leken een zeer belangrijke rol hebben te spelen in de wereld en dat de charisma's die de Heilige Geest verleent aan Zijn volk, altijd bestemd zijn voor de dienst aan de gemeenschap en voor het welzijn van de Kerk.

Vanaf het eerste begin van deze roeping benaderde de Heer mij door genade met koninklijke vrijgevigheid en wendde Zich tot mij in poëzie, daar religie en deugd Zijn zoete conversatie waren gedurende deze laatste 16 jaren met mij. Zonder enige verdienste werd ik geroepen en ik antwoordde; de Heilige Schrift zegt : "Ik geloofde, en dat is de reden waarom ik spreek" (2 Kor. 13). Toen werd mij door de Heer gevraagd Hem te aanvaarden, en toen ik Hem had aanvaard, toonde Hij mij Zijn Kruis van eenheid.

Een van de eerste vragen die Hij mij stelde was de volgende : "Welk Huis is belangrijker, jouw huis of Mijn Huis ?" Ik antwoordde : "Uw Huis Heer". Daarna zei Hij : "Doe Mijn Huis herleven, maak Mijn Huis mooi, verenig Mijn Huis". Ik was vervuld van hulpeloosheid en voelde mij miserabel. Ik klaagde : "Ik weet niet hoe ik dit alles moet doen. Ik weet niets ! "Ik weet niet hoe ik dit alles moet doen. Ik weet niets !" Christus zei toen : "Blijf niets; Ik wil een niets, en in jouw niets zijn zal Ik Mijn Autoriteit tonen, Mijn macht en dat Ik Ben; sterf dus aan jezelf en sta Mijn Heilige Geest toe in jou te ademen". Vanaf toen vroeg Hij mij te wandelen met Hem, maar na door vele geestelijke vuren te zijn gegaan. Op deze wijze ontving ik het zaad van God zonder enige verdienste. Er staat geschreven : "Niemand kan iets hebben tenzij God het hem geeft" (Joh. 3:27).

Dit werk van de Heilige Geest is gedrukt in 11 delen (engelse versie), en vertaald in 40 talen*. In deze geestelijke geschriften zien we hoe God ons gelegenheden geeft om volmaakt te zijn en in staat vergoddelijking te bereiken door Zijn Goddelijkheid, en goden te worden door deelname. De vruchten van dit werk zijn talloos, want ook zij komen van de Heer en elk goed ding komt van de Heer. Het is de moeite waard een ervan te vermelden. Op het ogenblik bestaan er wereldwijd meer dan 1000 oecumenische gebedsgroepen, die gevormd zijn door deze geïnspireerde geschriften met de naam "Het Ware Leven in God". De oecumenische gebedsgroepen bestaan uit mensen van verschillende kerkelijke denominaties die samenkomen om voor de eenheid en de verzoening tussen de kerken te bidden. Vanuit deze groepen zijn 9 liefdadigheidshuizen ontstaan om arme en behoeftige mensen te voeden. Die worden Beth Myriam genoemd, wat "Huis van Maria" betekent. Er zullen nog andere worden geopend door de genade van God, in de nabije toekomst en eveneens actief worden.

Door Gods genade ben ik tot nu uitgenodigd in 60 landen om te getuigen van de grote werken van de Heer. Dit is gebeurd in meer dan 700 bijeenkomsten, voor Rooms Katholieken, Orthodoxen en verschillende andere kerken. Ik kon niet weigeren mij te richten tot onze andere broeders en zusters die geen Christenen zijn. Onze Heer opende ook een deur voor de niet-Christenen en zo werk ik geroepen mij ook te richten tot Joden, Hindoes, Moslims en Boeddhisten, die, nadat ik hen het Woord van God had gebracht, hun vrijheid vonden en verzoening met de Drie-Ene God en om het Sacrament van het Doopsel vroegen. Want Christus had hierom gebeden tot de Vader en zei : "Ik bid niet voor hen alleen, maar ook voor allen die door hun woord in Mij zullen geloven" (Joh. 17:20).

In maart 2000 stond de Heer ons toe samen te komen in Zijn geboorteplaats Bethlehem. 450 mensen kwamen van heinde en ver, ja, uit meer dan 55 landen en uit 12 verschillende kerken, naar een internationale ontmoeting van gebed om vrede en eenheid. Wij verzamelden ons als een enkele familie. Wij hadden 75 geestelijken onder ons, ook uit 12 verschillende kerken, maar ook andere geestelijken uit het Heilig Land, die, toen zij hoorden van de gebedsbijeenkomst, zich bij ons aansloten. Deze oecumenische gebeurtenis werd gecoördineerd door enkele Joden en Palestijnen, die geraakt waren door de geïnspireerde geschriften van "Het Ware Leven in God". Zij geloofden in de Verrijzenis van Christus en in Zijn reddend plan in onze dagen en boden aan de bijeenkomst te organiseren.

Als men weet hoe in onze dagen Palestijnen en Joden tegen elkaar vechten, is hun verzoening een teken van de macht van de Heilige Geest die deze twee naties verenigde om te werken voor een bijeenkomst voor vrede tussen de gescheiden Christenen. Zoals de Heilige Schrift zegt : "En de vredesvrucht der gerechtigheid wordt gezaaid door hen die de vrede bewaren" (Jak. 3:18). Dis is een les voor ons allen.

Het gade slaan van deze geestelijken in verschillende gewaden, en toch allen Christenen, de een naast de ander, glimlachend, deelnemend, zonder onder elkaar verschil te maken, deelhebbend aan gebeden en Liturgieën, was onmiskenbaar een triomf voor onze Heer. Wij beleefden een voorsmaak van wat de eenheid onder Christenen op zekere dag zal zijn, en wij geven daarvoor eer aan God. Voor de toespraken en de introducties hadden alle geestelijken zich opgesteld voor een processie. Het was ontzagwekkend. Sommige van hen droegen iconen, anderen beelden van het Heilig Hart en een beeld van de Maagd Maria; feitelijk werd de Madonna gedragen door een Lutherse geestelijke, en hij was er zeer trots op. Anderen droegen wierook, weer anderen kaarsen. Grieks Orthodoxe geestelijken droegen Rozenkransen om hun hals, die zij hadden geruild voor hun kruisen en Panavyias voor de Rooms Katholieke Rozenkransen, en zij allen liepen in de processie, terwijl zij een Byzantijnse hymne, het Kyrië Eleisson zongen.

Wij hoorden toespraken aan over eenheid van geestelijken uit verschillende kerken. Hun toespraken weerklonken alsof ze uit één stem en één geest stamden. Wij ervoeren allen het grote verlangen naar eenheid tijdens hun toespraken. Er was ook een ontroerend moment toen verschillende geestelijken uit diverse kerken op het podium stonden en een Rooms Katholieke priester op zijn knieën viel en rondging terwijl hij de voeten kuste van de andere geestelijken en hen om vergeving vroeg. Door deze spontane daad van vernedering werd een Koptisch priester tot tranen toe geroerd en hij deed hetzelfde, knielde neer om de voeten van zijn broeders in Christus te kussen. We zagen en ervoeren de dorst van de leken en de geestelijken naar eenheid. Maar ter gelijkertijd ervoeren we de grote wonden die onze verdeeldheid heeft veroorzaakt in het Mystieke Lichaam van Christus, en dat is de reden waarom wij zo blij en getroost waren deze oprechte daden van vernedering en verzoening te ervaren. Als het een officiële ontmoeting zou zijn geweest en wij beambten van de Kerk, met de macht en de autoriteit, dan zouden wij terplekke de eenheid hebben volbracht, en het dan aan de hele wereld hebben verkondigd.

De meeste van ons zijn de verdeeldheid moe, want het is niet volgens onze wet van liefde. Christus is het zelfs nog meer moe ons verdeeld te zien. Het gejuich en de uitroepen van vreugde van al deze naties, die met elkaar verbonden waren, roepend om een volledige eenheid onder de Christenen, onthulden dat deze verdeeldheid niet alleen de zonde is, maar ook een misdaad. En toch, zeg ik u dat de grootste van alle misdaden het apart bestaan van de Paasdata is. Hoe goed zal het zijn als we allen samen op zekere dag en met één stem uitroepen : "Christos Anesti". We zullen zeggen : "Uw Wil geschiede op aarde zoals in de Hemel …"; wel wat weerhoudt de ambtsdragers van de Kerk ervan de Wil van God te doen en hun verzoening uit te roepen, als reeds de leken en priester overal ter wereld een eenheid beleven ? Eenheid is gisteren begonnen … we hebben het gezien … we hebben het beleefd … wij verheugden ons erom, en wij willen het evenzeer als de Heilige Geest het wil. Jezus Christus heeft ons door Zijn Bloed verenigd, dus hoe kan men deze eenheid ontkennen ? "Hij is onze vrede, Hij heeft beide groepen, de Heidenen en de Joden één gemaakt, en de scheidingsmuur, dat is de vijandschap, weggebroken, die hen gescheiden hield, in feite in Zijn eigen Persoon de vijandschap vernietigend, die veroorzaakt werd door de regels en voorschriften van de Wet" (Ef 2:14-15). Hoe kunnen wij "nee" zeggen tegen God, als Hij ons wil verenigen ? Kan het zijn omdat onze harten zijn verhard ? Zijn wij de woorden van de Heilige Vader de Paus vergeten toen Hij zei : "De elementen die ons verbinden zijn veel groter, dan die welke ons scheiden" ? We moeten dus deze elementen oppakken en ze gebruiken voor het effenen van de weg naar de volledige eenheid.

De genaden die wij ontvingen in deze dagen in het Heilig land waren ontelbaar. Een Grieks Orthodoxe Archimandriet van het patriarchaat van Jeruzalem heeft, toen hij hoorde dat wij er waren, alle 450 mensen uitgenodigd in de kerk van het Heilig Graf, en op een andere dag naar de Berg Tabor om aanwezig te zijn bij de Liturgie en zelfs deel te nemen aan de vooraf geheiligde gaven als wij dat wensten en geloofden in de Heilige Tegenwoordigheid van Jezus in deze Communie.

Er waren zo veel momenten van vreugde te zien dat Orthodoxen, Lutheranen, Katholieken, Anglicanen, Baptisten etc… samen de Rozenkrans baden, allen dicht bij elkaar en niet uit de weg gegaan, omdat dit gebed werd verondersteld alleen door Rooms Katholieken te worden gebeden. Integendeel, er werd geen onderscheid gemaakt. Het Rozenkransgebed verbond ons en het ter aanbidding uitgestelde Heilig Sacrament zelfs nog meer, want voor onze Heer knielden we allen en voelden in deze eenheid dat we inderdaad de zonen en dochters van de Allerhoogste waren, want iedereen werd bewogen door de Heilige Geest (Rom. 8:14), en als kinderen, die tot één en dezelfde familie behoren, samen, zij aan zij, waren we één en niet de een tegen de ander, want de geest van onderscheid was niet langer onder ons. In deze momenten beseften wij dat we leefden onder de genade en niet onder de Wet (Rom. 6:14). Onze harten waren verbonden en in de tegenwoordigheid van Christus voelden we ons echt verenigd in de geest en in Gods liefde. Inderdaad, in deze momenten waren we één van geest en één van hart, allen verenigd in het hart van Jezus. Later zeiden alle geestelijken dat wanneer zij zullen teruggaan, naar huis, zij deze geestelijke eenheid verder zullen promoten en zullen getuigen tegenover hun broeders van wat zij hebben beleefd en wat zij hebben gezien, opdat ook zij zich verheugen in één Heer.

Wat wij ervoeren op de bijeenkomst van de pelgrimage van eenheid in het Heilig Land was het besef dat gebeden machtiger waren dan onze toespraken en dialogen, want nauwelijks hadden we onze mond geopend om samen te bidden, of onze gebeden waren al gehoord en verhoord. Precies zoals de Heilige Vader in oktober 1986 vertegenwoordigers van de grote wereldgodsdiensten in Assisië uitgenodigd had om te bidden om vrede, de een naast de ander, zouden wij die lijn moeten volgen en nog meer deze ontmoetingen van interreligieuze dialoog in de toekomst moeten bevorderen.

En nu wil ik na deze introductie overgaan tot mijn eerste thema, de metanoia.

Gods oproep tot een diepe metanoia, vrucht van nederigheid, leidt ons naar verzoening en eenheid.

Wij, de mensen van de kerken, moeten beseffen dat wij in een constante zonde leven, de zonde van onze verdeeldheid. "Elk rijk dat inwendig verdeeld is, zal verwoest worden, een stad of huis, dat inwendig verdeeld is, zal niet standhouden" (Mat. 12:25). Ook al is deze verdeeldheid niet direct door ons veroorzaakt, maar door onze voorvaderen, wij houden haar in stand zolang wij verdeeld blijven. Wij kunnen niet zeggen dat God blij is als de herders nog verdeeld zijn. Wij kunnen niet spreken over eenheid zonder door een metanoia te gaan en de twee grote Geboden van God in praktijk te brengen. Dat is alsof we een huis willen bouwen zonder eerst de fundamenten te leggen. De fundamenten voor eenheid zouden nederigheid, goddelijke liefde en bekering van onze harten moeten zijn. Want hoe zouden we geloven dat we eenheid kunnen bereiken als we geen berouw hebben en ten volle de twee grootste geboden naleven die gebaseerd zijn op de wet van liefde ? De zaden voor eenheid zouden constant gezaaid worden in dorre en onvruchtbare aarde. En er kunnen geen zaailingen groeien in die soort dorheid welke de hardheid van onze harten vertegenwoordigt. We moeten neerzitten en onszelf afvragen : "Is het mogelijk dat wij de eenheid zien overeenkomstig ons eigen inzicht, en is dat misschien de reden waarom wij nog steeds verdeeld zijn, of zoeken we haar zoals de Geest van God haar verlangt, maar gaan we daarmee niet akkoord ?

"Daarom, met de vreze des heren in gedachten, wetend dat God weet wat wij werkelijk zijn, is een echte metanoia noodzakelijk de eerste en belangrijkste stap die we moeten zetten om ons uit te rusten met het noodzakelijk licht dat ons leidt tot een geestelijke eenheid. Deze metanoia, die noodzakelijk is, is een kolossale kracht in zichzelf, die ons zal veranderen en vruchtbaar zal zijn. Laten we dus rijk zijn in armoede, zoals de priester die op de knieën viel, schreiend, terwijl hij de voeten van zijn broeders, die tot de andere kerken behoorden, kuste en om vergeving vroeg. Laten wij op dezelfde wijze berouw hebben in nederigheid.

We moeten de oude stenen in ons hart neerhalen, stenen van intolerantie, trots, gebrek aan vergevingsgezindheid, ontrouw, verdeeldheid, gebrek aan liefde, en de Kerk van Christus opnieuw opbouwen in onze harten door God toe te staan meer in ons te zijn om ons Zijn vrede te brengen. Er moet een kenosis zijn, aan God gegeven vanuit een diepere metanoia, opdat God ons overvloedig zal vullen met Zichzelf. Dan zullen wij "acceptabel zijn als een offerande, en geheiligd door de Heilige Geest" (Rom. 15:16). Zoals we weten geeft God Zich onophoudelijk aan ons om onze ziel in leven te houden, maar na onze metanoia zal God Zich aan ons openbaren in kracht en genade, omdat Hij de verlangens van Zijn Hart zal uitdrukken, ons zal tonen hoe wij de sleutel tot eenheid moeten gebruiken. Een metanoia zal ons niet alleen leiden tot een bekering van hart, maar er zal een totale omvorming plaatsvinden, want metanoia is de poort die zielen uit de duisternis naar het licht leidt. Daarom kunnen we tot op de dag van vandaag niet zeggen dat we wandelen in het licht, omdat we nog steeds verdeeld en versplinterd zijn; als we het licht niet zijn binnengegaan, hoe kunnen we dan Gods goddelijke wil zien om voortgang te maken op de weg tot eenheid, en weten op welke manier Hij haar verlangt ? Hoe kunnen we dan onze weg aanvoelen en weten waar we wandelen, als we nog steeds in de duisternis zijn ? Als we ons niet haasten zal die kleine flakkerende vlam, die nog in ons is, uitgeblust raken. We moeten ons haasten en al onze vooroordelen opzij zetten die olie halen uit de reserves van nederigheid en liefde, om deze flakkerende vlam te stimuleren tot een levende toorts.

Maar daarom zou iedere Kerk bereid moeten zijn aan haar eigen ego en aan haar starheid te sterven. Dan zal, door deze acte van nederigheid, Christus' tegenwoordigheid in hen schijnen. Elke kerk zal door een onophoudelijk berouw moeten gaan en zichzelf een weg moeten banen naar Christus en moeten deelnemen aan Zijn Liefde voor de mensheid. Door deze acte van nederigheid zullen de mislukkingen uit verleden en heden worden weggewassen en zal er eenheid tot stand worden gebracht. Als wij eenmaal onze stem dempen, zullen we de Stem van Christus gaan horen. Alleen als we onze hoofden buigen zullen we het Hoofd van Christus toestaan te worden gezien en niet het onze, alleen als wij onszelf helemaal vernederen zal Christus ons kunnen verheffen om Zijn Glorie te zien. Er staat geschreven : "Vernedert uzelf voor de Heer, en Hij zal u verheffen" (Jak. 4:10). Dan, en dan alleen zullen wij in staat zijn Gods goddelijke Wil te kennen, want Hij zal dan Zijn macht demonstreren na ons tot niets te hebben teruggebracht, en Zijn Heilige Tegenwoordigheid zal door de woestijn van onze ziel stromen als een rivier en ons genezen. Dan, nadat ons heil is hersteld, zal onze ziel ons beletten terug te vallen en het vergif in ons op te nemen dat wij in onze meelijwekkende verdeeldheid hebben geabsorbeerd. We zullen nog slechts één verlangen hebben, en dat is te dorsten naar het zuivere levensgevende water dat leven geeft. Bovendien zal dit zuivere heldere water ons niet alleen genezen, maar wij zullen ook overstromen van barmhartige liefde. Door zo de Heilige Geest de vrije doorgang in ons te hebben gegeven, zal Hij gemakkelijk in overvloed in ons binnenstromen, ook met Zijn Licht, en ons een totale metamorfose geven door ons te veranderen in een hemel.

De Heer stond mij eens toe Hem de volgende woorden te horen zeggen : "Als je de Heilige Geest toestaat in je binnen te dringen, kan Hij je ziel van een woestijn veranderen in een tuin waar Ik Mijn rust kan vinden. De Heilige Geest kan je ziel veranderen in een paleis waar Ik koning kan zijn en over je kan heersen. De Heilige Geest kan je ziel veranderen in een hemel waarin jij Mij zult verheerlijken". Om eenheid te bereiken moeten wij een gedaanteverandering ondergaan, en zolang wij niet in staat zijn één Beker te delen rond één altaar, bewijst dit dat deze gedaanteverandering nog niet in ons heeft plaatsgehad, omdat we nog steeds versplinterd leven. Laten we dus een metanoia ondergaan om deze gedaanteverandering door de Heilige Geest te laten plaatshebben. Zonder deze gedaanteverandering zullen we niet in staat zijn door te dringen in de diepten van God om God te zien en te begrijpen. Deze visie van God zal ongetwijfeld onze harten samenbrengen in één. In de ervaring van de visie van God zal onze ziel ook beseffen hoezeer wij Hem door onze verdeeldheid hebben beledigd. Dat zal als een acte van zuivering zijn of een lager oordeel, maar het begin van ons nieuwe leven in de ene Christus.

In deze gedaanteverandering zullen wij ontdekken dat, hoewel we nog onder de mensen verkeren, onze geest in de hemel zal zijn; en hoewel onze lichamen zich onder de mensen zullen bewegen, zullen onze ziel en onze geest, gevangen in de goddelijke Wil, vervuld van de noblesse van Gods licht, als engelen zijn, wandelend in de hoven van de hemel, temidden van heiligen en engelen, één geest wordend met de Goddelijke. Dan zal het "Onze Vader" in vervulling gaan, want Zijn Koninkrijk zal zijn gekomen en Zijn Wil zal geschieden op aarde zoals in de Hemel. Vanaf dan zullen al onze ondernemingen volmaakt zijn en zonder enige breuk zijn gedaan, omdat ze goddelijk zullen zijn en overeenkomstig Gods geest. We hebben geleerd dat onze geest nooit uit zichzelf kan opstijgen naar de Hemel, maar het God alleen is die hem naar de Hemel kan verheffen om er met grote vreugde Zijn mysteries te onthullen. Als wij zouden hebben beantwoord aan de smeekbede van Christus dat "wij één moge zijn", of als wij beantwoord hadden aan Zijn roep door te gehoorzamen aan Zijn oproep, zouden we vandaag Zijn beker rond één altaar delen en dan zouden we zeggen : "Ik wandel nu met God en heers met Hem".

De kerk moet worden versterkt en eenheid is de enige hoop op versterking van de Kerk. Zoals het nu is, verliest de kerk haar duidelijkheid in haar zwakte tot een punt dat zij zelfs niet meer kan opstaan om zelf de olie en de genezende zalf te halen uit de Bron van Leven die de Heilige Geest is. In haar angst om het verliezen van haar schatten, maar vooral haar identiteit, en ik zou zeggen speciaal onze Orthodoxe Kerk, barricadeert zij niet alleen haar ramen, maar zorgt zij er vooral voor dat ook haar deuren zorgvuldig gesloten zijn, niet beseffend dat haar interieur schimmels heeft opgehoopt. Door haar angst belet zij de genade in haar te stromen die haar zonder vrees kan leiden tot eenheid en verzoening. Iemand die handelt uit angst en ervoor zorgt dat ramen en deuren zorgvuldig zijn vergrendeld, is gewoonlijk bang te worden beroofd van zijn kostbaarheden. Maar het is niet alleen de Orthodoxe Kerk; de andere kerken gedragen zich op dezelfde wijze. Waarom hebben zij angst en isoleren zij zichzelf ? Waarom barricaderen sommigen nog steeds hun deuren ? Heeft Christus niet Heidenen en Joden verzoend en hen ertoe gebracht samen één Christus te aanbidden ? Heeft Christus niet de sluier in tweeën gescheurd welke God en mens scheidde, het schepsel van de Schepper verzoend ? Heeft Christus niet de poorten van de Hel vernietigd en de geesten bevrijd ? Wat had Christus dan nog meer kunnen doen wat Hij niet heeft gedaan ? Waarom barricaderen de kerken dan tot op de dag van vandaag, zichzelf en richten zij muren op om deze scheiding overeind te houden ? Als zij eens hun angsten konden afleggen, hun starheid en hun achterdocht, zouden we vandaag niet spreken over eenheid, omdat we dan al de Eucharistie samen zouden vieren rond één altaar.

Als de kerken ertoe in staat zijn over de negatieve obstakels, die hen scheiden, heen te stappen, obstakels die volgens de Heilige Schrift tegen de vervulling zijn van de eenheid van geloof, liefde en aanbidding onder ons, zal Christus trouw zijn aan Zijn Belofte tot realisering van een tijd van vrede in de gehele wereld. Deze vrede zal elke mens trekken naar het Mystieke Lichaam van Christus, en daardoor Zijn woorden vervullen die ons zijn gegeven in Zijn gebed tot de Vader, waar Hij zei : "Mogen zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, het zijt in Mij, en Ik in U, opdat de wereld gelove dat Gij Mij hebt gezonden" (Joh. 17:21). Deze smeekbede van Christus tot de Vader, voor ons, om zo te zijn verenigd, intoneerde duidelijk dat de gehele schepping zal worden getrokken door een spirituele eenheid, en niet door een eenheid door een getekend verdrag. Maar een dergelijke spirituele eenheid, waardoor de gehele schepping wordt aangetrokken, kan niet tot stand worden gebracht zonder de Geest van God, die Zijn kracht schenkt aan de mensheid. De Heilige Geest moet dan nieuwe apostelen doen opstaan om de wereld te gaan evangeliseren en het geloof van de gehele wereld in Christus aantrekken. Onze voortdurende verdeeldheid beschouwend zou ik willen zeggen dat de Kerk haar zwakte heeft getoond met betrekking hiertoe.

En toch, ondanks onze ellendigheid zal de heilige geest van genade daar niet ophouden vanwege onze menselijke mislukkingen, ambities en ons onvermogen onszelf klein te maken en ons te verzoenen om eenheid te verkrijgen. De liefde van Christus voor de mensheid dwingt Hem in onze dagen om Zich vanuit de hoogte neer te buigen naar ons met Zijn kostbaar Bloed om deze onvolmaaktheden te verbergen. De Heilige Geest kent onze zwakheden en mislukkingen, dus kan men niet zeggen dat de Heilige Geest heeft opgehouden Zijn genaden uit te storten. Hij is er en maakt veel rumoer zodat tenslotte zelfs de doven, die zichzelf hebben gebarricadeerd, Hem zullen horen en tenslotte de deuren van hun harten zullen openen; en zij die dood waren zullen tot leven komen. Zij die hebben opgehouden te zijn zullen opnieuw leven.

Een van de genaden die de Heilige Geest ons geeft in onze tijden, zijn de nieuwe apostelen die door God zijn voorbereid om de woorden van God door hun mond uit te storten en ten echoën. Maar als onze geest en ons hart niet gemakkelijk kunnen worden geraakt en hen horen, is dat misschien omdat wij te technisch en helaas te rationalistisch zijn geworden. In deze technische omgeving is de barmhartigheid van Christus besmet evenals de eenvoud van een spiritueel leven in God. Daarom is het belangrijk dat vooral de Orthodoxe Kerk, maar ook de andere kerken, de Heilige Geest toestaan om vrij in hen een verrijzenisadem te blazen. In deze verrijzenis zullen ze opstaan en beseffen dat evangeliseren noodzakelijk is om de wereld te verzoenen, die zozeer van God is vervreemd. Om een ontkerstende maatschappij te evangeliseren is ook een doel om mensen van elk ras en geloofsbelijdenis toe te staan tot God terug te keren en op zoek te gaan naar het Gelaat van God. Elk schepsel op aarde zou baat kunnen vinden en zich zo kunnen overgeven aan God. De Heilige Geest zal de rest doen en alle obstakels uitroeien die de weg naar een volledige geestelijke eenheid beletten.

God vraagt van ons een verandering van binnen. Er zullen mensen zijn die zeggen : "Maar wij hebben altijd de wet van de Kerk in acht genomen en haar gehoorzaamd…" Het is niet voldoende de wet van de Kerk te onderhouden en haar te gehoorzamen. Onze starheid veroordeelt ons. Dikwijls praten we over de wet, maar we dragen haar niet in ons hart. Het hart van de wet is liefde; maar dikwijls leven we naar de letter van de wet, maar verwaarlozen het hart van de wet te leven. We verwaarlozen dikwijls de belangrijker zaken van de wet, welke liefde, barmhartigheid en goed geloof zijn.

We zouden bereid moeten zijn meer samen te bidden, want gebeden worden gehoord en verhoord terwijl dialogen slechts gesproken woorden en formules zijn. Dat betekent niet dat we onze conferenties en discussies zouden moeten elimineren, volstrekt niet zoals ik al eerder zei. Maar wat is voor ons belangrijker, de letter of de Geest ? Als we zeggen de letter, zullen we werken als administrateurs wanneer we Gods zaken bespreken en zullen we niet zijn gerechtvaardigd, noch ooit iets bereiken, want het zal zijn alsof we tot de Heilige Geest zeggen : "Ik ben niet langer een kind, ik kan zelf lopen". De letter zal dus de Geest doden en wij zullen echte administrateurs worden, slechts papieren verplaatsend en elke bijeenkomst harteloos verlatend.

Wat is dus belangrijker, de wet of de Geest ? Als we zeggen de Wet, veroordelen we reeds onze broeder die naast ons zit en tot de andere kerk behoort, terwijl hij, ons al veroordeelt en wij ieder van ons zullen horen zeggen : "Wij zijn in de volle waarheid, en wij zijn degenen die gelijk hebben". En opnieuw zullen we bezig zijn Christus te versplinteren, en opnieuw zullen wij niets bereiken. Als we starten met de leer en haar inhoud zullen we niets bereiken. Als we starten met de leer en haar inhoud zullen we misschien opnieuw nog meer gescheiden en versplinterd eindigen en nooit het essentiële bereiken. Hiermee bedoel ik niet dat we de leer geweld moeten aandoen, daar de leer het bestaan zelf van de Kerk is. Maar als we de Heilige Geest toestaan ons te leiden, in plaats van dat wij de Heilige Geest leiden voor eens en altijd, zal de Heilige Geest de letter en de wet nieuw leven inblazen, en zal Hij ons de ware leer laten zien, dat Jezus Christus het enige actieve beginsel in ons is ondanks onze verschillen in leerstellige terminologie. Voor deze daad van Barmhartige liefde hebben wij intense armoede van geest nodig en een overvloed aan edelmoedigheid. Laten we daarom onze leerstellige dialogen beginnen met de Heilige Geest. Laat Hij degene zijn die ons bij de arm leidt om ons in ons hart te tonen dat het wezenlijke van de leer gebaseerd moet zijn op liefde, offer, verlossing en een totale kalmte.

Onze zonde van verdeeldheid

Als wij verdeeld zijn geraakt en in stukken verscheurd, is dat vanwege onze intolerantie tegenover elkaar en onze geest van trots. We hebben het kenmerkende teken van geloof verdreven, wat goddelijke liefde is, zoals Christus zei over de deugd van liefde : "Hierdoor zullen de mensen weten dat jullie Mijn leerlingen zijn, dat jullie elkaar beminnen". En toch, de liefde van Christus dwingt Hem onbeperkte barmhartigheid in te zetten op onze verdeeldheid, deze verdeeldheid die deze dorheid en hardheid van hart over ons heeft gebracht, die de Kerk verwoest en een algemene geloofsafval teweeg heeft gebracht in de Christelijke wereld. De wereld nu, van het geloof afgevallen als ze is, heeft geen plaats voor God, daar zij in beslag wordt genomen door zelfontplooiing. De wereld van vandaag weigert God eer te geven en we leven in een tijd waarin al het goede is veranderd in kwaad. De christenen worden onophoudelijke ontkerstend vanwege onze verdeeldheid, of ze vallen voortdurend in dwaling. Kijk om je heen en zie : een deel van de kerk is verblind vanwege haar rationalistische geest. Zolang zij hun toevlucht nemen tot hun eigen geest zullen ze doorgaan te wandelen in de duisternis. Ze zullen doorgaan hun wetten te verkondigen in plaats van Gods wet. Ze zullen proberen de traditie van de Kerk te veranderen in menselijke franje en analogieën, zonder de Waarheid die in Christus is. We moeten bidden voor deze Christenen die gemakkelijk Gods Godheid ondermijnen, door de Kerk niet alleen te beroven van haar iconen, beelden en kostbaarheden, maar ook van de werkelijke Tegenwoordigheid van Christus in de Eucharistie. Als zij Christus verkondigen als koning, en glorieus Zijn macht bevestigen, Zijn ontzettende macht verkondigen, Hem lof toezingen, Zijn Almacht en Zijn machtige wonderen erkennen, zouden wij hen moeten vragen waarom Christus voor hen een steen des aanstoots wordt als het erop aan komt de verhevenheid van Zijn Godheid te meten in Zijn Tegenwoordigheid in de Eucharistie. Tenzij zij Zijn Godheid zien met een geestelijk oog, zullen zij doorgaan te zijn als verdrinkende mensen die nooit iets begrijpen van wat je hen vertelt.

De Heer stond mij toe van Hem de volgende woorden te horen : "Ik ben de Verheven Hogepriester over heel Mijn Huis, dit Huis dat mensen zonder erbarmen hebben verdeeld in hun gebrek aan liefde; moet Ik blijven toezien hoe Mijn Huis verdeeld is en in een dergelijke rebellie, en niet tussenbeide komen ? Aan Mijn Eucharistie wordt steeds minder belang gehecht. Moge elk volk weten dat Mijn Vlees en Bloed van Mijn Moeder komt; Mijn Lichaam komt van de Allerheiligste Maagd, van zuiver bloed…"

Pretenties en lippendienst hebben Christus nooit misleidt, maar telkens wanneer wij een wederzijdse liefde en een wederzijds begrijpen aannamen die tot vrede leidden, verblijdde zich Zijn Geest. Hoe kunnen wij vandaag de dag verwachten dat Zijn Geest Zich verblijdt als bij elk Paasfeest dat passeert, de data van Pasen niet verenigd zijn, en nog niet officieel zijn verenigd tenzij door het toevallig samenvallen, zoals dit jaar ? Hoe kan Zijn Geest zich verheugen als de ledematen van Zijn Mystieke Lichaam nog steeds verstrooid zijn als de dorre beenderen in het visioen van Ezechiël ? We rebelleren vermetel zonder vrees Zijn Wet van Liefde voor Zijn Troon. De Heilige Schrift zegt : "Hij die weet dat hij goed heeft te doen en het nalaat, doet zonde (Jak. 4:17)". De Heilige Schrift liegt niet en kan niet worden afgewezen.

Voorts, hoe verwachten wij dat de Kerk geloofwaardig wordt in de ogen van de rest van de wereld als wij vrede, liefde, eenheid, broederschap en verzoening preken aan landen die hun mensen afslachten, als wij tegelijkertijd, in ons eigen midden, het Lichaam van Christus vermoorden door even zovele malen venijnige pijlen af te vuren naar elkaar ? Wij, de koninklijke hofhouding van Christus, hebben onze glorie verruild voor schande. God roept ons allen op, nodigt ons uit één te zijn, opdat de wereld gelove (Joh. 17:21). Dus alleen als de Kerk zal genezen door één te worden en haar kracht terug te krijgen, zal zij in staat zijn de wereld met God te verzoenen. Tezelfdertijd, sterker als zij dan zou zijn, zal zij in staat zijn alle duistere machten te verslaan, die de wereld hebben verduisterd en het domein van de Boze dat ons versplinterd houdt.

De rol van de Heilige Geest als Hij ons leidt naar een spirituele eenheid

Het is de Heilige Geest van genade alleen die de Kerk snel kan doen vorderen op de weg naar eenheid door ons onze angsten om voorwaarts te gaan te doen overwinnen. De Heilige Geest is er om tot op de wortels neer te branden alles wat ons gescheiden houdt en wat ons doet aarzelen om tot eenheid te komen. De Boze is zich hiervan natuurlijk bewust en blijft opschuddingen veroorzaken waar die normaal niet zijn, door op verschrikkelijke wijze het werk van de Kerk te belemmeren en de eenheid uit te stellen. Daarom denk ik dat het erg belangrijk is ons over te geven aan de Heilige Geest en meer aandacht te schenken aan het charisma dat Hij de kerk geeft. We zouden moeten ophouden het vuur van de Heilige Geest uit te doven dat het innerlijk van de Kerk kan verhelderen. Daarom is het belangrijk ons te laten leiden door genade en niet door vrees. Laat de Heilige Geest als een Parousie zijn binnen de Kerk.

Het Lichaam van Christus, de Kerk zoals wij weten, breidt zich steeds uit door de Heilige Geest, en zij zal zich blijven uitbreiden tot de laatste Dag, want Christus is de rots, de bouwer van de Kerk alsook de herder van Zijn volk. Christus is de Verheven Hogepriester over heel Zijn Huis, dit Huis dat de mensen helaas hebben verdeeld in hun gebrek aan liefde. De schoonheid en de glorie, en de vrucht die zij eens heeft gegeven in het begin van haar bestaan, is nu gevallen als verrot fruit. Als dit niet waar is, waar is dan de Apostolische Kerk in haar ijver om van Christus te getuigen, om zichzelf neer te leggen op het altaar van de martelaren, zichzelf te vernederen in de arena van schande en pijn, liever dan Christus te verloochenen ? Waar is die gedisciplineerde vurigheid van geloof, brandend van verlangen globaal te evangeliseren ? Oh Christus, hoeveel meer moet Uw Kostbaar Lichaam nog worden doorboord en met een lans worden doorstoken en versplinterd voordat wij beseffen dat wij Uw Lichaam mogelijk hebben verdeeld als werktuigen van de "Verdeler" zelf. Wij hebben het ongewild gedaan en in onwetendheid. Help ons die rest, door Uw Kerk zo heilig genoemd, te vinden en te beschermen. Help ons haar weer samen te stellen. Een kerkelijke eenheid, bestemd om Uw Tweede Komst te brengen als een globale openbaring.

Hoewel wij weten dat er een ontologische afgrond is tussen de Heilige Geest en ons, kan die worden verwijderd door de Heilige Geest en Hij kan ons bereiken om ons te laten zien dat de echte Christen diegene is die innerlijk een Christen is, en de echte spirituele eenheid in het hart is en zal zijn. Eenheid zal niet zijn van de letter maar van de Geest.

Inderdaad, ongeacht hoeveel wij verwachten van de Kerk, ongeacht hoe wij haar mislukkingen maar ook haar triomfen zien, ondanks het Kruis van Eenheid dat wij op haar schouders plaatsen, we weten tenslotte uit ervaring dat dit Kruis zal worden gedragen door de zuiveren van hart. Als wij nu besluiten tot eenheid, dan moeten wij onze harten openen en die zielen ontvangen die zijn begiftigd door de Heilige Geest. Als wij tenslotte de armen van geest willen vertrouwen, die bereid zijn het Kruis van eenheid op hun schouders te dragen, dan zullen wij een volledig open veld hebben waarin we de zaden zouden kunnen gaan zaaien van een Christelijke eenheid die de wereld zal bekeren en haar doen geuren. De kerken zouden de Heilige Geest moeten toestaan, die de innerlijke bron is van Christelijke eenheid, hen allereerst te vernieuwen en te doen geuren, dan zullen zij op hen beurt, natie na natie, beginnen te geuren, hen ertoe brengen allen een te zijn in de Waarheid, om zo het Mystieke Lichaam van Christus te doen geuren. Daarom zouden de kerken, vooral de Orthodoxe Kerk, ervoor moeten zorgen niet de Geest uit te blussen en de verscheidenheid van gaven te vervolgen, die Hij verdeelt voor het welzijn van de Kerk, maar Zijn vlam toestaan te zuiveren en nieuw leven in te blazen in het innerlijke van de Kerk, om haar te doen voortgaan naar een spirituele eenheid.

De Heilige Geest roept ook Zijn Bruid op tot eenheid en zegt :

"Bid dat ik, de absolute volheid van God, de uiting van je geest, het licht in je ogen, in jullie midden neerdaal om de wereld te laten zien hoe fout zij was, om de kerken de ongerechtigheid van hun verdeeldheid te laten zien en hoe liefdeloos ze tegenover elkaar staan, ofschoon ze dagelijks verklaren dat er één Heer is, één geloof, één doopsel en één God, die de Vader is van allen, voor allen, door allen en in allen; we kunnen niet zeggen : "jullie hebben alles gedaan om de eenheid te bewaren, die Ik jullie in het begin heb aangeboden, toen jullie nog kind waren in Mijn Armen. Vandaag zeggen jullie : " ik ben geen kind meer, en ik kan zelf lopen"; en sindsdien ben je uit Mijn omhelzing gestapt en hebt je sappen gewend aan het gaan van je eigen weg… O kind van de Vader ! Vrucht van de Zoon ! Mijn Stad en Mijn Bruid ! Je geur heeft je verlaten … zullen er nog enige overlevenden in je overblijven als Ik neerdaal in volle kracht ? (9.11.94 van H.W.L.i.G.).

Ik denk dat het ook tijd is dat wij ophouden nieuwe Gethsemane's te scheppen voor onze Heer. Laten we in plaats daarvan guirlandes van liefde plaatsen op het Hoofd van onze Heer. Ik zal eindigen met te zeggen dat de eenheid alleen zal worden gerealiseerd als wij allen echt zullen beginnen Jezus Christus te beminnen.

* Mijn getuigenissen zijn gepubliceerd onder de titel : "Het Ware Leven in God"

 

oecumene3.jpg

 

bijbeltekst engels Joël.jpg

08:59 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

19-05-17

Het concilie van Nicea

 

border  e5e42.jpg

VADERS VAN NICEA

 Vaders eerste oecumenisch concilie

Kondakion :


De Verkondiging der Apostelen, evenals de dogma's van de Vaderen, bewaren de Kerk in eenheid van Geloof. Zij draagt het bruilofskleed der waarheid, geweven door de Theologie vanuit de hoge, om het grote geloofsmysterie recht te prediken en te verheerlijken


Prokimen :


Gezegend zijt Gij, Heer, God onzer Vaderen, en lofwaardig en heerlijk is Uw Naam in eeuwigheid. (Dan.3,26,55)

Gij zijt rechtvaardig in alles wat Gij aan ons hebt gedaan : al Uw werken zijn waarheid.

Gezegend zijt Gij dier zetelt op de troon der heerlijkheid van Uw Koninkrijk.

 

Het Concilie van Nicea

Op de 7e zondag na Pasen vieren wij de God-gewijde Vaders van het eerste Oecumenisch Concilie.

Reeds in de eerste eeuwen werd dit Concilie herdacht. De Heer Jezus deed aan de kerk de grote belofte : ‘Ik wil Mijn Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen' (Mt.16.18)

Alhoewel de Kerk grote vervolgingen heeft moeten doorstaan, toch heeft ze gezegevierd. De Heilige Martelaren gaven het getuigenis van de waarheid van Gods Woord. Ze werden ervoor ter dood gebracht. Maar het zwaard van de vervolgers werd vernietigd door het kruis van Christus.

De vervolgingen van de Christenen nam een einde in de 4e eeuw, maar ketterijen stonden binnen de Kerk zelf op, o.a. het Arianisme. Arius was een priester uit Alexandrië, een zeer trotse man, vol ambitie. Hij ontkende de goddelijke natuur van Christus en Zijn gelijkheid met God de Vader. Valselijk getuigde hij dat de Redder niet consubstantieel is met de Vader, maar enkel een geschapen zijn.

Een lokaal concilie met Patriarch Alexander van Alexandrië veroordeelde de valse leer van Arius. Desondanks verspreidde zijn valse leer zich over het ganse Oosten. Hij kreeg zelfs steun van sommige Oosterse bisschoppen.

Keizer Constantijn onderzocht die leer. Hij consulteerde bisschop Hosius van Cordova, die de Keizer meedeelde dat de ketterij één van de gevaarlijkste was tegen het meest fundamentele dogma van de Kerk. Zo besloot de Keizer om een Oecumenisch Concilie bijeen te roepen . In 325 kwamen 318 bisschoppen samen in Nicea. Zij vertegenwoordigden de Christelijke kerken van verschillende landen.

Onder de bisschoppen waren er ook veel belijders, die de vervolgingen nog hadden meegemaakt. Ook grote namen uit de Kerk waren aanwezig zoals : de Heilige Nikolaas van Myra in Lycia, de heilige Spiridon bisschop van Tremithios en anderen.

Keizer Constantijn nam aan alle sessies deel.

Arius bleef arogant, maar werd geëxcommuniceerd.

Tevens werd door het Concilie het Symbolum van het geloof vastgelegd : het Credo van Nicea. Er werd ook beslist dat het Christelijk paasfeest nooit mag samenvallen met het Joodse Paasfeest, maar op de eerste zondag na de eerste volle maan van de Lente.

De zaak die de meeste aandacht zou vragen op het concilie van Nicea begon rond het jaar 320 in Alexandrië. Een zekere presbyter Arius kwam in conflict met bisschop Alexander van de stad over de status van Jezus Christus als Zoon van God. Moest dit zoonschap zo worden opgevat, dat de Zoon evenzeer God was als zijn Vader, of was er een essentieel verschil, en moest de Zoon als schepsel worden beschouwd? Arius leerde het laatste, Alexander het eerste. Het duurde niet lang, of dit werd een strijdpunt in grote delen van de kerk, zeker in het oosten.

Bisschoppen en andere betrokkennen konden deze kwestie hun onverdeelde aandacht geven, omdat de kerk pas door Constantijns tolerantie-edict van 313 was bevrijd van het gevaar van vervolgingen. Sterker nog, omdat Constantijn het christendom als keizerlijke godsdienst had aangenomen, was het van het grootste belang dat er duidelijkheid bestond over de juiste leer en dat er geen scheuringen in de kerk ontstonden.

Constantijn was deze mening zelf ook toegedaan, en hij was degene die uiteindelijk besloot een concilie samen te roepen om de kwestie-Arius voor eens en altijd en voor de hele kerk op te lossen. Het fenomeen concilie of synode was echter op zich niet nieuw: het was al sinds de derde eeuw gebruikelijk dat de bisschoppen uit een bepaald gebied, als de omstandigheden het toelieten, bijeenkwamen om samen bepaalde beslissingen te nemen. Dat kon zijn over vragen als het beste beleid aangaande christenen die tijdens een vervolging voor de druk van de overheid waren bezweken en tot de genius van de keizer hadden gebeden (of een valse verklaring hadden gekocht dat ze dat hadden gedaan), maar ook om een nieuwe collega voor een vacante zetel te kiezen. Ten minste één keer, in Antiochië in 268, had een synode zich over de theologie van een collega gebogen, namelijk Paulus van Samosata. Wat wel nieuw was, was het feit dat dit concilie een beslissing moest nemen voor de hele kerk, en dat de belangrijkste kwestie op het concilie theologisch van aard was.

Het staat overigens niet vast, dat Constantijn speciaal door de ariaanse strijd besloot tot het organiseren van een concilie: er zijn aanwijzingen, dat hij vanaf het begin van zijn alleenheerschappij plannen had om een rijksconcilie te houden om de nieuwe eenheid, zowel bestuurlijk als kerkelijk, te vieren en te bezegelen.

Verloop en beslissingen
Het concilie was eerst in het centrale Ancyra (Ankara) gepland, maar werd op verzoek van Constantijn naar Nicea, vlakbij de keizerlijke hoofdstad van de oostelijke helft van het rijk, gehouden, en begon op 19 juni 325. De keizer hield de openingstoespraak, en liet er geen twijfel over bestaan dat het in grootste belang van het Romeinse Rijk was, dat de verzamelde bisschoppen een beslissing zouden nemen. Of hij ook daadwerkelijk een officiële geloofsbelijdenis verwachtte, is de vraag. Wel is het een feit, dat juist in deze decennia het gebruik ontstond theologische standpunten in de vorm van een geloofsbelijdenis te formuleren.

De exacte gang van zaken op het concilie is niet duidelijk, omdat er geen verslag bewaard is gebleven. Onze belangrijkste bronnen zijn een herinnering van Eustathius van Antiochië (die mogelijk optrad als voorzitter), enkele hoofdstukken van Athanasius van Alexandrië (die het concilie wel bijwoonde, maar er pas veel later iets over schreef) en een brief van Eusebius van Caesarea, die zijn eigen kerk na afloop van het concilie informeerde over de gang van zaken.

Wel is zeker, dat het concilie grootschalig was opgezet. We kennen de namen van 250 bisschoppen, en de latere traditie heeft altijd het door Athanasius genoemde aantal van 318 concilievaders in ere gehouden. Daarbij moet wel worden aangetekend, dat praktisch alle deelnemers uit de oostelijke helft van de kerk kwamen, waar het geschil tussen Arius en Alexander ook de meeste beroering teweeg had gebracht. Naast de bisschoppen waren er ook verschillende plaatsvervangers en assistenten aanwezig (zo mocht Athanasius, die toen nog diaken was, mee om zijn bisschop bij te staan), en natuurlijk de keizer en een aantal van zijn functionarissen.

Van deze deelnemers was de meerderheid beslist niet voor Arius’ positie, die uiteindelijk de Zoon voor het hoogste schepsel hield, maar dat wil niet zeggen dat deze tegenstanders van Arius het eens waren hoe men dan wel precies over Hem moest denken. Bovendien was er ook een groep die Arius steunde. Deze groep kwam met een verklaring, die door de meerderheid werd veroordeeld. Daarmee waren de kansen voor Arius feitelijk al aan het begin van het concilie verkeken.

Er moest echter wel een gezamenlijke verklaring komen, en dat verliep minder vlot. Volgens Athanasius probeerde men zich zoveel mogelijk te beperken tot bijbelse terminologie, maar lukte het Arius en de zijnen steeds deze terminologie zo uit te leggen dat zijn eigen positie er ook door werd gedekt. Op zeker moment werd dan ook een traditionele belijdenis (mogelijk in gebruik in Caesarea of Jeruzalem) aangevuld met een aantal specief-theologische termen, waarvan de belangrijkste het zogenaamde homoousios of consubstantialis is, dat uitdrukt dat de Zoon ‘van hetzelfde wezen' als de Vader is.

Deze term werd niet direct met algemene goedkeuring ontvangen, maar met de nodige uitleg en misschien ook wel enige keizerlijke druk lukte het toch praktisch alle aanwezige bisschoppen deze aangevulde geloofsbelijdenis te laten ondertekenen, die daarmee de officiële Geloofsbelijdenis van Nicea werd. Degenen die niet wilden ondertekenden (Arius en nog enkele overgebleven medestanders) werden verbannen en geëxcommuniceerd.

Het concilie nam ook nog een aantal andere beslissingen. Eén van de belangrijkste was wel het besluit voortaan overal in het Rijk het christelijke Paasfeest op de eerste zondag na de eerste volle maan na de lente-equinox te laten vallen: dit was reeds gebruik in het westen en vele kerken in het oosten, maar er waren ook nog steeds kerken die het Pasen vierden op de eerste zondag na het Joodse Paasfeest (en dus soms op of voor de equinox) of zelfs tegelijk met de Joden vierden, dus op de veertiende dag van de maand Nissan. Ook nam het concilie een besluit over het zogenaamde melitiaanse schisma, dat de kerk van Alexandrië en Egypte verscheurde. Dit schisma had niets te maken met de geloofsleer, maar ging terug op de vraag hoe men afvalligen van de laatste vervolging moest behandelen. Door de bemoeienis van Constantijn kregen degenen die los waren komen te staan van de katholieke kerk de kans de gemeenschap weer te herstellen op opvallend milde condities.

De geloofsbelijdenis van Nicea
Hoewel er geen verslag van de synode bewaard is gebleven, zijn er wel een lijst van besluiten (canones) en natuurlijk de geloofsbelijdenis. De geloofsbelijdenis is niet, anders dan men misschien zou verwachten, meteen na het concilie over de hele kerk verspreid en in gebruik geraakt. Dit komt overeen met de bronnen die erop wijzen, dat de meeste aanwezige bisschoppen het gevoel hadden dat de belijdenis in deze vorm erdoor was gedrukt. Toch zijn er voldoende bronnen om zeker te zijn van de tekst; de belangrijkste hiervan is misschien nog wel het officiële verslag van het concilie van Chalcedon in 451, waarbij èn de belijdenis van Nicea, èn de aangepaste versie ervan die werd vastgesteld in Constantinopel, beide werden voorgelezen uit de officiële documenten die toen nog beschikbaar waren, en aldus opnieuw in het verslag van Chalcedon terechtkwamen.

De Geloofsbelijdenis van Nicea luidt aldus:

Wij geloven in één God, de almachtige Vader, schepper van alle zichtbare en onzichtbare dingen,
en in één Heer Jezus Christus, de Zoon van God, als eniggeborene uit de Vader geboren,
dat wil zeggen uit het wezen van de Vader,
God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God,
geboren niet gemaakt,
van hetzelfde wezen als de Vader,
door wie alles is ontstaan, zowel in de hemel als op aarde,
die om ons mensen en om onze redding is neergedaald en vlees is geworden, mens is geworden,
die geleden heeft en op de derde dag is opgestaan,
die is opgevaren ten hemel,
die zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden,
en in de Heilige Geest.

De zinsneden ‘dat wil zeggen uit het wezen van de Vader’, ‘God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God’ en vooral ‘van hetzelfde wezen als de Vader’ zijn de theologische toevoegingen, die het Arius en zijn medestanders onmogelijk maakten deze belijdenis te ondertekenen. Echter, aan de geloofsbelijdenis zelf werden ook nog enkele veroordelingen of anathema’s toegevoegd, om iedere ariaanse voorstelling van zaken voortaan de pas af te snijden:

Maar zij die zeggen:
Er was een tijd dat Hij er niet was,
en voordat Hij werd geboren was Hij er niet,
en dat Hij uit het niets is ontstaan,
of zij die beweren dat de Zoon van God uit een andere substantie is,
of aan verandering of ontwikkeling onderhevig is,
diegenen veroordeelt de algemene en apostolische kerk.

Gevolgen
Het concilie van Nicea had uiteindelijk voor niemand de gevolgen die men zich uiteindelijk gewenst had. Arius en degenen die met hem weigerden de Geloofsbelijdenis van Nicea te ondertekenen. Zij werden veroordeeld en verbannen, en speelden voortaan geen rol van betekenis meer. Zij waren de grote verliezers, en voor de rest van de kerkgeschiedenis is ‘ariaans’ een soort brandmerk geworden voor iedereen die op één of andere manier afstand tussen de Zoon en de Vader aan zou nemen. Het wrange daarbij is, dat van degenen die de Geloofsbelijdenis wel hadden ondertekend, degenen die het dichtst tegen Arius’ positie aan schurkten vrij snel na het concilie de toon gingen aangeven. Volgens de traditie werd zelfs Arius zelf op zeker moment officieel gerehabiliteerd, maar overleed hij de dag voordat hij de communie weer voor het eerst zou ontvangen.

De felste tegenstanders van Arius, die geloofden dat de Zoon exact op dezelfde wijze God c.q. goddelijk was als de Vader, hadden een geloofsbelijdenis gekregen die paste bij hun theologie. Echter, het grootste deel van de kerk was met die belijdenis weinig gelukkig vanwege de technisch-theologische terminologie. Bovendien bleek zelfs het woord homoousios voor verschillende interpretaties vatbaar: men kon het zo uitleggen, dat het betekende dat Zoon en Vader hetzelfde wezen, dat wil zeggen dezelfde goddelijkheid deelden, maar ook zo, dat de Zoon en de Vader samen één wezen vormden, dat wil zeggen, één handelende entiteit. Dit zou na het concilie tot de nodige nieuwe discussies en moeilijkheden leiden.

De keizer had bereikt dat praktisch alle bisschoppen hetzelfde document hadden ondertekend en dat de kwestie formeel was opgelost. Hij bemoeide zich echter niet met de exacte betekenis van het homoousios, zodat de discussies daarover na het concilie onbekommerd konden oplaaien, en de eenheid feitelijk weer teloor ging. Hij handhaafde en consolideerde deze formele eenheid ook na het concilie (waarbij er dus zelfs weer enige ruimte ontstond voor Arius), maar moest de geestelijke eenheid zien verdwijnen. Het is overigens een open vraag of Constantijn daar zwaar aan tilde.

Ten slotte was er de meerderheid die zich weinig gelukkig voelde met zowel de gang van zaken als het bereikte resultaat (afgezien van de veroordeling van Arius), en zich er blijkbaar niet door gebonden voelde. In de eerste decennia na Nicea zijn de meeste bronnen dan ook opvallend zwijgzaam over het concilie, en vinden er soms weer discussies plaats die zich moeilijk laten rijmen met de beslissing van Nicea.

Belang
Al met al wordt er heel verschillend over Nicea 325 geoordeeld. Later heeft het de status gekregen van eerste oecumenisch concilie (zoals in principe alle eerste oecumenische concilies pas door latere conciliebesluiten hun officiële status hebben gekregen), en in de oosters- en oriëntaals-orthodoxe kerken hebben de 318 vaderen zelfs een eigen feestdag en een icoon. Of echter voor de later vastgestelde orthodoxie van Constantinopel 381 en de ontwikkelingen die daarop volgden daadwerkelijk in Nicea de basis is gelegd, blijft de vraag. Wat de verschillende deelnemers aan het concilie precies onder homoousios verstonden, is nog steeds onderwerp van wetenschappelijke discussie.

Van heel andere zijde en in moderne tijden is het concilie ook wel afgeschilderd als het begin van een val van het christendom: een val voor de sterke arm van de staat, een val voor een officieel in plaats van een charismatisch christendom, een val voor machtsdenken in plaats van het geloof, waarvan Joden en ketters in toenemende mate slachtoffer zijn geworden. Nicea (c.q. Constantijn) wordt dan tot het inbegrip van alles wat er in de kerk niet deugt, en de periode daarvoor wordt verheerlijkt als oorspronkelijk en puur. Een dergelijk beeld is echter karikaturaal. Het concilie van Nicea borduurde voort op soortgelijke concilies die al in de derde eeuw voorkwamen, en het nieuwe was niet het feit dat er een dogmatische beslissing werd genomen, maar dat een dogmatische vraag nu de belangrijkste was, en dat door de veranderde politieke omstandigheden nu voor het eerst een concilie voor de hele kerk kon worden gehouden. En eigenlijk was nog niet de dogmatische vraag op zich de aanleiding, maar die van de gemeenschap: het streven van Constantijn naar één onverdeelde kerk kan men moeilijk niet legitiem vinden. Bovendien was de vraag ook praktisch: als christenen op reis gingen, wilden ze in een andere stad door de kerk worden ontvangen en deel kunnen nemen aan de eucharistie. Dat was juist één van de dingen waardoor de kerk groot was geworden, en achter alle eerste concilies moet niet zozeer een theoretisch-theologische drijfveer worden gezocht, als wel het praktische verlangen de kerkelijke en geestelijke gemeenschap in stand te houden. Daarom was het voor Constantijn (en voor de overgrote meerderheid van de concilievaders) belangrijker dàt er een beslissing werd genomen waarmee men zich kon verenigen, dan hoe die beslissing er uiteindelijk precies uit kwam te zien.

Het is één van de tragische aspecten van de latere kerkgeschiedenis, dat voor dit streven de weg van concilies, dogmatische verklaringen en officiële veroordelingen uiteindelijk toch dood bleek te lopen, en dat de eerste tekenen daarvan al zichtbaar werden op het eerste concilie van Nicea.

(door Liuwe H. Westra)

 

border THS.jpg

08:55 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

27-04-17

placide Deseill :Het spirituele leven

border gege.jpg

Het spirituele leven

Door

Archimandriet Placide Deseille

Het fundament van ons leven in Christus is het doopsel. Wanneer wij dit sacrament ontvangen, ontvangen wij de genade van de Heilige Geest. Het verspreidt in ons een licht en een innerlijke kracht die ons in staat stelt te breken met het kwaad, om de bekoringen van het egoïsme te verwerpen, de geest van genot en heerschappij. Het is in deze zin dat het doopsel ons doet sterven aan de zonde en ons doet verrijzen met Christus tot een nieuw leven.

Maar het doopsel deelt ons dit nieuw leven niet mee in haar uiteindelijke staat, in haar volle rijpheid. Het geeft ons alleen de kiem, en dit zaad neergelegd in onze harten kan slechts groeien en zich ontwikkelen indien wij er onze vrije bijdrage toe leveren.

Het doopsel laat in ons een neiging voor het genot en de egoïstische voldoening voortbestaan. Het is dus nodig dat wij luisteren naar het Woord van God zoals het ons door de Kerk is overgeleverd en door onze gebeden de Heer smeken om ons ter hulp te komen. Dan zullen wij onze slechte neigingen kunnen beheersen om te gehoorzamen aan dat wat God ons vraagt, zelfs indien wij er de smaak ervan niet aanvoelen noch de lust. Immers, in dit stadium van het spirituele leven kunnen wij nog niet het bewustzijn hebben van dit nieuwe leven dat in ons verblijf houdt, wij kunnen nog niet op een duidelijke wijze de smaak voor het goede begrijpen, de aantrekkingskracht voor de dingen van hierboven. Het ontwaken van deze "spirituele gevoeligheid" is een gave van God en wordt slechts verleend aan hen die lange tijd een "onzichtbare strijd" hebben geleverd. In afwachting kan alleen het geloof en het Woord van God ons toestaan om met zekerheid datgene te kennen wat goed is en wat kwaad is. De genade komt ons op een reële wijze te hulp, maar wij "voelen" het nog niet. Wij zijn overigens niet aan onszelf overgelaten in het begrijpen van het Woord van God. Het is immers niet datgene wat wij uit onszelf kennen, dat wat wij aanvoelen of het ons bevalt of ons goed lijkt, dat noodzakelijk waar en goed is. De waarheid openbaart zich slechts aan hen die verenigd zijn in de liefde, aan hen die samen slechts één hart en één geest hebben in Christus. Met andere woorden : het is alleen de Kerk die het Woord van God van haar Heer kan verstaan, in het licht van de Heilige Geest. Wanneer alle christenen gedurende de eeuwen en op de verschillende plaatsen, op een bepaalde wijze het Woord van God hebben begrepen en er op een beslissende wijze de eisen ervan in eensgezindheid hebben ervaren, dan is dit een teken dat de Heilige geest aan het werk is, dat het verstaan van het Woord dat aan de Kerk is overgeleverd van Hem komt. Er zich van verwijderen om zijn eigen opinie te volgen, of deze van een afzonderlijke groep, zou zondigen betekenen tegenover de liefde, het zou een "spirituele broedermoord" zijn .

Laat ons niet geloven dat er in de schoot van het Godsvolk een "evolutie van de gewoontes" zou bestaan die datgene wat "door allen en overal" in de Kerk geleerd is als voorbijgestreefd en ouderwets zou zijn. Wanneer het gaat over fundamentele punten zoals bijvoorbeeld, de noodzaak van het gebed, de betekenis van het vasten, de christelijke opvatting van het huwelijk en het seksuele leven, het absolute respect en de liefde voor elke menselijke persoon, de weigering van abortus, de euthanasie en het racisme kunnen wij zeggen dat er alleen gedragingen zijn die christelijk zijn en gedragingen die het niet zijn, dit geldt zelfs voor een redelijk groot aantal mensen die zichzelf christenen noemen of geloven dit te zijn . Het christendom kent geen willekeurige verboden noch "taboe's"; maar er bestaat een manier van leven die overeenstemt met het zaad van het goddelijk leven dat wij ontvingen bij het doopsel, dat eruit voortvloeit en helpt om het te ontwikkelen, en een manier van leven die het doodt.

Zeker, de christen blijft een zondaar. Maar voor de zonde bestaat een remedie : het berouw. Indien wij onze zonde erkennen, als wij ze in het diepste van onszelf betreuren, indien wij de goddelijke vergeving afsmeken, indien wij ons daadwerkelijk inspannen om ons te bekeren, dan zal God ons te hulp komen en ons vergeven. Maar als wij ons proberen te rechtvaardigen..als wij het kwade "goed" noemen en het goede "kwaad" dan sluiten wij ons van het berouw af, dan begaan wij de zonde tegen de Geest.

In de Kerk is er geen verschil tussen "moraal" en "spiritualiteit", er wordt geen minimumeis opgelegd aan allen en geen buitengewone eisen die het privilege zouden zijn van een elite. De Heer zegt tot allen "Wees volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is". De volle ontwikkeling van ons leven als zonen van God en leden van de Kerk dat begonnen is bij het doopsel is de wet van elk christelijk leven. Het is geen wet die ons van buitenaf zou worden opgelegd, een wet geschreven op stenen tafels zoals ze werden gegeven aan Mozes, het is een wet die ingeschreven staat in onze harten door de Heilige Geest van liefde dat ons werd gegeven. In zekere mate verschillen de middelen om dit in de praktijk om te zetten volgens zijn levenssituatie en persoonlijke voorwaarden die de zijne zijn; maar het doel is hetzelfde voor allen : getransfigureerde mensen te zijn door de kracht van de Heilige Geest, naar het beeld van de enige Zoon.

Vertaling : Kris Biesbroeck

10:12 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

19-01-17

Grillaert Nel : De opkomst van het Russische hesychasme: Nil Sorskij (1433-1508)

De opkomst van het Russische hesychasme: Nil Sorskij (1433-1508)


door Nel Grillaert

 

nil_sorsky heilige.jpg

Nil Sorskij





De geschiedenis van het Russische christendom wordt gekenmerkt door een toenemende vervreemding tussen de kerk en haar gelovigen. De kloof tussen het kerkelijke instituut en de piëteit van haar gelovigen wordt bij uitstek geïllustreerd door de ontwikkeling van het hesychasme in Rusland. Het hesychasme is een gebedspraktijk en gerelateerde theologische beweging die diep is verankerd in de monastieke en ascetische traditie van het Oosterse christendom. Het werd in de veertiende eeuw door Gregorios Palamas verdedigd als officiële leer van de orthodoxe kerk en conciliair onderschreven. Hoewel het hesychasme onmiskenbaar een fundamenteel ingrediënt is van de typische spiritualiteit van de Oosterse kerk,2
heeft het in zijn geschiedenis in Rusland voor veel controverse gezorgd bij zowel de seculiere als de kerkelijke overheden. Relatief snel na de adaptatie van het hesychasme op Russische bodem werd het door de kerkelijke autoriteiten in de periferie van het Russische christendom gedrongen en kreeg het binnen de officiële ecclesiastische structuren een problematische status. In dit artikel zal ik een studie maken van een sleutelfiguur in de geschiedenis van het Russische hesychasme, namelijk Nil Sorskij, of Nilus van de Sora (1433-1508). Nil, die wordt beschouwd als de “vader” van het Russische hesychasme, ontwikkelt en verdedigt een theologie en monastiek model die niet conform de ambities en aspiraties van de toenmalige kerk blijken te zijn en bijgevolg als bedreigend worden ervaren door de meerderheid van de Russische geestelijkheid. Waar Nil echter in het ecclesiastische discours “doodgezwegen” wordt, groeit hij onder de gewone Russische gelovigen uit tot een zeer populaire figuur en drukt zijn leer een manifeste stempel op de Russische spiritualiteit.

Lees meer...

07:40 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

18-08-16

Diognetus-brief: Leren van christenen uit 2e eeuw

Diognetus-brief: Leren van christenen uit 2e eeuw

In zijn toespraak maakte Gabe Lyons een toespeling op een 'brief aan Diognetus': een brief uit de tweede eeuw van een onbekende auteur, die aan een zekere Diognetus over de christenen schrijft.

In de beschrijving maakt de auteur gebruik van paradoxen. Blijkbaar is het concrete leven van de christenen op die manier het best te typeren. Samenvattend stelt hij dat christenen voluit leven in deze wereld, maar dat zij niet tot deze wereld behoren.

Wat betekent dit? Het lijkt er op, dat christenen zich niet neerleggen bij het status quo van de wereld, maar dat zij leven met het besef dat er steeds iets ontbreekt. Zij nemen dus geen genoegen met de realiteit zoals die is. In het slotstukje noemt de auteur de christenen de ziel van de wereld. Hij bedoelt wellicht de gedrevenheid waarmee christenen de wereld bewoonbaarder willen maken.

De eigenaardigheid zit er dus in, dat de christenen op het eerste zicht niet anders zijn of op een andere manier leven in de wereld, maar dat zij in de wereld nooit helemaal thuis kunnen zijn.

De brief aan Diognetus

Het geheim van het christendom
"De christenen onderscheiden zich niet van andere mensen door taal, vaderland of kledij. Zij wonen immers nergens in eigen steden, gebruiken geen afwijkend dialect en leven geen uitzonderlijk leven. Hun leer is niet uitgevonden door de vindingrijkheid of het overleg van mensen die zich met nutteloze problemen bezighouden en zij zijn niet, zoals sommigen, de verdedigers van een menselijke leer. Zij wonen in steden van Grieken en barbaren, zoals aan ieder het lot beschoren was en zij leven volgens de zeden van het land, wat betreft kledij, voeding en andere levensomstandigheden, en geven zo blijk van een verwonderlijk en naar aller mening paradoxaal burgerschap.
Zij wonen in hun eigen vaderland, maar als vreemdeling;
zij kwijten zich van hun burgerplichten en verdragen als vreemdeling alles.
Ieder vreemd land is hun vaderland en ieder vaderland is een vreemd land.
Zij trouwen als ieder ander maar leggen hun kinderen niet te vondeling.
Zij delen hun tafel maar niet hun bed.
Zij leven in het vlees maar niet naar het vlees.
Zij wonen op aarde maar zijn thuis in de hemel.
Zij gehoorzamen de heersende wetten maar overtreffen ze in hun eigen leven.
Zij hebben iedereen lief en worden door iedereen vervolgd.
Zij worden miskend en veroordeeld; ze worden gedood en ten leven gewekt.
Zij zijn arm als bedelaars maar maken velen rijk.
Zij hebben aan alles gebrek maar leven in overvloed.
Zij worden veracht maar ze worden verheerlijkt door de verachting.
Ze worden belasterd maar worden gerechtvaardigd door de laster.
Zij worden bespot en ze zegenen. Ze worden beledigd en bewijzen eer aan zij die hen beledigen.
Hoewel zij goed doen, worden ze gestraft als misdadigers.
Zij die hen haten kunnen geen reden opgeven voor hun haat."


De ziel van de wereld
"In één woord, wat de ziel is voor het lichaam, dat zijn de christenen in de wereld. De ziel is verspreid over alle delen van het lichaam en de christenen over alle steden van de wereld. De ziel verblijft in het lichaam, maar is niet van het lichaam. Christenen zijn in de wereld maar niet van de wereld."


(Anoniem, Brief aan Diognetus, ong. 150 na Christus)

11:53 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

09-06-16

De wereld als levende icoon

De wereld als levende icoon

 

verrijzenis1.jpg

Duurzaamheid en klimaatverandering vormen uiteindelijk vooral een moreel en spiritueel vraagstuk, betoogt Lisette van der Wel. Zij gaat te rade bij de ecologische wijsheid van het oosters-orthodoxe christendom.

Wij mensen hebben de macht om het leven op aarde te bepalen en verstoren. Die macht maakt ons ook kwetsbaar. Waarvoor we kiezen en waardoor we ons laten leiden is van cruciaal belang, wil er een leefbare toekomst voor onze (klein-)kinderen zijn.

Zijn we hier op aarde om alsmaar meer te hebben of om meer te zijn? Zijn we hier met het recht om de aarde vrijelijk te plunderen of om haar zorgzaam te beheren? Het vraagstuk van duurzaamheid en klimaatverandering is zo uiteindelijk een moreel en spiritueel vraagstuk.

‘Groene patriarch’

Het is op dit punt dat religies een waardevolle bijdrage kunnen leveren. Een mooi voorbeeld van een waardevolle christelijke bron is hoe er binnen de oosters-orthodoxe traditie wordt gedacht over een zorgzame omgang met de aarde.

De oosterse orthodoxie laat zien dat we in de natuur iets aantreffen dat groter is dan onszelf

De oosters-orthodoxe kerk heeft een sterke reputatie waar het de betrokkenheid met ecologische kwesties betreft. De oecumenische Patriarch Bartolomeus wordt vaak de ‘groene patriarch’ genoemd vanwege zijn consequente oproep tot spirituele omkeer inzake milieu- en klimaatproblemen. Het is daarom de moeite waard om te kijken wat we zouden kunnen leren van deze rijke traditie.

Doortrokken van God

De oosters-orthodoxe traditie is diep doordrongen van het besef dat de huidige klimaatcrisis niet primair ecologisch is, maar spiritueel. Het is een crisis aangaande de manier waarop we onszelf en de wereld zien. Tegenover het westerse ideaalbeeld van het autonome individu als kroon en heerser van de schepping stelt de oosterse orthodoxie de doorleefde ervaring dat we in onze natuurlijke leefomgeving iets aantreffen dat groter is dan onszelf. Heel de natuur of schepping is doortrokken van God. Het aantasten van deze schepping ten bate van materieel gewin is een zonde.

De orthodoxe theologie en spiritualiteit reikt drie behulpzame manieren aan om het gevoel van verwondering en verbinding met Gods schepping te herstellen: de iconografie, de liturgie en de ascese.

Ruimer perspectief

Iconen, afbeeldingen van Christus, de Moeder Gods of heiligen, behoren tot het hart van de orthodoxe traditie. Een icoon is een trefpunt van het materiële en het transcendente, een medium waardoor mensen iets van het goddelijke kunnen ervaren. Zoals God mens is geworden in Jezus Christus, zo is in de orthodoxe visie de hele levende natuur een icoon, een teken van God. De heilige Johannes van Damascus zei al in de 8e eeuw:

"De hele wereld is een levende icoon van het gezicht van God."

Een icoon helpt je om beter te zien; het beschouwen ervan onthult iets van de goddelijke dimensie in alles wat we ervaren. In onze westerse cultuur zijn we zo op onszelf gericht geraakt; een icoon kan helpen dat beeld te corrigeren, ons weer te verbinden met een ruimer perspectief van de wereld als doortrokken van een goddelijke aanwezigheid.

Kosmische liturgie

Dan wordt het ook weer mogelijk om de wereld te gaan ervaren als een sacrament, als een plaats van gemeenschap (communie), in plaats van een zielloos gebruiksvoorwerp. Liturgie wil ook juist dat zijn: een viering van gemeenschap, van de onderlinge verbondenheid van alle mensen en al wat leeft.

Het oosters-orthodoxe denken spoort aan om niet achteloos om te gaan met de natuur; want alles is een spoor van God

Als we zó liturgie kunnen vieren dat we de hele wereld als een integraal deel ervan kunnen ervaren, dan verwerven we een liefdevol hart voor al wat leeft. St. Maximus noemde dit in de 7e eeuw een ‘kosmische liturgie’.

Vermogen tot zelfbeperking

De derde weg, de weg van ascese, is niet een negatief onderdrukken van allerlei behoeften, maar veeleer een positieve uitdrukking van ons vermogen tot zelfbeperking, tot het zeggen van ‘nee’ of ‘genoeg’. Het is een weg van bevrijding, gericht op delen, dienstbaarheid. Vasten is een concrete expressie daarvan.

Het oosters-orthodoxe denken spoort aan om niet achteloos om te gaan met de natuur; want alles is een teken, een spoor van God. Het leert om stil te staan, niet te doen, en zodoende je dieper te verbinden met het wonder en mysterie van al wat leeft. En het kan ons leren dat eenvoud en matigheid geen straf zijn, maar bevrijding. Maat houden kan leiden tot een geest van dankbaarheid, een herontdekken van het wonder van onze plek als mens in het web van het leven op aarde.

Bron : Ignis

09:59 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

04-05-16

De triniteitsleer van de Capadocische kerkvaders

De triniteitsleer van de Cappadocische kerkvaders

De fronten

De Cappadociërs situeren hun trinitarische godsconcepties tussen de godsconceptie van Arius / Eunomius en die van Sabellius. Hiermee zijn de fronten tevens gedefinieerd, namelijk het tritheïsme en het modalisme, d.w.z. (1) het bestaan van drie goden en (2) het bestaan van één God die afhankelijk van de situatie een ander masker opzet, namelijk dat van de Vader of van de Zoon of van de heilige Geest.

Het front van het tritheïsme had voor de Cappadociërs de gestalte van het arianisme en het daarvan afgeleide semi-arianisme. Het arianisme kreeg in hun tijd een gezicht in de persoon van Eunomius van Cyzicus (ca. 330-394/96). Hij vertegenwoordigde een radicale variant van het arianisme door te stellen dat er geen enkele gelijkenis bestaat tussen God de Vader en de Zoon. Zijn opvattingen zijn door Basilius en Gregorius van Nyssa nadrukkelijk bestreden in hun boeken Contra Eunomium.

Het semi-arianisme kreeg een gezicht in Eustathius van Sebaste (ca. 300-380). Hoewel Basilius aanvankelijk een vriendschappelijke betrekking met hem onderhield, bekoelde hun vriendschap toen Eustathius voorman werd van de geestbestrijders in Klein-Azië. Geestbestrijders beleden wel de godheid van de Zoon, maar ontkenden dat de heilige Geest als een derde persoon tot de godheid behoorde. Basilius heeft deze opvatting uitvoerig bestreden in zijn traktaat Over de heilige Geest. Tegen het front van het tritheïsme benadrukten de Cappadociërs de gelijkgoddelijkheid van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Het andere front was het modalisme, of zoals de Cappadociërs dat noemden: het sabellianisme. Hoewel het sabellianisme een ketterij uit de derde eeuw was, kende het in het midden van de vierde eeuw in de ogen van sommigen een opleving in de theologie van Marcellus van Ancyra (ca. 285-374). Tegen het front van het modalisme benadrukten de Cappadociërs het afzonderlijke bestaan in de godheid van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Naast deze twee fronten is er nog iets waartegen de Cappadociërs zich keren, namelijk de godsconceptie van Origenes (ca. 185-254). Origenes leerde als midden-platonist dat de hoogste God niet in een directe relatie met de veranderlijke en dus vergankelijke wereld kan staan. De relatie tussen God en de wereld wordt bemiddeld door de Logos en de Geest. Volgens Origenes is God (de Vader) als ‘bron van de godheid’ de eigenlijke God. De Logos / Zoon en de heilige Geest zijn gesubordineerd aan de Vader. Hoewel het subordinationisme geen apart front vormt, is het wel een positie die de Cappadociërs afwijzen. Deze correctie op de traditie vinden we impliciet in hun polemiek tegen Eunomius van Cyzicus en Eustathius van Sebaste.

Het tritheïsme en het modalisme worden door de Cappadociërs om verschillende redenen afgewezen. Het tritheïsme wordt afgewezen vanwege zijn implicaties voor de soteriologie. Onder verlossing werd door theologen die in lijn met de geloofsbelijdenis van Nicea dachten, vergoddelijking verstaan, waarbij geldt dat wat niet door God (in de Zoon) is aangenomen, niet is verlost. Met de incarnatie, het aannemen van de menselijke natuur, van de Zoon vindt de verlossing plaats. Aangezien de Zoon en in het verlengde daarvan de heilige Geest bij de verlossing van Godswege zijn betrokken, moeten ze beiden volgens de Cappadociërs wel tot de godheid behoren. Doordat de Zoon en de heilige Geest tot de godheid behoren, is er geen verschil in natuur tussen hen en de Vader. Het modalisme wordt door de Cappadociërs afgewezen vanwege zijn aanname van slechts één hypostasis, waardoor het eeuwige bestaan van de Zoon naast de Vader en de zelfstandige werking van de heilige Geest worden geloochend.

Lees meer...

10:47 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

13-04-16

De didachè

De Didachè (ca. 120)

Overlevering en tekstgetuigen

(Een nederlandse vertaling van de tekst is op de blog te vinden)

 

De Didachè heeft in de vroege kerk een grote populariteit genoten. De vroegste verwijzing naar de Didachè vinden we mogelijk bij Clemens van Alexandrië (Strom. I.20), alhoewel hij alleen citeert en geen bron vermeldt. Bij zijn inventarisatie van het kerkelijk schriftgebruik noemt Eusebius (H.E. 3.25.4) de Didachè onder de orthodoxe, maar ‘onechte geschriften’. Athanasius merkt in het jaar 367 in zijn Paasbrief (Ep. Fest. 39) nog op dat de Didachè weliswaar niet onder de gecanoniseerde boeken valt, maar wel nuttig is voor catechese. Van groot gewicht is de invloed van de Didachè op allerlei latere kerkorden, waarin het geschrift geheel of gedeeltelijk is opgenomen (zie onder).

Toch is de Didachè gaandeweg in onbruik geraakt. Lange tijd was geen enkel handschrift voorhanden. Dit veranderde in 1873 toen Philotheos Bryennios, de latere aartsbisschop van Nicomedië, in Constantinopel (Istanbul) de volledige Griekse tekst van de Didachè identificeerde in een codex uit 1056 (Codex Hierosolymitanus = H of C) die ook de brief van Barnabas, 1 en 2 Clemens, en de lange versie van de brieven van Ignatius bevatte. Deze tekst van de Didachè werd in 1883 door Bryennios gepubliceerd en is verder bekend geworden door het werk van de Duitse onderzoeker Adolf von Harnack.

Auteurschap, plaats van ontstaan en datering

De meeste onderzoekers beschouwen de Didachè als een samengesteld geschrift dat over een langere periode tot stand is gekomen. De redacteur die het geschrift tot de huidige vorm heeft gecompileerd wordt vaak aangeduid als de ‘Didachist’. Het is echter ook mogelijk dat meerdere redacteurs voor de eindvorm verantwoordelijk zijn. Over de identiteit van deze redacteur(s) is niets bekend.

In Codex H heeft de Didachè twee titels, een kortere, ‘Het onderwijs van de twaalf apostelen’, en een langere, ‘Het onderwijs van de Heer door de twaalf apostelen aan de volken’. Deze opschriften zijn waarschijnlijk niet oorspronkelijk en zijn mogelijk later toegevoegd om het geschrift te verbinden met apostolische autoriteit.

De plaats van ontstaan wordt bediscussieerd. De huidige consensus is verdeeld over Egypte en Syrië, met een lichte voorkeur voor laatstgenoemde. Vaak wordt aan Antiochië gedacht.

Hoewel de Didachè in het begin van de twintigste eeuw nog tot in de vierde eeuw werd gesitueerd, wordt tegenwoordig de eindvorm door de meeste onderzoekers niet later gedateerd dan circa 120 na Chr. Deze datering is echter sterk afhankelijk van een vermeende relatie tussen de Didachè en het evangelie volgens Matteüs of aan dit evangelie ten grondslag liggende tradities. Onderzoekers die deze relatie loslaten, dateren (de oudste lagen van) de Didachè op interne gronden tot in het midden van de eerste eeuw.

Structuur, inhoud en standpunten

De lengte van de Didachè bedraagt ongeveer eenderde van die van het Marcus-evangelie. De Didachè wordt onderverdeeld in zestien hoofdstukken en kan gesplitst worden in twee delen: 1-6 en 7-16.

Het eerste deel bevat ethisch en praktisch onderwijs ter voorbereiding op de doop. Dit onderwijs wordt gegeven in de vorm van de in het Jodendom bekende ‘tweewegenleer’, die ook wordt aangetroffen in de brief van Barnabas en in de te Qumran gevonden Regel der Gemeenschap (1QS 3.18 e.v.). In tegenstelling tot de versie in voornoemde geschriften, bevat dit onderwijs over de ‘twee wegen’ in de Didachè enkele christelijke toevoegingen (in 1.3b-6 en 6.1-2).

Het tweede deel bevat allerlei praktische richtlijnen voor de doop (H 7), vasten en gebed (H 8), de viering van een maaltijd (H 9-10; eucharistie?), de behandeling van apostelen, profeten en leraars (H 11-13), de samenkomst (H 14) en het kiezen van opzieners en diakenen (H 15). H 16 is eschatologisch van aard en roept op tot waakzaamheid en volharding totdat de Heer terugkomt.

De Didachè getuigt van een christelijke gemeenschap die nog aanleunt tegen Jodendom en synagoge. Dit komt met name tot uiting in het ethisch onderwijs (aansluitend bij de ‘twee wegen’ en de decaloog), de wijze van dopen, de maaltijd en de daarbij opgezonden gebeden.

Vaak wordt in de Didachè een ‘lage christologie’ herkend. Gezien de aard van het document echter (zie boven), is voorzichtigheid geboden. In een geschrift waarin waarschijnlijk bewust geen dogmatische uiteenzettingen zijn opgenomen, mag ook geen uitgewerkte christologie worden verwacht. Desondanks is het opvallend dat doop noch maaltijd in verband wordt gebracht met de dood van Christus. Ook is er nergens sprake van berouw en vergeving van zonden.

De Didachè bevat belangrijk vroeg-christelijk liturgisch materiaal over de doop, vasten, gebed en de eucharistie. De doop is ‘trinitarisch’ (7.1; 7.3) en sluit naadloos aan bij de opdracht van Jezus in Matteüs 28: 19. De dopeling en degene die doopt worden geacht vooraf te vasten. De voorkeur gaat uit naar een doop (vermoedelijk door onderdompeling) in koud stromend water. Het alternatief is te dopen in ‘ander water’ (vermoedelijk stilstaand water) dat eventueel warm mag zijn. Mocht dit alles niet voorhanden zijn, dan mag, bij uitzondering, worden gedoopt door driemaal water over het hoofd van de dopeling te gieten ‘in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest’. Op basis van deze uitzondering kan voorzichtig gespeculeerd worden dat de normale dooppraxis uit drie onderdompelingen bestond. Uiteraard is hierover geen zekerheid te verkrijgen, maar een dergelijk gebruik vindt ook aanknopingspunten bij Justinus de Martelaar (Eerste Apologie, 61.10-13) en wordt zeker vanaf de derde eeuw universeel gepraktiseerd.

Na de doop volgen specifieke instructies omtrent vasten en gebed. De gelovigen mogen niet vasten op maandag en donderdag; op deze dagen vasten de ‘hypocrieten’ (judaïsten?). In plaats daarvan moeten zij vasten op woensdag en vrijdag. Ook in het gebed dienen de christenen zich te onderscheiden van de ‘hypocrieten’ en wel door het bidden van het Onze Vader, dat integraal – inclusief doxologie – in de Didachè is opgenomen.

De gebeden in H 9-10 zijn veel bediscussieerd. Onderzoekers verschillen van mening of deze, op Joodse tafelgebeden gebaseerde, dankzeggingen betrekking hebben op de eucharistie, een liefdemaal (agapè), de eucharistie gevolgd door een liefdemaal, of een liefdemaal gevolgd door de eucharistie.

Historische situering, doel, beoogde lezers

De Didachè moet waarschijnlijk worden gesitueerd in een overgangsperiode, waarin enerzijds nog sprake is van rondtrekkende apostelen en profeten, maar anderzijds de Kerk op weg is naar verdere institutionalisering.

Het eerste deel (H 1-6) bevat onderwijs voor nieuwe bekeerlingen die tot de geloofs gemeenschap willen toetreden. De aard van dit onderwijs en de langere titel (‘… aan de volken’) doet vermoeden dat het hier primair een niet-Joodse doelgroep betreft. Het tweede deel (7-15) bevat richtlijnen voor liturgie en organisatie en richt zich waarschijnlijk meer specifiek tot de verantwoordelijken binnen de gemeenschap. Het is echter onduidelijk of het geschrift als zodanig bedoeld was voor leidinggevenden of dat het breder binnen de gemeenschap werd gebruikt. Een andere vraag is of de Didachè oorspronkelijk is gericht aan een ruime kring van christenen of aan één specifieke gemeenschap.

Genre en verhouding tot andere literatuur

De Didachè kan worden ondergebracht bij het genre van ‘kerkorde’. Naast de Didachè worden nog elf andere teksten onder dit genre gerekend, zoals de Syrische Didascalia (midden derde eeuw), de Apostolische Kerkorde (eind derde eeuw) en de Apostolische Constituties (eind vierde eeuw). Dergelijke vroeg-christelijke teksten bevatten met name materiaal dat is gericht op toetreding tot, het leven in en de organisatie van de gemeenschap. Om deze reden wordt minder aandacht gegeven aan zaken van dogmatische aard.

Een kenmerk van de kerkorden is dat zij voortdurend werden aangepast aan de praktijk van een zich ontwikkelende kerk. Zo is ook de eindvorm van de Didachè waarschijnlijk het product van een dynamisch groeiproces.

De Didachè is stevig verankerd in het Oude Testament en de Joodse (wijsheids)traditie. Met betrekking tot het Nieuwe Testament zijn er opvallende overeenkomsten met het evangelie volgens Matteüs. In hoeverre er sprake is van een wederzijdse afhankelijkheid is echter een punt van discussie. Mogelijk is er gebruik gemaakt van een gemeenschappelijke bron of traditie. Sommige onderzoekers herkennen hier en daar een paulinische invloed.

Kleinere en grote gedeelten van de Didachè zijn opgenomen in latere kerkorden. Zo is in boek zeven van de Apostolische Constituties de Didachè bijna geheel verwerkt en de Ethiopische Apostolische Kerkorde bevat gedeelten uit H 8 en H 11-13.

Het gedeelte van de ‘twee wegen’ (H 1-6) heeft de Didachè gemeen met andere geschriften, zoals de brief van Barnabas(18-20), het Latijnse Doctrina Apostolorum, het Arabische Leven van Shenoute en de Regel van Benedictus. De precieze relatie tussen deze parallelle teksten is complex. Zo is het bijvoorbeeld onduidelijk of de Doctrina Apostolorum afhankelijk is van de Didachè en Barnabas, of daarentegen steunt op een onafhankelijke Joodse traditie.

(door Nathan Witkamp)

Bron: Tilburg School of Catholic Theology, met dank aan Nathan Witkamp.

09:20 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

09-03-16

Begin van de veertigdagenvasten

VASTEN,GEBED EN LIEFDE

De periode van de vasten, van de veertig dagen die beginnen met Vergevingszondag, kan begrepen worden als een volmaakt unieke tijd, een tijd van voorbereiding tot het jaarlijkse Pasen van de lente, en daardoor, tot het eeuwige Pasen van de ‘doortocht’ ( dit is de letterlijke betekenis van het joodse woord Pasen-Pesah), van het bederfelijk leven naar het eeuwig leven, van het halfduister naar het licht, van de ballingschap in een verre wereld, deze van de zonde, naar het visioen van het ‘van aangezicht tot aangezicht’ in het Koninkrijk. Het programma van de Vasten dat de voortdurende ascese van gans het christelijk leven, bewust en verantwoordelijk samenvat en terug in herinnering brengt, is het antwoord op de drie bekoringen welke Christus in de loop van de veertig dagen heeft ondergaan in de woestijn ,en waarin Hij niet at en honger leed (Mt.4,3).

 

Bekoring van het brood :

’t Is te zeggen, van elk aards voedsel welke aan de mens de illusie geeft uit zichzelf te kunnen leven, door in wezen elke angst voor de dood en de vrees voor het hiernamaals te verdringen Kiezen om honger te hebben, te vasten, is ook kiezen om open te staan voor een ander voedsel : het woord en het brood van de levende God, waar elke mens nood aan heeft om te kunnen voortbestaan.

 

Bekoring van het mirakel :

’t Is te zeggen een onbeperkte macht over de anderen, door hen te dwingen om God te aanbidden, om Hem te gehoorzamen, door hen te onderwerpen, veeleer dan ten overstaan van hen te handelen door middel van het enig mirakel van de Heilige Geest, dat van de liefde, van de bekering van het hart. Deze innerlijke bekering eist de ontlediging van zichzelf, de weigering om gediend te worden. De ‘Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen’(Marc.10,45). De waarachtige liefde moet erop gericht zijn om al onze relaties, al onze menselijke houdingen, tot de meest gewone toe, te doordringen.

 

Bekoring van de macht …

…over de koninkrijken van deze wereld, met als enige voorwaarde, om de satan te aanbidden. ‘Gij zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen dienen’. Deze aanbidding van God de Vader in Christus door de Heilige Geest moet onze belangrijkste innerlijke houding zijn, het meest vaststaande gegeven in ons leven, de meest absolute voorrang van alles in het geloof van elk menselijk wezen. Het nederig en onopvallend gebed, zoals de dagelijkse tekens van liefde kunnen in werkelijkheid ons hart zodanig overrompelen, dat het voor altijd gekwest blijft. Het waarachtige gebed is niet alleen spreken en in dialoog treden met God, maar het moet in het binnenste van onszelf gebed van de Heilige Geest zijn, die in ons leeft en die samenvalt met ons menselijk bestaan en onze meest persoonlijke en diepste bezieling.

Dit driedelig programma van de Vasten moet gekruid worden met bescheidenheid , het niet-uiterlijk vertoon, de vreugde op het gezicht, met het niet beoordelen van de zwakken, met het niet jaloers zijn op de sterken, met het gevoel ook, dat de Heer Jezus gekomen is om de zondaars te redden waarvan ik de eerste ben (‘Laat mij eerst mijn eigen zonden zien en mijn broeder niet beoordelen’). De vrucht van de Vasten en haar kracht zal het gebed zijn, het teken van de komst in ons van de Heilige Geest van liefde zal de liefde zelf zijn, de liefde voor onze naaste, voor iedereen waarvoor Christus is gestorven.

Vertaling : kris biesbroeck

09:10 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

25-02-16

 De triniteitsleer van de Cappadocische kerkvaders

De triniteitsleer van de Cappadocische kerkvaders

De fronten

De Cappadociërs situeren hun trinitarische godsconcepties tussen de godsconceptie van Arius / Eunomius en die van Sabellius. Hiermee zijn de fronten tevens gedefinieerd, namelijk het tritheïsme en het modalisme, d.w.z. (1) het bestaan van drie goden en (2) het bestaan van één God die afhankelijk van de situatie een ander masker opzet, namelijk dat van de Vader of van de Zoon of van de heilige Geest.

Het front van het tritheïsme had voor de Cappadociërs de gestalte van het arianisme en het daarvan afgeleide semi-arianisme. Het arianisme kreeg in hun tijd een gezicht in de persoon van Eunomius van Cyzicus (ca. 330-394/96). Hij vertegenwoordigde een radicale variant van het arianisme door te stellen dat er geen enkele gelijkenis bestaat tussen God de Vader en de Zoon. Zijn opvattingen zijn door Basilius en Gregorius van Nyssa nadrukkelijk bestreden in hun boeken Contra Eunomium.

Het semi-arianisme kreeg een gezicht in Eustathius van Sebaste (ca. 300-380). Hoewel Basilius aanvankelijk een vriendschappelijke betrekking met hem onderhield, bekoelde hun vriendschap toen Eustathius voorman werd van de geestbestrijders in Klein-Azië. Geestbestrijders beleden wel de godheid van de Zoon, maar ontkenden dat de heilige Geest als een derde persoon tot de godheid behoorde. Basilius heeft deze opvatting uitvoerig bestreden in zijn traktaat Over de heilige Geest. Tegen het front van het tritheïsme benadrukten de Cappadociërs de gelijkgoddelijkheid van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Het andere front was het modalisme, of zoals de Cappadociërs dat noemden: het sabellianisme. Hoewel het sabellianisme een ketterij uit de derde eeuw was, kende het in het midden van de vierde eeuw in de ogen van sommigen een opleving in de theologie van Marcellus van Ancyra (ca. 285-374). Tegen het front van het modalisme benadrukten de Cappadociërs het afzonderlijke bestaan in de godheid van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Naast deze twee fronten is er nog iets waartegen de Cappadociërs zich keren, namelijk de godsconceptie van Origenes (ca. 185-254). Origenes leerde als midden-platonist dat de hoogste God niet in een directe relatie met de veranderlijke en dus vergankelijke wereld kan staan. De relatie tussen God en de wereld wordt bemiddeld door de Logos en de Geest. Volgens Origenes is God (de Vader) als bron van de godheidde eigenlijke God. De Logos / Zoon en de heilige Geest zijn gesubordineerd aan de Vader. Hoewel het subordinationisme geen apart front vormt, is het wel een positie die de Cappadociërs afwijzen. Deze correctie op de traditie vinden we impliciet in hun polemiek tegen Eunomius van Cyzicus en Eustathius van Sebaste.

Het tritheïsme en het modalisme worden door de Cappadociërs om verschillende redenen afgewezen. Het tritheïsme wordt afgewezen vanwege zijn implicaties voor de soteriologie. Onder verlossing werd door theologen die in lijn met de geloofsbelijdenis van Nicea dachten, vergoddelijking verstaan, waarbij geldt dat wat niet door God (in de Zoon) is aangenomen, niet is verlost. Met de incarnatie, het aannemen van de menselijke natuur, van de Zoon vindt de verlossing plaats. Aangezien de Zoon en in het verlengde daarvan de heilige Geest bij de verlossing van Godswege zijn betrokken, moeten ze beiden volgens de Cappadociërs wel tot de godheid behoren. Doordat de Zoon en de heilige Geest tot de godheid behoren, is er geen verschil in natuur tussen hen en de Vader. Het modalisme wordt door de Cappadociërs afgewezen vanwege zijn aanname van slechts één hypostasis, waardoor het eeuwige bestaan van de Zoon naast de Vader en de zelfstandige werking van de heilige Geest worden geloochend.

Lees meer...

09:16 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende